Part One: Early Cinema
1. The Invention and Early Years of the Cinema, 1880s-1904
2. The International Expansion of the Cinema, 1905-1912
3. National Cinemas, Hollywood Classicism, and World War I, 1913-1919
Part Two: The Late Silent Era, 1919-1929
4. France in the 1920s
5. Germany in the 1920s
6. Soviet Cinema in the 1920s
7. The Late Silent Era in Hollywood, 1920-1928
8. International Trends of the 1920s
Part Three: The Development of Sound Cinema, 1926-1945
9. The Introduction of Sound
10. The Hollywood Studio System, 1930-1945
11.. Other Studio Systems
12. Cinema and the State: The USSR, Germany, and Italy, 1930-1945
13. France: Poetic Realism, The Popular Front, and the Occupation, 1930-1945
Part Four: The Postwar Era, 1945-1960s
15. American Cinema in the Postwar Era, 1945-1960
16. Postwar European Cinema: Neorealism and its Context, 1945-1959
17. Postwar European Cinema: France, Scandinavia, and Britain, 1945-1959
19. Art Cinema and the Idea of Authorship
20. New Waves and Young Cinemas, 1958-1967
,Part 5: The Contemporary Cinema Since the 1960s
22. Hollywood's Fall and Rise, 1960-1980
25. New Cinemas and New Developments: Europe and the USSR Since the 1970s
Part 6: Cinema in the Age of New Media
28. American Cinema and the Entertainment Economy, the 1980s and After
29. Toward a Global Film Culture
30. Digital Technology and the Cinema
,Inleiding
Filmgeschiedenis = constructie
o “De geschiedenis” bestaat niet
o Er worden keuzes gemaakt aan wat wel en aan wat geen aandacht besteden
o De geschiedenis van de grote mannen
Van de grote regisseurs
o Het handboek dat bij gebruiken spreekt over een breder verhaal dan enkel de
grote bekende auteurs
We zien 3 grote vragen altijd terugkeren in deze cursus
Handboek kopen want openboek examen
Filmvraag staat op Toledo kan je al op voorhand voorbereiden (en vanbuiten leren) en
info opzoeken, aan chat GT vragen!!!
In handboek mag je onderlijnen en aanduiden etc. MAAR GEEN volzinnen!!!!
o GEEN post-its (ook NIET leeg)!!
Part One: Early Cinema
H1: The Invention and Early Years of the Cinema, 1880s-
1904
Voorafgaande bemerkingen
o Uitvinding is relatief
o Heel vaak bouwt de ene uitvinding voort op de ander
o Mensen hebben ook vaak een gelijklopend idee
o Het is niet omdat je iets succesvol uitvindt dat je het ook succesvol uitbaat
Uitbaten: commercialiseren, als standaard te laten treden
1. Uitvinding
o Uiteindelijk “winnend” principe
Algemeen afgesproken dat we 1 bepaalde voorstelling beschouwing als de
allereerste cinemavoorstelling in 1895 in Parijs door de broers Lumière
Zij houden de eerste commerciële filmvoorstelling
Zij ontwikkelde de reel/spoel met allemaal fotografische beelden
die heel snel na elkaar moeten komen
Projectie in een zaal waar mensen voor betalen om te zien
o 1.1 Voorafgaande “uitvindingen”? hier worden de voorgaande uitvindingen
opgesomd die samengevoegd worden tot wat de projector zal zijn
Om de reel/spoel te bekomen zijn er veel voorafgaande uitvindingen nodig
geweest
Toverlantaarns: projectoren waarmee men op glas geschilderde
tekeningen ging projecteren
o 1.2 Belangrijke voorlopers?
Edward Muybridge
, Onderzocht of de poten van een paard bij het galopperen op een
bepaald moment allemaal van de grond komen ging veel foto’s
nemen aan hoge snelheid
Deed dat ook met mannelijke beweging
Etienne Jules Marey
Soort pistool ontwikkeld om op heel korte tijd verschillende foto’s
te maken
1.3 Internationale uitvinders
Thomas Edison: heeft de gloeilamp uitgevonden
o Stelde: Valt er niet veel meer geld te verdienen als we
iedereen apart laten kijken? ontwikkelde de
Kinetoscope: je steekt geld in, je kijkt erdoor en dan zag je
een heel kort filmpje (foto’s die snel na elkaar bewegen)
hij vond dit een interessant commercieel model want elke
persoon betaalt apart
o Heeft een filmstudio opgericht
Grappige, filmpjes realistische filmpjes
Hij projecteerde de filmpjes NIET maar stak ze in de
kijktoestellen
Anderen vonden dat we die filmpjes
moesten gaan projecteren
o O.a. de broers skladanowsky gingen
projecteren met de machine (heel
zwaar, NIET draagbaar) dia op de dia
staat
Wij zeggen echter dat de echte uitvinders de broers (August en
Louis) Lumière zijn
o Want zij ontwikkelde de cinematograaf is WEL draagbaar
Je kan daarmee 3 dingen tegelijk
Een filmpje maken
Het filmpje ontwikkelen (in het apparaat)
Het filmpje projecteren
o Eerste betaalde vertoning in Parijs 1895
o Deze manier blijft meer dan 100 jaar de standaard
Charles Dickens
Verdere uitvindingen?
De concurrent ziet dat ze een vergissing gemaakt hebben
o Vb. Edison begint zijn eigen projector te ontwikkelen
Iedereen begint gelijksoortige apparaten te maken en elkaar te
concurreren
In bv cafés want cinema’s bestonden nog NIET
2. Early filmmaking and exhibition
o Frankrijk marktleider op vlak van film `
o Men gaat de realiteit filmen, praktische scenes, non-fictie
o Georges Méliès
Vb. film Hugo
o Omstreeks 1904