W eek 1 - Inleiding rechtspsychologie
Motivation to r em em ber → niet dingen onthouden, tenzij een speciale reden.
Rechtspsychologie = toegepaste wetenschap
- studie van gedrag dat onder invloed van het recht staat of zou moeten staan
- studie van het recht als een gedragstechnologie
Recht is normatief & psychologie is descriptief.
Pijlers van rechtspsychologie
- waarnemen
- herinneren
- waarderen
- detecteren
- beslissen
Onderzoek
Onderzoek naar gedrag van wie?
- rechtssubjecten in het algemeen (samenleving)
- plegers van misdrijven
- verdachten
- slachtoffers
- getuigen
Maar ook
- rechters
- officieren van justitie
- advocaten
- reclassering
- deskundigen (gedrags- & technisch)
Nut van rechtspsychologie
Laat met regelmaat zien dat met door juristen gebruikte middelen de beoogde toestand niet
of gedeeltelijk wordt bereikt.
Levert aanwijzingen voor:
- verbetering van procedures
- identificatie van valkuilen in juridisch denken en beslissen
,Rechterlijke dwaling
Het onherroepelijk veroordelen van onschuldigen.
- Lucia de Berk, statistisch bewijs, keten/schakelbewijs, veroordeelt door misdrijf
helemaal niet gepleegd
- Kees Borstboom, schiedammer parkmoord, rechterlijke dwaling, veroordeelt door
misdrijf door ander gepleegd
Rosmalense flatmoord
Onderzoeksmethoden
- reconstructie van zaken
- dossieronderzoek
- observatie
- vragenlijsten
Vooral veel experimenteel onderzoek
Elisabeth Loftus
- geheugen en invloed van suggestie
- hoe hard reden auto’s toen ze tegen elkaar knalden km/h
Waarom relevant voor rechtspraktijk?
- verhoor, sturing door middel van woordkeuze
???
Groepsprocessen
Confor m iteit/com pliance → Asch experiment, kiezen lijnen
Experimentele opzet:
- groepen 4-10 personen waaronder 1 onwetende proefpersoon
Fout antwoord:
- in controle-conditie: 1%
- in experimentele conditie: 37%
Bij compliance geef je het antwoord dat aansluit bij het groepsstandpunt.
, Experiment relevant voor rechtspraktijk?
- over tunnelvisie
- denken en beslissen groepen in SR, bijv:
- TGO / Raadkamer / getuigen / slachtoffers
Beslissingsmodel materiële vragen 350 SR
1. is het tenlastegelegde bewezen?
2. welk strafbaar feit levert dit op?
3. zijn feit en verdachte strafbaar?
4. welke straf of maatregel moet volgen?
Strikt discrete beslissing
of wel
of niet … bewezen
Gebaseerd op overtuiging door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen uitkomen (338 SV).
Overtuiging van de rechter
- een gevoel … opgewekt door het bewijs
- een overtuiging is iets subjectiefs
Rechter veroordeelt onschuldigen → foutpositief
Rechter veroordeelt niet de schuldige → foutnegatief
Typen fouten en eisen aan besliscriterium
Hogere eisen:
- meer schuldigen vrij, minder onschuldigen veroordeelt
Lagere eisen:
- minder schuldigen vrij, meer onschuldigen veroordeelt
Ene bewijs draagt sterker bij aan overtuiging van rechter dan het andere = ene bewijs maakt
een adequater onderscheid tussen schuldigen en onschuldigen dan het andere.
- bewijswaarde verschil
- diagnostische waarde van bewijs verschilt
Hoe sterk is bewijs?