, 20 open vragen
Hoofdstuk 1 – Bedrijfseconomische basis
1.1 Kosten, opbrengsten en winst
Vraag 1
Leg het verschil uit tussen kosten en opbrengsten. Waarom leidt een stijging van de opbrengsten niet
automatisch tot een hogere winst?
Vraag 2
Een onderneming heeft €480.000 aan opbrengsten en €395.000 aan kosten. Bereken het resultaat en leg uit wat
de uitkomst bedrijfseconomisch betekent.
Vraag 3
Een onderneming verhoogt haar verkoopprijzen met 8%, terwijl het verkoopvolume met 5% daalt. Leg uit welke
factoren bepalen of het resultaat hierdoor verbetert.
Vraag 4
Waarom is het voor bedrijfseconomische besluitvorming belangrijk om onderscheid te maken tussen kosten die
daadwerkelijk aan een periode of product zijn toe te rekenen en kasuitgaven?
1.2 Omzet en resultaat
Vraag 5
Een onderneming verkoopt 12.500 producten voor gemiddeld €36 per stuk. De totale kosten bedragen €385.000.
Bereken de omzet en het resultaat.
Vraag 6
Leg het verschil uit tussen omzet, brutomarge en nettowinst. Waarom kunnen twee ondernemingen met dezelfde
omzet toch sterk verschillende resultaten behalen?
Vraag 7
De omzet van een onderneming stijgt van €750.000 naar €825.000, terwijl de winst stijgt van €60.000 naar
€66.000. Bereken voor beide jaren de winstmarge en interpreteer de ontwikkeling.
Vraag 8
Een manager stelt: “Als de omzet stijgt, is het bedrijf financieel automatisch gezonder.” Beoordeel deze
uitspraak en geef minimaal twee bedrijfseconomische argumenten.
Hoofdstuk 2 – Kostenstructuur en kostprijs
2.1 Vaste en variabele kosten
Vraag 9
Leg het verschil uit tussen vaste en variabele kosten. Geef van beide kostensoorten een bedrijfseconomisch
voorbeeld.
Vraag 10
Een onderneming heeft jaarlijks €240.000 vaste kosten. De variabele kosten bedragen €18 per product. Bij een
productie van 20.000 producten worden de totale kosten berekend. Bereken de totale kosten en de gemiddelde
kostprijs per product.
Vraag 11
Leg uit waarom de gemiddelde vaste kosten per product dalen wanneer de productieomvang toeneemt, terwijl
de totale vaste kosten gelijk blijven.