SCHRIFTELIJKE COMMUNICATIE
TOOLS
https://www.hogeschooltaal.nl/
www.schrijfassistent.be
chat GPT
www.woordenlijst.org
www.vandale.be
cursivering of aanhalingstekens
U kan alles nog eens nalezen op de website van ‘De Standaard’.
U kan alles nog eens nalezen op de website van De Standaard.
U kan alles nog eens nalezen op de website van De Standaard. (dmv hoofdletters ook voldoende duidelijk)
verticaal weven:
- eenzelfde element laten terugkomen
- terugkerend element staat vooraan id zin = geen extra aandacht
- gebruik: uitleggen v defenities en begrippen
horizontaal weven:
- bij elke nieuwe zin een stuk informatie laten terugkomen vd vorige zin + nieuwe info toevoegen
- de nieuwe info staat achteraan de zin = extra aandacht
- gebruik: opbouwen ve redenering
CHECKLIST & INHOUD (krijg je oh examen)
STIJL CORRECT TAALGEBRUIK SPELLING
consequent werkwoordstijd contaminatie werkwoorden (d - t - dt)
consequent u - je dubbele ontkenning aaneenschrijven
overbodige woorden: verwijswoorden - voornaamwoorden koppelteken - liggend streepje
bijv. nw - bijwoorden - hulp ww
naamwoordstijl verbuigen v adjectieven deelteken - trema
lange zinnen beknopte en betrekkelijke bijzin tussenklank -n
passieve zinnen (≠ men) discongruentie tussenklank -s
voorzetselketens samentrekkingen accenttekens
archaïsmen werkwoordelijke eindgroep weglatingsteken (‘)
gelijkluidende woorden inversie vreemde woorden
pleonasme - tautologie pleonasme - tautologie meervoudsvormen
vreemde woorden vreemde woorden verkleinwoorden
tangconstructie tangconstructie hoofdletters
voorzetsels afkortingen
oude naamvalsvormen leestekens
LA - Schriftelijke Communicatie 1
,SPELLING | D - T - DT?
TEGENWOORDIGE TIJD = stam + t
ik studeer studeer ik? ik vind vind ik?
jij studeert studeer jij? jij vindt vind jij?
hij studeert studeert hij? hij vindt vindt hij? = 3e pers. enk: hij/zij/het
‘je’ als bezittelijk voornaamwoord: Wordt je vriendje dan toch piloot? (jouw vriend)
‘je’ als meewerkend voorwerp: Op het examen wordt je gevraagd om… (er wordt gevraagd)
naar verluidt (= naar het verluidt) IMPERATIEF = gebiedende wijs
bv. Kom hier! Word volwassen!
VERLEDEN TIJD = stam + te | stam + de
imp. gevolgd door ‘u’ als ond.
’t kofschip (of stemloze medeklinkers) = stam + te = +t -> meldt u zich
missen miste -> denkt u rustig na
lokken lokte -> loopt u door
wachten wachtte ‘u’ als wederkerend vnw ≠ +t
= u kan vervangen w door uzelf
≠ ’t kofschip (of stemhebbende medeklinker) of klinker = stam + de -> wind u(zelf) nt zo op
branden brandde -> hoed u(zelf) voor
huilen huilde -> meld u(zelf) aan
skiën skiede verouderde vorm imperatief
= bijbelteksten - volksliedjes
VOLTOOID DEELWOORD = (ge) + stam + t | (ge) + stam + d
-> komt allen tezamen
’t kofschip (of stemloze) = (ge) + stam + t -> bezint eer ge begint
missen gemist
lokken gelokt UITZONDERINGEN
wachten gewacht u + hulp ww = ‘je-vorm’ gebruiken
-> u hebt - u kunt - u mag
≠ ’t kofschip (of stemhebbende) of klinker = (ge) + stam + d
-> u wilt - u bent - u zult - u zou
branden gebrand
hij wil (≠ hij wilt)
huilen gehuild
je zult - je wilt - je kunt = normaal
skiën geskied
indien ‘je’ = men: dan:
VOLTOOID DEELWOORD ALS ADJECTIEF - je zal het maar meemaken
-en = zelfde schrijfwijze behouden - je bent jong en je wil wat
- je kan maar beter goed
bv. het brood is gebakken -> het gebakken brood
verzekerd zijn
-t / -d = +e | bv. het schip is gestrand -> het gestrande schip
-> korte klank = medeklinker verdubbelen | bv. de mannen zijn uitgeput -> de uitgeputte mannen
-> lange klank = slechts 1 klinkerteken behouden | bv. ik heb de foto vergroot -> de vergrote foto
LA - Schriftelijke Communicatie 2
,WOORDSOORTEN
WERKWOORDEN
hoofdwerkwoord
- koppelwerkwoorden: zeggen meer over het onderwerp
-> zijn - worden - blijven - blijken - lijken - schijnen - heten - dunken - voorkomen
= vervangbaar door: zijn / worden (zwobbels + hdv)
- zelfstandige werkwoorden: heeft betekenis op zichzelf
bv. ik heb thee gedronken meest voorkomende hulp ww:
vd - zww zijn - worden - hebben - kunnen
hulpwerkwoord mogen - moeten - willen - zullen
= om zelfst ww of koppelww te ondersteunen | bv: ik heb thee gedronken doen - laten - komen - gaan
pv - huww blijven - zien - …
scheidbare en nt-scheidbare ww
= samengesteld ww | bv. uitlachen (uit + lachen zijn aparte bestaande woorden)
- scheidbare: de samenstelling kan scheiden id zin
-> ze lachten mij uit | ze hebben mij uitgelachen
- nt-scheidbare: de samenstelling blijft samen id zin persoonsvorm - pv
-> hij stofzuigt | hij heeft gisteren gestofzuigd (≠ stof gezogen) = vervoeging | bv. hij fluit
wederkerende ww infinitief = nt vervoegde vorm
= ww met wederkerend voornaamwoord: me, je zich, ons bv. fluiten
bv. hij haastte zich | je stelt je aan
voltooid deelwoord: gefloten
8 werkwoordstijden onvoltooid deelwoord: fluitend
- onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ze studeert
- onvoltooid verleden tijd (ovt) ze studeerde
- voltooid tegenwoordige tijd (vtt) ze heeft gestudeerd
- voltooid verleden tijd (vvt) ze had gestudeerd
- onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) ze zal studeren
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) ze zal gestudeerd hebben
- onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) ze zou studeren
- voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) ze zou gestudeerd hebben
GRONDWOORD - SAMENSTELLING - AFLEIDING
grondwoord: zee | school
samenstelling: zeehondenopvang | derdewereldland | A4-blad
afleiding: - verkleiningen: gsm’etje
- meervouden: baby’s
- vervoegingen: gestudeerd
LA - Schriftelijke Communicatie 3
, LIDWOORD
bepaald lidwoord: - de: voor m/v zelfstandige naamwoorden | de lerares - de journalist
- het: voor onzijdige zelfstandige naamwoorden | het bureau
onbepaald lidwoord: een
versteende uitdrukkingen: ’s middags | in den beginne | ten langen leste
ZELFSTANDIG NAAMWOORD | SUBSTANTIEF
= alle namen van mensen, dieren, dingen
soortnamen: je kan er een lidw. voor plaatsen, meervoud v maken en meestal ook verkleinwoord
bv. de tafel - 3 tafels - een tafeltje
eigennamen: specifieke namen - herkenbaar aan hoofdletter - bv. Pieter, Oostende, Telenet
BIJVOEGLIJK NAAMWOORD | ADJECTIEF TRAPPEN V VERGELIJKING
= zeggen iets over het zelfst. nw - stellende of positief: groot
- staat net voor het zelfst. nw of na een koppelww - vergelijkende of comparatief: groter
bv. de ijverige marketeer | Jan is groot - overtreffende of superlatief: grootst
- bijv nw als zelfst nw: - de groenen zijn tegen kernenergie - uitzonderingen:
- het goede en het kwade goed - beter - best
veel - meer - meest
weinig - minder - minst
BIJWOORD
graag - liever - liefst
= zeggen iets over een element id zin dat geen zelfst nw is
bv. Marieke kan vlot lezen | Drink je liever koffie?
- bijwoord v plaats: daar - ergens - opzij - bergop
- bijwoord v tijd: wanneer - hoelang - pas - vandaag
- bijwoord v frequentie: soms - dikwijls - telkens - doorgaans
- bijwoord v wijze: zo - aldus - hoe - anders - graag
- bijwoord v ontkenning: niet - geen
- voornaamwoordelijk bijwoord: combinatie v bijwoorden: er - hier - daar - waar + voorzetsel
bv. denk eraan | je mag ervan uitgaan | hij knijpt ertussenuit | waardoor laat jij je beïnvloeden
TELWOORD
= staat op de 2e plaats, voor het bijvoegelijk naamwoord | bv. De drie beste studenten krijgen een prijs.
- hoofdtelwoord: geven getal aan | bv. 5 - veel
- rangtelwoord: geven rang aan | bv. tweede - laatste
- bepaald telwoord: nauwkeurig | bv. Ik vraag het voor de duizendste keer - Ik geef je zeven rozen
- onbepaald telwoord: nt nauwkeurig | bv. Ik heb weinig vertrouwen in die man - Hoeveel uur heb je gewerkt?
LA - Schriftelijke Communicatie 4
TOOLS
https://www.hogeschooltaal.nl/
www.schrijfassistent.be
chat GPT
www.woordenlijst.org
www.vandale.be
cursivering of aanhalingstekens
U kan alles nog eens nalezen op de website van ‘De Standaard’.
U kan alles nog eens nalezen op de website van De Standaard.
U kan alles nog eens nalezen op de website van De Standaard. (dmv hoofdletters ook voldoende duidelijk)
verticaal weven:
- eenzelfde element laten terugkomen
- terugkerend element staat vooraan id zin = geen extra aandacht
- gebruik: uitleggen v defenities en begrippen
horizontaal weven:
- bij elke nieuwe zin een stuk informatie laten terugkomen vd vorige zin + nieuwe info toevoegen
- de nieuwe info staat achteraan de zin = extra aandacht
- gebruik: opbouwen ve redenering
CHECKLIST & INHOUD (krijg je oh examen)
STIJL CORRECT TAALGEBRUIK SPELLING
consequent werkwoordstijd contaminatie werkwoorden (d - t - dt)
consequent u - je dubbele ontkenning aaneenschrijven
overbodige woorden: verwijswoorden - voornaamwoorden koppelteken - liggend streepje
bijv. nw - bijwoorden - hulp ww
naamwoordstijl verbuigen v adjectieven deelteken - trema
lange zinnen beknopte en betrekkelijke bijzin tussenklank -n
passieve zinnen (≠ men) discongruentie tussenklank -s
voorzetselketens samentrekkingen accenttekens
archaïsmen werkwoordelijke eindgroep weglatingsteken (‘)
gelijkluidende woorden inversie vreemde woorden
pleonasme - tautologie pleonasme - tautologie meervoudsvormen
vreemde woorden vreemde woorden verkleinwoorden
tangconstructie tangconstructie hoofdletters
voorzetsels afkortingen
oude naamvalsvormen leestekens
LA - Schriftelijke Communicatie 1
,SPELLING | D - T - DT?
TEGENWOORDIGE TIJD = stam + t
ik studeer studeer ik? ik vind vind ik?
jij studeert studeer jij? jij vindt vind jij?
hij studeert studeert hij? hij vindt vindt hij? = 3e pers. enk: hij/zij/het
‘je’ als bezittelijk voornaamwoord: Wordt je vriendje dan toch piloot? (jouw vriend)
‘je’ als meewerkend voorwerp: Op het examen wordt je gevraagd om… (er wordt gevraagd)
naar verluidt (= naar het verluidt) IMPERATIEF = gebiedende wijs
bv. Kom hier! Word volwassen!
VERLEDEN TIJD = stam + te | stam + de
imp. gevolgd door ‘u’ als ond.
’t kofschip (of stemloze medeklinkers) = stam + te = +t -> meldt u zich
missen miste -> denkt u rustig na
lokken lokte -> loopt u door
wachten wachtte ‘u’ als wederkerend vnw ≠ +t
= u kan vervangen w door uzelf
≠ ’t kofschip (of stemhebbende medeklinker) of klinker = stam + de -> wind u(zelf) nt zo op
branden brandde -> hoed u(zelf) voor
huilen huilde -> meld u(zelf) aan
skiën skiede verouderde vorm imperatief
= bijbelteksten - volksliedjes
VOLTOOID DEELWOORD = (ge) + stam + t | (ge) + stam + d
-> komt allen tezamen
’t kofschip (of stemloze) = (ge) + stam + t -> bezint eer ge begint
missen gemist
lokken gelokt UITZONDERINGEN
wachten gewacht u + hulp ww = ‘je-vorm’ gebruiken
-> u hebt - u kunt - u mag
≠ ’t kofschip (of stemhebbende) of klinker = (ge) + stam + d
-> u wilt - u bent - u zult - u zou
branden gebrand
hij wil (≠ hij wilt)
huilen gehuild
je zult - je wilt - je kunt = normaal
skiën geskied
indien ‘je’ = men: dan:
VOLTOOID DEELWOORD ALS ADJECTIEF - je zal het maar meemaken
-en = zelfde schrijfwijze behouden - je bent jong en je wil wat
- je kan maar beter goed
bv. het brood is gebakken -> het gebakken brood
verzekerd zijn
-t / -d = +e | bv. het schip is gestrand -> het gestrande schip
-> korte klank = medeklinker verdubbelen | bv. de mannen zijn uitgeput -> de uitgeputte mannen
-> lange klank = slechts 1 klinkerteken behouden | bv. ik heb de foto vergroot -> de vergrote foto
LA - Schriftelijke Communicatie 2
,WOORDSOORTEN
WERKWOORDEN
hoofdwerkwoord
- koppelwerkwoorden: zeggen meer over het onderwerp
-> zijn - worden - blijven - blijken - lijken - schijnen - heten - dunken - voorkomen
= vervangbaar door: zijn / worden (zwobbels + hdv)
- zelfstandige werkwoorden: heeft betekenis op zichzelf
bv. ik heb thee gedronken meest voorkomende hulp ww:
vd - zww zijn - worden - hebben - kunnen
hulpwerkwoord mogen - moeten - willen - zullen
= om zelfst ww of koppelww te ondersteunen | bv: ik heb thee gedronken doen - laten - komen - gaan
pv - huww blijven - zien - …
scheidbare en nt-scheidbare ww
= samengesteld ww | bv. uitlachen (uit + lachen zijn aparte bestaande woorden)
- scheidbare: de samenstelling kan scheiden id zin
-> ze lachten mij uit | ze hebben mij uitgelachen
- nt-scheidbare: de samenstelling blijft samen id zin persoonsvorm - pv
-> hij stofzuigt | hij heeft gisteren gestofzuigd (≠ stof gezogen) = vervoeging | bv. hij fluit
wederkerende ww infinitief = nt vervoegde vorm
= ww met wederkerend voornaamwoord: me, je zich, ons bv. fluiten
bv. hij haastte zich | je stelt je aan
voltooid deelwoord: gefloten
8 werkwoordstijden onvoltooid deelwoord: fluitend
- onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) ze studeert
- onvoltooid verleden tijd (ovt) ze studeerde
- voltooid tegenwoordige tijd (vtt) ze heeft gestudeerd
- voltooid verleden tijd (vvt) ze had gestudeerd
- onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) ze zal studeren
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) ze zal gestudeerd hebben
- onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) ze zou studeren
- voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) ze zou gestudeerd hebben
GRONDWOORD - SAMENSTELLING - AFLEIDING
grondwoord: zee | school
samenstelling: zeehondenopvang | derdewereldland | A4-blad
afleiding: - verkleiningen: gsm’etje
- meervouden: baby’s
- vervoegingen: gestudeerd
LA - Schriftelijke Communicatie 3
, LIDWOORD
bepaald lidwoord: - de: voor m/v zelfstandige naamwoorden | de lerares - de journalist
- het: voor onzijdige zelfstandige naamwoorden | het bureau
onbepaald lidwoord: een
versteende uitdrukkingen: ’s middags | in den beginne | ten langen leste
ZELFSTANDIG NAAMWOORD | SUBSTANTIEF
= alle namen van mensen, dieren, dingen
soortnamen: je kan er een lidw. voor plaatsen, meervoud v maken en meestal ook verkleinwoord
bv. de tafel - 3 tafels - een tafeltje
eigennamen: specifieke namen - herkenbaar aan hoofdletter - bv. Pieter, Oostende, Telenet
BIJVOEGLIJK NAAMWOORD | ADJECTIEF TRAPPEN V VERGELIJKING
= zeggen iets over het zelfst. nw - stellende of positief: groot
- staat net voor het zelfst. nw of na een koppelww - vergelijkende of comparatief: groter
bv. de ijverige marketeer | Jan is groot - overtreffende of superlatief: grootst
- bijv nw als zelfst nw: - de groenen zijn tegen kernenergie - uitzonderingen:
- het goede en het kwade goed - beter - best
veel - meer - meest
weinig - minder - minst
BIJWOORD
graag - liever - liefst
= zeggen iets over een element id zin dat geen zelfst nw is
bv. Marieke kan vlot lezen | Drink je liever koffie?
- bijwoord v plaats: daar - ergens - opzij - bergop
- bijwoord v tijd: wanneer - hoelang - pas - vandaag
- bijwoord v frequentie: soms - dikwijls - telkens - doorgaans
- bijwoord v wijze: zo - aldus - hoe - anders - graag
- bijwoord v ontkenning: niet - geen
- voornaamwoordelijk bijwoord: combinatie v bijwoorden: er - hier - daar - waar + voorzetsel
bv. denk eraan | je mag ervan uitgaan | hij knijpt ertussenuit | waardoor laat jij je beïnvloeden
TELWOORD
= staat op de 2e plaats, voor het bijvoegelijk naamwoord | bv. De drie beste studenten krijgen een prijs.
- hoofdtelwoord: geven getal aan | bv. 5 - veel
- rangtelwoord: geven rang aan | bv. tweede - laatste
- bepaald telwoord: nauwkeurig | bv. Ik vraag het voor de duizendste keer - Ik geef je zeven rozen
- onbepaald telwoord: nt nauwkeurig | bv. Ik heb weinig vertrouwen in die man - Hoeveel uur heb je gewerkt?
LA - Schriftelijke Communicatie 4