H16: macro-economische analyse:
Wat en waarom?
Micro-economie:
- Bouwstenen van gedragsmodellen zijn individuele economische agenten
- Voor marktvraag en – aanbod: gevraagde of aangeboden hoeveelheden van
individuen optellen
- Partiële analyse van een markt
Macro-economie
- Geaggregeerd niveau, zoals output, totale tewerkstelling, werkloosheid of prijs van
geheel van internationaal verhandelde goederen en diensten
- Geheel is meer dan samenstellende delen
- Band tussen markt finale goederen en productiefactoren
- Gebruik van geld
- Coördinatieproblemen
De economische kringloop en de wet van Say
Macro-economie probeert te begrijpen hoe de som van al die transacties samen
evolueert en verandert
De som van alle transacties in de markt voor finale goederen en diensten, met pi
en qi resp. de prijs en de hoeveelheid van het goed i
Finaal = goederen en diensten die niet verder in het productieproces verwerkt worden
- Economische kringloop
, - Inkomen = toegevoegde waarde creëren = waarde finale goederen en
diensten
- Waarom volstaat optelsom niet voor macro-economie?
we focussen ons op de bovenkant van de kringloop en dat is de
arbeidsmarkt , op die markt treden de gezinnen op als aanbieders van de
arbeid en zijn de bedrijven de vragers
De totale opbrengst PQ = de loonsom die de werknemers ontvangen
- Aan productiestroom (benedenloop) beantwoordt een inkomensstroom die
terechtkomt bij consumenten (bovenloop)
- Gezinnen consumeren inkomen of sparen
- Stel: prijsstijging finale goederen en diensten
- P zal ook stijgen
- Effect op Q is onzeker
- Wet van Say: elk aanbod creëert zijn eigen vraag
Terugkoppelingseffecten die ontsnappen aan micro-economie
- Consumenten spenderen niet hele inkomen, maar sparen
- Daardoor wordt deel van het inkomen onttrokken aan de goederen-en
dienstenkringloop tussen gezinnen en bedrijven
er ontstaat een lek:
- Spaarlek
- Buitenland
- = bron van macro-economisch onevenwicht
Geldkringloop:
dit is de buitenste kringloop van de figuur
- Aan een kringloop van goederen en dienste beantwoord een geldkringloop
- Geldhoeveelheid M (= voorraadvariabele)
Wat en waarom?
Micro-economie:
- Bouwstenen van gedragsmodellen zijn individuele economische agenten
- Voor marktvraag en – aanbod: gevraagde of aangeboden hoeveelheden van
individuen optellen
- Partiële analyse van een markt
Macro-economie
- Geaggregeerd niveau, zoals output, totale tewerkstelling, werkloosheid of prijs van
geheel van internationaal verhandelde goederen en diensten
- Geheel is meer dan samenstellende delen
- Band tussen markt finale goederen en productiefactoren
- Gebruik van geld
- Coördinatieproblemen
De economische kringloop en de wet van Say
Macro-economie probeert te begrijpen hoe de som van al die transacties samen
evolueert en verandert
De som van alle transacties in de markt voor finale goederen en diensten, met pi
en qi resp. de prijs en de hoeveelheid van het goed i
Finaal = goederen en diensten die niet verder in het productieproces verwerkt worden
- Economische kringloop
, - Inkomen = toegevoegde waarde creëren = waarde finale goederen en
diensten
- Waarom volstaat optelsom niet voor macro-economie?
we focussen ons op de bovenkant van de kringloop en dat is de
arbeidsmarkt , op die markt treden de gezinnen op als aanbieders van de
arbeid en zijn de bedrijven de vragers
De totale opbrengst PQ = de loonsom die de werknemers ontvangen
- Aan productiestroom (benedenloop) beantwoordt een inkomensstroom die
terechtkomt bij consumenten (bovenloop)
- Gezinnen consumeren inkomen of sparen
- Stel: prijsstijging finale goederen en diensten
- P zal ook stijgen
- Effect op Q is onzeker
- Wet van Say: elk aanbod creëert zijn eigen vraag
Terugkoppelingseffecten die ontsnappen aan micro-economie
- Consumenten spenderen niet hele inkomen, maar sparen
- Daardoor wordt deel van het inkomen onttrokken aan de goederen-en
dienstenkringloop tussen gezinnen en bedrijven
er ontstaat een lek:
- Spaarlek
- Buitenland
- = bron van macro-economisch onevenwicht
Geldkringloop:
dit is de buitenste kringloop van de figuur
- Aan een kringloop van goederen en dienste beantwoord een geldkringloop
- Geldhoeveelheid M (= voorraadvariabele)