Psychologie 2
=> handboek leren
=> kijk document op toledo(afbakening leerstof) voor wat je moet kennen
=> leerdoelen staan in de pwp
ORIENTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
ontwikkelingspsychologie(=levenslooppsychologie)= wetenschappelijke studie naar
patronen van groei, verandering en stabiliteit bij mensen vanaf de conceptie tot helemaal
aan de ouderdom, maar met een accent op de jaren tot de volwassenheid waarin veranderingen elkaar het snelst
opvolgen
1. Reikwijdte van het vakgebied
- de ontwikkeling volgt de rode pijl in de hersenen
Domeinen van ontwikkeling
Fysieke ontwikkeling: Veranderingen in het lichaam, zoals hersenen, zenuwstelsel, spieren,
zintuigen en motoriek. Bijvoorbeeld de seksuele rijping en het groeitempo.
Cognitieve ontwikkeling: De ontwikkeling van intellectuele vermogens, zoals denken, leren,
geheugen en probleemoplossing.
Sociaal-emotioneel: Hoe mensen relaties aangaan, emoties reguleren en sociale interacties
ontwikkelen.
Persoonlijkheidsontwikkeling: Hoe karaktereigenschappen zich ontwikkelen en mensen van
elkaar onderscheiden, inclusief morele ontwikkeling.
1
,Multidisciplinair vakgebied
Ontwikkelingspsychologie is een multidisciplinair vakgebied. Het combineert inzichten van
onder andere psychologen, pedagogen, genetici en artsen. Daarnaast is het relevant in
verschillende beroepen, zoals onderwijs, gezondheidszorg, sociaal werk en
bedrijfsmanagement.
Menselijke ontwikkeling wordt beïnvloed door diverse factoren:
Normatieve gebeurtenissen (gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen in een groep
op dezelfde manier voltrekken):
Leeftijdsgebonden invloeden: Veranderingen die iedereen van een bepaalde leeftijd ervaart,
zoals bv. de puberteit
Historisch bepaalde invloeden (cohorteffecten): Ervaringen die een generatie deelt door een
historische gebeurtenis, zoals opgroeien tijdens een economische crisis.
=> cohort: groep mensen die rond zelfde tijd en zelfde plek zijn geboren
Sociaal-culturele invloeden: Invloeden die verbonden zijn met specifieke sociale of culturele
groepen, bijvoorbeeld opgroeien in een collectivistische of individualistische cultuur, maar
ook sociale klasse, etnische afkomst
Niet-normatieve gebeurtenissen (unieke gebeurtenissen die individuen meemaken):
Bijvoorbeeld het winnen van een nationale sportwedstrijd
FYSIEKE ONTWIKKELING IN DE BABYTIJD
1. Fysieke groei => dia niet kennen met gewichten en lengtes
4 principes van groei
1. Cefalocaudaal principe ( cefalo is al ontwikkeld maar caudaal nog niet)
- van boven naar beneden
- eerst hoofd dan romp, eerst benen dan voeten
2. Proximodistaal principe
- vanuit het centrum naar buiten
- eerst romp dan ledematen, eerst armen, dan handen
3. Principe hiërarchische itegratie
- van eenvouding naar complex
-eerst afzonderlijke vingerbewegingen, dan grijpen
2
, 4. Principe van onafhankelijkheid van systemen
- verschillende systemen kennen een verschillend groeitempo
-lichaamsomvang, zenuwstelsel en seksuele rijpheid kennen verschillende
groeipatronen
2. Motorische ontwikkeling
Reflexen
Reflexen zijn niet-aangeleerde, gestructureerde, onvrijwillige reacties die belangrijk zijn voor
het overleven, de sociale interactie en diagnostische doeleinden. Ze verdwijnen meestal na
verloop van tijd wanneer het kind meer controle krijgt over zijn motoriek.
Belangrijke reflexen:
Zuigreflex: Zuigen bij aanraking van de lippen. Belangrijk voor voeding.
Moro-reflex (schrikreflex): Armen spreiden en sluiten bij een plotselinge beweging of
hard geluid.
Grijpreflex (palmaire reflex): Handjes sluiten zich om een vinger of object dat de
handpalm raakt.
Stapreflex: Baby maakt 'stapbewegingen' als de voeten een harde ondergrond raken.
Knipperreflex: Beschermt de ogen tegen fel licht of een plotselinge beweging. Deze
reflex blijft levenslang bestaan.
Wat gebeurt er daarna?
De meeste reflexen verdwijnen in de loop van de eerste maanden omdat ze worden
vervangen door vrijwillige bewegingen, de baby’s beginnen controle te krijgen over
hun motoriek
Reflexen die blijven, zoals de knipperreflex, blijven een beschermende functie
behouden.
Belangrijkste mijlpalen in de grofmotorische ontwikkeling
De grofmotorische ontwikkeling omvat grote bewegingen waarbij armen, benen en romp
betrokken zijn.
Zitten zonder steun: Rond de 6 maanden.
Kruipen: Tussen de 6 en 10 maanden.
Lopen zonder steun: Rond 1 jaar
Deze mijlpalen zijn gemiddelden; individuele verschillen en culturele invloeden kunnen
zorgen voor variaties in de ontwikkelingssnelheid
3
=> handboek leren
=> kijk document op toledo(afbakening leerstof) voor wat je moet kennen
=> leerdoelen staan in de pwp
ORIENTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
ontwikkelingspsychologie(=levenslooppsychologie)= wetenschappelijke studie naar
patronen van groei, verandering en stabiliteit bij mensen vanaf de conceptie tot helemaal
aan de ouderdom, maar met een accent op de jaren tot de volwassenheid waarin veranderingen elkaar het snelst
opvolgen
1. Reikwijdte van het vakgebied
- de ontwikkeling volgt de rode pijl in de hersenen
Domeinen van ontwikkeling
Fysieke ontwikkeling: Veranderingen in het lichaam, zoals hersenen, zenuwstelsel, spieren,
zintuigen en motoriek. Bijvoorbeeld de seksuele rijping en het groeitempo.
Cognitieve ontwikkeling: De ontwikkeling van intellectuele vermogens, zoals denken, leren,
geheugen en probleemoplossing.
Sociaal-emotioneel: Hoe mensen relaties aangaan, emoties reguleren en sociale interacties
ontwikkelen.
Persoonlijkheidsontwikkeling: Hoe karaktereigenschappen zich ontwikkelen en mensen van
elkaar onderscheiden, inclusief morele ontwikkeling.
1
,Multidisciplinair vakgebied
Ontwikkelingspsychologie is een multidisciplinair vakgebied. Het combineert inzichten van
onder andere psychologen, pedagogen, genetici en artsen. Daarnaast is het relevant in
verschillende beroepen, zoals onderwijs, gezondheidszorg, sociaal werk en
bedrijfsmanagement.
Menselijke ontwikkeling wordt beïnvloed door diverse factoren:
Normatieve gebeurtenissen (gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen in een groep
op dezelfde manier voltrekken):
Leeftijdsgebonden invloeden: Veranderingen die iedereen van een bepaalde leeftijd ervaart,
zoals bv. de puberteit
Historisch bepaalde invloeden (cohorteffecten): Ervaringen die een generatie deelt door een
historische gebeurtenis, zoals opgroeien tijdens een economische crisis.
=> cohort: groep mensen die rond zelfde tijd en zelfde plek zijn geboren
Sociaal-culturele invloeden: Invloeden die verbonden zijn met specifieke sociale of culturele
groepen, bijvoorbeeld opgroeien in een collectivistische of individualistische cultuur, maar
ook sociale klasse, etnische afkomst
Niet-normatieve gebeurtenissen (unieke gebeurtenissen die individuen meemaken):
Bijvoorbeeld het winnen van een nationale sportwedstrijd
FYSIEKE ONTWIKKELING IN DE BABYTIJD
1. Fysieke groei => dia niet kennen met gewichten en lengtes
4 principes van groei
1. Cefalocaudaal principe ( cefalo is al ontwikkeld maar caudaal nog niet)
- van boven naar beneden
- eerst hoofd dan romp, eerst benen dan voeten
2. Proximodistaal principe
- vanuit het centrum naar buiten
- eerst romp dan ledematen, eerst armen, dan handen
3. Principe hiërarchische itegratie
- van eenvouding naar complex
-eerst afzonderlijke vingerbewegingen, dan grijpen
2
, 4. Principe van onafhankelijkheid van systemen
- verschillende systemen kennen een verschillend groeitempo
-lichaamsomvang, zenuwstelsel en seksuele rijpheid kennen verschillende
groeipatronen
2. Motorische ontwikkeling
Reflexen
Reflexen zijn niet-aangeleerde, gestructureerde, onvrijwillige reacties die belangrijk zijn voor
het overleven, de sociale interactie en diagnostische doeleinden. Ze verdwijnen meestal na
verloop van tijd wanneer het kind meer controle krijgt over zijn motoriek.
Belangrijke reflexen:
Zuigreflex: Zuigen bij aanraking van de lippen. Belangrijk voor voeding.
Moro-reflex (schrikreflex): Armen spreiden en sluiten bij een plotselinge beweging of
hard geluid.
Grijpreflex (palmaire reflex): Handjes sluiten zich om een vinger of object dat de
handpalm raakt.
Stapreflex: Baby maakt 'stapbewegingen' als de voeten een harde ondergrond raken.
Knipperreflex: Beschermt de ogen tegen fel licht of een plotselinge beweging. Deze
reflex blijft levenslang bestaan.
Wat gebeurt er daarna?
De meeste reflexen verdwijnen in de loop van de eerste maanden omdat ze worden
vervangen door vrijwillige bewegingen, de baby’s beginnen controle te krijgen over
hun motoriek
Reflexen die blijven, zoals de knipperreflex, blijven een beschermende functie
behouden.
Belangrijkste mijlpalen in de grofmotorische ontwikkeling
De grofmotorische ontwikkeling omvat grote bewegingen waarbij armen, benen en romp
betrokken zijn.
Zitten zonder steun: Rond de 6 maanden.
Kruipen: Tussen de 6 en 10 maanden.
Lopen zonder steun: Rond 1 jaar
Deze mijlpalen zijn gemiddelden; individuele verschillen en culturele invloeden kunnen
zorgen voor variaties in de ontwikkelingssnelheid
3