MOB 3B HOC
HOC 1: RICHTLIJN NEKPIJN (DEEL 1) + TWK -SCOLIOSE
1.1 INLEIDING
UITGANGSPUNT
® 15% vd Belgen (≥15j) rapporteert nekklachten te hebben gehad in het afgelopen jaar
® Vaker bij vrouwen dan bij mannen
Zie ook WPO LES 3 (Inleidende video CWK)
KNGF-RICHTLIJN
Þ richtlijnen voor P met aspecifieke nekpijn
Þ richtlijnen enkel voor P waarbij nekpijn de primaire klacht is
NEKPIJN (NP)
= pijn ih anatomisch gebied vd nek met of zonder uitstraling naar het hoofd, de romp, en/of de bovenste ledematen
Anatomisch gebied vd nek = grijze regio
- Bovenste grens
o Supra-nuchale lijn
o Protuberentia occip externa
- Onderste grens
o Spina scapula
o Supra sternale notch
o Bovenste rand vd clavicula
® Lifetime-prevalentie: 70%
® In de algemene populatie: na een initiële episode van NP, zal 50-85% vd P met NP opnieuw of
nog steeds NP rapporteren in de daaropvolgende 5 jaar
KNGF-RICHTLIJN NEKPIJN
INDELING VAN NEKPIJN
1. Indeling obv oorzaak
2. Indeling obv tijdslijn
3. Indeling volgens de Neck Pain Task Force
1
,1. Indeling obv oorzaak
Aspecifieke nekpijn:
® Bij 80-90% vd P met nekklachten is er geen aantoonbare stoornis in structuur die met de klachten correleert
® Geen ernstige onderliggende pathologie en exacte oorzaak blijft onduidelijk
o Idiopathische aspecifieke nekpijn
§ o.a. natuurlijke verouderingsprocessen die leiden tot aspecifieke nekpijn
§ (bv. osteofyten t.h.v. facetgewrichten, discusdegeneratie)
o Traumatische oorzaak van aspecifieke nekpijn
§ vb: whiplash
Specifieke nekpijn:
® wel een ernstige onderliggende pathologie - Rode vlaggen
® Specifieke nekklachten tgv bv. fracturen, kanaalstenose, tumoren, dislocatie, …
2. Indeling obv tijdlijn
o Acute nekpijn: < 6 weken
o Subacute nekpijn: 6-12 weken
o Chronische nekpijn: > 12 weken
o Recidiverende nekpijn: recidief na eerste 6w en meerdere recidieven binnen 1j na aanvang 1e klachten
3. Indeling volgens de Neck Pain Task Force
Graad I
= Nekpijn en bijbehorende aandoeningen zonder tekenen of symptomen die kunnen wijzen op grote
structurele pathologie en die niet of nauwelijks invloed hebben op ADL
Graad II
= Nekpijn en bijbehorende aandoeningen zonder tekenen of symptomen die kunnen wijzen op grote
structurele pathologie, maar die wel een forse invloed hebben op ADL.
Graad III
= Nekpijn en bijbehorende aandoeningen zonder tekenen of symptomen die kunnen wijzen op grote
structurele pathologie, maar waarbij wel neurologische symptomen aanwezig zijn
® (bv. ↓ peesreflexen, spierzwakte of sensibiliteitsstoornissen in BL)
Graad IV
= Nekpijn en bijbehorende aandoeningen met tekenen of symptomen die kunnen wijzen op ernstige
structurele pathologie
® (bv. fracturen, vertebrale dislocaties, schade aan het ruggenmerg, infecties, tumoren of systemische ziekten, …)
Verdere differentiatie tussen:
o Werkgerelateerde aspecifieke nekpijn
o Traumagerelateerde aspecifieke (!) nekpijn
Þ er bestaan specifieke risico- en prognostische factoren voor beide populaties
® Algemeen: eerdere episodes, leeftijd, emotionele problemen, lage fysieke BBH
® Werk: hoge werkdruk, weinig hersteltijd, zittende job, repititief werk
2
,PROGNOSE EN BELOOP
Normaal beloop van NP
® 45% pijnreductie
® 45% ↓ id mate van beperkingen in activiteiten en/of participatie id eerste 6w na aanvang vd NP
Afwijkend beloop van NP
® Geen ↓ mate van beperkingen in activiteiten en/of participatie id eerste 6w na aanvang vd NP
® De NP blijft onveranderd of neemt zelfs toe
® Recidiverende NP (RNP) en NP die langer dan 6 weken duurt = NP met een afwijkend beloop
o NP kan fluctueren in ernst
§ Pijn en beperkingen in A en/of P binnen 6w na aanvang vd 1e klachten
= dezelfde nekpijnepisode
§ RNP indien na die 6w een recidief optreedt en er meerdere recidieven zijn
binnen 1 jaar na aanvang vd 1e klachten
Prognostische factoren voor een vertraagd herstel
Groen: Prognostische factoren van psychosociale aard
Þ gele vlaggen !
Þ bekijk video op canvas !
Gele vlaggen
= Risicofactoren van psychosociale aard bij P
= Richting aangevend voor T wat betreft herkenning van risico
op aflopend beloop in de tijd of chroniciteit
ledere patiënt screenen voor gele vlaggen = standaard onderdeel anamnese
Prognostische factoren van psychosociale aard dragen in grotere
mate bij aan een slechte prognose dan fysieke factoren
Algemene populatie
o Psychosociale stress
o Pijngerelateerde angst / vermijdingsgedrag
o Passieve copingstijl
o Noodzaak om sociaal te zijn
o Weinig sociale steun
o Voorgeschiedenis andere MSK aandoeningen
o Hogere leeftijd (>50 jaar)
o Regelmatig fietsen
Werkgerelateerde nekpijn:
o Voorgeschiedenis andere MSK aandoeningen
o Eerdere episode van nekpijn
o Hoge werkeisen (zich moeten haasten, multitasken, vaak onderbroken w tijdens werk)
o Weinig invloed hebben op eigen werk
3
, Traumagerelateerde nekpijn:
o Prognostische factoren voor vertraagd herstel:
o Hoge pijnintensiteit (>55/100 op VAS of NPRS)
o Ernstige nekgerelateerde beperkingen in activiteiten (>15/50 op Neck Disability Index, NDI)
o PTS symptomen bij aanvang
o Catastroferen
o Overgevoeligheid voor kou
o Hyperalgesie
o Voorgeschiedenis andere MSK aandoeningen
o Passieve copingstijl
o Angst
o Depressie
DIAGNOSTISCH PROCES
STAP 1: bepalen of er een indicatie is voor therapie?
® Graad IV uitsluiten: afwezigheid van ernstige pathologie
® Anamnese + screening: rode vlaggen + tractusanamnese
Þ Vaststellen nekpijn graad IV: geen indicatie kinesitherapie → doorverwijzen!
Þ Uitsluiten nekpijn graad IV: uitsluiten/vaststellen nekpijn graad III en/of differentiëren tss nekpijn graad I en II
Graad IV: rode vlaggen
Werd niet in detail bekeken
Verdere (praktische) uitdieping tijdens WPO-lessen
Indien indicatie voor therapie: verdere anamnese (eerst voor graad 3)
Graad III:
® sensorische symptomen in de arm
o paresthesieën, gevoelloosheid, verminderde tastzin
o beperkte cervicale RoM, gedefinieerd als een rotatie < 60 graden of een beperkte en pijnlijke rotatie
o verminderde spierkracht of spiercontrole
o uitstralende pijn in de arm
Þ deze moet je bevragen tijdens de anamnese
4
HOC 1: RICHTLIJN NEKPIJN (DEEL 1) + TWK -SCOLIOSE
1.1 INLEIDING
UITGANGSPUNT
® 15% vd Belgen (≥15j) rapporteert nekklachten te hebben gehad in het afgelopen jaar
® Vaker bij vrouwen dan bij mannen
Zie ook WPO LES 3 (Inleidende video CWK)
KNGF-RICHTLIJN
Þ richtlijnen voor P met aspecifieke nekpijn
Þ richtlijnen enkel voor P waarbij nekpijn de primaire klacht is
NEKPIJN (NP)
= pijn ih anatomisch gebied vd nek met of zonder uitstraling naar het hoofd, de romp, en/of de bovenste ledematen
Anatomisch gebied vd nek = grijze regio
- Bovenste grens
o Supra-nuchale lijn
o Protuberentia occip externa
- Onderste grens
o Spina scapula
o Supra sternale notch
o Bovenste rand vd clavicula
® Lifetime-prevalentie: 70%
® In de algemene populatie: na een initiële episode van NP, zal 50-85% vd P met NP opnieuw of
nog steeds NP rapporteren in de daaropvolgende 5 jaar
KNGF-RICHTLIJN NEKPIJN
INDELING VAN NEKPIJN
1. Indeling obv oorzaak
2. Indeling obv tijdslijn
3. Indeling volgens de Neck Pain Task Force
1
,1. Indeling obv oorzaak
Aspecifieke nekpijn:
® Bij 80-90% vd P met nekklachten is er geen aantoonbare stoornis in structuur die met de klachten correleert
® Geen ernstige onderliggende pathologie en exacte oorzaak blijft onduidelijk
o Idiopathische aspecifieke nekpijn
§ o.a. natuurlijke verouderingsprocessen die leiden tot aspecifieke nekpijn
§ (bv. osteofyten t.h.v. facetgewrichten, discusdegeneratie)
o Traumatische oorzaak van aspecifieke nekpijn
§ vb: whiplash
Specifieke nekpijn:
® wel een ernstige onderliggende pathologie - Rode vlaggen
® Specifieke nekklachten tgv bv. fracturen, kanaalstenose, tumoren, dislocatie, …
2. Indeling obv tijdlijn
o Acute nekpijn: < 6 weken
o Subacute nekpijn: 6-12 weken
o Chronische nekpijn: > 12 weken
o Recidiverende nekpijn: recidief na eerste 6w en meerdere recidieven binnen 1j na aanvang 1e klachten
3. Indeling volgens de Neck Pain Task Force
Graad I
= Nekpijn en bijbehorende aandoeningen zonder tekenen of symptomen die kunnen wijzen op grote
structurele pathologie en die niet of nauwelijks invloed hebben op ADL
Graad II
= Nekpijn en bijbehorende aandoeningen zonder tekenen of symptomen die kunnen wijzen op grote
structurele pathologie, maar die wel een forse invloed hebben op ADL.
Graad III
= Nekpijn en bijbehorende aandoeningen zonder tekenen of symptomen die kunnen wijzen op grote
structurele pathologie, maar waarbij wel neurologische symptomen aanwezig zijn
® (bv. ↓ peesreflexen, spierzwakte of sensibiliteitsstoornissen in BL)
Graad IV
= Nekpijn en bijbehorende aandoeningen met tekenen of symptomen die kunnen wijzen op ernstige
structurele pathologie
® (bv. fracturen, vertebrale dislocaties, schade aan het ruggenmerg, infecties, tumoren of systemische ziekten, …)
Verdere differentiatie tussen:
o Werkgerelateerde aspecifieke nekpijn
o Traumagerelateerde aspecifieke (!) nekpijn
Þ er bestaan specifieke risico- en prognostische factoren voor beide populaties
® Algemeen: eerdere episodes, leeftijd, emotionele problemen, lage fysieke BBH
® Werk: hoge werkdruk, weinig hersteltijd, zittende job, repititief werk
2
,PROGNOSE EN BELOOP
Normaal beloop van NP
® 45% pijnreductie
® 45% ↓ id mate van beperkingen in activiteiten en/of participatie id eerste 6w na aanvang vd NP
Afwijkend beloop van NP
® Geen ↓ mate van beperkingen in activiteiten en/of participatie id eerste 6w na aanvang vd NP
® De NP blijft onveranderd of neemt zelfs toe
® Recidiverende NP (RNP) en NP die langer dan 6 weken duurt = NP met een afwijkend beloop
o NP kan fluctueren in ernst
§ Pijn en beperkingen in A en/of P binnen 6w na aanvang vd 1e klachten
= dezelfde nekpijnepisode
§ RNP indien na die 6w een recidief optreedt en er meerdere recidieven zijn
binnen 1 jaar na aanvang vd 1e klachten
Prognostische factoren voor een vertraagd herstel
Groen: Prognostische factoren van psychosociale aard
Þ gele vlaggen !
Þ bekijk video op canvas !
Gele vlaggen
= Risicofactoren van psychosociale aard bij P
= Richting aangevend voor T wat betreft herkenning van risico
op aflopend beloop in de tijd of chroniciteit
ledere patiënt screenen voor gele vlaggen = standaard onderdeel anamnese
Prognostische factoren van psychosociale aard dragen in grotere
mate bij aan een slechte prognose dan fysieke factoren
Algemene populatie
o Psychosociale stress
o Pijngerelateerde angst / vermijdingsgedrag
o Passieve copingstijl
o Noodzaak om sociaal te zijn
o Weinig sociale steun
o Voorgeschiedenis andere MSK aandoeningen
o Hogere leeftijd (>50 jaar)
o Regelmatig fietsen
Werkgerelateerde nekpijn:
o Voorgeschiedenis andere MSK aandoeningen
o Eerdere episode van nekpijn
o Hoge werkeisen (zich moeten haasten, multitasken, vaak onderbroken w tijdens werk)
o Weinig invloed hebben op eigen werk
3
, Traumagerelateerde nekpijn:
o Prognostische factoren voor vertraagd herstel:
o Hoge pijnintensiteit (>55/100 op VAS of NPRS)
o Ernstige nekgerelateerde beperkingen in activiteiten (>15/50 op Neck Disability Index, NDI)
o PTS symptomen bij aanvang
o Catastroferen
o Overgevoeligheid voor kou
o Hyperalgesie
o Voorgeschiedenis andere MSK aandoeningen
o Passieve copingstijl
o Angst
o Depressie
DIAGNOSTISCH PROCES
STAP 1: bepalen of er een indicatie is voor therapie?
® Graad IV uitsluiten: afwezigheid van ernstige pathologie
® Anamnese + screening: rode vlaggen + tractusanamnese
Þ Vaststellen nekpijn graad IV: geen indicatie kinesitherapie → doorverwijzen!
Þ Uitsluiten nekpijn graad IV: uitsluiten/vaststellen nekpijn graad III en/of differentiëren tss nekpijn graad I en II
Graad IV: rode vlaggen
Werd niet in detail bekeken
Verdere (praktische) uitdieping tijdens WPO-lessen
Indien indicatie voor therapie: verdere anamnese (eerst voor graad 3)
Graad III:
® sensorische symptomen in de arm
o paresthesieën, gevoelloosheid, verminderde tastzin
o beperkte cervicale RoM, gedefinieerd als een rotatie < 60 graden of een beperkte en pijnlijke rotatie
o verminderde spierkracht of spiercontrole
o uitstralende pijn in de arm
Þ deze moet je bevragen tijdens de anamnese
4