Het verschijnsel wetenschap – Herman Koningsveld
1 - Het standaardbeeld van wetenschap
Het standaardbeeld van wetenschap houdt een enigszins systematische
wetenschapsopvatting afkomstig uit vanzelfsprekende ideeën uit veel mensen in onze
samenleving die dominant is geworden.
➔ Dit beeld is op basis van natuurwetenschappen ontworpen en wordt ook door o.a.
sociale wetenschappers gebruikt.
1. Wetenschappelijke rationaliteit
- Doel van de wetenschapsoefening: Ontwikkeling van ware kennis over de ons
omringende werkelijkheid
- In wetenschappelijk onderzoek gaat het om de vorming van ware theorieën waarmee de
empirische verschijnselen in de wereld om ons heen verklaard kunnen worden
- Wetenschap wordt verricht vanuit een waarheids- of verklaringsperspectief
- In wetenschappelijk onderzoek wil men de wetten ontdekken die achter de
verschijnselen liggen
- Theorieën leveren inzicht in de wereld; verklaren hoe iets gebeurt
- Veel anderen manieren waarop mensen trachtte inzicht te krijgen in hun omgeving:
intuïtie, mystieke ervaring, mythische verhalen,...
- Waarin onderscheidt wetenschap zich dan?
➔ Wetenschap is een rationele onderneming
▪ In wetenschappelijke theorievorming dient elke stap die gezet wordt
gerechtvaardigd te kunnen worden louter met een beroep op door waarneming
en experiment verzamelende feiten en/of door logisch argumentatie
▪ Logica & feiten: 2 pijlers van de wetenschappelijke rationaliteit
• Maken het wetenschappelijk onderzoek tot een rationele activiteit
• Enkel kennis die zo tot stand is gekomen is betrouwbare kennis
,De Logica pijler
- Het argumenteren hoort zich aan logische regels te houden
- Een theorie moet logisch consistent zijn = geen tegenspraak/contradictie
- Betrekking op de vorm van de redenering/argumentatie
De feiten pijler
- Betrekking op vorm van een empirische theorie -> moet gefundeerd zijn op de feiten/de
waarheid van de theorie rust op feiten
- Feiten vormen de empirische basis van het kennisbouwwerk en zijn het resultaat van
een theorievrije waarneming
- Tussen waarnemer en object (wat hij wil waarnemen) mogen geen storende invloeden
optreden (objectiviteit; onbevooroordeeld)
➔ Als hij vanuit eigen vooroordelen naar wereld kijkt, kan de uitkomst verdraaid
woorden -> empirische verifieerbaarheid zal verdwijnen
- Onderzoekers moeten zich louter door logica & feiten laten leiden? = FOUT
➔ Het ontdekken van nieuwe stukjes kennis is irrationeel; het vergt creativiteit; als ze
zich aan de regels van logica en feiten onderwierpen zou nooit iets nieuws worden
ontdekt
➔ Met wetenschap wordt een rationele activiteit genoemd, wordt bedoeld dat
onderzoekers hun (hoe dan ook gevonden) inzichten uiteindelijk altijd moeten
verantwoorden tegenover collega’s met logische argumenten en feiten die voor
anderen waarneembaar zijn. Hij zal niet naar zijn intuïties meer kunnen verwijzen.
➔ DUS wetenschappelijke kennis mag begonnen zijn uit intuïtie MAAR is pas kennis als
het met feiten is gerechtvaardigd
Conclusie: Een theorie is wetenschappelijk als ze rust op een fundament van feiten die
door theorievrije waarneming zijn verkregen
,2. De empirische cyclus
- Wetenschappelijke theorievorming wordt in het standaardbeeld vaak verhelderd aan de
hand van de empirische cyclus
1) Empirische basis; waarnemingsuitspraken:
= basis van waargenomen feiten die beslist over waarheid of onwaarheid
- Uitgedrukt in waarnemingsuitspraken: uitspraken waarin iets wordt gezegd over een
eindig aantal dingen
<-> Universele uitspraken: zeggen iets over een oneindige verzameling dingen
- In waarnemingsuitspraken louter waarnemingstermen: verwijst naar een voor ieder
normale waarnemer direct waarneembare eigenschap, relatie of gebeurtenis
(vb: “De bal is rood” “de wijzer staat op 3.2”)
- The rock bottom of knowledge: een verzameling van ware waarnemingsuitspraken aan
aan de basis van de theorievorming
2) Empirische wetten; Universele waarnemingsuitspraken:
- Empirische wetten ontstaan uit de verzamelde feiten door inductie/inductieve
generalisatie
➔ Inductie = men maakt de stap van een eindig aantal waargenomen feiten naar een
oneindige verzameling feiten (= empirische wet), die dus principieel nooit allemaal
waargenomen kunnen worden
Bv: We hebben slechts een eindig aantal raven waargenomen, maar we
generaliseren toch tot ‘alle raven zijn zwart’ -> altijd als x het geval is of zich
voordoet, dan is y het geval
, - Met empirische wetten kan je voorspellingen over toekomstige verschijnselen doen
Bv. met ‘wet van Ohm’ voorspellen wat voor stroomsterkte er onstaat als..
➔ Bij voorspellingen zet men de stap van empirische wet -> empirische basis
- Voorspelling gebruiken voor 2 redenen:
1. Om in een praktische situatie te kunnen handelen
(bv. wanneer elektricien gaat toepassen)
2. Kan een theoretische bedoeling hebben
= experimentele wet opnieuw aan feiten toetsen
3) Theorie, T
- Experimentele wetten zeggen iets over wetmatige verbanden op het niveau van de
waarneembare en meetbare verschijnselen → fenomenologische niveau
- Theorievorming is er op uit om de mechanismen op te sporen die achter die
waarneembare regelmatigheden zijn aan te treffen
➔ Theorievorming is dus het einddoel
- Experimentele wetten
= Formuleren de waarneembare oppervlaktestructuur van een gebied van verschijnselen
- Theoretische wetten
= Brengt de onderliggende dieptestructuur in kaart die je in staat stelt de wetten ook te
begrijpen; inzicht in fenomenen krijgen
- In theorievorming wordt dus een systeem van theoretische begrippen en wetten (=
theorie) gevormd die verschijnselen op het fenomenologische niveau verklaart.
4) Nieuwe empirische wetten (universeel)
- Theorie verklaart niet louter bestaande experimentele wetten, maar leidt ook tot het
afleiden van nieuwe wetten!
➔ Bij nieuwe wetten begin je bij een hypothese
➔ Uit die hypothese leiden we voorspellingen af over waarneembaarheid en meetbare
gebeurtenissen, aan de hand daarvan toetsen we de hypothese aan de empirische
basis
➔ Wanneer de hypothese in voldoende fundeert blijkt, dan krijgt zij de status van een
experimentele wet