Periode C 2025
Minor Oncologische Zorg
Stefanie Modderkolk
HOGESCHOOL UTRECHT
,Inhoudsopgave
Introduc)e (Kanker algemeen) ........................................................................................................................ 2
Ziekteleer ....................................................................................................................................................... 6
Dermatologische tumoren (WC04) .................................................................................................................... 6
Mammacarcinoom (WC05).............................................................................................................................. 11
Gynaecologische tumoren (WC06) .................................................................................................................. 20
Hematologie (WC24)........................................................................................................................................ 26
Gastro-intes?nale oncologie (WC09) .............................................................................................................. 37
Urogenitale oncologie (WC15) ........................................................................................................................ 44
Longcarcinomen (WC17) .................................................................................................................................. 49
Neurologische oncologie (WC28) .................................................................................................................... 51
Behandelingen in de oncologie ..................................................................................................................... 56
Verpleegkundige zorg bij chirurgie (WC10)..................................................................................................... 56
Verpleegkundige zorg bij radiotherapie (WC16) ............................................................................................. 60
Verpleegkundige zorg bij chemotherapie (WC19) .......................................................................................... 63
Doelgerichte therapie (WC22) ......................................................................................................................... 66
Verpleegkundige zorg in de oncologie ........................................................................................................... 67
Oncologische wonden/ Ulcera (WC13)............................................................................................................ 67
Pijn bij kanker (WC08)...................................................................................................................................... 69
Voeding bij kanker (WC11) .............................................................................................................................. 72
Overleven na kanker (WC18) ........................................................................................................................... 73
Verpleegkundige zorg bij toxiciteit (WC23) ..................................................................................................... 74
Proac?eve zorgplanning (WC25) ..................................................................................................................... 75
Laatste levensfase (WC29)............................................................................................................................... 76
Verpleegkundige zorg bij kinderen met kanker (WC30) ................................................................................. 77
Verpleegtechnische vaardigheden (WC20) ..................................................................................................... 78
Communica)e in de oncologie ...................................................................................................................... 79
Kennismaking (WC02) ...................................................................................................................................... 79
Gesprek over seksualiteit (WC07).................................................................................................................... 80
Copings?jlen na slecht nieuws gesprek (WC14) .............................................................................................. 81
Begeleiding van pa?ënt (WC26) ...................................................................................................................... 82
Persoonlijke ontwikkeling (WC31) ................................................................................................................... 83
,Introduc)e (Kanker algemeen)
Leerdoelen
• Wat is kanker?
Kanker is een ongecontroleerde deling van lichaamscellen.
Ø De cellen kunnen niet meer stoppen met delen en groeien in omliggende weefsels
(infiltra;e) en verspreiden door het lichaam (metastasering).
è Normale gezonde situa9e
Ø Cellen zijn individuen die samen het lichaam vormen.
Ø In normaal weefsel is celdood en deling perfect in balans.
Ø Celdeling wordt geregeld door DNA -> genen.
DNA = erfelijk materiaal.
Ø Genen liggen op 23 paar chromosomen.
Ø Chromosomen bevaJen de blauwdruk voor de cel.
è Hoe ontstaat kanker?
Bij kanker gaat het om een verstoring in evenwicht tussen celgroei en celdood
- Regelgenen zijn betrokken bij de groei en deling van de ‘gewone’ cel.
Ø Regelgenen kunnen ontregeld raken als gevolg van 4 à 5 muta;es in het DNA.
Wanneer regelgenen ontregeld raken kunnen ze zich ontwikkelen tot kankercellen.
Ø Twee groepen regelgenen:
1. Proto-oncogenen;
= spelen rol bij de groei en deling van gezonde cellen.
Muta;e kan van proto-oncogen een oncogen maken en groei hiervan bevorderen
-> ongecontroleerde celdeling -> kans op ontstaan kanker.
Muta9e proto-oncogen -> oncogen.
2. Tumorsuppressorgenen;
= genen die celgroei afremmen (beschermen tegen tumorgroei).
Muta;e kan er voor zorgen dat de rem verloren gaat -> ongecontroleerde
celdeling -> kans op ontstaan kanker.
Ø Hoofdrolspelers ontstaan bij kanker:
- Oncogenen;
= gemuteerde variant van proto-oncogen (=regelgen).
Wordt door muta;e op abnormale manier geac;veerd -> ongecontroleerde
celgroei ontstaat.
- Tumorsupressorgenen;
= remmen normaal de invloed op de celgroei.
Door muta;e wordt remming geïnac;veerd -> ongecontroleerde celdeling
ontstaan.
è Indeling van kanker:
- Carcinomen;
= een tumor die ontstaat uit epitheelcellen.
Epitheelcellen zijn te vinden in:
o De huid,
, o Als bekleding van binnenzijde van darm en luchtwegen.
- Sarcomen;
= ontstaat uit het steun- en bindweefsel van het lichaam.
o Liposarcoom -> vetweefsel,
o Osteocarcoom -> botweefsel,
o Chondrosarcoom -> kraakbeenweefsel,
o Leiemyosarcoom -> glad spierweefsel.
- Hematologische maligniteiten;
= maligniteiten van de bloedbereidende organen en lymfeklieren.
Bloed en bloedvormende organen.
o Mul;pel myeloom -> plasmacellen in beenmerg,
o Maligne lymfomen -> lymfocyten.
*Allen kwaadaardig.
• Terminologie
- Neoplasie = nieuwvorming -> groeiende goedaardige of kwaadaardige tumor.
- Tumor = gezwel.
- Carcinogenese = het proces van ontstaan van kwaadaardige tumoren.
- Angiogenese = het vermogen van kankercellen om nieuwe vertakkingen van
omliggende bloedvaten te laten groeien.
• Verschillen goedaardige en kwaadaardige gezwellen.
Goedaardige gezwellen -> benigne Kwaadaardige gezwellen -> maligne
Langzame groei Snelle groei
Vaak ingekapseld Infiltra;eve groei
= tumor blija op plaats = tumor groeit buiten weefsel
Geen metastaseringen Metastasen op afstand
Goed gedifferen;eerde cellen Slecht gedifferen;eerde cellen
= cellen lijken op normale cellen = cellen zien anders dan normale cellen
• Stadiëringssystema9ek -> TNM-classifica9e
T -> Tumor = grooQe van tumor -> T1 t/m T4;
- T1 -> kleine tumor, beperkt tot oorspronkelijke loca;e,
- T2 -> grotere tumor, nog steeds beperkt,
- T3 -> Tumor groeit door naar omliggende weefsel,
- T4 -> tumor is doorgegroeid naar andere structuren.
N -> Nodus = mate van aantas9ng lymfeklieren -> N0 t/m N3;
- N0 -> geen aangedane lymfeklieren,
- N1 -> beperkte lymfeklierbetrokkenheid,
- N2 -> meerdere lymfeklieren aangetast,
- N3 -> uitgebreide lymfeklierbetrokkenheid.
M -> Metastasen = metastasen op afstand -> M0 t/m M1;
- M0 -> geen metastasen,
- M1 -> wel metastasen op afstand.
Minor Oncologische Zorg
Stefanie Modderkolk
HOGESCHOOL UTRECHT
,Inhoudsopgave
Introduc)e (Kanker algemeen) ........................................................................................................................ 2
Ziekteleer ....................................................................................................................................................... 6
Dermatologische tumoren (WC04) .................................................................................................................... 6
Mammacarcinoom (WC05).............................................................................................................................. 11
Gynaecologische tumoren (WC06) .................................................................................................................. 20
Hematologie (WC24)........................................................................................................................................ 26
Gastro-intes?nale oncologie (WC09) .............................................................................................................. 37
Urogenitale oncologie (WC15) ........................................................................................................................ 44
Longcarcinomen (WC17) .................................................................................................................................. 49
Neurologische oncologie (WC28) .................................................................................................................... 51
Behandelingen in de oncologie ..................................................................................................................... 56
Verpleegkundige zorg bij chirurgie (WC10)..................................................................................................... 56
Verpleegkundige zorg bij radiotherapie (WC16) ............................................................................................. 60
Verpleegkundige zorg bij chemotherapie (WC19) .......................................................................................... 63
Doelgerichte therapie (WC22) ......................................................................................................................... 66
Verpleegkundige zorg in de oncologie ........................................................................................................... 67
Oncologische wonden/ Ulcera (WC13)............................................................................................................ 67
Pijn bij kanker (WC08)...................................................................................................................................... 69
Voeding bij kanker (WC11) .............................................................................................................................. 72
Overleven na kanker (WC18) ........................................................................................................................... 73
Verpleegkundige zorg bij toxiciteit (WC23) ..................................................................................................... 74
Proac?eve zorgplanning (WC25) ..................................................................................................................... 75
Laatste levensfase (WC29)............................................................................................................................... 76
Verpleegkundige zorg bij kinderen met kanker (WC30) ................................................................................. 77
Verpleegtechnische vaardigheden (WC20) ..................................................................................................... 78
Communica)e in de oncologie ...................................................................................................................... 79
Kennismaking (WC02) ...................................................................................................................................... 79
Gesprek over seksualiteit (WC07).................................................................................................................... 80
Copings?jlen na slecht nieuws gesprek (WC14) .............................................................................................. 81
Begeleiding van pa?ënt (WC26) ...................................................................................................................... 82
Persoonlijke ontwikkeling (WC31) ................................................................................................................... 83
,Introduc)e (Kanker algemeen)
Leerdoelen
• Wat is kanker?
Kanker is een ongecontroleerde deling van lichaamscellen.
Ø De cellen kunnen niet meer stoppen met delen en groeien in omliggende weefsels
(infiltra;e) en verspreiden door het lichaam (metastasering).
è Normale gezonde situa9e
Ø Cellen zijn individuen die samen het lichaam vormen.
Ø In normaal weefsel is celdood en deling perfect in balans.
Ø Celdeling wordt geregeld door DNA -> genen.
DNA = erfelijk materiaal.
Ø Genen liggen op 23 paar chromosomen.
Ø Chromosomen bevaJen de blauwdruk voor de cel.
è Hoe ontstaat kanker?
Bij kanker gaat het om een verstoring in evenwicht tussen celgroei en celdood
- Regelgenen zijn betrokken bij de groei en deling van de ‘gewone’ cel.
Ø Regelgenen kunnen ontregeld raken als gevolg van 4 à 5 muta;es in het DNA.
Wanneer regelgenen ontregeld raken kunnen ze zich ontwikkelen tot kankercellen.
Ø Twee groepen regelgenen:
1. Proto-oncogenen;
= spelen rol bij de groei en deling van gezonde cellen.
Muta;e kan van proto-oncogen een oncogen maken en groei hiervan bevorderen
-> ongecontroleerde celdeling -> kans op ontstaan kanker.
Muta9e proto-oncogen -> oncogen.
2. Tumorsuppressorgenen;
= genen die celgroei afremmen (beschermen tegen tumorgroei).
Muta;e kan er voor zorgen dat de rem verloren gaat -> ongecontroleerde
celdeling -> kans op ontstaan kanker.
Ø Hoofdrolspelers ontstaan bij kanker:
- Oncogenen;
= gemuteerde variant van proto-oncogen (=regelgen).
Wordt door muta;e op abnormale manier geac;veerd -> ongecontroleerde
celgroei ontstaat.
- Tumorsupressorgenen;
= remmen normaal de invloed op de celgroei.
Door muta;e wordt remming geïnac;veerd -> ongecontroleerde celdeling
ontstaan.
è Indeling van kanker:
- Carcinomen;
= een tumor die ontstaat uit epitheelcellen.
Epitheelcellen zijn te vinden in:
o De huid,
, o Als bekleding van binnenzijde van darm en luchtwegen.
- Sarcomen;
= ontstaat uit het steun- en bindweefsel van het lichaam.
o Liposarcoom -> vetweefsel,
o Osteocarcoom -> botweefsel,
o Chondrosarcoom -> kraakbeenweefsel,
o Leiemyosarcoom -> glad spierweefsel.
- Hematologische maligniteiten;
= maligniteiten van de bloedbereidende organen en lymfeklieren.
Bloed en bloedvormende organen.
o Mul;pel myeloom -> plasmacellen in beenmerg,
o Maligne lymfomen -> lymfocyten.
*Allen kwaadaardig.
• Terminologie
- Neoplasie = nieuwvorming -> groeiende goedaardige of kwaadaardige tumor.
- Tumor = gezwel.
- Carcinogenese = het proces van ontstaan van kwaadaardige tumoren.
- Angiogenese = het vermogen van kankercellen om nieuwe vertakkingen van
omliggende bloedvaten te laten groeien.
• Verschillen goedaardige en kwaadaardige gezwellen.
Goedaardige gezwellen -> benigne Kwaadaardige gezwellen -> maligne
Langzame groei Snelle groei
Vaak ingekapseld Infiltra;eve groei
= tumor blija op plaats = tumor groeit buiten weefsel
Geen metastaseringen Metastasen op afstand
Goed gedifferen;eerde cellen Slecht gedifferen;eerde cellen
= cellen lijken op normale cellen = cellen zien anders dan normale cellen
• Stadiëringssystema9ek -> TNM-classifica9e
T -> Tumor = grooQe van tumor -> T1 t/m T4;
- T1 -> kleine tumor, beperkt tot oorspronkelijke loca;e,
- T2 -> grotere tumor, nog steeds beperkt,
- T3 -> Tumor groeit door naar omliggende weefsel,
- T4 -> tumor is doorgegroeid naar andere structuren.
N -> Nodus = mate van aantas9ng lymfeklieren -> N0 t/m N3;
- N0 -> geen aangedane lymfeklieren,
- N1 -> beperkte lymfeklierbetrokkenheid,
- N2 -> meerdere lymfeklieren aangetast,
- N3 -> uitgebreide lymfeklierbetrokkenheid.
M -> Metastasen = metastasen op afstand -> M0 t/m M1;
- M0 -> geen metastasen,
- M1 -> wel metastasen op afstand.