standaard
*Onder de 200 cellen CD4 T cellen per ml^3 → diagnose HIV
- Western blot: aanwezigheid antilichamen aantonen
- PCR: delen van RNA worden vermenigvuldigd (ook voor vroege stadia detectie)
- Serologie: in bloed kijken naar aan of afwezigheid antilichamen/ antigenen (P24, reverse
transcriptase enzym)
- Flow-cytometrie = aantonen aantal CD4 cellen
Behandeling:
- PREP-medicatie: voor blootstelling aan hiv-besmetting
- Antivirale therapie
➢ Weten hoe replicatie werkt
➢ Combinatie aan middelen (HART = high antiviral retroviral therapie)→
levenslang behandelen → anders resistentie ontstaan
→ geen fusie vindt plaats
→ binding voorkomen
→ voorkomen reverse transcriptase (nucleotide en non nucleotide
transcriptase remmers)
→ integratie remmers (integrase= inbouwen virale DNA in humaan DNA):
voorkomen inbouwen virale DNA in humaan DNA
→ protease: remmen dat lange peptideketen geknipt worden in functionele
eiwitten
➢ Therapietrouw is heel belangrijk bij HIV medicatie
- HIV niet kunnen genezen (2x wel gelukt: stamceltransplantatie → risicovol proces)
Auto-immuniteit en allergie, college 8 + project
Allergische reactie:
- Disbalans in het immuunsysteem
1
, - Overdreven reactie van het immuunsysteem op onschadelijke omgevingsstoffen
(allergeen)
- Kan voorkomen in verschillende weefsels → afhankelijk van het type allergeen en de
plek van de initiële blootstelling
- Allergeen → aanleiding tot allergische reactie
➢ Voedingscomponenten
➢ Stoffen in de lucht
➢ Haren huisdieren
➢ Penicilline
➢ Insectenbeet
- Immuunsysteem dat overreageren → IgE gemedieerde allergie: inhaled materials,
injecte materials, ingested materials
- T cell gemedieerde allergie/ contact allergie: contacted materialen (huiduitslag op
nikkel) → T cellen actief → cytokines maken → waar nikkel aanwezig was
huidontsteking maken (pas na enkele dagen symptomen, verlate reactie)
Casus:
- Allergische reactie voor pinda
- Anafylatische schok = heel ernstige systemische uiting van een allergie
Meest voorkomende allergenen:
- Koemelk: bij jongere kinderen, buikkrampen
- Kippenei
- Pinda
- Noten
- Vis schaal en schelpdieren: tintelingen in de mond
- Fruit (appel, perzik, kiwi)
- Soja
2
,*vaak meerdere allergieen door kruisreactie → allergenen komen in meerdere voedingscomponenten
voor (delen zelfde epitopen waarvoor ze allergisch is)
Oorzaken:
- Genetische vatbaarheid: meerdere genen betrokken
- Omgevingsfactoren: veel blootstelling → immuunsysteem ontwikkelen → leren tolerant
zijn tegen deze factoren (stedelijke omgeving (meer vervuiling→ meer kans op astma→
door beschadigde longen), blootsteling aan dieren (positief, gewenning)
- Darmepitheel barrière:
➢ normaal epitheel zit dicht aan elkaar (niks kan lekken) → alle stofjes langs
darm epitheel te tolereren (door epitheel cellen (Tregs))
➢ defect in tight junctions → niet strak tegen elkaar gebonden →
voedselcomponenten kunnen wel passeren → allergische reactie veroorzaken
3
, Allergische reactie:
- darmbarriere verstoord → allergeen kan beter binnendringen → allergeen wordt opgepakt
door dendriet (fagocyteren, verteren allergeen, knippen in stukken) → antigen wordt in
MHC 2 moleculen van DC gepresenteerd → migreren naar lymfeknoop (van darm in dit
geval)→ ontmoeten naieve CD4 T-cel → met TCR MHC herkennen en interactie aangaan
→ cytokines vrijlaten door DC → T-cel differentieert in Th2cel → opzoek naar B cel →
B cel helpen in lymfeknoop → isotype switching → ander antigen maken (IgE) → lekken
aan bloedbaan → naar mestcel → hechten aan mestcel (met Fc receptoren: voor staart
van antilichamen) → staart hecht aan Fc receptoren → hier stopt 1e blootstelling (mestcel
wordt gecoated door IgE antilichamen)
➢ B cel maakt eerst IgM antilichamen (zonder hulp van T-cel)
- 2e blootstelling (wel symptomen): mestcellen gecoated met IgE antilichamen →
allergeen komt binnen → direct binden met IgE antilichamen op mestcellen (meerdere
tegenlijk) → Fc receptoren komen dicht bij elkaar → signaal voor mestcel om actief te
worden → mestcel gaat granules vrijgeven in omgeving → stofjes zorgen voor
symptomen allergische reacties
➢ Stofjes:
- Na aantal uren: Na vrijlating eerste granules → extra cytokines maken → cytokines
vrijlaten in omgeving → macrofagen etc aantrekken → meer symptomen
Eerste en tweede blootstelling:
1. Sensibilisatie:
- DC → TH0 naar TH2
- Th2: B cel differentieren naar IgE plasmacellen
- Vorming IgE-B geheugencellen
- Mestcellen binden IgE (Fc deel) met Fc receptor
4