Samenvatting Bedrijfseconomie:
INLEIDING :
Algemeen:
Wij gaan ons bezighouden met micro-economie:
- Consumentengedrag: vraag & aanbod
- Producentengedrag: kost & structuur
DEEL 1: CONSUMENTENGEDRAG : VRAAG EN AANBOD
DEEL 1: VRAAG
Aantal Totale nuttigheid Grensnut
maaltijden ßDE WET VAN AFNEMEND GRENSNUT:
0 0
- Een nuttigheid= een economisch product
15 à deze stijft naarmate je meer consumeerd
- Het grensnut= bv. extra nut per extra maaltijd
1 15
à naarmate je meer glazen drinkt, gaat het
14 grensnut ook dalen (want ze appreciëren minder)
2 29
12,5 Aantal Prijs per Punt
3 41,50
verhuurde verhuurde
kamers kamer in euro
10,5
10 200 A
DE VRAAGFUNCTIE à
De vraagfunctie= in functie van het kapitalistysch systeem. 12 180 B
Je hebt in een hotelsector nooit homogene producten.
Hoe hoger de prijs à hoe lager de bezetting (meestel) 15 160 C
MAAR: dit is niet met alle producten zo: 20 120 D
Bv: als een 3-sterren restaurant zijn prijs v/d maaltijden
ineens 40% laten dalen à dit klopt niet! Bepaalde luxe 30 80 E
producten moeten duur zijn.
50 30 F
Hoe gaan we zoiets op een assenstelsel zetten?
Y – AS = prijs, kosten
X – AS = hoeveelheden (kamers, maaltijden,…)
DE COLLECTIEVE VRAAGFUCNTIE à
Bv: in bedrijf A zijn ze bereid om 10 kamers te boeken als ze
aan €200 zijn.
BESLUI5: elk bedrij is anders qua prijs dat ze willen bieden
Wat is een collectieve vraagfunctie?
à A+B+C
ß Oefening (zie graffiek)
Ze beslissen om de prijs te laten zakken van €50
naar €40. Besluit: meer kamers verkopen.
Vraag: wat is ceteris paribus?
à enkel 1 element is verandert. Bv: de prijs van
uw product en de rest blijft allemaal hetzelfde.
We hebben hier te maken met
à beweging langsheen de vraagfunctie
1
,DE VERSCHUIVING VAN DE VRAAG: graffiek:
Oefening: (zie graffiek) à
à bv bij maaltijden:
V= de vraagfunctie
V1= men gaat de alchol controle versoepelen
à er gaan meer maaltijden geconsumeerd worden
V2= ze gaan de alcoholcontrole verstrengen
à je gaat hier de externe factor aanpassen.
Nl. de versoepeling of verstrenging van de alcohol-
Controle.
We hebben te maken met :
à beweging evenwijdig met de vraag
- Verschuiving naar rechts = toename = V1
- Verschuiving naar links = afname = V2
DEEL 2: AANBOD:
DE INDIVIDUELE AANBODCURVE:
Wat is het doel van de aanbieders?
à hoe hoger de prijs, hoe meer er wordt aangeboden
à zie curve: de curve stijgt !! (bij de vorige curves daalde het)
DEEL 3: HET MANAGEN VAN VRAAG EN AANBOD
Vraag op examen: “ interpreteer vraag en aanbod curve” à evenwijdig met de curve of niet,…
Marktevenwicht= vraag = aanbod (evenwicht) (gaat in de realiteit bijna nooit zo zijn, dit is puur in theorie)
Graffiek 1:
A= aanbodcurve
à als de prijs stijft, gaan we meer aanbod
geven.
2
, Graffiek 2:
A= de aanbodcurve
A1= men beslist hier om plots een city taks
aan te rekenen. DUS: we gaan nog steeds €40
netto prijs voor de kamer vragen maar er
komt €2 city taks bij.
Taxatie: lijdt tot een vermindering v/h aanbod
A2: men krijgt subsidie van de staat. €2
Subsidie: lijdt tot een verhogig v/h aanbod
Rode lijn: wanneer men toch op de prijs gaat
blijven à minder kamers
AANBODOVERSCHOT - VRAAGOVERSCHOT
Grafiek 1 grafiek 2 grafiek 3
grafiek 4
UITLEG BIJ DE GRAFIEKEN:
- Grafiek 1: = aanbodoverschot à hoe kan met hier nu een evenwicht .
/. krijgen? à prijs laten dalen (beweging langsheen de vraagkunde)
- Grafiek 2: = vraagoverschot à je hebt te veel vraag maar te weinig
/. aanbod.
Wat kan je doen? à prijs laten stijgen
- Grafiek 3: = aanbodoverschot à we hebben hier een toename van het
. aanbod, minder vraag.
Wat kan je doen? à prijs laten zakken
- Grafiek 4: = vraagoverschot à we gaan hier een reclamecampagne
uitvoeren à vershcuiving naar rechts (van uw vraagkunde)
BESLUIT:
Scenario Strategie Wat doen we?
Aanbodoverschot Verhogen van de vraag = kortingen
Verminderen aanbod = deel sluiten
Herschikking aanbod = benoemen & creëren
Vraagoverschot Vermindering vraag = prijs verhogen
Verhoging aanbod = extra kamers bijbouwen
Herschikking vraag = ??
3
INLEIDING :
Algemeen:
Wij gaan ons bezighouden met micro-economie:
- Consumentengedrag: vraag & aanbod
- Producentengedrag: kost & structuur
DEEL 1: CONSUMENTENGEDRAG : VRAAG EN AANBOD
DEEL 1: VRAAG
Aantal Totale nuttigheid Grensnut
maaltijden ßDE WET VAN AFNEMEND GRENSNUT:
0 0
- Een nuttigheid= een economisch product
15 à deze stijft naarmate je meer consumeerd
- Het grensnut= bv. extra nut per extra maaltijd
1 15
à naarmate je meer glazen drinkt, gaat het
14 grensnut ook dalen (want ze appreciëren minder)
2 29
12,5 Aantal Prijs per Punt
3 41,50
verhuurde verhuurde
kamers kamer in euro
10,5
10 200 A
DE VRAAGFUNCTIE à
De vraagfunctie= in functie van het kapitalistysch systeem. 12 180 B
Je hebt in een hotelsector nooit homogene producten.
Hoe hoger de prijs à hoe lager de bezetting (meestel) 15 160 C
MAAR: dit is niet met alle producten zo: 20 120 D
Bv: als een 3-sterren restaurant zijn prijs v/d maaltijden
ineens 40% laten dalen à dit klopt niet! Bepaalde luxe 30 80 E
producten moeten duur zijn.
50 30 F
Hoe gaan we zoiets op een assenstelsel zetten?
Y – AS = prijs, kosten
X – AS = hoeveelheden (kamers, maaltijden,…)
DE COLLECTIEVE VRAAGFUCNTIE à
Bv: in bedrijf A zijn ze bereid om 10 kamers te boeken als ze
aan €200 zijn.
BESLUI5: elk bedrij is anders qua prijs dat ze willen bieden
Wat is een collectieve vraagfunctie?
à A+B+C
ß Oefening (zie graffiek)
Ze beslissen om de prijs te laten zakken van €50
naar €40. Besluit: meer kamers verkopen.
Vraag: wat is ceteris paribus?
à enkel 1 element is verandert. Bv: de prijs van
uw product en de rest blijft allemaal hetzelfde.
We hebben hier te maken met
à beweging langsheen de vraagfunctie
1
,DE VERSCHUIVING VAN DE VRAAG: graffiek:
Oefening: (zie graffiek) à
à bv bij maaltijden:
V= de vraagfunctie
V1= men gaat de alchol controle versoepelen
à er gaan meer maaltijden geconsumeerd worden
V2= ze gaan de alcoholcontrole verstrengen
à je gaat hier de externe factor aanpassen.
Nl. de versoepeling of verstrenging van de alcohol-
Controle.
We hebben te maken met :
à beweging evenwijdig met de vraag
- Verschuiving naar rechts = toename = V1
- Verschuiving naar links = afname = V2
DEEL 2: AANBOD:
DE INDIVIDUELE AANBODCURVE:
Wat is het doel van de aanbieders?
à hoe hoger de prijs, hoe meer er wordt aangeboden
à zie curve: de curve stijgt !! (bij de vorige curves daalde het)
DEEL 3: HET MANAGEN VAN VRAAG EN AANBOD
Vraag op examen: “ interpreteer vraag en aanbod curve” à evenwijdig met de curve of niet,…
Marktevenwicht= vraag = aanbod (evenwicht) (gaat in de realiteit bijna nooit zo zijn, dit is puur in theorie)
Graffiek 1:
A= aanbodcurve
à als de prijs stijft, gaan we meer aanbod
geven.
2
, Graffiek 2:
A= de aanbodcurve
A1= men beslist hier om plots een city taks
aan te rekenen. DUS: we gaan nog steeds €40
netto prijs voor de kamer vragen maar er
komt €2 city taks bij.
Taxatie: lijdt tot een vermindering v/h aanbod
A2: men krijgt subsidie van de staat. €2
Subsidie: lijdt tot een verhogig v/h aanbod
Rode lijn: wanneer men toch op de prijs gaat
blijven à minder kamers
AANBODOVERSCHOT - VRAAGOVERSCHOT
Grafiek 1 grafiek 2 grafiek 3
grafiek 4
UITLEG BIJ DE GRAFIEKEN:
- Grafiek 1: = aanbodoverschot à hoe kan met hier nu een evenwicht .
/. krijgen? à prijs laten dalen (beweging langsheen de vraagkunde)
- Grafiek 2: = vraagoverschot à je hebt te veel vraag maar te weinig
/. aanbod.
Wat kan je doen? à prijs laten stijgen
- Grafiek 3: = aanbodoverschot à we hebben hier een toename van het
. aanbod, minder vraag.
Wat kan je doen? à prijs laten zakken
- Grafiek 4: = vraagoverschot à we gaan hier een reclamecampagne
uitvoeren à vershcuiving naar rechts (van uw vraagkunde)
BESLUIT:
Scenario Strategie Wat doen we?
Aanbodoverschot Verhogen van de vraag = kortingen
Verminderen aanbod = deel sluiten
Herschikking aanbod = benoemen & creëren
Vraagoverschot Vermindering vraag = prijs verhogen
Verhoging aanbod = extra kamers bijbouwen
Herschikking vraag = ??
3