Sociologie
Concept gezondheid
Multidimensionaal: ziekte = persoonlijk variabel zijn
Somatisch= lichamelijk iets aan de hand, medisch
biologisch
Psychisch= beleving/ ervaring
Sociaal= gedrag bv met wie zou je liever omgaan (mooi
<-> lelijk gebit)
Mondgezondheid
= beogen van een functioneel gebit, vrij van pijn en esthetische klachten, en deze
situatie behouden voor de ganse levensduur => meer dan afwezigheid van ziekte
= dynamische staat van welzijn, rekening houdend met fysieke, mentale en sociale
aspecten van mondgezondheid, met inbegrip van basis levensverwachtingen en
dagelijks functioneren
3 kernelementen van mondgezondheid (hangen af van determinanten = geheel aan
persoonlijke, sociale, economisch en omgevingsfactoren die de gezondheid van
individuen/ gemeenschappen beïnvloeden)
1) Gezondheidstoestand: mogelijke aanwezigheid van ziekte, de ernst en progressie
ervan
2) Fysiologisch functioneren: vermogen om naar behoren acties (slikken, lachen,
smaken...) uit te kunnen voeren
3) Psychosociale functie: verband tussen mondgezondheid en mentaal welzijn
Meten van gezondheid
Indicatoren: meetinstrument voor meten van bv gezondheid, belangrijk is dat we
vergelijkingen kunnen maken (met andere landen/vorige jaren/... => vaak verhouding
nodig)
Mortaliteit
= sterftecijfer binnen een bepaalde populatie, aantal sterfgevallen per jaar gedeeld door
het aantal personen in leven
,SMR= gestandaardiseerde mortaliteitsratio = verhouding tussen het aantal sterfgevallen
in een bepaalde regio en het aantal sterfgevallen dat theoretisch verwacht kon worden;
Als deze ratio hoger is dan 1 betekent dit oversterfte
Morbiditeit
= persoon bevindt zich in een toestand van ziekte, vertelt wel niets over de impact van de
ziekte op het dagelijkse leven
Co-morbiditeit= het simultaan aanwezig zijn van 2/meer aandoeningen
Morbiditeitsgraad= prevalentie van bepaalde aandoening, meestal onderschatting
*ASA-score: inschatting van de ernst van de gezondheidsbeperkingen bij patiënten met
morbiditeit/co-morbiditeit
! Wel nog altijd niet duidelijk wat de invloed van de ziekte is op de levenskwaliteit
zes klassen
1) ASA-klasse I: gezond, zonder chronisch medicatiegebruik
2) ASA-klasse II: lichte systemische aandoening, soms medicatie, geen
beperkingen van normale activiteiten
3) ASA-klasse III: ernstige systeemaandoening, medicatie, beperking van normale
activisten, niet levensbedreigend
4) ASA-klasse IV: ernstige systeem aandoening, chronische + constante bedreiging
voor leven
5) ASA-klasse V: zwaar ziek, overleving niet langer dan 24 uur zonder ingreep
6) ASA-klasse VI: hersendode patiënt, orgaandonatie voor andere patiënt mogelijk
Levensverwachting
= wetenschappelijk gebaseerde voorspelling die aangeeft hoeveel jaren een persoon op
een bepaald moment gemiddeld nog te leven heeft, gemiddelde leeftijd waarop iemand
sterft
Zal lager liggen bij personen met lager opleidingsniveau
Gestegen door verbetering van hygiënische omstandigheden, sociale situatie,
beheersen van infecties, medische en technische vooruitgang
Gezondheidsverwachting
= levensverwachting in goede gezondheid/zonder beperking, levenskwaliteit
Zal lager liggen bij personen met lager opleidingsniveau, moet vaak puur vanuit de
patiënt beslist worden
- Complementair met DALY’s (disability-adjusted life years)
, - QALY =quality adjusted life year= extra levensjaar in perfecte gezondheid
=> kijken naar hoeveel QALY de behandeling oplevert en de kosteneffectiviteit van
een QALY (hoeveel zijn we bereid te betalen voor zo’n QALY
Levenskwaliteit wordt vanuit de patiënt bepaald. Dit valt te “meten” door onderzoeker
met behulp van bv. OHIP-14*, VAS-scale**, …
*OHIP-14: oral health impact profile: vragen over functiebeperking, fysieke pijn,
psychologisch ongemak, psychologische beperkingen, lichamelijke beperkingen,
sociale beperkingen en andere beperkingen
**VAS-scale = visual analoque scale, weergeven van pijn door vooral aantonen van
beelden, meestal voor kinderen
Gezondheidsdeterminanten
= geheel aan persoonlijke, sociale, economische en omgevingsfactoren die de
gezondheid van individuen/gemeenschappen beïnvloedt
Levensverwachting zal niet voor iedereen gelijk zijn door verschillende determinanten
Sociale factoren/determinanten: minder toegang tot geld, kennis en info => meer
blootstelling aan risicofactoren die gezondheid negatief beïnvloeden
! Vicieuze cirkel
Wel socio-economische gradiënt => stapsgewijs verband tussen sociale status en
gezondheid, gezondheid daalt naarmate afdaling op sociale ladder
hoogste sociale klasse loopt het laagste risico op ziekte (wel nog altijd risico)
! Cliff-edge inequalities: laagste sociale klasse (daklozen, sekswerkers, mensen zonder
papieren) is geen stapsgewijze gradiënt maar een klif naar beneden => verhoogd risico
op ernstige gezondheidsproblemen
Ordenen van determinanten
Whitehead: ordening op basis van hoe dicht de determinant bij het individu staat,
onafhankelijk van de ziekte
Health field concept van Lalonde
- Exogene (externe) determinanten
Omgevingsfactoren: natuurlijke omgeving (=> fysiek/chemisch/biotisch)
maatschappelijke omgeving (=> veiligheid/cultuur)
organisatie van gezondheidszorg => toegang tot zorg
- Endogene (interne) determinanten:
biologie/genetica
verworven => gezondheidsgedrag en levensstijl
Concept gezondheid
Multidimensionaal: ziekte = persoonlijk variabel zijn
Somatisch= lichamelijk iets aan de hand, medisch
biologisch
Psychisch= beleving/ ervaring
Sociaal= gedrag bv met wie zou je liever omgaan (mooi
<-> lelijk gebit)
Mondgezondheid
= beogen van een functioneel gebit, vrij van pijn en esthetische klachten, en deze
situatie behouden voor de ganse levensduur => meer dan afwezigheid van ziekte
= dynamische staat van welzijn, rekening houdend met fysieke, mentale en sociale
aspecten van mondgezondheid, met inbegrip van basis levensverwachtingen en
dagelijks functioneren
3 kernelementen van mondgezondheid (hangen af van determinanten = geheel aan
persoonlijke, sociale, economisch en omgevingsfactoren die de gezondheid van
individuen/ gemeenschappen beïnvloeden)
1) Gezondheidstoestand: mogelijke aanwezigheid van ziekte, de ernst en progressie
ervan
2) Fysiologisch functioneren: vermogen om naar behoren acties (slikken, lachen,
smaken...) uit te kunnen voeren
3) Psychosociale functie: verband tussen mondgezondheid en mentaal welzijn
Meten van gezondheid
Indicatoren: meetinstrument voor meten van bv gezondheid, belangrijk is dat we
vergelijkingen kunnen maken (met andere landen/vorige jaren/... => vaak verhouding
nodig)
Mortaliteit
= sterftecijfer binnen een bepaalde populatie, aantal sterfgevallen per jaar gedeeld door
het aantal personen in leven
,SMR= gestandaardiseerde mortaliteitsratio = verhouding tussen het aantal sterfgevallen
in een bepaalde regio en het aantal sterfgevallen dat theoretisch verwacht kon worden;
Als deze ratio hoger is dan 1 betekent dit oversterfte
Morbiditeit
= persoon bevindt zich in een toestand van ziekte, vertelt wel niets over de impact van de
ziekte op het dagelijkse leven
Co-morbiditeit= het simultaan aanwezig zijn van 2/meer aandoeningen
Morbiditeitsgraad= prevalentie van bepaalde aandoening, meestal onderschatting
*ASA-score: inschatting van de ernst van de gezondheidsbeperkingen bij patiënten met
morbiditeit/co-morbiditeit
! Wel nog altijd niet duidelijk wat de invloed van de ziekte is op de levenskwaliteit
zes klassen
1) ASA-klasse I: gezond, zonder chronisch medicatiegebruik
2) ASA-klasse II: lichte systemische aandoening, soms medicatie, geen
beperkingen van normale activiteiten
3) ASA-klasse III: ernstige systeemaandoening, medicatie, beperking van normale
activisten, niet levensbedreigend
4) ASA-klasse IV: ernstige systeem aandoening, chronische + constante bedreiging
voor leven
5) ASA-klasse V: zwaar ziek, overleving niet langer dan 24 uur zonder ingreep
6) ASA-klasse VI: hersendode patiënt, orgaandonatie voor andere patiënt mogelijk
Levensverwachting
= wetenschappelijk gebaseerde voorspelling die aangeeft hoeveel jaren een persoon op
een bepaald moment gemiddeld nog te leven heeft, gemiddelde leeftijd waarop iemand
sterft
Zal lager liggen bij personen met lager opleidingsniveau
Gestegen door verbetering van hygiënische omstandigheden, sociale situatie,
beheersen van infecties, medische en technische vooruitgang
Gezondheidsverwachting
= levensverwachting in goede gezondheid/zonder beperking, levenskwaliteit
Zal lager liggen bij personen met lager opleidingsniveau, moet vaak puur vanuit de
patiënt beslist worden
- Complementair met DALY’s (disability-adjusted life years)
, - QALY =quality adjusted life year= extra levensjaar in perfecte gezondheid
=> kijken naar hoeveel QALY de behandeling oplevert en de kosteneffectiviteit van
een QALY (hoeveel zijn we bereid te betalen voor zo’n QALY
Levenskwaliteit wordt vanuit de patiënt bepaald. Dit valt te “meten” door onderzoeker
met behulp van bv. OHIP-14*, VAS-scale**, …
*OHIP-14: oral health impact profile: vragen over functiebeperking, fysieke pijn,
psychologisch ongemak, psychologische beperkingen, lichamelijke beperkingen,
sociale beperkingen en andere beperkingen
**VAS-scale = visual analoque scale, weergeven van pijn door vooral aantonen van
beelden, meestal voor kinderen
Gezondheidsdeterminanten
= geheel aan persoonlijke, sociale, economische en omgevingsfactoren die de
gezondheid van individuen/gemeenschappen beïnvloedt
Levensverwachting zal niet voor iedereen gelijk zijn door verschillende determinanten
Sociale factoren/determinanten: minder toegang tot geld, kennis en info => meer
blootstelling aan risicofactoren die gezondheid negatief beïnvloeden
! Vicieuze cirkel
Wel socio-economische gradiënt => stapsgewijs verband tussen sociale status en
gezondheid, gezondheid daalt naarmate afdaling op sociale ladder
hoogste sociale klasse loopt het laagste risico op ziekte (wel nog altijd risico)
! Cliff-edge inequalities: laagste sociale klasse (daklozen, sekswerkers, mensen zonder
papieren) is geen stapsgewijze gradiënt maar een klif naar beneden => verhoogd risico
op ernstige gezondheidsproblemen
Ordenen van determinanten
Whitehead: ordening op basis van hoe dicht de determinant bij het individu staat,
onafhankelijk van de ziekte
Health field concept van Lalonde
- Exogene (externe) determinanten
Omgevingsfactoren: natuurlijke omgeving (=> fysiek/chemisch/biotisch)
maatschappelijke omgeving (=> veiligheid/cultuur)
organisatie van gezondheidszorg => toegang tot zorg
- Endogene (interne) determinanten:
biologie/genetica
verworven => gezondheidsgedrag en levensstijl