Academiejaar 2024-2025
BA1
Faculteit Bio-Ingenieur
Examenvragen
Hey! Dit document bevat potentiële examenvragen die de prof tijdens de
lessen aanhaalde en waarvan hij zei dat ze op het examen zouden kunnen
voorkomen.
Als extra: enkele examenvragen die ik op het praktisch examen had
gekregen.
18 voorbeeld vragen voor het theoretisch examen
5 voorbeeld vragen voor het praktsich examen
Veel succes!
1. Hoe zijn platwormen aangepast aan verschillende levenswijzen, zoals
vrijlevend en parasitair?
1. Klasse Turbellaria (Vrijlevende platwormen)Voorbeeld: Mesostoma, Dugesia (plan
• Vrijlevend, meestal in zoetwater of mariene milieus.
Kenmerken:
• Trilharen (ciliën) op ventrale zijde → voortbeweging.
• Geen ademhalings- of bloedvatenstelsel → diffusie van O₂/CO₂ via de huid.
• Excretie via protonephridia (vlamcellen):
o Ciliën zuigen interstitieel vocht naar binnen.
o Water + afvalstoffen afgevoerd via nephridioporus.
• Voortplanting:
o Hermafrodiet.
1
, o Geslachtelijk (kruisbevruchting) of ongeslachtelijk (splitsing + regeneratie).
• Opmerkelijk regeneratievermogen.
• Mond niet aan de kopzijde.
• Eenvoudige bouw, geschikt voor kleine organismen die in water leven en veel met diffusie
kunnen afwerken.
• Cystevorming in ongunstige omstandigheden (zoals opdrogende poelen).
2. Klasse Monogenea (Ectoparasieten)
• Ectoparasieten van vissen, kikkers → op huid/kieuwen.
Kenmerken:
• Haken en zuignap voor verankering aan gastheer.
• Leven van bloed of weefselvocht.
• Tweeslachtig (hermafrodiet).
• Eenvoudige levenscyclus, één gastheer.
• Leven op plaatsen met dunne huid en doorbloeding (kieuwen).
• Aanhechtingsstructuren cruciaal voor overleving in stromend water.
3. Klasse Trematoda (Flukes, endoparasieten)
• Endoparasieten in bloed, lever of darmen van gewervelden.
Kenmerken:
• 2 zuignappen voor verankering.
• Geen darmopening (eindigt blind).
• Complexe levenscyclus:
o Wisseling tussen tussengastheer (meestal slak) en hoofdgastheer (mens/dier).
• Geslachtelijke voortplanting in hoofdgastheer.
• Ongeslachtelijke vermenigvuldiging in slak.
Voorbeelden:
Schistosoma mansoni:
2
, • Leeft in bloedvaten darmstreek.
• Kan hersenbarrière passeren.
• Bilharziose: pijn, bloedarmoede, darmschade.
• Cercariën zwemmen naar mens, dringen via huid binnen.
Fasciola hepatica (leverbot):
• Volwassen in lever van schapen, runderen of mensen.
• Metacercariën op waterplanten (waterkers!) → besmetting via voedsel.
• Tolerantie voor lage O₂-concentraties.
• Afgestemd op tropische en vochtige omgevingen.
• Tussengastheren vergroten kans op verspreiding.
4. Klasse Cestoidea (Lintwormen, endoparasieten)Voorbeeld: Taenia solium (), Taenia sagina
• Inwendige parasieten in darm van gewervelden.
Kenmerken:
• Geen mond, darm of ogen → opname voedingsstoffen via diffusie door huid.
• Kop (scolex) met haken of zuignappen → hechting aan darmwand.
• Lichaam gesegmenteerd in proglottiden:
o Bevatten man- en vrouwelijk geslachtsorgaan.
o Rijpe proglottiden met eieren → afgebroken en via feces uitgescheiden.
• Tot 5 meter lang.
• Meerdere gastheren nodig voor cyclus.
• Gesegmenteerd lichaam voor efficiënte voortplanting.
• Geen verteringsstelsel nodig in voedselrijke omgeving (darmgastheer).
• Lange levensduur en hoge eiproductie.
Taenia solium:
• Eitjes op gras → koe/varken eet dit → larve in spier (cysticercus).
• Mens eet onvoldoende verhit vlees → larve hecht zich aan darmwand → groeit uit tot lintworm.
3
, Klasse Leefwijze Gastheren Aanhechting Voortplanting Spijsvertering Excretie
Turbellaria Vrijlevend Geen Geen Hermafrodiet, Mond, farynx, Vlamcellen
regeneratie darm
Monogenea Ectoparasiet 1 (vis) Haken, Hermafrodiet Darm (1 Vlamcellen
zuignap opening)
Trematoda Endoparasiet ≥2 (mens, 2 zuignappen Ongeslacht. + Darm, geen Vlamcellen
slak) geslacht. anus
Cestoidea Endoparasiet ≥2 (mens, Scolex met Geslachtelijk Geen darm of Geen apart
varken) haken/zuignap mond systeem
(diffusie)
4