SPIJSVERTERINGSSTELSEL
Inleiding
è Neemt alles op van wat er in de voeding zit
o Ook al is er op dat moment geen behoefte aan die stof
è Is in principe gewoon 1 lange holle buis
o Met begin de mondholte en einde de anus
è Ook zijn er klieren aanwezig
o Speekselklieren = enxocriene klieren
§ Stortten secreties uit in de buitenwereld
Onderscheidt tussen herkauwers en niet herkauwers
- HK hebben een groot voormagen complex
o Dit is nog om te herkauwen
o Pens, netmaag, boekmaag en lebmaag
§ Lebmaag komt overeen met de eigenlijke maag bij de monogastrica
- Bij niet HK een onderscheidt tussen
o Carnivoren
§ Voedsel bestaat vnl uit vet en eiwit
§ Deze eiwitrijke voeding is makkelijk te verteren
• Daarom hebben ze een relatief eenvoudig SVS
• Vooral de maag zal een belangrijke rol spelen
o Is groot en dient ook voor stockage
§ Dieet heeft een hoge energie-inhoud
o Herbivoren
§ Hun voeding is vnl rijk aan koolhydraten
§ Dieet heeft een lage energie-inhoud
§ Gras heeft een vezelstructuur
• Deze vezels zijn omgeven door een slecht verteerbare mantel
• Hiervoor zijn micro-organismen nodig om dit af te breken
§ Er zal fermentatie gebeuren
• Bacteriën en schimmels leven in symbiose met gastheer
• Deze micro-organismen gebruiken de vezelstructuur als
voedingsstof
o Bij afbraak komt de inhoud vrij
o Zullen ook eiwitten produceren
§ Deze eiwitten worden dan opgenomen door het dier
§ Fermentatie centrum bij herkauwers is thv de voormagen, dit is dus in het
begin van het SVS
• De geproduceerde eiwitten kunnen dus verder in het maag-darm
stelsel makkelijk opgenomen worden
§ Fermentatie gebeurd bij paarden in het caecum, dit is dus meer naar het
einde van het SVS
• Hierdoor zullen niet meer alle geproduceerde eiwitten opgenomen
kunnen worden
o Een deel zal verloren gaan in de mest
1
, o Ze resorberen minder eiwitten terug
§ Het verteringsprocess bij herbivoren is weinig eQiciënt
• Zo zullen er veer meel restanten in de mest zitten
• En produceren ze algemeen ook meer mest
o Omnivoren
Samenstelling SVS
- Spijsverteringsstelsel is aangepast aan het dieet van het dier
o Daarom is het belangrijk dat dieren een aangepast dieet hebben
Ø Carnivoren
o Hebben een simpel SVS
o Hebben heel grote maag
§ Deze zal ook dienen als stockage
o Er gebeurd algemeen weinig fermentatie
Ø Herkauwers
o Groot voormagen complex
o Dikke darm gedeelte is groter dan bij carnivoren maar kleiner dan bij herbivoren
(monogastrische)
Ø Paard
o Heeft een heel kleine maag
o Heel groot dikke darm segment
§ Logisch want hier zal de fermentatie gebeuren
Ø Varken – omnivoren
2
, o Hebben een maag die richting deze van carnivoren gaat
§ Zo is er ook de stockage functie
o Hebben dikke darm segment dat ricnting deze van herbivoren gaat
§ Zo kan er ook fermentatie plaatsvinden
Ø Vogels
o Hebben een krop
§ Voedsel zal hier in weken en schuift door naar de klier en spier maag
o Kliermaag
§ Bevat oa maagzuur
o Spiermaag
§ Deze neemt de functie van tanden over
§ Zorgt voor het verkleinen van voedsel tot verteerbare stukjes
Ø Maag bij paard neemt voor minder dan 10% deel uit in het SVS
o Paard kan ook niet braken
Ø Caecum en colon à 65% van SVS bij paard
o Dit is de plaats waar fermentatie gebeurd
à Doordat paard een kleine maag heeft en niet kan braken is kans op een maagruptuur reeël
- Altijd opletten bij paarden met ileus
o Maag zal hierbij makkelijk opzetten want SVS blijven geproduceerd worden
o Je zal een paard altijd sonderen in geval van ileus of koliek om het maagzuur/reflux
af te voeren
§ Opletten dat je hierdoor geen metabole alkalose introduceert
Soorten herbivoren
- Bladeters
o Deze dieren zijn zeer selectief
o Deze planten delen zijn ook makkelijker te verteren
3
, - Klassieke gras en vezeleters
o Dit voedsel is wel slecht verteerbaar
§ Zullen daarom ook grote fermentatiekamers hebben
- Intermidaire groep
o Ze zullen hun eetgedrag aanpassen aan de beschikbaarheid van het voedsel
Omnivoren
- Zijn veel flexibeler in hun voedingskeuze
- Grote variatie in anatomie en fysiologie wat SVS betreft
- Mens, varken, bruine beer
Stappen in verteringsprocess
1) Mechanische vertering
2) Secretie van enzymen
3) Enzymatische afbraak van organische voedingsstoQen
4) Absorptie van voedingsstoQen
Mechanische vertering
- Fijnmalen van voedsel door tanden
o Fijnmalen belangrijk om
§ Doorslikken te vergemakkelijken
§ Vergroot het oppervlakte voor enzymatische vertering
• Kleinere stukjes zorgen voor een grotere totaaloppervlakte dan 1
grote brok
- Ook zijn hierbij de contracties door heen het SVS belangrijk
o Bevordert het mengen van voedsel
§ Zo komen de SVS goed in contact met met de voedselbrei
§ Zorgt er ook voor dat de voedselbrei beter in contact komt met de wand van
dunne darm
• Want enkel voedsel dat direct contact maakt zal opgenomen worden
o Bevordert de absorptie
o Contracties zijn niet enkel belangrijk voor voorstuwen van voeding maar ook dat de
voeding ter plaatse wordt gehouden = retentie
§ Is belangrijk dat voeding niet te snel door het SVS gaat want dan zou de flora
onvoldoende tijd hebben om in te werken
§ Zeker bij herbivoren is dit belangrijk
- Musculatuur
o Mond – en kauwspieren en aars à dwarsgestreept
§ Is onder de eigen controle
4
Inleiding
è Neemt alles op van wat er in de voeding zit
o Ook al is er op dat moment geen behoefte aan die stof
è Is in principe gewoon 1 lange holle buis
o Met begin de mondholte en einde de anus
è Ook zijn er klieren aanwezig
o Speekselklieren = enxocriene klieren
§ Stortten secreties uit in de buitenwereld
Onderscheidt tussen herkauwers en niet herkauwers
- HK hebben een groot voormagen complex
o Dit is nog om te herkauwen
o Pens, netmaag, boekmaag en lebmaag
§ Lebmaag komt overeen met de eigenlijke maag bij de monogastrica
- Bij niet HK een onderscheidt tussen
o Carnivoren
§ Voedsel bestaat vnl uit vet en eiwit
§ Deze eiwitrijke voeding is makkelijk te verteren
• Daarom hebben ze een relatief eenvoudig SVS
• Vooral de maag zal een belangrijke rol spelen
o Is groot en dient ook voor stockage
§ Dieet heeft een hoge energie-inhoud
o Herbivoren
§ Hun voeding is vnl rijk aan koolhydraten
§ Dieet heeft een lage energie-inhoud
§ Gras heeft een vezelstructuur
• Deze vezels zijn omgeven door een slecht verteerbare mantel
• Hiervoor zijn micro-organismen nodig om dit af te breken
§ Er zal fermentatie gebeuren
• Bacteriën en schimmels leven in symbiose met gastheer
• Deze micro-organismen gebruiken de vezelstructuur als
voedingsstof
o Bij afbraak komt de inhoud vrij
o Zullen ook eiwitten produceren
§ Deze eiwitten worden dan opgenomen door het dier
§ Fermentatie centrum bij herkauwers is thv de voormagen, dit is dus in het
begin van het SVS
• De geproduceerde eiwitten kunnen dus verder in het maag-darm
stelsel makkelijk opgenomen worden
§ Fermentatie gebeurd bij paarden in het caecum, dit is dus meer naar het
einde van het SVS
• Hierdoor zullen niet meer alle geproduceerde eiwitten opgenomen
kunnen worden
o Een deel zal verloren gaan in de mest
1
, o Ze resorberen minder eiwitten terug
§ Het verteringsprocess bij herbivoren is weinig eQiciënt
• Zo zullen er veer meel restanten in de mest zitten
• En produceren ze algemeen ook meer mest
o Omnivoren
Samenstelling SVS
- Spijsverteringsstelsel is aangepast aan het dieet van het dier
o Daarom is het belangrijk dat dieren een aangepast dieet hebben
Ø Carnivoren
o Hebben een simpel SVS
o Hebben heel grote maag
§ Deze zal ook dienen als stockage
o Er gebeurd algemeen weinig fermentatie
Ø Herkauwers
o Groot voormagen complex
o Dikke darm gedeelte is groter dan bij carnivoren maar kleiner dan bij herbivoren
(monogastrische)
Ø Paard
o Heeft een heel kleine maag
o Heel groot dikke darm segment
§ Logisch want hier zal de fermentatie gebeuren
Ø Varken – omnivoren
2
, o Hebben een maag die richting deze van carnivoren gaat
§ Zo is er ook de stockage functie
o Hebben dikke darm segment dat ricnting deze van herbivoren gaat
§ Zo kan er ook fermentatie plaatsvinden
Ø Vogels
o Hebben een krop
§ Voedsel zal hier in weken en schuift door naar de klier en spier maag
o Kliermaag
§ Bevat oa maagzuur
o Spiermaag
§ Deze neemt de functie van tanden over
§ Zorgt voor het verkleinen van voedsel tot verteerbare stukjes
Ø Maag bij paard neemt voor minder dan 10% deel uit in het SVS
o Paard kan ook niet braken
Ø Caecum en colon à 65% van SVS bij paard
o Dit is de plaats waar fermentatie gebeurd
à Doordat paard een kleine maag heeft en niet kan braken is kans op een maagruptuur reeël
- Altijd opletten bij paarden met ileus
o Maag zal hierbij makkelijk opzetten want SVS blijven geproduceerd worden
o Je zal een paard altijd sonderen in geval van ileus of koliek om het maagzuur/reflux
af te voeren
§ Opletten dat je hierdoor geen metabole alkalose introduceert
Soorten herbivoren
- Bladeters
o Deze dieren zijn zeer selectief
o Deze planten delen zijn ook makkelijker te verteren
3
, - Klassieke gras en vezeleters
o Dit voedsel is wel slecht verteerbaar
§ Zullen daarom ook grote fermentatiekamers hebben
- Intermidaire groep
o Ze zullen hun eetgedrag aanpassen aan de beschikbaarheid van het voedsel
Omnivoren
- Zijn veel flexibeler in hun voedingskeuze
- Grote variatie in anatomie en fysiologie wat SVS betreft
- Mens, varken, bruine beer
Stappen in verteringsprocess
1) Mechanische vertering
2) Secretie van enzymen
3) Enzymatische afbraak van organische voedingsstoQen
4) Absorptie van voedingsstoQen
Mechanische vertering
- Fijnmalen van voedsel door tanden
o Fijnmalen belangrijk om
§ Doorslikken te vergemakkelijken
§ Vergroot het oppervlakte voor enzymatische vertering
• Kleinere stukjes zorgen voor een grotere totaaloppervlakte dan 1
grote brok
- Ook zijn hierbij de contracties door heen het SVS belangrijk
o Bevordert het mengen van voedsel
§ Zo komen de SVS goed in contact met met de voedselbrei
§ Zorgt er ook voor dat de voedselbrei beter in contact komt met de wand van
dunne darm
• Want enkel voedsel dat direct contact maakt zal opgenomen worden
o Bevordert de absorptie
o Contracties zijn niet enkel belangrijk voor voorstuwen van voeding maar ook dat de
voeding ter plaatse wordt gehouden = retentie
§ Is belangrijk dat voeding niet te snel door het SVS gaat want dan zou de flora
onvoldoende tijd hebben om in te werken
§ Zeker bij herbivoren is dit belangrijk
- Musculatuur
o Mond – en kauwspieren en aars à dwarsgestreept
§ Is onder de eigen controle
4