LEGENDE:
1. Sensorische cellen verbinden ons inwendige en uitwendige milieu met het
zenuwstelsel
2. Sensorische cellen van algemene zintuigen kunnen worden ingedeeld aan de
hand van het type prikkel waarvoor ze gevoelig zijn
2.1. Pijn
2.2. Temperatuur
2.3. Aanraking, druk en houding
2.4. Chemische waarneming
3. Bij olfactie, de reukzin, zijn reukzintuigen betrokken die op chemische
prikkels reageren
3.1. De olfactorische banen
4. Bij het proeven, de smaakzin, zijn smaakzintuigcellen betrokken die op
chemische prikkels reageren
4.1. De banen van de smaakzintuigen
5. Bij het gezichtsvermogen spelen interne structuren in het oog een rol, terwijl
accessoire structuren van het oog bescherming bieden
5.1. De accessoire structuren van het oog
5.2. Het oog
6. Fotoreceptoren reageren op licht en zetten dit om in elektrische signalen die
nodig zijn om te kunnen zien
6.1. Staafjes en kegeltjes
6.2. De structuur van lichtgevoelige zintuigcellen
6.3. Fotoreceptie
6.4. De optische banen
7. Gewaarwordingen van evenwicht ontstaan in het binnenoor, terwijl de
gehoorzin bestaat uit de waarneming en interpretatie van geluidsgolven
7.1. De anatomie van het oor
7.2. Evenwicht
7.3. Het gehoor
8. Veroudering gaat gepaard met een duidelijke afname van de speciale
zintuigen
8.1. Reukvermogen en veroudering
8.2. Smaakzin en veroudering
8.3. Gezichtsvermogen en veroudering
8.4. Evenwicht en veroudering
8.5. Gehoorvermogen en veroudering
, 1. Sensorische cellen verbinden ons inwendige en uitwendige milieu
met het zenuwstelsel:
Alle sensorische informatie wordt via zintuigen opgepikt door
gespecialiseerde receptoren, zoals dendrieten en celuitlopers, die de
omstandigheden binnen en buiten het lichaam registreren. Vrije
zenuwuiteinden, die door weefsels lopen als graswortels, zijn gevoelig voor
diverse stimuli maar hebben weinig receptor-specificiteit; bijvoorbeeld, een
vrij zenuwuiteinde in de huid kan pijn veroorzaken door chemische stoffen,
druk, warmte of snijwonden. Andere zintuigen, zoals tast- en
smaakzintuigen, zijn selectiever en gevoelig voor één type prikkel.
Lichtgevoelige cellen in het oog worden beschermd door accessoire
structuren en leveren zeer specifieke informatie.
Het gebied dat informatie aan een sensorische cel levert, het receptorveld,
bepaalt de lokalisatie en discriminatie; kleinere receptorvelden, zoals op
vingertoppen, maken precisie mogelijk, terwijl grote velden, zoals op de
romp, minder precies zijn. Sensorische impulsen komen via afferente
vezels bij het centrale zenuwstelsel aan als actiepotentialen, waarvan de
frequentie toeneemt met de prikkelintensiteit. De hersenen ontvangen en
interpreteren deze impulsen in verschillende cortexgebieden afhankelijk
van de aard en locatie van de prikkel, wat leidt tot gewaarwordingen en
percepties. Adaptatie, een afname in gevoeligheid door constante prikkels,
zorgt dat minder informatie wordt doorgegeven; bijvoorbeeld, bij langdurige
warmte voelt de temperatuur minder extreem.
Het grootste deel van de sensorische informatie wordt via het ruggenmerg
en de hersenstam onwillekeurig verwerkt, zoals in reflexen, terwijl slechts
circa 1% de hersenschors bereikt voor bewuste perceptie. Het reticulaire
activerende systeem (RAS) regelt de aandacht en versterkt of verzwakt de
waarnemingen. Zintuigen worden onderverdeeld in algemene zintuigen
(temperatuur, pijn, aanraking, druk, trilling, proprioceptie) en speciale
zintuigen (reuk, smaak, zicht, evenwicht, gehoor); de speciale zintuigen
bevinden zich in hoofd- en gespecialiseerde organen.
,Sensorische transductie omvat het omzetten van stimuli in elektrische
signalen via verschillende typen, zoals nocitransductie (pijn),
thermotransductie (temperatuur), mechanotransductie (druk, gehoor),
chemotransductie (reuk, smaak) en fototransductie (zicht). Receptoren
worden onderverdeeld in exteroceptoren (externe prikkels), interoceptoren
(interne prikkels), en proprioceptoren (lichaamshouding en positie), waarbij
de grootte van het receptorveld de discriminatie en tweepuntsdiscriminatie
beïnvloedt, en de intensiteit van de prikkel de frequentie van
actiepotentialen bepaalt.
2. Sensorische cellen van algemene zintuigen kunnen worden
ingedeeld aan de hand van het type prikkel waarvoor ze gevoelig
zijn:
Zintuigcellen van de algemene zintuigen liggen door het gehele lichaam
verspreid ( en dus niet in gespecialiseerde organen). Ze zijn betrekkelijk
eenvoudig van structuur. We verdelen ze in 4 typen aan de hand van de aard
van de prikkel die ze activeert:
- Nociceptoren = pijn
- Thermoreceptoren = temperatuur
- Mechanoreceptoren = mechanische vervorming
- Chemoreceptoren = chemische concentratie
, 2.1. Pijn:
Pijnzintuigen, of nociceptoren, zijn vrije zenuwuiteinden die voorkomen in
onder andere de huid, gewrichtskapsels, beenvliezen en rond bloedvaten,
maar minder in diepliggende weefsels en viscera. Ze hebben
grote receptorvelden, waardoor pijn moeilijk precies te lokaliseren is.
Nociceptoren reageren
op mechanische, thermische en chemischeprikkels, waarbij zware stimuli
leiden tot pijnervaringen zoals een ‘brandende pijn’, ongeacht de aard van
de prikkel.
De geleiding van pijnprikkels verloopt via twee typen
axonen: gemyeliniseerde Aδ-vezels en ongemyeliniseerde C-vezels. Aδ-
vezels zorgen voor snelle, scherp gelokaliseerde, stekende pijn en kunnen
reflexen opwekken. C-vezels geleiden trage, doffe of brandende pijn die
minder nauwkeurig gelokaliseerd wordt. In de huid en oppervlakkige
structuren, zoals de epidermis en gewrichtskapsels, zijn veel nociceptoren
aanwezig, terwijl deze in sereuze membranen (zoals pleura en pericardium)
en viscera minder voorkomen. Viscera bevatten vooral C-vezels die gevoelig
zijn voor distensie of uitrekking.
Pijnsignalen worden via de tractus spinothalamicus naar de primaire
somatosensorische cortex geleid. Pijn uit huid en spieren kan autonome
reacties veroorzaken zoals zweten, bloeddrukdaling of misselijkheid
(nociceptie). Bij viscerale pijn treedt vaak gerefereerde pijn op, waarbij de
pijn gevoeld wordt op lichaamsdelen die door dezelfde spinale
zenuwen worden geïnnerveerd als het aangedane orgaan, ondanks dat deze
delen zelf niet geprikkeld worden, Bv: pijn in de huid van het bovenste
gedeelte van de borst en de linkerarm is mogelijk afkomstig van het hart of
de hartspier. Regulatievan pijn gebeurt in de thalamus, hersenstam en
het ruggenmerg, die in staat zijn pijnsignalen te dempen.