1. Inleiding en diagnose
Hoofdstuk Evolutionaire relevantie Medisch/veterinaire
relevantie
9. Nematoda Volledig spijsverteringskanaal met aparte mond Heel wat rondwormen zijn
aan de kop en anus helemaal achteraan de parasitair bij mensen of bij
staart. huisdieren, o;a. spoelwormen,
De soort C.elegans wordt zeer veel gebruikt als haakwormen, filarien,…
proefdier in biomedisch onderzoek.
2. Diagnose
Morfologie - wormvormig: lang, rond, bilateraal symmetrisch
- zonder aanhangsels
- triploblast; geen echte lichaamsholte, maar pseudocoel
- lichaam beschermd door cuticula (meestal niet glad)
- gesteund door cuticula en vloeistoffen in pseudocoel
fysiologie - centraal zenuwstelsel met slokdarmring
- ventrale en caudale ganglia en zenuwstrengen
- volledig, onvertakt spijsverteringskanaal
- geen bloedvaten- of ademhalingsstelsel
- osmoregulatie d.m.v. vlamcellen
voortbeweging - longitudinale spieren
- geen aanhangsels, cilia of flagellen
Voortplanting meestal gescheiden geslachten; geslachten dimorf (=2 verschillende vormen,
verschil kunnen zien tussen mannen en vrouwen)
Ontwikkeling - indirect; meestal 4 op het adult lijkende larvenstadia
- aantal cellen in adulten van de zelfde soort is altijd gelijk
Habitat - aquatisch, in de grond of endoparasitair
- wereldwijde verspreiding
3. Bouwplan
Habitus en lichaamsomhulling
• langwerpig, spoelvormig, versmallend naar de uiteinden
• vrijlevende soorten vrij klein
• parasitaire wormen
• sterke, meestal gladde, niet-chitineuze cuticula
• onder de cuticula een epitheel met weinig cellen
• epitheliale lijsten dorsaal, ventraal en lateraal
• staartklieren: verankering
• amphiden, fasmiden (sensoriële funtie) : zintuigen
Lichaamsholte:
• pseudocoel
• gevuld met grote cellen met enorme vacuolen
• hydrostatisch skelet
,Spieren:
• sterk ontwikkelde huidspierzak (opgebouwd één laag longitudinale spiercellen)
à opgedeeld in 4 spiervelden
• spiercel inwendig verdeeld
o fibrillenzone: dwarsgestreepte spiervezels
o nucleaire zone: bevat kern + pseudopodiale uitstulpingen
o uitlopers naar zenuwvezels
• dorsale + ventrale helft à dorsoventrale kromming mogelijk
• ook gespecialiseerde spiertjes
Spijsverteringsstelsel
• sterk gespierde farynx (kan zuigkracht ontwikkelen)
• 3 of 6 lippen
• eventuele differentiaties van deze platen (tandjes, zuigapparaat)
• middendarm met eenlagig epitheel (staafjeszoom)
• einddarm, WEL anus
Excretiestelsel
• 1 of 2 ventrale excretiecellen (protonephridia)
• intracellulaire holte die zich kan uitstrekken tot een kanaal
Voortplantingsstelsel
Meestal gescheiden geslacht
Mannelijk:
• 2 testes
• 1 vas deferens
• ductus ejaculatorius uitmondend in cloaca
• mogelijke specialisaties in/rond cloaca: copulatieorganen
Vrouwelijk:
• 2 buisvormige ovaria à verbreden tot uteri
• Uteri mond uit in vagina
• soms kort oviduct tussen ovarium en uterus
• vagina die opent in de vulva (= uitwendig deel vr. geslachtsorgaan)
4. Voortplanting en ontwikkeling
• geslachtelijke voortplanting
• inwendige bevruchting
• ovipaar, soms vivipaar
• bij parasitaire soorten: soms microfilariae (kleine wormpjes)
• ontwikkeling in verschillende stadia (met vervellingen):
• ei ® larve1 ® larve2 ® larve3 ® larve 4 ® preadult ®adult
volwassen als beginnen met VP
Levensswijze: Vrijlevend/zooparasitair
, 5. Voorbeelden
1. Enterobius vermicularis
- Homoxeen (=maar 1 gastheer (mens)) - eenvoudige cyclus
- leeft in de einddarm van de mens - geen migratiefase
- leeft van weefselvocht in mucosa (slijmvlies) - kosmopoliet
Legt eitjes rond anus (kruipen naar buiten)
à Larven veroorzaken jeuk, krabben
à eitjes komen binnen in lichaam en uiteindelijk in
darm
Retrofexie= wormen kruipen langs anus terug naar
binnen ipv terug via mond in lichaam
2. Ascaris lumbricoides (spoelworm)
- Homoxeen - kosmopoliet
- leeft in de dunne darm van de mens - bevruchte eieren afgezet in darm
- voedt zich met darminhoud - verlaten gastheer met faeces (=ontlasting)
- verschil met vorige worm: migratie van larven in de gastheer
Ei met kleine larve, als ei
opgenomen à larf uit ei
komen, doorheen
darmwand naar bloedbaan
à naar lever
à naar longen
à via luchtpijp in keel,
wordt ingeslikt
(ondertussen al volwassen)
à terug in darm