Jaar 2
Oncologie
Naam:
Studentnummer:
Groep:
Examinator:
Studieonderdeel: Casestudy
Studiegidsnummer:
Aantal woorden: 2988
Datum inleveren:
,Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................................................................................................ 1
Gevalsbeschrijving......................................................................................................................................... 3
Voorgeschiedenis.................................................................................................................................................3
Medische diagnose...............................................................................................................................................3
Pathofysiologie.....................................................................................................................................................3
ICF-model.............................................................................................................................................................4
Verpleegkundige diagnosen.................................................................................................................................5
Multidisciplinaire aanpak.....................................................................................................................................5
Gezondheidsprobleem................................................................................................................................... 6
Methode....................................................................................................................................................... 7
PICO......................................................................................................................................................................7
Searchstring..........................................................................................................................................................7
In- en exclusiecriteria...........................................................................................................................................7
Verdieping..................................................................................................................................................... 9
Flowchart..............................................................................................................................................................9
Vakbronnen........................................................................................................................................................10
Prognostische variabelen...................................................................................................................................12
Bespreking................................................................................................................................................... 12
Welke interventies zijn beschikbaar?.................................................................................................................12
Welke effecten (ten aanzien van het doel) zijn er te verwachten van deze interventie, en hoe groot zal het
effect naar verwachting zijn?.............................................................................................................................12
Welk bewijs is er dat deze interventie inderdaad effect heeft...........................................................................12
Wat is het aangrijpingspunt van de interventie?...............................................................................................13
Wat is het werkingsmechanisme van de interventie?.......................................................................................13
Is de interventie haalbaar en aanvaardbaar?....................................................................................................13
Discussie/ conclusie..................................................................................................................................... 14
Bronvermelding........................................................................................................................................... 16
Inleiding
Mevrouw Zwart is 52 jaar en woont in Haarlem met haar man. Mevrouw
Zwart is werkzaam als grondstewardess op Schiphol, haar man is
1
, natuurkunde docent op een middelbare school. Mevrouw Zwart en haar
man hebben een gezonde leefstijl; ze hebben beiden nooit gerookt en ze
drinken zelden alcohol. Daarnaast gaan ze regelmatig samen fietsen. Ze
hebben twee dochters die beiden al uit huis zijn. Eén van de dochters is
een jaar geleden overleden aan de gevolgen van een auto-ongeluk. Dit
was een zware klap voor zowel mevrouw als meneer Zwart. Sindsdien is
mevrouw somber en slaapt slecht waardoor ze vermoeid is. Mevrouw
Zwart is naar de huisarts gegaan met deze klachten, de huisarts heeft
vastgesteld dat mevrouw depressief is. Hiervoor krijgt ze medicatie
(antidepressiva) en krijgt ze sinds twee maanden psychologische hulp.
Mevrouw gaat echter na twee maanden opnieuw naar de huisarts wegens
toenemende vermoeidheidsklachten en verminderde eetlust, ze vraagt
zich af of de medicatie en de psychologische hulp wel voldoende helpen.
De huisarts vraagt zich af of er mogelijk andere problemen ten grondslag
liggen aan haar depressieve klachten en doet voor de zekerheid
onderzoek. De uitslag van het bloedonderzoek was afwijkend, daarnaast
vindt de huisarts bij het lichamelijk onderzoek een vergrote lymfeklier. De
huisarts stuurt mevrouw door naar de internist. Na verschillende
onderzoeken blijkt mevrouw Zwart een stadium II non-hodgkinlymfoom te
hebben (lymfeklierkanker). Mevrouw Zwart wordt opgenomen op de
afdeling hematologie om behandeld te worden met chemotherapie.
Na twee weken opgenomen te zijn geweest valt het de verpleegkundige
op dat mevrouw erg somber is. Ze mist haar overleden dochter en ziet
haar eigen toekomst somber in nu ze ook nog zo ziek is. Daarnaast heeft
mevrouw Zwart veel last van bijwerkingen van de chemotherapie: ze is
erg misselijk en braakt daarbij veel. Door het braken houdt ze naast het
eten ook haar antidepressiva niet binnen. Mevrouw krijgt anti-emetica
tegen de misselijkheid, maar helaas helpt dit niet. De verpleegkundige
maakt zich zorgen over het gewicht van mevrouw Zwart ze is sinds de
opname 3 kilo afgevallen. De verpleegkundige vraagt zich af wat ze kan
doen tegen de misselijkheid en het braken naast het geven van anti-
emetica. Hieruit volgt de volgende klinische onzekerheid: “Wat zijn
effectieve interventies om misselijkheid en braken als gevolg van
chemotherapie te verminderen bij een patiënt met een Non-
Hodgkinlymfoom?”
2