Scheikunde innovatieve
materialen H18
Voorkennis H18
Bindingen en roosters
- Tussen moleculaire stoffen zitten atoombindingen/covalente bindingen
- Stikstof-, zuurstof- en halogeen-atomen kunnen een polaire atoombinding vormen→
hebben dan een negatieve lading
- Stoffen met een polaire atoombinding bestaan uit dipoolmoleculen met tussen de
moleculen dipool-dipoolbindingen→ dit noem je polaire stoffen
↳ tenzij de ruimtelijke bouw het effect van polaire atoombindingen opheft
- Waterstofbruggen ontstaan tussen moleculen met -OH en/of NH-groepen
- In een vaste moleculaire stof vormen de moleculen een molecuulrooster
- Tussen de moleculen komen vanderwaalsbindingen voor
- Het metaalrooster bestaat uit metaalionen en vrije elektronen (uit buitenste schil
metaalatomen) die zich verplaatsen
- In het metaalrooster komt de metaalbinding voor
- Metalen kunnen vervormen, omdat door een kracht een laag metaalatomen wordt
opgeschoven, terwijl het metaalrooster intact blijft
- Zouten zijn opgebouwd uit positieve en negatieve ionen
- In een vast zout zijn de ionen gerangschikt volgens een ionrooster→ tussen de ionen
komt de sterke ionbinding voor
- In een zoutoplossing zijn de ionen gehydrateerd
Polymeren
- Polymeren zijn opgebouwd uit polymeerketens
die ontstaan door polymerisatie van
monomeermoleculen
- In een polymeermolecuul is een repeterende
eenheid te herkennen
- Copolymeren= gevormd door polymerisatie van twee of meer verschillende
monomeren
- Additiepolymerisatie/polyadditie vindt plaats bij monomeermoleculen met een C=C
binding. Het verloopt via een radicaalreactie:
1. De ontleding van de initiator
2. De initiatie
3. Propagatie→ kettingreactie
4. Terminatie
- Repeterende eenheid additiepolymeer→ twee C-atomen met daaraan zijgroepen
- Bij polycondensatie ontstaan uit monomeermoleculen een polymeermoleculen en
kleine moleculen (vaak water)
- Een polyester ontstaat als een hydroxyzuur of een dizuur met en diol het monomeer
vormt→ estergroep
materialen H18
Voorkennis H18
Bindingen en roosters
- Tussen moleculaire stoffen zitten atoombindingen/covalente bindingen
- Stikstof-, zuurstof- en halogeen-atomen kunnen een polaire atoombinding vormen→
hebben dan een negatieve lading
- Stoffen met een polaire atoombinding bestaan uit dipoolmoleculen met tussen de
moleculen dipool-dipoolbindingen→ dit noem je polaire stoffen
↳ tenzij de ruimtelijke bouw het effect van polaire atoombindingen opheft
- Waterstofbruggen ontstaan tussen moleculen met -OH en/of NH-groepen
- In een vaste moleculaire stof vormen de moleculen een molecuulrooster
- Tussen de moleculen komen vanderwaalsbindingen voor
- Het metaalrooster bestaat uit metaalionen en vrije elektronen (uit buitenste schil
metaalatomen) die zich verplaatsen
- In het metaalrooster komt de metaalbinding voor
- Metalen kunnen vervormen, omdat door een kracht een laag metaalatomen wordt
opgeschoven, terwijl het metaalrooster intact blijft
- Zouten zijn opgebouwd uit positieve en negatieve ionen
- In een vast zout zijn de ionen gerangschikt volgens een ionrooster→ tussen de ionen
komt de sterke ionbinding voor
- In een zoutoplossing zijn de ionen gehydrateerd
Polymeren
- Polymeren zijn opgebouwd uit polymeerketens
die ontstaan door polymerisatie van
monomeermoleculen
- In een polymeermolecuul is een repeterende
eenheid te herkennen
- Copolymeren= gevormd door polymerisatie van twee of meer verschillende
monomeren
- Additiepolymerisatie/polyadditie vindt plaats bij monomeermoleculen met een C=C
binding. Het verloopt via een radicaalreactie:
1. De ontleding van de initiator
2. De initiatie
3. Propagatie→ kettingreactie
4. Terminatie
- Repeterende eenheid additiepolymeer→ twee C-atomen met daaraan zijgroepen
- Bij polycondensatie ontstaan uit monomeermoleculen een polymeermoleculen en
kleine moleculen (vaak water)
- Een polyester ontstaat als een hydroxyzuur of een dizuur met en diol het monomeer
vormt→ estergroep