Een behavioristische benadering: klassieke conditionering
HET BASISMODEL VAN PAVLOV
Het basismodel van Pavlov
- hond van Pavlov: kwijlt wanneer hij belletje hoort
- klassieke conditionering: gedrag aanleren (elementaire/primaire vorm van leren van onwillek. G)
mechanistische manier van redeneren wordt verworpen
▪ Ieder organisme met zenuwstelsel kan geconditioneerd worden (slakken, wormen, baby’s: zuigt
wanneer het moeder ziet)
- Pavlov ontwikkelde methode waarbij via buisje speekselsecretie kon worden onderzocht
▪ Ontdekte dat hond al begon te kwijlen voor hij voedsel in muil had sommige honden kwijlden al
als ze in het laboratorium kwamen (nieuwe honden niet)
- alle individuen van zelfde soort hebben zelfde reflexen (nooit aangeleerd/ingeoefend)
▪ Knipperen bij fel licht, zweten bij gevaar,… (SR)
weinig aangeboren S-R verbindingen: meeste aangeleerd
- Pavlov: elke S kan reflex uitlokken o.v.d. die herhaaldelijk vlak voor aangeboren S w aangeboden
Klassieke conditionering: proces waarbij neutrale stimulus herhaaldelijk wordt gekoppeld aan
stimulus die reflexmatige reactie uitlokt, waardoor een aanvankelijk neutrale stimulus op de duur
dezelfde reactie uitlokt als oorspronkelijke stimulus
3 fasen: 1e fase (voor conditionering): OS OR (onwillekeurige reflex)
2e fase (tijdens proces): NS + OS OR
3e fase (na conditionering): CS CR
- klassieke conditionering:
▪ enkel van toepassing op onwillekeurig gedrag (buiten onze wil)
▪ enkel mogelijk als er contiguïteit is tussen OS en NS (samen voorkomen)
▪ # keer dat OS moet gekoppeld worden aan NS hangt af van aard S
hoe vaker, hoe sterker band, maar soms zelfs maar 1x
▪ iemand wordt gebeten door hond: blijft levenslang bang voor honden
▪ iemand verteerde ooit slecht mosselen: ziek wanneer hij ze ruikt
Voorbeelden
- zien dat het 12 uur is doet ons honger krijgen
- men linkt reclame met jonge, mooie en schaars geklede vrouwen
- hondje kwispelt als baasje riem grijpt
- kind haat het vak Engels want leerkracht is altijd kwaad op hem
- ooit verliefd op iemand met bepaald parfum verliefde gevoelens bij het reuken van dat parfum
- liedje dat we vaak op vakantie hoorden brengt ons terug in vakantiestemming
- kinderen leren houden van een saai vak door de leuke sfeer
- Experiment van Watson: Albert uit 1920
▪ Onderzoek of Pavlov’s idee over reflexen ook op ging vr emotionele, psychologische reacties
▪ Witte rat (kind had geen angst) + knal (wenen) witte rat (wenen)
- veel angsten: gevolg klassieke conditioneringsprocessen
,- voorkeuren van voedsel/locatie/muziek gaan vaak terug op klassieke conditionering
emoties verbonden met bepaalde muziek blijven hiermee verbonden
- alle voorbeelden: aangeleerde reacties op basis van associatie van prikkels (niet aangeboren)
Prikkelsubstitutie: NS neemt plaats in van OS CS
BIJKOMENDE PROCESSEN
Conditionering van hogere orde
- eenmaal je een CR hebt aangeleerd kan CS worden gebruikt als OS voor volgende conditionering
bv hond leert dat metronoom wordt gevolgd door voedsel dus kwijlt al bij horen metronoom
metronoom kan gebruikt w als OS en verbonden worden met zwart vierkant: hond kwijlt bij vierkant
- complexere/vreemde gedraging verklaren
Generalisatie
- op basis van overeenkomst tussen stimuli w een CR uitgelokt dr S die lijkt op oorspronkelijke CS
Bv hond leert dat zoemer wordt gevolgd door voedsel: kwijlt bij zoemer hond kwijlt ook bij horen
van geluid dat op zoemer lijkt
- emotionele reacties vaak gebaseerd op dit principe je reageert emotioneel op bepaalde situatie
en op alle situaties die daar op lijken
- belangrijk in leven: er zijn zelden exact dezelfde situaties toch kun je gebruiken wat je leerde in
andere situaties
▪ S-R-verbinding geleerd in ene situatie wordt overgedragen naar andere
▪ Bv verkeerslichten in andere landen zien er soms anders uit, maar bij rood licht stoppen we
▪ Bv iemand wordt gebeten door hond: wordt bang van andere honden
Over-generaliseren = fobieën (bang zijn voor alle honden)
▪ Piet Vroom: lijders aan hooikoorts kunnen aanval krijgen als zij geconfronteerd worden met
bloemetjesbehang (eerste aanval was bij zien van bloemen: generaliseren naar behang)
Aversieve conditionering
- Pavlov: enkel positieve prikkels
- negatieve prikkels kunnen ook
Bv hond krijgt middel dat hem doet braken: men laat een bel horen vlak voor de hond braakt hond
braakt al bij enkel horen bel
- onderscheid: Appetitieve stimuli: stimuli met aangename betekenis ( appetitieve conditionering)
Aversieve stimuli: stimuli met onaangename betekenis ( aversieve conditionering)
Discriminatie
- tegengestelde van generalisatie selectief conditioneringsproces
- bv hond hoort hoge toon vlak voor hij voedsel krijgt
▪ Hond hoort lage toon en krijgt geen voedsel
▪ enkel kwijlen bij horen hoge toon en niet bij lage toon leerde verschil tss 2 prikkels
- rem op generalisatie: je leert niet te reageren op stimulus (ook al lijken ze sterk op CS)
,- Pavlov: hond leren discrimineren tussen cirkel en ellips
▪ Hond leert kwijlen bij zien cirkel (niet bij ellips)
▪ Verhouding assen van ellips werden gewijzigd: 2/1 – 3/2 – 4/3 - … (ellips cirkel)
▪ Bij 9/8: hond kon discriminatie niet meer maken verloor discriminatievermogen, werd agressief
= experimentele neurose
Uitdoving/extinctie
- CR kan worden afgeleerd door # keren NS zonder OS aan te bieden CS wordt opnieuw NS
- bv hond leer dat zoemer gevolgd wordt door eten zoemer # keer laten horen zonder eten
= bij horen van zoemer begint hond niet meer te kwijlen
- uitdoven ≠ vergeten: spontaan herstel als uitgedoofde reactie plots weer optreedt als reactie op CS
Toepassingen
- kankerpatiënten (chemo): misselijkheid en braken associëren dit vaak met wat ze aten
(dat voedsel wordt dus een CS voor onaangename reacties)
Cowartles: patiënten moeten ongewoon voedsel eten tijdens behandeling (zondebokvoedsel)
na behandeling kunnen ze dit voedsel mijden (aversie breidt zich niet uit naar normale voedsel)
- bijen: bommen/kanker te detecteren: blootgesteld aan suikeroplossing waar ze hun tong in steken
- Volgend trainingsniveau: specifieke geur wanneer ze suikerwater krijgen steekt tong uit
- Suikerwater wordt verminderd en weggenomen, maar tong blijft uitgestoken op de geur
training om chemicaliën of kanker in urine te vinden
- Slechts 1 geur getraind: enkele min training, maar herkennen geur hun leven lang = geen extinctie
- bijen: cannabis opsporen: steken tong uit als ze cannabis ruiken (tot op enkele 100m)
- honden: borstkanker opsporen: in Parijs kregen honden lapjes textiel met zweet van 31 vrouwen
onder de neus en moesten er borstkanker uithalen 100% nauwkeurig
- vzw Canis Fidelis traint honden afwijkende bloedsuikerspiegel te detecteren & sympt. van epilepsie
FACTOREN DIE HET CONDITIONERINGSPROCES BEÏNVLOEDEN
Timing
- NS gaat vooraf aan OS + tijdsinterval tussen beide is niet groot KC lukt makkelijkst
- NS volgt op OS of gelijktijdig: moeilijk leerproces
Aandacht
- KC lukt best wanneer OS verbonden wordt met NS - waar men aandacht aan geeft
- die aandacht trekt (bv sterke, nieuwe prikkel)
- bv. Janne wordt blij wanneer mama zegt “gaan we naar oma?” omdat er nieuw zwembad staat
ze associeert oma (NS) met zwemmen (OS) en zwemmen met een blij gevoel (OS)
Biologische vanzelfsprekendheden
- KC loopt vlotter als stimulus verbonden wordt met OS die biologische voorbeschikt is om aan
stimulus te worden gelinkt
Het is makkelijker bij kankerpatiënten (bestraling: OS) om smaak voedsel in verband te brengen met
misselijkheid dan om kamer waarin ze dat voedsel opdienen te linken aan misselijkheid
- als stimuli geassocieerd worden met vergroten overlevingskans: verbanden makkelijker aangeleerd
en moeilijker afgeleerd
, HET GEBRUIK VAN KLASSIEKE CONDITIONERING IN DE HULPVERLENING
Aversietherapie
- bij verslaafden
- ongewenste gewoonte/gedrag afleren door dit gedrag te koppelen aan onprettige ervaring
- bv bij ontwenningskuur wordt Refusal voorgeschreven in combinatie met alcohol: braken,
duizelingen en hoofdpijn patiënt krijgt onprettige gevoelens bij zien/ruiken alcohol
Systematische desensitisatie
- bij fobieën = aanhoudende angstreactie (spinnen, pleinen, kleine ruimtes,…)
- gedragingen zijn resultaat conditionering: object of situatie is ooit geassocieerd geweest met iets
angstaanjagends en functioneert daardoor als CS voor echte gevaar
- therapie: patiënt geleidelijk aan confronteren met gevreesde object/situatie op rustgevende manier
object/situatie kan geassocieerd worden met ontspanning
4 stappen: stap 1: ontspanningstechnieken aanleren
stap 2: angsthiërarchie opstellen
stap 3: angstaanjagende scènes inbeelden en ontspanningstechnieken aan koppelen
(beginnend met minst angstaanjagende scène)
stap 4: gevreesde handeling uitvoeren en ontspanningstechnieken aan koppelen
AANVULLING VANUIT COGNITIEVE HOEK
- experimenten die verdergingen op behavioristische inzichten kwamen tot vaststelling dat black box
onmogelijk geen aandacht kon krijgen cogniti. processen spelen belangrijke rol bij leerprocessen
- CS vervangt niet echt OS, maar voorspelt deze betekenisgeving is van belang
Tolman: kennisverwerving van logisch verband a.d.h.v. leersituaties wordt cognitieve structuur
opgebouwd waarbij info georganiseerd en bewaard wordt
- Electroshoks (OS) Pijn (OR)
- Kamer (NS) + electroshoks pijn
- Kamer (CS) angst (CR)
- bij KC - is er sprake van kennis over samenhang prikkels
- verandert gedrag als resultaat van die kennis
- speelt voorspelbaarheid een rol
gedrag wordt bepaald
Behaviorisme: operante conditionering door consequenties (niet
uitgelokt door stimulus)
HET BASISMODEL
Het basismodel
- hongerige kat in puzzelbox: vanuit kooi ziet kat stuk voedsel zal proberen bij dit voedsel te
geraken door handelingen te stellen (met haar poten tussen de tralies, miauwen, krabben,…)
wanneer ze toevallig op hendel duwt gaat de deur open
Als dit verschillende keren herhaald wordt: kat drukt steeds sneller op hendel
na 20 keer: kat gaat onmiddellijk naar hendel
HET BASISMODEL VAN PAVLOV
Het basismodel van Pavlov
- hond van Pavlov: kwijlt wanneer hij belletje hoort
- klassieke conditionering: gedrag aanleren (elementaire/primaire vorm van leren van onwillek. G)
mechanistische manier van redeneren wordt verworpen
▪ Ieder organisme met zenuwstelsel kan geconditioneerd worden (slakken, wormen, baby’s: zuigt
wanneer het moeder ziet)
- Pavlov ontwikkelde methode waarbij via buisje speekselsecretie kon worden onderzocht
▪ Ontdekte dat hond al begon te kwijlen voor hij voedsel in muil had sommige honden kwijlden al
als ze in het laboratorium kwamen (nieuwe honden niet)
- alle individuen van zelfde soort hebben zelfde reflexen (nooit aangeleerd/ingeoefend)
▪ Knipperen bij fel licht, zweten bij gevaar,… (SR)
weinig aangeboren S-R verbindingen: meeste aangeleerd
- Pavlov: elke S kan reflex uitlokken o.v.d. die herhaaldelijk vlak voor aangeboren S w aangeboden
Klassieke conditionering: proces waarbij neutrale stimulus herhaaldelijk wordt gekoppeld aan
stimulus die reflexmatige reactie uitlokt, waardoor een aanvankelijk neutrale stimulus op de duur
dezelfde reactie uitlokt als oorspronkelijke stimulus
3 fasen: 1e fase (voor conditionering): OS OR (onwillekeurige reflex)
2e fase (tijdens proces): NS + OS OR
3e fase (na conditionering): CS CR
- klassieke conditionering:
▪ enkel van toepassing op onwillekeurig gedrag (buiten onze wil)
▪ enkel mogelijk als er contiguïteit is tussen OS en NS (samen voorkomen)
▪ # keer dat OS moet gekoppeld worden aan NS hangt af van aard S
hoe vaker, hoe sterker band, maar soms zelfs maar 1x
▪ iemand wordt gebeten door hond: blijft levenslang bang voor honden
▪ iemand verteerde ooit slecht mosselen: ziek wanneer hij ze ruikt
Voorbeelden
- zien dat het 12 uur is doet ons honger krijgen
- men linkt reclame met jonge, mooie en schaars geklede vrouwen
- hondje kwispelt als baasje riem grijpt
- kind haat het vak Engels want leerkracht is altijd kwaad op hem
- ooit verliefd op iemand met bepaald parfum verliefde gevoelens bij het reuken van dat parfum
- liedje dat we vaak op vakantie hoorden brengt ons terug in vakantiestemming
- kinderen leren houden van een saai vak door de leuke sfeer
- Experiment van Watson: Albert uit 1920
▪ Onderzoek of Pavlov’s idee over reflexen ook op ging vr emotionele, psychologische reacties
▪ Witte rat (kind had geen angst) + knal (wenen) witte rat (wenen)
- veel angsten: gevolg klassieke conditioneringsprocessen
,- voorkeuren van voedsel/locatie/muziek gaan vaak terug op klassieke conditionering
emoties verbonden met bepaalde muziek blijven hiermee verbonden
- alle voorbeelden: aangeleerde reacties op basis van associatie van prikkels (niet aangeboren)
Prikkelsubstitutie: NS neemt plaats in van OS CS
BIJKOMENDE PROCESSEN
Conditionering van hogere orde
- eenmaal je een CR hebt aangeleerd kan CS worden gebruikt als OS voor volgende conditionering
bv hond leert dat metronoom wordt gevolgd door voedsel dus kwijlt al bij horen metronoom
metronoom kan gebruikt w als OS en verbonden worden met zwart vierkant: hond kwijlt bij vierkant
- complexere/vreemde gedraging verklaren
Generalisatie
- op basis van overeenkomst tussen stimuli w een CR uitgelokt dr S die lijkt op oorspronkelijke CS
Bv hond leert dat zoemer wordt gevolgd door voedsel: kwijlt bij zoemer hond kwijlt ook bij horen
van geluid dat op zoemer lijkt
- emotionele reacties vaak gebaseerd op dit principe je reageert emotioneel op bepaalde situatie
en op alle situaties die daar op lijken
- belangrijk in leven: er zijn zelden exact dezelfde situaties toch kun je gebruiken wat je leerde in
andere situaties
▪ S-R-verbinding geleerd in ene situatie wordt overgedragen naar andere
▪ Bv verkeerslichten in andere landen zien er soms anders uit, maar bij rood licht stoppen we
▪ Bv iemand wordt gebeten door hond: wordt bang van andere honden
Over-generaliseren = fobieën (bang zijn voor alle honden)
▪ Piet Vroom: lijders aan hooikoorts kunnen aanval krijgen als zij geconfronteerd worden met
bloemetjesbehang (eerste aanval was bij zien van bloemen: generaliseren naar behang)
Aversieve conditionering
- Pavlov: enkel positieve prikkels
- negatieve prikkels kunnen ook
Bv hond krijgt middel dat hem doet braken: men laat een bel horen vlak voor de hond braakt hond
braakt al bij enkel horen bel
- onderscheid: Appetitieve stimuli: stimuli met aangename betekenis ( appetitieve conditionering)
Aversieve stimuli: stimuli met onaangename betekenis ( aversieve conditionering)
Discriminatie
- tegengestelde van generalisatie selectief conditioneringsproces
- bv hond hoort hoge toon vlak voor hij voedsel krijgt
▪ Hond hoort lage toon en krijgt geen voedsel
▪ enkel kwijlen bij horen hoge toon en niet bij lage toon leerde verschil tss 2 prikkels
- rem op generalisatie: je leert niet te reageren op stimulus (ook al lijken ze sterk op CS)
,- Pavlov: hond leren discrimineren tussen cirkel en ellips
▪ Hond leert kwijlen bij zien cirkel (niet bij ellips)
▪ Verhouding assen van ellips werden gewijzigd: 2/1 – 3/2 – 4/3 - … (ellips cirkel)
▪ Bij 9/8: hond kon discriminatie niet meer maken verloor discriminatievermogen, werd agressief
= experimentele neurose
Uitdoving/extinctie
- CR kan worden afgeleerd door # keren NS zonder OS aan te bieden CS wordt opnieuw NS
- bv hond leer dat zoemer gevolgd wordt door eten zoemer # keer laten horen zonder eten
= bij horen van zoemer begint hond niet meer te kwijlen
- uitdoven ≠ vergeten: spontaan herstel als uitgedoofde reactie plots weer optreedt als reactie op CS
Toepassingen
- kankerpatiënten (chemo): misselijkheid en braken associëren dit vaak met wat ze aten
(dat voedsel wordt dus een CS voor onaangename reacties)
Cowartles: patiënten moeten ongewoon voedsel eten tijdens behandeling (zondebokvoedsel)
na behandeling kunnen ze dit voedsel mijden (aversie breidt zich niet uit naar normale voedsel)
- bijen: bommen/kanker te detecteren: blootgesteld aan suikeroplossing waar ze hun tong in steken
- Volgend trainingsniveau: specifieke geur wanneer ze suikerwater krijgen steekt tong uit
- Suikerwater wordt verminderd en weggenomen, maar tong blijft uitgestoken op de geur
training om chemicaliën of kanker in urine te vinden
- Slechts 1 geur getraind: enkele min training, maar herkennen geur hun leven lang = geen extinctie
- bijen: cannabis opsporen: steken tong uit als ze cannabis ruiken (tot op enkele 100m)
- honden: borstkanker opsporen: in Parijs kregen honden lapjes textiel met zweet van 31 vrouwen
onder de neus en moesten er borstkanker uithalen 100% nauwkeurig
- vzw Canis Fidelis traint honden afwijkende bloedsuikerspiegel te detecteren & sympt. van epilepsie
FACTOREN DIE HET CONDITIONERINGSPROCES BEÏNVLOEDEN
Timing
- NS gaat vooraf aan OS + tijdsinterval tussen beide is niet groot KC lukt makkelijkst
- NS volgt op OS of gelijktijdig: moeilijk leerproces
Aandacht
- KC lukt best wanneer OS verbonden wordt met NS - waar men aandacht aan geeft
- die aandacht trekt (bv sterke, nieuwe prikkel)
- bv. Janne wordt blij wanneer mama zegt “gaan we naar oma?” omdat er nieuw zwembad staat
ze associeert oma (NS) met zwemmen (OS) en zwemmen met een blij gevoel (OS)
Biologische vanzelfsprekendheden
- KC loopt vlotter als stimulus verbonden wordt met OS die biologische voorbeschikt is om aan
stimulus te worden gelinkt
Het is makkelijker bij kankerpatiënten (bestraling: OS) om smaak voedsel in verband te brengen met
misselijkheid dan om kamer waarin ze dat voedsel opdienen te linken aan misselijkheid
- als stimuli geassocieerd worden met vergroten overlevingskans: verbanden makkelijker aangeleerd
en moeilijker afgeleerd
, HET GEBRUIK VAN KLASSIEKE CONDITIONERING IN DE HULPVERLENING
Aversietherapie
- bij verslaafden
- ongewenste gewoonte/gedrag afleren door dit gedrag te koppelen aan onprettige ervaring
- bv bij ontwenningskuur wordt Refusal voorgeschreven in combinatie met alcohol: braken,
duizelingen en hoofdpijn patiënt krijgt onprettige gevoelens bij zien/ruiken alcohol
Systematische desensitisatie
- bij fobieën = aanhoudende angstreactie (spinnen, pleinen, kleine ruimtes,…)
- gedragingen zijn resultaat conditionering: object of situatie is ooit geassocieerd geweest met iets
angstaanjagends en functioneert daardoor als CS voor echte gevaar
- therapie: patiënt geleidelijk aan confronteren met gevreesde object/situatie op rustgevende manier
object/situatie kan geassocieerd worden met ontspanning
4 stappen: stap 1: ontspanningstechnieken aanleren
stap 2: angsthiërarchie opstellen
stap 3: angstaanjagende scènes inbeelden en ontspanningstechnieken aan koppelen
(beginnend met minst angstaanjagende scène)
stap 4: gevreesde handeling uitvoeren en ontspanningstechnieken aan koppelen
AANVULLING VANUIT COGNITIEVE HOEK
- experimenten die verdergingen op behavioristische inzichten kwamen tot vaststelling dat black box
onmogelijk geen aandacht kon krijgen cogniti. processen spelen belangrijke rol bij leerprocessen
- CS vervangt niet echt OS, maar voorspelt deze betekenisgeving is van belang
Tolman: kennisverwerving van logisch verband a.d.h.v. leersituaties wordt cognitieve structuur
opgebouwd waarbij info georganiseerd en bewaard wordt
- Electroshoks (OS) Pijn (OR)
- Kamer (NS) + electroshoks pijn
- Kamer (CS) angst (CR)
- bij KC - is er sprake van kennis over samenhang prikkels
- verandert gedrag als resultaat van die kennis
- speelt voorspelbaarheid een rol
gedrag wordt bepaald
Behaviorisme: operante conditionering door consequenties (niet
uitgelokt door stimulus)
HET BASISMODEL
Het basismodel
- hongerige kat in puzzelbox: vanuit kooi ziet kat stuk voedsel zal proberen bij dit voedsel te
geraken door handelingen te stellen (met haar poten tussen de tralies, miauwen, krabben,…)
wanneer ze toevallig op hendel duwt gaat de deur open
Als dit verschillende keren herhaald wordt: kat drukt steeds sneller op hendel
na 20 keer: kat gaat onmiddellijk naar hendel