psychologie
Een psychologische benadering
ONENIGHEID OVER DE DEFINITIE
Interne onenigheid
Elke definitie is gebonden aan een periode en mensbeeld van die periode.
Psychologie = psyche (ziel) + logos (de leer over) = de leer over de ziel van mensen
Ziel = - mentale processen
- bewustzijnsverschijnselen
- denken, voelen en handelen
- ervaringen
Externe onenigheid
Psychologie benadert gedrag op individueel niveau
Sociologie vanuit maatschappelijke invalshoek
Biologie focust op lichamelijke aspect van gedrag
Antropologie bestudeert gedrag van volken en bevolkingsgroepen
Psychologie + sociologie = sociale psychologie
Psychologie + biologie = biologische psychologie
Psychologie + antropologie = cross-culturele psychologie
DEFINITIE VAN PSYCHOLOGIE
Psychologie is een wetenschappelijke benadering van menselijke gedragingen, gevoelens en gedachten en
de verschillende factoren die het gedrag, de gevoelens en de gedachten van mensen beïnvloeden.
- wetenschappelijke benadering: psychologische kennis = via methoden (controleerbaar) kwaliteit
- gedrag, gevoelens en gedachten:
- factoren die g³ beïnvloeden: - interne gedragsdeterminanten (persoonsgebonden factoren)
- externe gedragsdeterminanten (omgevingsgebonden factoren)
,Een wetenschappelijke benadering van gedrag,
gevoelens en gedachten
Wetenschappelijke kennis vs mensenkennis
Twee wetenschappelijke tradities
natuurwetenschappelijke benadering: - kwantitatieve methoden
- aspecten gedrag cijfermatig in kaart brengen
- statistisch analyseren
- levert niet de verhoopte als-dan zekerheden op
meer variabelen dan gedacht
menswetenschappelijke benadering: - kwalitatieve methoden
- menselijk handelen = betekenisvol handelen
- diepte-interviews, participerende observatie
- op zoek naar samenhang en patronen
Wetenschappelijke methoden
- diepte-interviews en case-studies
- vragenlijsten en enquêtes
- (participerende) observaties
- psychologisch testen en scoringsinstrumenten
- correlationeel onderzoek
- experimenteel onderzoek: - experimentele groep - afhankelijke variabele
, - controlegroep - onafhankelijke variabele
Gedragingen, gevoelens en gedachten van mensen
reageren op prikkels = wezenskenmerk levende organismen (zijn voortdurend in interactie met omgeving)
S-R-mechanisme: - S = prikkel, situatie, stimulus
- R = automatische/reflexmatige reactie, respons
S-O-R-mechanisme: - O = organisme
- S = prikkel, situatie, stimulus
- S’ = wijze waarop persoon geheel van prikkels ervaart en interpreteert
- R = reactie, respons aangestuurd vanuit onwillekeurig zenuwstelsel
- R’ = wijze waarop persoon op betekenisvolle manier op S’ reageert
- doen
- voelen
R = fysische- en biochemische reacties
R’ = betekenisvolle reacties (psychologisch)
Factoren die het gedrag, de gevoelens en gedachten
van mensen beïnvloeden
Interne- en externe gedragsdeterminanten
- interne gedragsdeterminanten (persoonsgebonden) - lichamelijke factoren
- psychische factoren
- externe gedragsdeterminanten (omgevingsgebonden) - materiële factoren
- sociale factoren
- cultureel-maatschappelijke factoren
Het overbenadrukken van interne gedragsdeterminanten
Proces van causale attributie: mensen proberen iemands gedrag te verklaren door de oorzaak van dat
gedrag/gevoelens/gedachten te achterhalen
Proces van interne attributie: oorzaak van iemands gedrag wordt in hem gelegd (persoonlijkheid, attitude,
karakter)
Proces van externe attributie: oorzaak van iemands gedrag wordt in omgeving/situatie gelegd (externe
factoren: moeilijkheid van taak, andere personen)
Fundamentele attributiefout: neiging om iemands gedrag toe te schrijven aan interne, dispositionele
factoren en rol van situationele factoren te onderschatten
vb: “een werkloze is lui” terwijl hij deze week 3 sollicitaties had waar hij telkens te oud bevonden werd
Decontextualisering: fundamentele attributiefouten worden ook vaak gemaakt bij het verklaren van
sociale problemen
blaming-the-victim (dader/omstaander legt schuld bij slachtoffer om zich vrij te pleiten)
vb: steeds meer kinderen krijgen label ADHD, men legt de link met een biologische oorzaak maar denkt
niet aan situationele factoren (stress, geen speelruimte, veel druk)
Een psychologische benadering
ONENIGHEID OVER DE DEFINITIE
Interne onenigheid
Elke definitie is gebonden aan een periode en mensbeeld van die periode.
Psychologie = psyche (ziel) + logos (de leer over) = de leer over de ziel van mensen
Ziel = - mentale processen
- bewustzijnsverschijnselen
- denken, voelen en handelen
- ervaringen
Externe onenigheid
Psychologie benadert gedrag op individueel niveau
Sociologie vanuit maatschappelijke invalshoek
Biologie focust op lichamelijke aspect van gedrag
Antropologie bestudeert gedrag van volken en bevolkingsgroepen
Psychologie + sociologie = sociale psychologie
Psychologie + biologie = biologische psychologie
Psychologie + antropologie = cross-culturele psychologie
DEFINITIE VAN PSYCHOLOGIE
Psychologie is een wetenschappelijke benadering van menselijke gedragingen, gevoelens en gedachten en
de verschillende factoren die het gedrag, de gevoelens en de gedachten van mensen beïnvloeden.
- wetenschappelijke benadering: psychologische kennis = via methoden (controleerbaar) kwaliteit
- gedrag, gevoelens en gedachten:
- factoren die g³ beïnvloeden: - interne gedragsdeterminanten (persoonsgebonden factoren)
- externe gedragsdeterminanten (omgevingsgebonden factoren)
,Een wetenschappelijke benadering van gedrag,
gevoelens en gedachten
Wetenschappelijke kennis vs mensenkennis
Twee wetenschappelijke tradities
natuurwetenschappelijke benadering: - kwantitatieve methoden
- aspecten gedrag cijfermatig in kaart brengen
- statistisch analyseren
- levert niet de verhoopte als-dan zekerheden op
meer variabelen dan gedacht
menswetenschappelijke benadering: - kwalitatieve methoden
- menselijk handelen = betekenisvol handelen
- diepte-interviews, participerende observatie
- op zoek naar samenhang en patronen
Wetenschappelijke methoden
- diepte-interviews en case-studies
- vragenlijsten en enquêtes
- (participerende) observaties
- psychologisch testen en scoringsinstrumenten
- correlationeel onderzoek
- experimenteel onderzoek: - experimentele groep - afhankelijke variabele
, - controlegroep - onafhankelijke variabele
Gedragingen, gevoelens en gedachten van mensen
reageren op prikkels = wezenskenmerk levende organismen (zijn voortdurend in interactie met omgeving)
S-R-mechanisme: - S = prikkel, situatie, stimulus
- R = automatische/reflexmatige reactie, respons
S-O-R-mechanisme: - O = organisme
- S = prikkel, situatie, stimulus
- S’ = wijze waarop persoon geheel van prikkels ervaart en interpreteert
- R = reactie, respons aangestuurd vanuit onwillekeurig zenuwstelsel
- R’ = wijze waarop persoon op betekenisvolle manier op S’ reageert
- doen
- voelen
R = fysische- en biochemische reacties
R’ = betekenisvolle reacties (psychologisch)
Factoren die het gedrag, de gevoelens en gedachten
van mensen beïnvloeden
Interne- en externe gedragsdeterminanten
- interne gedragsdeterminanten (persoonsgebonden) - lichamelijke factoren
- psychische factoren
- externe gedragsdeterminanten (omgevingsgebonden) - materiële factoren
- sociale factoren
- cultureel-maatschappelijke factoren
Het overbenadrukken van interne gedragsdeterminanten
Proces van causale attributie: mensen proberen iemands gedrag te verklaren door de oorzaak van dat
gedrag/gevoelens/gedachten te achterhalen
Proces van interne attributie: oorzaak van iemands gedrag wordt in hem gelegd (persoonlijkheid, attitude,
karakter)
Proces van externe attributie: oorzaak van iemands gedrag wordt in omgeving/situatie gelegd (externe
factoren: moeilijkheid van taak, andere personen)
Fundamentele attributiefout: neiging om iemands gedrag toe te schrijven aan interne, dispositionele
factoren en rol van situationele factoren te onderschatten
vb: “een werkloze is lui” terwijl hij deze week 3 sollicitaties had waar hij telkens te oud bevonden werd
Decontextualisering: fundamentele attributiefouten worden ook vaak gemaakt bij het verklaren van
sociale problemen
blaming-the-victim (dader/omstaander legt schuld bij slachtoffer om zich vrij te pleiten)
vb: steeds meer kinderen krijgen label ADHD, men legt de link met een biologische oorzaak maar denkt
niet aan situationele factoren (stress, geen speelruimte, veel druk)