Leeft in zoet en zout zeewater
Hoofdstuk Evolutionaire relevantie Medisch/veterinaire
relevantie
6. Porifera De meest eenvoudige meercellige organismen: --
de cellen zijn wel gedifferentieerd, maar alle
taken worden nog steeds op individueel
celniveau uitgevoerd
1. Diagnose
Morfologie -
multicellulair, maar geen echte weefsels of organen
-
asymmetrisch of met een radiale symmetrie
-
talrijke kleine ostia, waarlangs water in lichaam komt
-
één of enkele oscula waarlangs water lichaam verlaat
-
water in beweging gebracht door choanocyten
-
endoskelet van spongine (eiwit) en/of spicula
à sponginge vormt elastische vezel
fysiologie - individuele, niet-gecoördineerde cellen
- osmoregulatie door kloppende vacuoles
voortbeweging adulten sessiel (zit vast), larven zwemmen d.m.v. flagellen
Voortplanting - ofwel sexueel; meestal hermafrodiet (eicellen en zaadcellen prouceren)
- ofwel asexueel door knopvorming
Ontwikkeling - embryo zonder kiemlagen
- indirecte ontwikkeling (via een larvestadium)
Habitat - vrijlevend in het water, meestal marien
- wereldwijde verspreiding
, 2. Bouwplan
Celtypes
• Opgebouwd uit aggregaat van cellen= cellen zitten niet vast aan elkaar, wel in massa’s bijeen +
zitten rond centrale holte
• Geen echte weefsels, zenuwstelsel
• Celmassa opent naar boven: osculum
• Water binnen via ostium (lijkt op poriën)
• Lagen: buitenlaag – mesoglea – binnenlaag - (holte= spongocoel)
mesoglea= geleiachtige laag die ruimte tussen binnenste-buitenste
cellaag opvult
• cellen
o buitenlaag: Pinacocyt (contractiel)
o buitenlaag: Porocyten: zitten in ostia (doorboorde cellen)
o binnenlaag: Choanocyten
Bestaan uit cellichaam met microvilli
(uitstulpingen die opp. verhogen) erop + lange flagel
à Flagel zorgt voor waterstroom
à Als voedsel tegen microvilli à voedsel opgenomen
à Verder verplaatst door amoebocyte + neemt voedsel mee
en afgeven aan andere cellen in spons
Komt ook voor bij choanoflagellata (eencellig)
Mesoglea bevat:
o Spiculae (geel)= kristalletjes die stevigheid geven
o Scleroblasten (blauw): zetten zich af, maken spiculae aan
o Amoebocyten (paars): vertering, kunnen rondkruipen
(deel zelf voeding voor hen + ander deel rondbrengen)
o Archaeocyten (groen): ongedifferentieerde cellen, hebben al genetsich materiaal
(anderen zijn gedifferentieerd, dus beperkt genetisch materiaal)
o Myocyten: contractiel
Organisatietypes:
• Ascontype
• Sycon type
• Leucon type
Totale opp. wordt groter bij ander type spons