verhasselt , 1ste bach 2de semester
leerstof: hoorcolleges + tutorials + werkcolleges
A) BACTERIEN EN FUNGI
1 BACTERIEN
1.1 situering vn bacterien
● orale micro-organismen
○ >700 soorten bacterien in mondholte
○ aerobe, anaerobe & facultatief-anaerobe
○ plaque: 1011 bacterie per gram
→ in tandplak groeien bacterien beter
○ opportunistische infecties
→ bv. caries, parodontitis,...
→ mond is vochtig en warm
→ veel orale bacterien
● 3 groepen vn leven
○ bacteria: bacterien die infecties veroorzaken en in lichaam
= eubacteria
○ archaea: omgevingsbacterien (of complexe darmflora)
redelijk onbekende functie (ontsteking implantaat?)
○ eukarya: bv. mens
1.2 anatomie vn bacterien
● onderdelen
○ celmembraan
- fosfolipide bilayer (1ste foto)
- met macromoleculen, (glyco)proteinen
○ (meestal) celwand
- samenstelling anders bij gramneg/pos bacterien*
→ grampos: veel peptidoglycaan & andere
macromol. (2de foto)
→ gramneg: dunne laag peptidoglycaan & 2de
lipidenmembraan: vooral uit lipopolysacchariden
(LPS) (3de foto)
- bepaalt gramkleurbaarheid & vorm
- versch gevoeligheid antibiotica
- (afwezig: mycoplasmata&chlamydiae)
- kanalen & aanhechtingsmol vr contact
extracel.
○ cytoplasma
○ ribosomen
○ 1 circulair chromosoom (geen kern)
○ geen mitochondrien & geen ER
,● VS eukaryoot
○ (fungi, protozoa, dieren en planten)
○ wel kern, diploid
● VS virus
○ obligate intracellulaire parasieten
○ gebruiken gastheermetabolisme
● groeien bacterien
○ extracellulair (paar uitzonderingen)
○ eenvoudige voedingsbronnen
○ ! omgevingsbacterien kunnen niet gekweekt w
● grootte
○ 2-10 µm → dus microscoop nodig
● vorm
○ bolvormig (kok)
○ staafvormig (staaf) = “bacillen”
○ varia: fusivorm, komma, spirocheet (kurketrekker)
● interacties met omgeving
○ metabolieten gastheer, metabolieten vn bacterie
○ crossfeeding, quorum sensing (zie verder),
toxineloslating, adhesie, biofilminteracte (zei
verder)
● grampositieven en negatieven
○ gramkleuring
- micro-organismen niet gekleurd => moeilijk
zichtbaar op microscoop
- versch peptidoglycanensamenstelling
celwand => gramkleuring
- (< microbioloog Gram)
- Gram+ (blauw), Gram- (rood)
○ 4 basisgroepen
- gramneg/pos kokken/staven
- verdere groeperingen:
→ kokken in ketting: “streptokok”
→ kokken in trosjes: “stafylokok”
, ● lipopolysaccharide
○ = LPS = endotoxine
○ bestanddeel celwand en gramnegatieve bacterien
○ toxische werking:
- veroorzaakt koorts
- activatie vn stolling en inflammatie
○ 3 onderdelen
- lipid A
(disaccharide difosfaat + vetzuren)
- proximale polysaccharideresidues
(core polysaccharide)
- buitenste suikergroepen
(O-antigen)
○ eerste 2 relatief constant
- laatste variabel en soort- of type-specifiek
○ LPS-geinduceerde sepsis
→ experiment muizen
- dose-respons studie LPS-injecties
- grafiek a: overleving in functie vn tijd
(bij versch dosissen)
- grafiek b: mortaliteit als functie vn LPS-dosis
(relatie dosis-sterkte exponentieel)
=> LPS veroorzaakt sepsis
→ menselijke sepsis
- bacteriele infectie met LPS
bv. gramneg. bacterien (bevat LPS in celwand)
- sepsis = overreactie vh immuunsysteem
- intussusceptie darm (= darmafsuiting)
- leidt tot septische shock (na 3 dagen)
● speciaal: mycobacterien
○ andere samenstelling celwand:
○ dense laag mycolzuren
○ gevolgen:
- lange overleving in natuur
- besmettelijk en ziekmakend:
niet verteerbaar dr niet-gestimuleerde
macrofagen
bacillen overleven in fagolysosoom vn
macrofaag
→ hulp vn andere el uit immuunsysteem nodig
- resistentie tegen veel antibiotica
- zuurvast: kan tegen zuren
(zuurvaste kleuring, zie later)
, ● bacterieel genoom
○ 1 chromosoom
○ circulair dubbelstrengig DNA
○ compact gevouwen (supercoiling)
○ gyrasen en topo-isomerasen
→ enzymen: zorgen vr openen en sluiten vn chromosoom
→ (ontvouwen/ opvouwen)
→ chinolonen (= antibiotica) remmen die enzymen
○ soms extra genetisch materiaal
→ circulaire plasmiden
● extra structuren/ aanghangsels
○ kapsel
- polysaccharidenlaag rond celwand
- beschermt tegen fagocytose
- (zie verder: vaccinatie)
○ flagellen
- beweeglijkheid
- soort vn staart
○ fimbriae
- aanhechtingsmoleculen
- binden specifieke (cel)receptoren
- bel bij kolonisatie en virulentie
- gastheer maakt neutraliserende antilichamen
=> bescherming tegen pathogenen
○ pili
- contact-buizen overdracht genetisch materiaal (plasmiden)
- connectie 2 bacterien via pilus
- donorcel injecteert na “seksueel contact” kopie vn circulair plasmide in
ontvanger