DIFFERENTIËLE PSYCHOLOGIE
DEEL 1: constructen en theorieën over individuele verschillen
HOOFDSTUK 1: INTERESSEN
STRUCTUUR VAN INTERESSEN
INTERESSEN ALS INDIVIDUEEL VERSCHIL
Grote verschillen tussen interessen van personen
o Verschillende aard = soorten interessen
o Verschillende intensiteit = 1 hobby vs verschillende hobby’s
!Motivationele aspect
Als je geïnteressert bent in iets dan ben je ook meer gemotiveerd om door te zetten
Predictieve validiteit
o Interesses zijn GEEN goede predictor voor prestaties
o Interesses zijn WEL een goede predictor voor tevredenheid
Invalshoek vanuit de praktijk = oriënterend vermogen
Interesses hebben een groot toepassingsterrein (bv. Studiekeuze, arbeidsmarkt,…)
PERSOONS- EN OMGEVINGSKARAKTERISTIEKEN
Oriëntatieonderzoek = assessment
o Bij een goed assesmentmodel moeten zowel de eigenschappen van de persoon als de
kenmerken van de omgeving gemeten worden
o Ideale situatie = eenzelfde model die voor beide kan gebruikt worden
Het succes van de persoon-omgeving (P-O) koppeling hangt af van:
o Breedte van de meting = hoe volledig en gevarieerd w eigenschappen gemeten
• Te beperkte meting à tunnelvisie, waarbij de belangrijkste aspecten w genegeerd
o Betrouwbaarheid van de meting = hoe accuraat w de eigenschappen vastgesteld
• Onnauwkeurige meting à mismatch tussen persoon en omgeving
1
,Taxonomie
= gestructureerde classificatie van basiselementen binnen een bepaald gebied
o Taxonomisch onderzoek = basis van alle wetenschap
o Afbakingen van het terrein dat men wil bestuderen is primordiaal = je moet vooraf duidelijk
definiëren wat je wel en niet onderzoekt
Taxonomie voor interessen: RIASOC typologie – John Holland
Onderscheidt 6 fundamentele interessegebieden:
o Realistisch
o Intellectueel
o Artistiek
o Sociaal
o Ondernemend
o Conventioneel
RIASOC: MODEL EN ASSUMPTIES
JOHN HOLLAND
Praktijkpsycholoog die uitgegroeid is tot een top academische onderzoeker ad Johns Hopkins University
Historie
Intuïtief model: zijn idee was dat mensen bep interesses hebben en dat die invloed
EERST hebben op hun beroepkeuze
Model werd wetenschappelijk uitgewerkt en onderbouwd = model houdt empirisch
LATER stand
NU Model nog steeds van belang voor onderzoekers van P-O fit
Werken
o Publiceert artikel in de Journal of Counseling Psychology
o ‘The psychology of Vocational Choice’
o ‘Making Vocational Choices’
2
,HOLLAND’S BASISASSUMPTIES
ASSUMPTIE 1 Beroepskeuze is een expressie van de persoonlijkheid
Interessevragenlijsten zijn persoonlijkheidsvragenlijsten
ASSUMPTIE 2
als punt 1 waar is dan zal dit ook waar zijn
Stereotypen over beroepen hebben een psychologische en sociologische betekenis
ASSUMPTIE 3
Bv. Iemand zegt ‘Ik ben psycholoog’ en je reactie zou ku zijn ‘Ah jij gaat mij helemaal
analyseren zeker?’
Mensen met een gelijkend beroep hebben een gelijkend persoonlijkheidsprofiel en
persoonlijkheidsontwikkeling
ASSUMPTIE 4
Mensen uit de richting economie denken vaak anders over dingen dan mensen uit de
psychologie
Gegeven van hun gelijke profielen zullen dezelfde beroepsbeoefenaars relatief
gelijkaardig reageren
ASSUMPTIE 5
Daarom is het belangrijk dat we vanuit een multiperspectief (verschillende disciplines)
naar een probleem gaan kijken
! belangrijkste: Tevredenheid met het beroep, stabiliteit in de uitoefening en prestatie
zijn ifv P-O match
ASSUMPTIE 6
De juiste persoon op de juiste plaats zal hiervoor zorgen
HOLLAND’S VIER WERKASSUMPTIES
ASSUMPTIE 1 Personen ku w beschreven nr hun gelijkenis met 6 theoretische menstypen (RIASOC)
ASSUMPTIE 2 Zelfde van assumptie 1 geld voor omgevingen
Personen zoeken omgevingen die hen toelaten om uitdrukking te geven aan hun
ASSUMPTIE 3 geprefereerde activiteiten, belangstellingen en waarden
Omgevingen worden door personen gemaakt
Gedrag is het resultaat van de interactie ts persoon en omgeving
ASSUMPTIE 4
Jobcrafting = mensen passen vaak kleine aspecten van hun job aan om beter te
passen bij hun persoonlijke voorkeuren zonder echt van beroep te veranderen
3
, DE 6 MENS-EN OMGEVINGSTYPES VAN HOLLAND
MENSTYPE
o Houdt van fysieke hands-on activiteiten
o Mist sociale vaardigheden
REALISTISCH WERKOMGEVING
o Gericht op technische en mechanische vaardigheden
o Beloning voor fysiek en praktisch werk
VOORBEELD: loodgieter
MENSTYPE
o Interesse in het doorgronden van dingen
o Bezit wetenschappelijke en mathematische vaardigheden
INTELLECTUEEL WERKOMGEVING
o Stimuleert onderzoek, analyse en probleemoplossing
o Gericht op wetenschappelijke, technische en academische vaardigheden
VOORBEELD: wetenschapper, laborant aan Ugent
MENSTYPE
o Voorkeur aan vrije en ongestructureerde activiteiten
o Wil zichzelf artistiek uiten
ARTISTIEK WERKOMGEVING
o Stimuleert creativiteit, esthetiek, originaliteit
o Ruimte voor onconventioneel, origineel en rebellerend gedrag
VOORBEELD: kunstenaars
MENSTYPE
o Houdt van werk waarbij hij anderen helpt, informeert of begeleidt
o Minst technische vaardigheden
SOCIAAL WERKOMGEVING
o Er w met mensen gewerkt in helpende of dienstverlenende zin
o Stimuleert humanitaire waarden en begrip/tactvol/geduldig gedrag
VOORBEELD: psycholoog, leerkracht, verpleegkundige
MENSTYPE
o Streeft naar economisch en politiek succes
o Houdt van leiding geven, overtuigen en organiseren
ONDERNEMEND WERKOMGEVING
o Gericht op commerciële en politieke doelen
o Doelstellingen: succes, macht en bekendheid
VOORBEELD: manager, politicus
MENSTYPE
o Voorkeur voor gestructureerd, ordelijk werk
o Werkt graag met regels – houdt niet van onduidelijkheid
CONVENTIONEEL WERKOMGEVING
o Alles draait om toepassen van regels
o Vereist het vermogen om volgens strikte normen en standaarden te
werken
VOORBEELD: politie, boekhouder
4
DEEL 1: constructen en theorieën over individuele verschillen
HOOFDSTUK 1: INTERESSEN
STRUCTUUR VAN INTERESSEN
INTERESSEN ALS INDIVIDUEEL VERSCHIL
Grote verschillen tussen interessen van personen
o Verschillende aard = soorten interessen
o Verschillende intensiteit = 1 hobby vs verschillende hobby’s
!Motivationele aspect
Als je geïnteressert bent in iets dan ben je ook meer gemotiveerd om door te zetten
Predictieve validiteit
o Interesses zijn GEEN goede predictor voor prestaties
o Interesses zijn WEL een goede predictor voor tevredenheid
Invalshoek vanuit de praktijk = oriënterend vermogen
Interesses hebben een groot toepassingsterrein (bv. Studiekeuze, arbeidsmarkt,…)
PERSOONS- EN OMGEVINGSKARAKTERISTIEKEN
Oriëntatieonderzoek = assessment
o Bij een goed assesmentmodel moeten zowel de eigenschappen van de persoon als de
kenmerken van de omgeving gemeten worden
o Ideale situatie = eenzelfde model die voor beide kan gebruikt worden
Het succes van de persoon-omgeving (P-O) koppeling hangt af van:
o Breedte van de meting = hoe volledig en gevarieerd w eigenschappen gemeten
• Te beperkte meting à tunnelvisie, waarbij de belangrijkste aspecten w genegeerd
o Betrouwbaarheid van de meting = hoe accuraat w de eigenschappen vastgesteld
• Onnauwkeurige meting à mismatch tussen persoon en omgeving
1
,Taxonomie
= gestructureerde classificatie van basiselementen binnen een bepaald gebied
o Taxonomisch onderzoek = basis van alle wetenschap
o Afbakingen van het terrein dat men wil bestuderen is primordiaal = je moet vooraf duidelijk
definiëren wat je wel en niet onderzoekt
Taxonomie voor interessen: RIASOC typologie – John Holland
Onderscheidt 6 fundamentele interessegebieden:
o Realistisch
o Intellectueel
o Artistiek
o Sociaal
o Ondernemend
o Conventioneel
RIASOC: MODEL EN ASSUMPTIES
JOHN HOLLAND
Praktijkpsycholoog die uitgegroeid is tot een top academische onderzoeker ad Johns Hopkins University
Historie
Intuïtief model: zijn idee was dat mensen bep interesses hebben en dat die invloed
EERST hebben op hun beroepkeuze
Model werd wetenschappelijk uitgewerkt en onderbouwd = model houdt empirisch
LATER stand
NU Model nog steeds van belang voor onderzoekers van P-O fit
Werken
o Publiceert artikel in de Journal of Counseling Psychology
o ‘The psychology of Vocational Choice’
o ‘Making Vocational Choices’
2
,HOLLAND’S BASISASSUMPTIES
ASSUMPTIE 1 Beroepskeuze is een expressie van de persoonlijkheid
Interessevragenlijsten zijn persoonlijkheidsvragenlijsten
ASSUMPTIE 2
als punt 1 waar is dan zal dit ook waar zijn
Stereotypen over beroepen hebben een psychologische en sociologische betekenis
ASSUMPTIE 3
Bv. Iemand zegt ‘Ik ben psycholoog’ en je reactie zou ku zijn ‘Ah jij gaat mij helemaal
analyseren zeker?’
Mensen met een gelijkend beroep hebben een gelijkend persoonlijkheidsprofiel en
persoonlijkheidsontwikkeling
ASSUMPTIE 4
Mensen uit de richting economie denken vaak anders over dingen dan mensen uit de
psychologie
Gegeven van hun gelijke profielen zullen dezelfde beroepsbeoefenaars relatief
gelijkaardig reageren
ASSUMPTIE 5
Daarom is het belangrijk dat we vanuit een multiperspectief (verschillende disciplines)
naar een probleem gaan kijken
! belangrijkste: Tevredenheid met het beroep, stabiliteit in de uitoefening en prestatie
zijn ifv P-O match
ASSUMPTIE 6
De juiste persoon op de juiste plaats zal hiervoor zorgen
HOLLAND’S VIER WERKASSUMPTIES
ASSUMPTIE 1 Personen ku w beschreven nr hun gelijkenis met 6 theoretische menstypen (RIASOC)
ASSUMPTIE 2 Zelfde van assumptie 1 geld voor omgevingen
Personen zoeken omgevingen die hen toelaten om uitdrukking te geven aan hun
ASSUMPTIE 3 geprefereerde activiteiten, belangstellingen en waarden
Omgevingen worden door personen gemaakt
Gedrag is het resultaat van de interactie ts persoon en omgeving
ASSUMPTIE 4
Jobcrafting = mensen passen vaak kleine aspecten van hun job aan om beter te
passen bij hun persoonlijke voorkeuren zonder echt van beroep te veranderen
3
, DE 6 MENS-EN OMGEVINGSTYPES VAN HOLLAND
MENSTYPE
o Houdt van fysieke hands-on activiteiten
o Mist sociale vaardigheden
REALISTISCH WERKOMGEVING
o Gericht op technische en mechanische vaardigheden
o Beloning voor fysiek en praktisch werk
VOORBEELD: loodgieter
MENSTYPE
o Interesse in het doorgronden van dingen
o Bezit wetenschappelijke en mathematische vaardigheden
INTELLECTUEEL WERKOMGEVING
o Stimuleert onderzoek, analyse en probleemoplossing
o Gericht op wetenschappelijke, technische en academische vaardigheden
VOORBEELD: wetenschapper, laborant aan Ugent
MENSTYPE
o Voorkeur aan vrije en ongestructureerde activiteiten
o Wil zichzelf artistiek uiten
ARTISTIEK WERKOMGEVING
o Stimuleert creativiteit, esthetiek, originaliteit
o Ruimte voor onconventioneel, origineel en rebellerend gedrag
VOORBEELD: kunstenaars
MENSTYPE
o Houdt van werk waarbij hij anderen helpt, informeert of begeleidt
o Minst technische vaardigheden
SOCIAAL WERKOMGEVING
o Er w met mensen gewerkt in helpende of dienstverlenende zin
o Stimuleert humanitaire waarden en begrip/tactvol/geduldig gedrag
VOORBEELD: psycholoog, leerkracht, verpleegkundige
MENSTYPE
o Streeft naar economisch en politiek succes
o Houdt van leiding geven, overtuigen en organiseren
ONDERNEMEND WERKOMGEVING
o Gericht op commerciële en politieke doelen
o Doelstellingen: succes, macht en bekendheid
VOORBEELD: manager, politicus
MENSTYPE
o Voorkeur voor gestructureerd, ordelijk werk
o Werkt graag met regels – houdt niet van onduidelijkheid
CONVENTIONEEL WERKOMGEVING
o Alles draait om toepassen van regels
o Vereist het vermogen om volgens strikte normen en standaarden te
werken
VOORBEELD: politie, boekhouder
4