Samenvatting akoestiek
Hoofdstuk 2: basisbegrippen fonetiek
2.3 DE TRANSMISSIE VAN SPRAAKGELUID: DE GELUIDSGOLVEN
2.3.1 DE BOUWSTENEN VAN GELUIDSGOLVEN
Transmissie = overbrenging
-> mondelinge communicatie: overbrenging van het geluidssignaal dat de spreker
produceert doorheen de lucht naar de toehoorder die het signaal wil opvangen
Geluid = de fysische beweging tot patronen van verdichtingen en verdunningen van
luchtmolecules
Akoestiek = deeldiscipline van de fysica = de studie van het geluidssignaal
1. Opvangen via microfoon
2. Registreren via opname-apparatuur
3. Analyseren via analysesoftware
4. Visualiseren via grafische weergave
Geluid: kan zich door allerlei materialen voortplanten
-> kenmerken materiaal (= medium): bepalen gemak van voortplanting
-> mondelinge communicatie: medium is lucht
-> stilte: geen verdikkingen/verdunningen
-> wel geluid: verdichtingen veroorzaken hogere luchtdruk, verdunningen
lagere luchtdruk
Aperiodisch of ruis = geen herhalend patroon
Periodisch = herhalend patroon
-> periode = één minimale bouwsteen
-> snelheid waarmee een geluidsperiode zich herhaalt = frequentie (Hz)
Graad van verdichtingen of verdunningen: bepaalt luidheid die toehoorder ervaart
Amplitude = de mate van uitwijking van een periodische beweging t.o.v. het nulpunt
-> we benoemen enkel de maximale uitwijking in één richting
Intensiteit (geluidssterkte) = evenredig met energie-inhoud van golfvorm
-> in dB
1
, Geluidsgolven: in fase als ze op hetzelfde moment en in de zelfde richting door het
rustpunt gaan
-> in tegenfase als ze starten in tegenovergestelde richting
Vaak: samengestelde geluiden (ook spraak)
-> = meerdere geluidsgolven tegelijk (grondtoon + boventonen)
-> verdichtingen en verdunningen beïnvloeden elkaar
-> bv. verdichtingen die bij elkaar komen -> nog grotere verdichting (en
andersom)
-> = bekrachtiging
-> kunnen elkaar ook verzakken of zelfs neutraliseren = interferentie
-> welk moment interferentie of bekrachtiging: afhankelijk van snelheid
verschillende geluidsgolven, graad van verdichting en verdunning en of ze in fase
zijn
-> Fourier-transmissie: zo kunnen we complexe golven van spraakklanken
analyseren in de afzonderlijke golven
Figuur: 2 sinussen (100Hz en 300Hz)
-> samengesteld tot complexe golf
-> A,C: bekrachtiging
-> B,D: interferentie
Basisfrequentie = fundamentele frequentie F0 (golf met laagste frequentie)
= snelheid van stemplooitrilling boventonen
Boventonen = resultaat van asymmetrische golfbeweging van stemplooien
= gehele veelvouden van de basisfrequentie
Harmonischen = basisfrequentie en boventonen
2.3.4 VISUALISATIE EN ANALYSE VAN HET SPRAAKSIGNAAL
De golfvorm
menselijke spraak en stem: periodes niet
identiek
-> verschillen op niveau van milliseconden
variatie 1: duur (= jitter)
variatie 2: intensiteit (= shimmer)
variatie 3: het tracé (= signaal-ruisverhouding)
2
Hoofdstuk 2: basisbegrippen fonetiek
2.3 DE TRANSMISSIE VAN SPRAAKGELUID: DE GELUIDSGOLVEN
2.3.1 DE BOUWSTENEN VAN GELUIDSGOLVEN
Transmissie = overbrenging
-> mondelinge communicatie: overbrenging van het geluidssignaal dat de spreker
produceert doorheen de lucht naar de toehoorder die het signaal wil opvangen
Geluid = de fysische beweging tot patronen van verdichtingen en verdunningen van
luchtmolecules
Akoestiek = deeldiscipline van de fysica = de studie van het geluidssignaal
1. Opvangen via microfoon
2. Registreren via opname-apparatuur
3. Analyseren via analysesoftware
4. Visualiseren via grafische weergave
Geluid: kan zich door allerlei materialen voortplanten
-> kenmerken materiaal (= medium): bepalen gemak van voortplanting
-> mondelinge communicatie: medium is lucht
-> stilte: geen verdikkingen/verdunningen
-> wel geluid: verdichtingen veroorzaken hogere luchtdruk, verdunningen
lagere luchtdruk
Aperiodisch of ruis = geen herhalend patroon
Periodisch = herhalend patroon
-> periode = één minimale bouwsteen
-> snelheid waarmee een geluidsperiode zich herhaalt = frequentie (Hz)
Graad van verdichtingen of verdunningen: bepaalt luidheid die toehoorder ervaart
Amplitude = de mate van uitwijking van een periodische beweging t.o.v. het nulpunt
-> we benoemen enkel de maximale uitwijking in één richting
Intensiteit (geluidssterkte) = evenredig met energie-inhoud van golfvorm
-> in dB
1
, Geluidsgolven: in fase als ze op hetzelfde moment en in de zelfde richting door het
rustpunt gaan
-> in tegenfase als ze starten in tegenovergestelde richting
Vaak: samengestelde geluiden (ook spraak)
-> = meerdere geluidsgolven tegelijk (grondtoon + boventonen)
-> verdichtingen en verdunningen beïnvloeden elkaar
-> bv. verdichtingen die bij elkaar komen -> nog grotere verdichting (en
andersom)
-> = bekrachtiging
-> kunnen elkaar ook verzakken of zelfs neutraliseren = interferentie
-> welk moment interferentie of bekrachtiging: afhankelijk van snelheid
verschillende geluidsgolven, graad van verdichting en verdunning en of ze in fase
zijn
-> Fourier-transmissie: zo kunnen we complexe golven van spraakklanken
analyseren in de afzonderlijke golven
Figuur: 2 sinussen (100Hz en 300Hz)
-> samengesteld tot complexe golf
-> A,C: bekrachtiging
-> B,D: interferentie
Basisfrequentie = fundamentele frequentie F0 (golf met laagste frequentie)
= snelheid van stemplooitrilling boventonen
Boventonen = resultaat van asymmetrische golfbeweging van stemplooien
= gehele veelvouden van de basisfrequentie
Harmonischen = basisfrequentie en boventonen
2.3.4 VISUALISATIE EN ANALYSE VAN HET SPRAAKSIGNAAL
De golfvorm
menselijke spraak en stem: periodes niet
identiek
-> verschillen op niveau van milliseconden
variatie 1: duur (= jitter)
variatie 2: intensiteit (= shimmer)
variatie 3: het tracé (= signaal-ruisverhouding)
2