Antibiotica
Antibiotica zijn geneesmiddelen die bacteriële infecties bestrijden. Ze hebben enkele
belangrijke eigenschappen:
● Selectiviteit: Antibiotica richten zich specifiek op bacteriën en laten menselijke cellen
met rust.
● Werkingsspectrum: Dit verwijst naar het aantal bacteriesoorten waarop een
antibioticum effect heeft – sommige werken breed (tegen veel soorten), andere smal
(tegen specifieke soorten).
● Gevoeligheid van bacteriën: Niet alle bacteriën reageren even sterk op elk
antibioticum. De effectiviteit hangt af van hoe gevoelig een bacterie is.
Daarnaast zijn er verschillende werkingsmechanismen waarmee antibiotica bacteriën
doden of hun groei remmen.
De keuze van een antibioticum hangt af van het type infectie, de vermoedelijke bacterie,
en of er al sprake is van resistentie.
Misbruik van antibiotica, zoals onnodig gebruik of het niet afmaken van een kuur, kan
leiden tot resistentie, waarbij bacteriën ongevoelig worden voor behandeling, wat een groot
probleem vormt voor de volksgezondheid.
● Wat is antibiotica?
○ = scheikundige stoffen die door micro-organismen (schimmels, kikkers, …)
worden geproduceerd en die andere organismen (bv. bacteriën) kunnen
doden (bactericide) of in hun groei remmen (bacteriostatisch).
○ Onderscheid
■ Een bacteriecel heeft een celwand, en wij hebben celmembranen rond
onze cellen.
■
● De selectiviteit van antibiotica
○ Antibiotica verstoren op selectieve wijze het metabolisme van een
micro-organisme zonder te interfereren met het metabolisme van de
gastheercellen
○ De principes van selectiviteit (3)
1) Het aangevallen metabool proces komt enkel voor in de bacteriële prokaryote cel en
niet in de eukaryote gastheercel.
2) Het aangevallen metabool proces komt zowel bij de gastheer als bij de bacterie voor,
maar het antibioticum heeft een hogere affiniteit voor het bacterieel doelwit.
3) Het antibioticum wordt actief in de bacterie geconcentreerd.
1
, ● Het spectrum van een antibioticum: (KENNEN)
○ Het spectrum van een antibioticum is het gamma van micro-organismen
waartegen het antibioticum actief is.
○ Het spectrum kan:
■ BREED zijn: dit wil zeggen dat het antibioticum tegen zeer veel
verschillende micro-organismen actief is
● Nadeel breed spectrum, ze vallen bijna alles aan ⇒ veel
nevenwerkingen.
■ SMAL zijn: wat betekent dat het antibioticum slechts tegen enkele
soorten micro-organismen gericht is.
○ Spectrum = het aantal VERSCHILLENDE organismen
●
● Bacteriële gevoeligheid:
= Bacteriële gevoeligheid verwijst naar hoe goed een bacteriestam reageert op een
bepaald antibioticum. Dit wordt in vitro getest met methodes zoals:
1) De Kirby-Bauer test (disc plate methode) ⇒ gaat niet vastellen of het
bacteriostatisch of bactericide is (enkel de gevoeligheid testen)
2) Het bepalen van de MIC (Minimaal Inhiberende Concentratie) en MBC (Minimaal
Bactericide Concentratie
a) MIC = laagste concentratie die groei remt
b) MBC = laagste concentratie die bacteriën doodt
3) Het vaststellen of een antibioticum bacteriostatisch (remt groei) of bactericide
(doodt bacteriën) is.
4)
● De Disc plate methode:
1) Een staal van de patiënt wordt
opgegroeid op een voedingsbodem in
een petri-schaal.
2) Verschillende met antibiotica doordrenkte
plaatjes worden op de bodem geplaatst.
3) Gevoelige bacteriën worden gedood na
contact met het antibioticum.
4) De grootte (diameter) van de
helderezones (= inhibitiezone) is
evenredig met de sterkte van het antibioticum.
5) Groei van bacteriën rond een plaatje wijst op resistentie tegen dit antibioticum.
6)
● Bepalen van de MIC en MBC mbv een verdunningsreeks
Dit kan niet volgens de Disk plate methode, aangezien die geen onderscheid maakt tussen
MIC en MBC. Dus moet het via een verdunningsreeks, hierbij gaat men kijken vanaf welke
concentratie de MBC of MIC is:
2
Antibiotica zijn geneesmiddelen die bacteriële infecties bestrijden. Ze hebben enkele
belangrijke eigenschappen:
● Selectiviteit: Antibiotica richten zich specifiek op bacteriën en laten menselijke cellen
met rust.
● Werkingsspectrum: Dit verwijst naar het aantal bacteriesoorten waarop een
antibioticum effect heeft – sommige werken breed (tegen veel soorten), andere smal
(tegen specifieke soorten).
● Gevoeligheid van bacteriën: Niet alle bacteriën reageren even sterk op elk
antibioticum. De effectiviteit hangt af van hoe gevoelig een bacterie is.
Daarnaast zijn er verschillende werkingsmechanismen waarmee antibiotica bacteriën
doden of hun groei remmen.
De keuze van een antibioticum hangt af van het type infectie, de vermoedelijke bacterie,
en of er al sprake is van resistentie.
Misbruik van antibiotica, zoals onnodig gebruik of het niet afmaken van een kuur, kan
leiden tot resistentie, waarbij bacteriën ongevoelig worden voor behandeling, wat een groot
probleem vormt voor de volksgezondheid.
● Wat is antibiotica?
○ = scheikundige stoffen die door micro-organismen (schimmels, kikkers, …)
worden geproduceerd en die andere organismen (bv. bacteriën) kunnen
doden (bactericide) of in hun groei remmen (bacteriostatisch).
○ Onderscheid
■ Een bacteriecel heeft een celwand, en wij hebben celmembranen rond
onze cellen.
■
● De selectiviteit van antibiotica
○ Antibiotica verstoren op selectieve wijze het metabolisme van een
micro-organisme zonder te interfereren met het metabolisme van de
gastheercellen
○ De principes van selectiviteit (3)
1) Het aangevallen metabool proces komt enkel voor in de bacteriële prokaryote cel en
niet in de eukaryote gastheercel.
2) Het aangevallen metabool proces komt zowel bij de gastheer als bij de bacterie voor,
maar het antibioticum heeft een hogere affiniteit voor het bacterieel doelwit.
3) Het antibioticum wordt actief in de bacterie geconcentreerd.
1
, ● Het spectrum van een antibioticum: (KENNEN)
○ Het spectrum van een antibioticum is het gamma van micro-organismen
waartegen het antibioticum actief is.
○ Het spectrum kan:
■ BREED zijn: dit wil zeggen dat het antibioticum tegen zeer veel
verschillende micro-organismen actief is
● Nadeel breed spectrum, ze vallen bijna alles aan ⇒ veel
nevenwerkingen.
■ SMAL zijn: wat betekent dat het antibioticum slechts tegen enkele
soorten micro-organismen gericht is.
○ Spectrum = het aantal VERSCHILLENDE organismen
●
● Bacteriële gevoeligheid:
= Bacteriële gevoeligheid verwijst naar hoe goed een bacteriestam reageert op een
bepaald antibioticum. Dit wordt in vitro getest met methodes zoals:
1) De Kirby-Bauer test (disc plate methode) ⇒ gaat niet vastellen of het
bacteriostatisch of bactericide is (enkel de gevoeligheid testen)
2) Het bepalen van de MIC (Minimaal Inhiberende Concentratie) en MBC (Minimaal
Bactericide Concentratie
a) MIC = laagste concentratie die groei remt
b) MBC = laagste concentratie die bacteriën doodt
3) Het vaststellen of een antibioticum bacteriostatisch (remt groei) of bactericide
(doodt bacteriën) is.
4)
● De Disc plate methode:
1) Een staal van de patiënt wordt
opgegroeid op een voedingsbodem in
een petri-schaal.
2) Verschillende met antibiotica doordrenkte
plaatjes worden op de bodem geplaatst.
3) Gevoelige bacteriën worden gedood na
contact met het antibioticum.
4) De grootte (diameter) van de
helderezones (= inhibitiezone) is
evenredig met de sterkte van het antibioticum.
5) Groei van bacteriën rond een plaatje wijst op resistentie tegen dit antibioticum.
6)
● Bepalen van de MIC en MBC mbv een verdunningsreeks
Dit kan niet volgens de Disk plate methode, aangezien die geen onderscheid maakt tussen
MIC en MBC. Dus moet het via een verdunningsreeks, hierbij gaat men kijken vanaf welke
concentratie de MBC of MIC is:
2