Nederlands 1B – semester 2
2. Taal in de 21e eeuw
Zie handboek p.14-54
2.1 Inleiding
Leerdoelen: Taal in de 21e eeuw
Na deze les kan je het belang van taal en een goede taalvaardigheid verwoorden.
Je kan verwoorden waarom taal een sleutelcompetentie is in de 21 e eeuw.
Je kan verwoorden hoe taal als een sleutelcompetentie alomtegenwoordig is in de 21 e eeuw.
Je kan verwoorden hoe het staat met de huidige leesvaardigheid in Vlaanderen en wat/hoe
eraan kan worden verholpen.
Je kan het belang van de ontwikkeling van talige competenties op papier zetten.
Je kan motiveren waarom er nood is aan taalkrachtig onderwijs.
Leerdoelen: Taalonderwijs in de 21e eeuw
Je kan de principes van een taalkrachtig onderwijs opsommen.
Je kan elk principe van taalkrachtig onderwijs correct en grondig toelichten.
Je kan de principes van taalkrachtig onderwijs linken aan concrete lesvoorbeelden.
Je kan over je eigen taallessen reflecteren volgens de principes van een taalkrachtig
onderwijs.
2.1 Taal in de 21e eeuw
OEF
Taal is de hele dag aanwezig in het leven van Leon en Hayat
- Zowel binnen als buiten de school gebruiken ze voortdurend taal.
- Taal is een bindmiddel dat communicatie mogelijk maakt.
- Taal is nodig voor een volwaardige deelname aan onze complexe, superdiverse en meertalige
21e-eeuwse samenleving.
- Succes ervaren op school, in hun persoonlijke leven en later op de arbeidsmarkt is slechts
mogelijk dankzij een goede taalvaardigheid.
- Functioneren in de samenleving lukt niet zonder een goede taalvaardigheid.
,2.2.1 Taal is onlosmakelijk verbonden met identiteitsontwikkeling
TAAL HEEFT VELE FUNCTIES IN DE SCHOOL EN IN DE SAMENLEVING:
- Conceptualiserende functie (iets uitleggen, kennis delen aan taal, woorden aan iets
toevoegen)
- Communicatieve functie
- Expressieve functie (je uitdrukken in taal)
- Sociale functie (communicatie hangt af van de context)
- Identiteitsontwikkeling (door taal kunnen reflecteren op jezelf)
2.2.2 Taal is een belangrijke sleutelcompetentie
OESO, de Verenigde Natie en de Europese Unie: lijsten met sleutelcompetenties om volwaardig deel
te nemen aan de 21e-eeuwse samenleving.
Veel van die competenties doen in grote mate een beroep op taal:
- bewust omgaan met verandering
- complexe informatie verwerken
- kritisch en probleemoplossend denken
- zelfstandig beslissingen nemen
- creatief samenwerken
- communiceren in diverse (al dan niet digitale) contexten
- omgaan met nieuwe media en technologie
Taal is in de sleutelcompetenties van de 21e eeuw alomtegenwoordig:
- complexe informatie verwerken door bronnen te raadplegen
- sterk ontwikkelde lees- en luistervaardigheid
- sterk ontwikkelde schriftelijke en mondelinge taalvaardigheid
- creatief zijn met taal
- taalgebruik aanpassen aan de situatie en het doelpubliek
- omgaan met nieuwe media en technologieën: tweeten, sms’en, …
,2.2.3 Ontwikkeling van talige competenties in de 21 e eeuw
Taalcompetentie is het geheel van talige kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn om
geschreven, gesproken en multimediale teksten te begrijpen, te evalueren en te gebruiken, met als
doel:
1. volwaardige deelname aan de samenleving wordt mogelijk
2. de eigen doelen kunnen worden gerealiseerd
3. de eigen kennis en mogelijkheden kunnen levenslang en duurzaam worden ontwikkeld
Zie samenvatting teksten leesoffensief PPT dia 21-24
2.2.4 Nood aan taalkrachtig onderwijs
Onderwijs Nederlands kan anders en (nog) beter blijkt uit diverse onderzoeken zoals PISA (2018) en
PIRLS (2016 en 2023):
- Leesvaardigheid van Vlaamse leerlingen is significant achteruitgegaan.
- Kloof tussen leerlingen met een hoge en lage sociaaleconomische status.
- Kloof tussen leerlingen met Nederlands als thuistaal en leerlingen met een andere thuistaal.
- Tekortkomingen in mondelinge en schriftelijke taalvaardigheden worden vastgesteld op
scharniermomenten: overgang tussen lager en secundair, doorstroming naar arbeidsmarkt.
3. Taalonderwijs in de 21e eeuw
Filmpje juf Veerle:
Gesproken + geschreven
- Thema: heelal
- Interactie: heterogene groepen
- Functioneel voor de kinderen (zelf sleutelwoorden bedenken,…)
- Visueel ondersteunen
- Betekenisvolle onderhandeling
- Model staan
- Strategieën
, Rood = talige grondhouding
Blauw = contextrijk & (inter)actief & functioneel
Groen = ondersteuning & aandacht voor impliciet en expliciet leren & kansen tot reflectie
Principes taalkrachtig onderwijs:
- Talige grondhouding
- Contextrijk
- (Inter)actief
- Functioneel
- Ondersteuning
- Aandacht voor impliciet en expliciet leren
- Kansen tot reflectie
3.1 Principe 1: taalkrachtig onderwijs stimuleert een positieve talige grondhouding
- Een veilige oefencontext bieden
- Het talige repertoire van leerlingen omarmen
- Hoge verwachtingen koesteren
3.2 Principe 2: taalkrachtig onderwijs is contextrijk
- Schooltaal leren.
- Veel taalaanbod binnen een betekenisvolle context.
- Inspelen op voorkennis en interesses van de leerlingen.
- Aansluiten bij hun leefwereld, hun verhalen en hun activiteiten = rijke context voor
leerlingen, bijvoorbeeld Belgische economie <> laatste nieuwe gadget op de speelplaats.
- Concrete materialen, vragen en situaties verbinden met abstracte inhouden.
- Herkenbaarheid is motiverend.
- De context biedt de nodige ondersteuning, bijvoorbeeld het leren van het woord ‘vlieg’.
- Ook bij abstracte begrippen zoals ‘provinciehoofdplaats’, ‘vermeerderen’, ‘respect’, ‘kortom’
moet je ook steeds met context werken en leerlingen bijvoorbeeld de kans geven om het
woord te gebruiken in verschillende contexten.
- Leerlingen ook veel oefenkansen bieden op basis van concreet materiaal. Zo worden concrete
ervaringen van leerlingen gekoppeld aan abstracte begrippen.
- Nieuwe leerstof en dus ook de nieuwe taal verbinden met eerder opgedane ervaringen en
kennis.
- Je kennisnetwerk wordt uitgebreid en krijgt een plekje in je hoofd.
- Leerlingen hun voorkennis laten delen met andere leerlingen (klassikaal, in duo, in groepjes)
= gemeenschappelijke voorkennis.
2. Taal in de 21e eeuw
Zie handboek p.14-54
2.1 Inleiding
Leerdoelen: Taal in de 21e eeuw
Na deze les kan je het belang van taal en een goede taalvaardigheid verwoorden.
Je kan verwoorden waarom taal een sleutelcompetentie is in de 21 e eeuw.
Je kan verwoorden hoe taal als een sleutelcompetentie alomtegenwoordig is in de 21 e eeuw.
Je kan verwoorden hoe het staat met de huidige leesvaardigheid in Vlaanderen en wat/hoe
eraan kan worden verholpen.
Je kan het belang van de ontwikkeling van talige competenties op papier zetten.
Je kan motiveren waarom er nood is aan taalkrachtig onderwijs.
Leerdoelen: Taalonderwijs in de 21e eeuw
Je kan de principes van een taalkrachtig onderwijs opsommen.
Je kan elk principe van taalkrachtig onderwijs correct en grondig toelichten.
Je kan de principes van taalkrachtig onderwijs linken aan concrete lesvoorbeelden.
Je kan over je eigen taallessen reflecteren volgens de principes van een taalkrachtig
onderwijs.
2.1 Taal in de 21e eeuw
OEF
Taal is de hele dag aanwezig in het leven van Leon en Hayat
- Zowel binnen als buiten de school gebruiken ze voortdurend taal.
- Taal is een bindmiddel dat communicatie mogelijk maakt.
- Taal is nodig voor een volwaardige deelname aan onze complexe, superdiverse en meertalige
21e-eeuwse samenleving.
- Succes ervaren op school, in hun persoonlijke leven en later op de arbeidsmarkt is slechts
mogelijk dankzij een goede taalvaardigheid.
- Functioneren in de samenleving lukt niet zonder een goede taalvaardigheid.
,2.2.1 Taal is onlosmakelijk verbonden met identiteitsontwikkeling
TAAL HEEFT VELE FUNCTIES IN DE SCHOOL EN IN DE SAMENLEVING:
- Conceptualiserende functie (iets uitleggen, kennis delen aan taal, woorden aan iets
toevoegen)
- Communicatieve functie
- Expressieve functie (je uitdrukken in taal)
- Sociale functie (communicatie hangt af van de context)
- Identiteitsontwikkeling (door taal kunnen reflecteren op jezelf)
2.2.2 Taal is een belangrijke sleutelcompetentie
OESO, de Verenigde Natie en de Europese Unie: lijsten met sleutelcompetenties om volwaardig deel
te nemen aan de 21e-eeuwse samenleving.
Veel van die competenties doen in grote mate een beroep op taal:
- bewust omgaan met verandering
- complexe informatie verwerken
- kritisch en probleemoplossend denken
- zelfstandig beslissingen nemen
- creatief samenwerken
- communiceren in diverse (al dan niet digitale) contexten
- omgaan met nieuwe media en technologie
Taal is in de sleutelcompetenties van de 21e eeuw alomtegenwoordig:
- complexe informatie verwerken door bronnen te raadplegen
- sterk ontwikkelde lees- en luistervaardigheid
- sterk ontwikkelde schriftelijke en mondelinge taalvaardigheid
- creatief zijn met taal
- taalgebruik aanpassen aan de situatie en het doelpubliek
- omgaan met nieuwe media en technologieën: tweeten, sms’en, …
,2.2.3 Ontwikkeling van talige competenties in de 21 e eeuw
Taalcompetentie is het geheel van talige kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn om
geschreven, gesproken en multimediale teksten te begrijpen, te evalueren en te gebruiken, met als
doel:
1. volwaardige deelname aan de samenleving wordt mogelijk
2. de eigen doelen kunnen worden gerealiseerd
3. de eigen kennis en mogelijkheden kunnen levenslang en duurzaam worden ontwikkeld
Zie samenvatting teksten leesoffensief PPT dia 21-24
2.2.4 Nood aan taalkrachtig onderwijs
Onderwijs Nederlands kan anders en (nog) beter blijkt uit diverse onderzoeken zoals PISA (2018) en
PIRLS (2016 en 2023):
- Leesvaardigheid van Vlaamse leerlingen is significant achteruitgegaan.
- Kloof tussen leerlingen met een hoge en lage sociaaleconomische status.
- Kloof tussen leerlingen met Nederlands als thuistaal en leerlingen met een andere thuistaal.
- Tekortkomingen in mondelinge en schriftelijke taalvaardigheden worden vastgesteld op
scharniermomenten: overgang tussen lager en secundair, doorstroming naar arbeidsmarkt.
3. Taalonderwijs in de 21e eeuw
Filmpje juf Veerle:
Gesproken + geschreven
- Thema: heelal
- Interactie: heterogene groepen
- Functioneel voor de kinderen (zelf sleutelwoorden bedenken,…)
- Visueel ondersteunen
- Betekenisvolle onderhandeling
- Model staan
- Strategieën
, Rood = talige grondhouding
Blauw = contextrijk & (inter)actief & functioneel
Groen = ondersteuning & aandacht voor impliciet en expliciet leren & kansen tot reflectie
Principes taalkrachtig onderwijs:
- Talige grondhouding
- Contextrijk
- (Inter)actief
- Functioneel
- Ondersteuning
- Aandacht voor impliciet en expliciet leren
- Kansen tot reflectie
3.1 Principe 1: taalkrachtig onderwijs stimuleert een positieve talige grondhouding
- Een veilige oefencontext bieden
- Het talige repertoire van leerlingen omarmen
- Hoge verwachtingen koesteren
3.2 Principe 2: taalkrachtig onderwijs is contextrijk
- Schooltaal leren.
- Veel taalaanbod binnen een betekenisvolle context.
- Inspelen op voorkennis en interesses van de leerlingen.
- Aansluiten bij hun leefwereld, hun verhalen en hun activiteiten = rijke context voor
leerlingen, bijvoorbeeld Belgische economie <> laatste nieuwe gadget op de speelplaats.
- Concrete materialen, vragen en situaties verbinden met abstracte inhouden.
- Herkenbaarheid is motiverend.
- De context biedt de nodige ondersteuning, bijvoorbeeld het leren van het woord ‘vlieg’.
- Ook bij abstracte begrippen zoals ‘provinciehoofdplaats’, ‘vermeerderen’, ‘respect’, ‘kortom’
moet je ook steeds met context werken en leerlingen bijvoorbeeld de kans geven om het
woord te gebruiken in verschillende contexten.
- Leerlingen ook veel oefenkansen bieden op basis van concreet materiaal. Zo worden concrete
ervaringen van leerlingen gekoppeld aan abstracte begrippen.
- Nieuwe leerstof en dus ook de nieuwe taal verbinden met eerder opgedane ervaringen en
kennis.
- Je kennisnetwerk wordt uitgebreid en krijgt een plekje in je hoofd.
- Leerlingen hun voorkennis laten delen met andere leerlingen (klassikaal, in duo, in groepjes)
= gemeenschappelijke voorkennis.