HC Introductie statistiek
27/11/2024
Belang van statistiek
Statistiek is overal (zeker ook in de vroedkunde)
Effectiviteit van ‘de pil’: als je de pil elke dag op hetzelfde tijdstip slikt en op tijd begint
met je nieuwe pil, is de kans op zwangerschap ongeveer 0.3%. Wanneer je gebruiksfouten
maakt, raakt toch 7% zwanger.
Effectiviteit van het condoom: rekening houdend met mogelijke ongelukjes, wordt
doeltreffendheid op 88% geschat
Waarom onderzoek
1e beentje evidence-based practice (meest recente onderzoeken)
Ethisch aanvaardbaar vroedkunig hendelen op micro, meso en macroniveau
Kosten-en-baten effectiviteit
Verantwoorden van keuzes in de zorg op elk niveau
Kwalitatief vs. kwantitatief onderzoek
Kwantiteit: onderzoek gericht op een ‘massa’ / een grote groep mensen (gecontroleerd,
generaliseerbaarheid)
=> statistiek
Kwaliteit: kleine groep mensen, adhv interviews, gericht op subjectieve beleving en betekenis
Kwantitatief onderzoek vraagt statistische dataverwerking:
Beschrijvende statistiek
Het verzamelen, bewerken, interpreteren, samenvatten en presenteren van de
belangrijkste kenmerken van een kwantitatieve dataset.
Gaat over populatie = het geheel van gelijksoortige objecten of data
Data wordt samengevat in beknopte weergave, met als doel ontdekken van globale
patronen/kenmerken
Verklarende statistiek
Gebruikmakend van een kleinere groep (“steekproef of onderzoekspopulatie”), conclusies
formuleren over een groter geheel (“doelpopulatie”)
Hypotheses, veronderstellingen, over de doelpopulatie testen en de uitkomsten
generaliseren naar de ganse doelpopulatie
Vb. problematisch sociale media gebruik is significant geassocieerd (associatie die
belangrijk en zeker is) met behoren tot de groep met gemiddeld tot veel depressieve
symptomen
(N = 697 Nederlands sprekende zwangere vrouwen)
Begrippen
Populatie: verzameling elementen
Steekproef: deel van de verzameling (N = aantal mensen in de steekproef)
Inclusie – en exclusiecriteria (inclusiecriteria = vb. zwanger, Nederlands sprekend)
Steekproef
Deelverzameling van populatie
Doel: veralgemenen naar populatie toe
Representativiteit: het moet een afspiegeling van de populatie zijn
Soorten steekproeven:
o Aselecte steekproef: geheel op toeval
Enkelvoudig: willekeurig
Systematisch: om de zoveel (ook willekeurig)
Gestratificeerd: indelen in groepen
Cluster: slechts uit 1 deel uit geheel
(een groep kiezen uit willekeurig gemaakte groepen)
, HC Introductie statistiek
27/11/2024
o Niet-aselecte steekproef
Deelnemers beslissen vaak zelf of ze deelnemen / na oproep
Statische variabelen
Eigenschap die gemeten kan worden => altijd eerst variabele definiëren die je in kader
wil brengen
Vb. SM gebruik en depressie tijdens zwangerschap? => Welke SM? Insta, YouTube,
Pinterest…
intensiteit: tijd en frequentie
Statische variabele X = kwalitatief of kwantitatief meten?
Meetniveaus: schaal van 1-9, “ik gebruik sociale media”, “ik gebruik meer dan 7u/d
sociale media”
Kwalitatieve variabelen
Data waarvan de waarden niet numeriek worden gemeten, maar die in categorieën kunne
worden ingedeeld, naar kenmerken waarin je geïnteresseerd bent.
Nominaal: data waarvan de waarden niet numeriek gemeten kunnen worden, maar die in
verzamelingen (categorieën) geclassificeerd kunnen worden. De categorieën hebben
geen waarde
(vb. heb je een partner? => ja/nee)
Ordinaal: data waarvan de waarden niet numeriek kunnen worden gemeten, maar die in
een bepaalde (rangorde) kunnen geplaatst. Onderscheid en ordening (opleidingsniveau?
=> bachelor, master…)
Kwantitatieve variabelen
Numerieke waarde: gemeten als hoeveelheid, rekenkundige bewerkingen mogelijk
o Discreet: data waarvan de waarden in discrete eenheden worden gemeten en die
daardoor over een beperkt gebied slechts een aantal waarden kunnen aannemen (vb.
pariteit)
o Continu: data die elke waarde kunnen aannemen, mist ze met voldoende
nauwkeurigheid worden gemeten (vb. tijd)
Interval: numerieke data waarbij het verschil / interval tussen twee waarden voor een
bepaalde variabele precies kan worden aangegeven, maar waarbij het relatieve verschil
niet precies kan worden aangegeven. De waarden op een intervalschaal kunnen worden
opgeteld en afgetrokken, maar niet vermenigvuldigd of gedeeld (gelijke afstand tussen
eigenschappen, geen vast nulpunt) (vb. temperatuur => geen nulpunt, 0° is niet “geen
temperatuur”)
Ratio: zinvol verschil, numerieke data waarbij zowel het verschil of interval als het
relatieve verschil tussen twee waarden van een bepaalde variabele precies kan worden
aangegeven (vb. lengte, gewicht…)
Relatie meetniveau / kengetallen
27/11/2024
Belang van statistiek
Statistiek is overal (zeker ook in de vroedkunde)
Effectiviteit van ‘de pil’: als je de pil elke dag op hetzelfde tijdstip slikt en op tijd begint
met je nieuwe pil, is de kans op zwangerschap ongeveer 0.3%. Wanneer je gebruiksfouten
maakt, raakt toch 7% zwanger.
Effectiviteit van het condoom: rekening houdend met mogelijke ongelukjes, wordt
doeltreffendheid op 88% geschat
Waarom onderzoek
1e beentje evidence-based practice (meest recente onderzoeken)
Ethisch aanvaardbaar vroedkunig hendelen op micro, meso en macroniveau
Kosten-en-baten effectiviteit
Verantwoorden van keuzes in de zorg op elk niveau
Kwalitatief vs. kwantitatief onderzoek
Kwantiteit: onderzoek gericht op een ‘massa’ / een grote groep mensen (gecontroleerd,
generaliseerbaarheid)
=> statistiek
Kwaliteit: kleine groep mensen, adhv interviews, gericht op subjectieve beleving en betekenis
Kwantitatief onderzoek vraagt statistische dataverwerking:
Beschrijvende statistiek
Het verzamelen, bewerken, interpreteren, samenvatten en presenteren van de
belangrijkste kenmerken van een kwantitatieve dataset.
Gaat over populatie = het geheel van gelijksoortige objecten of data
Data wordt samengevat in beknopte weergave, met als doel ontdekken van globale
patronen/kenmerken
Verklarende statistiek
Gebruikmakend van een kleinere groep (“steekproef of onderzoekspopulatie”), conclusies
formuleren over een groter geheel (“doelpopulatie”)
Hypotheses, veronderstellingen, over de doelpopulatie testen en de uitkomsten
generaliseren naar de ganse doelpopulatie
Vb. problematisch sociale media gebruik is significant geassocieerd (associatie die
belangrijk en zeker is) met behoren tot de groep met gemiddeld tot veel depressieve
symptomen
(N = 697 Nederlands sprekende zwangere vrouwen)
Begrippen
Populatie: verzameling elementen
Steekproef: deel van de verzameling (N = aantal mensen in de steekproef)
Inclusie – en exclusiecriteria (inclusiecriteria = vb. zwanger, Nederlands sprekend)
Steekproef
Deelverzameling van populatie
Doel: veralgemenen naar populatie toe
Representativiteit: het moet een afspiegeling van de populatie zijn
Soorten steekproeven:
o Aselecte steekproef: geheel op toeval
Enkelvoudig: willekeurig
Systematisch: om de zoveel (ook willekeurig)
Gestratificeerd: indelen in groepen
Cluster: slechts uit 1 deel uit geheel
(een groep kiezen uit willekeurig gemaakte groepen)
, HC Introductie statistiek
27/11/2024
o Niet-aselecte steekproef
Deelnemers beslissen vaak zelf of ze deelnemen / na oproep
Statische variabelen
Eigenschap die gemeten kan worden => altijd eerst variabele definiëren die je in kader
wil brengen
Vb. SM gebruik en depressie tijdens zwangerschap? => Welke SM? Insta, YouTube,
Pinterest…
intensiteit: tijd en frequentie
Statische variabele X = kwalitatief of kwantitatief meten?
Meetniveaus: schaal van 1-9, “ik gebruik sociale media”, “ik gebruik meer dan 7u/d
sociale media”
Kwalitatieve variabelen
Data waarvan de waarden niet numeriek worden gemeten, maar die in categorieën kunne
worden ingedeeld, naar kenmerken waarin je geïnteresseerd bent.
Nominaal: data waarvan de waarden niet numeriek gemeten kunnen worden, maar die in
verzamelingen (categorieën) geclassificeerd kunnen worden. De categorieën hebben
geen waarde
(vb. heb je een partner? => ja/nee)
Ordinaal: data waarvan de waarden niet numeriek kunnen worden gemeten, maar die in
een bepaalde (rangorde) kunnen geplaatst. Onderscheid en ordening (opleidingsniveau?
=> bachelor, master…)
Kwantitatieve variabelen
Numerieke waarde: gemeten als hoeveelheid, rekenkundige bewerkingen mogelijk
o Discreet: data waarvan de waarden in discrete eenheden worden gemeten en die
daardoor over een beperkt gebied slechts een aantal waarden kunnen aannemen (vb.
pariteit)
o Continu: data die elke waarde kunnen aannemen, mist ze met voldoende
nauwkeurigheid worden gemeten (vb. tijd)
Interval: numerieke data waarbij het verschil / interval tussen twee waarden voor een
bepaalde variabele precies kan worden aangegeven, maar waarbij het relatieve verschil
niet precies kan worden aangegeven. De waarden op een intervalschaal kunnen worden
opgeteld en afgetrokken, maar niet vermenigvuldigd of gedeeld (gelijke afstand tussen
eigenschappen, geen vast nulpunt) (vb. temperatuur => geen nulpunt, 0° is niet “geen
temperatuur”)
Ratio: zinvol verschil, numerieke data waarbij zowel het verschil of interval als het
relatieve verschil tussen twee waarden van een bepaalde variabele precies kan worden
aangegeven (vb. lengte, gewicht…)
Relatie meetniveau / kengetallen