100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Notas de lectura

College aantekeningen Kennismaking Onderzoeksmethoden en Statistiek (KOM)

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
28
Subido en
26-06-2025
Escrito en
2024/2025

Dit zijn recente aantekeningen van alle hoorcolleges van de cursus Kennismaking Onderzoeksmethoden en Statistiek (KOM). De aantekeningen zijn geschreven in mei en juni 2025. Het document bevat alle stof die je moet weten voor het tentamen.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
26 de junio de 2025
Número de páginas
28
Escrito en
2024/2025
Tipo
Notas de lectura
Profesor(es)
Namesnik-silvester, k.t. (kirsten)
Contiene
Todas las clases

Temas

Vista previa del contenido

Kennismaking met onderzoeksmethoden en statistiek (KOM)
College 1
Inleiding

Sociaalwetenschappelijk onderzoek  voor een groot deel meetbaar maken van uitspraken/
onderzoeksvragen.

Bronnen van informatie
- Intuïtie  afgaan op gevoel. Kans op invloed van eigen ervaringen (bias), dus niet
beste/ betrouwbaarste bron
- Ervaringen  dingen die je hebt gezien of meegemaakt. Geen goede informatiebron
vanwege bias, scheve blik (vertekening in informatie die je krijgt).
- Autoriteit  zoals de koning, iemand die ‘hoog staat’. Bepaalde autoriteit niet voor
elk onderwerp geschikt (koning niet voor vraagstuk eenzaamheid, maar wel expert
eenzaamheid bijv.)
- Wetenschap  beste bron van informatie

Kenmerken wetenschappelijk onderzoek
1. Empirisch  gebaseerd op systematische waarnemingen (metingen, observaties,
etc.)
2. Controleerbaar  onderzoekers controleren onderzoeken van anderen, onderzoeken
kunnen worden herhaald.
3. Probabilistisch  onderzoek vindt ondersteunende data, maar geen data dat overal
voor geldt (je kan niet zeggen ‘het is zo en nooit anders’). Dus niet deterministisch

Theorie datacyclus
- Begint met een theorie (soms globaler idee)  denkbeelden, hypothesen en
verklaringen die in onderlinge samenhang worden beschreven. In wetenschap vaak
iets dat is getoetst en iets zegt over de werkelijkheid.
 niet een zin, maar de manier waarop veel verschillende factoren in relatie staan
met elkaar.
- Onderzoeksvraag  volgt uit theorie, onderzoekers gaan zich hierover dingen
afvragen
- Onderzoek ontwerp  opzet van het onderzoek om uiteindelijk antwoord te geven
op de onderzoeksvraag
- Hypothesen  bij kwalitatief onderzoek wordt dit meestal overgeslagen, omdat je
hierbij niet hypothesen wilt toetsen; bij kwantitatief onderzoek gebeurd dit wel.
- Dataverzameling
- Data-analyse
 Soms vindt men ondersteunende data en soms juist niet-ondersteunende data.
 De data ondersteunen bepaalde ideeën wel of niet, maar zijn nooit leidend voor
alle situaties (kan niet zeggen ‘het is zo en niet anders’).

Een goede wetenschappelijke theorie, 3 kenmerken:
1. Ondersteund door data  data uit wetenschappelijk onderzoek
2. Falsifieerbaar  theorie moet weerlegd kunnen worden

, 3. Spaarzaam (parsimonious)  theorie hoeft niet complexer gemaakt te worden
wanneer de eenvoudige theorie al genoeg is.

Onderzoeksvragen
- Twee soorten:
 Fundamentele onderzoeksvraag  uitvogelen hoe iets zit, algemene kennis (wat
gebeurt er in het hoofd van een kind met dyslexie?)
 Toegepaste onderzoeksvraag  effect van bepaalde behandelingen en
dergelijken, toegepaste vraag (wat is het effect van training x op het leesniveau
van kinderen met dyslexie?)
- Derde soort; translationeel  zit tussen de andere twee in (maar komt niet aanbod)
 Bij kwalitatief over ervaring persoon

Onderzoek ontwerp
- Geeft antwoord op verschillende vragen:
- Wat voor empirische gegevens worden verzameld?
- Zijn de gegevens kwalitatief (data zonder cijfertjes, vb eigen ervaringen) of
kwantitatief (data bestaande uit cijfertjes, vb schoolcijfers of vragenlijsten)?
- Hoe worden de gegevens verzameld?
- Bij wie worden empirische gegevens verzameld?
 In deze stap dit alleen bedenken en opzetten, bij data verzameling pas uitvoeren
en op die manier de data verkrijgen.
 Bij niet ondersteunende data, eerst kijken of het onderzoek ontwerp wel juist was
bij de onderzoeksvraag. Als dit niet zo is, nieuw onderzoek ontwerp bij zelfde vraag.

Kwalitatief onderzoek
- Onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van tekstuele data (verslagen, foto’s
video’s kranten, etc.)
- Doelen van kwalitatief onderzoek:
 Sociale fenomenen begrijpen vanuit hun natuurlijke context
 Empirische patronen vinden
 Startpunt vormen voor theorievorming (nieuwe theorie ontwikkelen of bestaande
theorie aanpassen/ uitbreiden).
- Onderzoeksonderwerpen; ouderen zorg (culturele verschillen), daten (motieven),
wapenbezit (mening Amerikanen)
- Kenmerken kwalitatief onderzoek
1. Onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgevingen van de respondent.
2. Onderzoeker heeft een contextuele benadering
3. Perspectief van de respondent staat centraal
4. Via specifieke observaties sociale werkelijkheid omschrijven naar al haar
diversiteit en naar algemeenheden zoeken die nieuwe theorieën vormen/
bestaande theorieën aanpassen.
5. De onderzoeker is nadrukkelijk aanwezig bij de data-verzameling (vooral bij
interviews). Onderzoeker kan hierbij twee rollen aannemen:
 Participant  onderzoeker is ‘een van participanten’, onderzoeker staat zo
dichterbij participanten en krijgt waarschijnlijk meer bij hen los.
 Buitenstaander  onderzoeker neemt meer afstand tov de participanten.

,  Inductief onderzoek

Onderzoeksvraag bij kwalitatief onderzoek
- SPI(C)E:
 Setting  natuurlijke context, in welke context speelt het onderzoek (vb ouderen;
ouderen die in de stad wonen, ouderen die al … jaar uit elkaar zijn, etc.)
 Perspective/ population  mensen die je onderzoekt/ waar je iets over te weten
wilt komen.
 Interest  wat wil je weten van de groep mensen die je gaat onderzoeken (vb
wat zijn motieven om te daten; daten is hier interest).
 Comparison  vergeleken met wie of wat bijvoorbeeld verschillen tussen mensen
(is dus niet altijd)
 Evaluation  wat wil je meten over hetgeen dat je wilt weten (vb wat zijn
motieven om te daten; motieven is hier evaluation).




Figuur 1-theorie data cyclus
$9.20
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
jvandersteeg

Conoce al vendedor

Seller avatar
jvandersteeg Universiteit Utrecht
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
2
Miembro desde
7 meses
Número de seguidores
0
Documentos
2
Última venta
4 meses hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes