De huid & huidadnexen: ............................................................................................................................ 1
Cellen: .......................................................................................................................................................... 12
Efflorescentieleer......................................................................................................................................... 20
Soorten efflorenties: .................................................................................................................................... 21
Spieren:........................................................................................................................................................ 31
Diffusie, Osmose, Homeostase .................................................................................................................... 36
Farmacologie ............................................................................................................................................... 53
Lipofiel, lipofoob en PH- zuurgraad ............................................................................................................. 57
Zenuwen, Sensoriek, Autonoom zenuwstelsel ............................................................................................ 65
Haarafwijkingen ........................................................................................................................................... 80
Klinieklessen: ............................................................................................................................................... 85
Werkcolleges ............................................................................................................................................... 90
Communicatie ............................................................................................................................................. 90
EBP(Evidence Based Practise) ...................................................................................................................... 93
Anatomie in vivo .......................................................................................................................................... 94
De huid & huidadnexen:
“Gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn (=
welbevinden)en niet alleen de afwezigheid van aandoening of handicap. Bij sociaal welzijn hoort
ook economisch welzijn.
In de zorg wordt de laatste tijd de nadruk vooral op preventie gelegd.
In het lichaam is een dynamisch evenwicht: Homeostase (=homeostase) bij ziekte komt het niet
vanzelf goed, bij een kleine verstoring van het evenwicht ben je niet ziek mechanische barrière: grens
tussen de buitenwereld
Functies van de huid: Barrière functie (mechanische barrière= grens met de buitenwereld)
Warmteregulatie (warmte regulatie, als we het koud hebben worden bloedvaatjes smaller.
als we het warm hebben worden ze breder, als mensen rood worden) Immunologisch.
1
,Bescherming ultravioletstraling. Bescherming micro-organisme (hoornlaag beschermt ons tegen
UV straling. ziek makende bacterie worden bij gezonde mensen op afstand gehouden door gezonde
bacteriën. talg maakt een vettige laag op onze huid.). Productie vitamine D. Zintuigfunctie(tastzin,
pijn, temperatuur). Vetreserve (mechanisme bescherming en energie reserve). Psychosociale
functie
3 embryonale kiembladen:
- Ectoderm: hier ontstaat het centrale zenuwstelsel( buitenste kiemblaadje)
de opperhuid en huidadnexen. (epidermis)
- Mesoderm: lederhuid en onderhuids weefsel (dermis)
- Entoderm
(voor ons alleen mesoderm/ectoderm van belang)
De huid bestaat uit drielagen :
1. Epidermis (opperhuid)
2. Dermis (lederhuid)
3. Subcutis(bindweefsellaag)
• De opperhuid bevat geen
bloedcellen
2
,Opbouw epidermis:
- Statum basale (kan kwa dikte verschillen, bij voetzolen bv dikker)
- Stratum spinozum
- Strautum granulosum
- Stratum corneum
• Stratum basale (stratum germinativum)
- Laag kubische of cilindrische cellen
- Hier vindt actieve celdeling plaats (mitose)
- 30 % v.d. cellen doet mee aan deling, overige
basale cellen zijn in rustfase
- Bij wond genezing aangezet tot celdeling
• Stratum spinosum (stekellaag)
- Opgebouwd uit enkele boven elkaar liggende lagen polygonale cellen, verbonden door
desmosomen
- Komen verspreid voor vandaar het stekelige aspect
- Start verhoorning (keratinisatie)
3
, - Actiefin synthesevan proteine; sterke verbinding tussen keratinocyten
• Stratum granulosum(korrellaag)
- Bestaat uit 2-3 lagen afgeplatte cellen
- Talrijke sterk basofiele granulae komen voor in het cytoplasma
- Fillagrine
-Odland bodies
- produceren vetvrije zuren. beginnen hier en migreren naar de buitenste laag
• Stratum lucidum
- Extra laagje stratum lucidum, ligt tussen stratum corneumen stratum granulosum
- Bij de handpalmen en voetzolen, bestaat dus uit vijf lagen
• Stratum corneum (hoornlaag)
- Centrale rol als mechanische en chemische barrière tussen het lichaam en buitenwereld
- Bestaat uit enkele lagen dode afgeplatte cellen, intercellulaire ruimte bestaat uit lipiden en is
hydrofoob (waterafstotend)
- Cohesie neemt af naar boven, afschilfering.
4