Geschiedenis van het publiekrecht en de politiek
Lesweek 4
Hoofdstuk 3: De (vroege en volle) middeleeuwen
HB. P. 61 - 84
1. De Germaanse verwoesting en heropbouw
D. Het Karolingische recht
- Ze willen dat er één christelijke gemeenschap is.
Als allen in hetzelfde geloven, dienen ze dus allen te
gehoorzamen aan dezelfde wetten, de goddelijke en de
wereldlijke.
Maar het traditionele etnische gewoonterecht wijkt weinig of
niet
▪ De Karolingers ontwikkelen een wetgeving, die boven de
gewoonterechtelijke versnippering plaatst en de
costumen op vele punten aanvult en bijstuurt.
- Men gaat meer het recht toepassen van de plaats waar je je
bevindt.
- Gewoonterecht blijft domineren, ze kunnen enkel bijsturen a.d.h.v.
capitularia.
1. Rechtsbronnen
- Costume
- Wetgeving = Capitularia (bestonden al onder de Merovingers, maar
nu nemen ze in grote mate toe)
o Ecclesiastica (kerkelijke capitularia)
o vs. Mundana (wereldlijke capitularia)
▪ Legibus addenda
= Vullen bepaalde volkrechten aan (gelden enkel en
alleen voor deze volkgroep).
▪ Legibus per se scribenda
= Dit zijn de belangrijkste en slaan ofwefl op het
strafrecht/strafprocesrecht/administratief recht.
▪ Legibus missorum
= Specifieke bevelen inhouden aan de
abten/zendgraven/bisschoppen die met een bepaalde
opdracht in het Karoliginsche rijk onderweg zijn.
1
,Geschiedenis van het publiekrecht en de politiek
2. Rechtsspraak
- Oorspronkelijk een malberg (= mallus)
o Ze komen samen om het recht te spreken.
- Mallus wordt aangepast tot:
o Schepenbank met 7 benoemde scabini = oordeelvinders
▪ Zij waren bevoegd om de rechtspraak te doen.
▪ De rechtspraak gaat verkleinen naar de schepenbanken
o Scabini = Germaans woord van schepper.
▪ Dit is een verlatijnst woord, maar geen Latijns woord op
zich.
o De Scabini moet recht spreken op basis van hun gebied of
ook nog van verschillende stammen.
▪ Ze moeten ook de geschreven wetten (weinig)
toepassen.
▪ Dit is vooral van Lodewijk de Vrome en Karel de Grote.
o Tria placita generalia moment waar toch iedereen moet
samenkomen.
▪ Drie zittingen per jaar
- Missi dominici (diest voor advies)
- Koningsgerecht
- Het koningsgerecht is op twee gebieden een soort van exclusiviteit.
1. Qua materie (= voorbehouden gevallen (= cas reservé)
o Namelijk bepaalde zware misdrijven komen alleen voor de
Koningsrechtbank (= vaak allerhoogste strafzaken)
o Zaken waar vaak het belang van de Koning in voorkomt (zoals
majesteitsschending).
▪ Een Koning kon via deze weg een politieke vijand
arresteren.
2. Qua persoon
o Namelijk de vorst zijn entourage (familie en belangrijkste
leenmannen (= adviseurs) komen ook exclusief voor de
koninklijke rechtbank als een privilege.
2
,Geschiedenis van het publiekrecht en de politiek
E. Het leenstelsel: oorsprong en latere evolutie
1. Ontstaan, definitie en vorm
Het leenrecht zal blijven bestaan tot het jaar 1800 (1789 in Frankrijk)
- Dit leenrecht was een dominant systeem tussen het jaar 1000 en
1300.
Ontstaan
o Merovingertijd: vassi (= vazalliteit) en beneficia apart.
▪ Personen die zich gaan binden aan iemand anders.
▪ Er is nog geen band tussen het systeem van vazal en
beneficium.
▪ Merivingische vorsten delen vaak zaken uit (je krijgt het
‘cadeau’)
▪ Vaak waren dit goederen die je voor je leven lang kon
gebruiken.
o Er zijn dus twee verschillende systemen:
▪ In de Karolingische tijd gaan deze systemen naar elkaar
toegroeien. (= de persoonlijk dienst en het zakelijk
goed groeit samen)
o Je kan je vazallen (dienstmannen) belonen om ze als Koning
op te nemen bij het Hof.
▪ Je kon dit natuurlijk maar doen met een beperkt aantal
mensen.
▪ Voorbeeld:
Een hoeve geven aan een vazal.
• Deze vazallen wonen dan verspreid over je eigen
rijk.
• Dan moeten ze ook voor jou gaan dienen. Dit was
dan vaak via militaire diensten.
• Dit was dan ook een succesvol systeem.
o De Karolingische vorsten krijgen hierdoor
talrijke dienstmannen die militair bijstaan.
o Het grote voordeel op economisch vlak was
dat de gronden meer gebruikt werden.
o De economie gaan vooruit omdat de vazal
het toch mocht gebruiken voor de rest van
zijn leven.
o Het sociale voordeel was dat het geven van een leen eigenlijk
wat prestige met zich meebracht.
3
, Geschiedenis van het publiekrecht en de politiek
o Karolingertijd: vassi en beneficia samen
▪ Voordeel van Beneficia: bestaan oorspronkelijk uit
gronden, maar later ook uit allerhande
overheidsrechten.
▪ Vazallen die niet aan het hof blijven = vassi casati
o Reden van succes:
▪ Militair: koning heeft krijgers nodig <->
bevolkingsveiligheid
▪ Economisch: je krijgt gronden opbrengsten
▪ Sociaal: vazallen stijgen op de sociale ladder.
Definitie
= Een plechtige en wederkerige overeenkomst die leidt tot persoonlijk
(raad en daad, bescherming en onderhoud) en zakelijke (complementaire
machtspositie op leen) rechten.
- Er was een overeenkomst tussen LH en vazallen.
- Het is een plechtige overeenkomst.
- Ze komt tot stand via formaliteiten.
- Er ontstaan ook verplichtingen (zowel voor de LM en LH).
o Deze verplichtingen zitten in de persoonlijke en zakelijke
sfeer.
▪ Persoonlijke sfeer
• Bescherming
• Onderhoud
• Raad
• Militaire dienst
▪ Zakelijke sfeer
• Het stuk grond dat door de LH werd gegeven (=
beneficium) geeft hij niet de volledige macht
weg.
• De LM heeft de macht erover zolang hij leeft.
• Als de LM zijn plichten niet nakomt dan keert het
beneficium terug naar de LH.
4
Lesweek 4
Hoofdstuk 3: De (vroege en volle) middeleeuwen
HB. P. 61 - 84
1. De Germaanse verwoesting en heropbouw
D. Het Karolingische recht
- Ze willen dat er één christelijke gemeenschap is.
Als allen in hetzelfde geloven, dienen ze dus allen te
gehoorzamen aan dezelfde wetten, de goddelijke en de
wereldlijke.
Maar het traditionele etnische gewoonterecht wijkt weinig of
niet
▪ De Karolingers ontwikkelen een wetgeving, die boven de
gewoonterechtelijke versnippering plaatst en de
costumen op vele punten aanvult en bijstuurt.
- Men gaat meer het recht toepassen van de plaats waar je je
bevindt.
- Gewoonterecht blijft domineren, ze kunnen enkel bijsturen a.d.h.v.
capitularia.
1. Rechtsbronnen
- Costume
- Wetgeving = Capitularia (bestonden al onder de Merovingers, maar
nu nemen ze in grote mate toe)
o Ecclesiastica (kerkelijke capitularia)
o vs. Mundana (wereldlijke capitularia)
▪ Legibus addenda
= Vullen bepaalde volkrechten aan (gelden enkel en
alleen voor deze volkgroep).
▪ Legibus per se scribenda
= Dit zijn de belangrijkste en slaan ofwefl op het
strafrecht/strafprocesrecht/administratief recht.
▪ Legibus missorum
= Specifieke bevelen inhouden aan de
abten/zendgraven/bisschoppen die met een bepaalde
opdracht in het Karoliginsche rijk onderweg zijn.
1
,Geschiedenis van het publiekrecht en de politiek
2. Rechtsspraak
- Oorspronkelijk een malberg (= mallus)
o Ze komen samen om het recht te spreken.
- Mallus wordt aangepast tot:
o Schepenbank met 7 benoemde scabini = oordeelvinders
▪ Zij waren bevoegd om de rechtspraak te doen.
▪ De rechtspraak gaat verkleinen naar de schepenbanken
o Scabini = Germaans woord van schepper.
▪ Dit is een verlatijnst woord, maar geen Latijns woord op
zich.
o De Scabini moet recht spreken op basis van hun gebied of
ook nog van verschillende stammen.
▪ Ze moeten ook de geschreven wetten (weinig)
toepassen.
▪ Dit is vooral van Lodewijk de Vrome en Karel de Grote.
o Tria placita generalia moment waar toch iedereen moet
samenkomen.
▪ Drie zittingen per jaar
- Missi dominici (diest voor advies)
- Koningsgerecht
- Het koningsgerecht is op twee gebieden een soort van exclusiviteit.
1. Qua materie (= voorbehouden gevallen (= cas reservé)
o Namelijk bepaalde zware misdrijven komen alleen voor de
Koningsrechtbank (= vaak allerhoogste strafzaken)
o Zaken waar vaak het belang van de Koning in voorkomt (zoals
majesteitsschending).
▪ Een Koning kon via deze weg een politieke vijand
arresteren.
2. Qua persoon
o Namelijk de vorst zijn entourage (familie en belangrijkste
leenmannen (= adviseurs) komen ook exclusief voor de
koninklijke rechtbank als een privilege.
2
,Geschiedenis van het publiekrecht en de politiek
E. Het leenstelsel: oorsprong en latere evolutie
1. Ontstaan, definitie en vorm
Het leenrecht zal blijven bestaan tot het jaar 1800 (1789 in Frankrijk)
- Dit leenrecht was een dominant systeem tussen het jaar 1000 en
1300.
Ontstaan
o Merovingertijd: vassi (= vazalliteit) en beneficia apart.
▪ Personen die zich gaan binden aan iemand anders.
▪ Er is nog geen band tussen het systeem van vazal en
beneficium.
▪ Merivingische vorsten delen vaak zaken uit (je krijgt het
‘cadeau’)
▪ Vaak waren dit goederen die je voor je leven lang kon
gebruiken.
o Er zijn dus twee verschillende systemen:
▪ In de Karolingische tijd gaan deze systemen naar elkaar
toegroeien. (= de persoonlijk dienst en het zakelijk
goed groeit samen)
o Je kan je vazallen (dienstmannen) belonen om ze als Koning
op te nemen bij het Hof.
▪ Je kon dit natuurlijk maar doen met een beperkt aantal
mensen.
▪ Voorbeeld:
Een hoeve geven aan een vazal.
• Deze vazallen wonen dan verspreid over je eigen
rijk.
• Dan moeten ze ook voor jou gaan dienen. Dit was
dan vaak via militaire diensten.
• Dit was dan ook een succesvol systeem.
o De Karolingische vorsten krijgen hierdoor
talrijke dienstmannen die militair bijstaan.
o Het grote voordeel op economisch vlak was
dat de gronden meer gebruikt werden.
o De economie gaan vooruit omdat de vazal
het toch mocht gebruiken voor de rest van
zijn leven.
o Het sociale voordeel was dat het geven van een leen eigenlijk
wat prestige met zich meebracht.
3
, Geschiedenis van het publiekrecht en de politiek
o Karolingertijd: vassi en beneficia samen
▪ Voordeel van Beneficia: bestaan oorspronkelijk uit
gronden, maar later ook uit allerhande
overheidsrechten.
▪ Vazallen die niet aan het hof blijven = vassi casati
o Reden van succes:
▪ Militair: koning heeft krijgers nodig <->
bevolkingsveiligheid
▪ Economisch: je krijgt gronden opbrengsten
▪ Sociaal: vazallen stijgen op de sociale ladder.
Definitie
= Een plechtige en wederkerige overeenkomst die leidt tot persoonlijk
(raad en daad, bescherming en onderhoud) en zakelijke (complementaire
machtspositie op leen) rechten.
- Er was een overeenkomst tussen LH en vazallen.
- Het is een plechtige overeenkomst.
- Ze komt tot stand via formaliteiten.
- Er ontstaan ook verplichtingen (zowel voor de LM en LH).
o Deze verplichtingen zitten in de persoonlijke en zakelijke
sfeer.
▪ Persoonlijke sfeer
• Bescherming
• Onderhoud
• Raad
• Militaire dienst
▪ Zakelijke sfeer
• Het stuk grond dat door de LH werd gegeven (=
beneficium) geeft hij niet de volledige macht
weg.
• De LM heeft de macht erover zolang hij leeft.
• Als de LM zijn plichten niet nakomt dan keert het
beneficium terug naar de LH.
4