OG week 2.2.6
Centrale vraag:
In hoeverre kan Het Bakkertje B.V. de arbeidsovereenkomsten met deze werknemers beëindigen?
Leerdoelen:
1. Hoe kan een arbeidsovereenkomst worden beëindigd?
De arbeidsovereenkomst kan op de volgende manieren worden beëindigd:
1) Beëindiging van rechtswege
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege (automatisch)
wanneer de tijdsduur van de arbeidsovereenkomst is verstreken (art. 7:667 lid 1 BW). De
opzegregels gelden niet voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, tenzij de
mogelijkheid tot tussentijdse opzegging in de arbeidsovereenkomst is afgesproken (art.
7:667 lid 3 BW). Als geen tussentijdse opzegging is afgesproken, dan kan de
kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussentijds ontbinden op verzoek van de
werkgever of de werknemer (art. 7:671b lid 1 sub c jo. lid 10 jo. 7:671c lid 3 BW). De
werkgever is in beginsel de transitievergoeding verschuldigd (art. 7:673 lid 1 sub a
onderdeel 3 jo. sub b onderdeel 3 BW).
2) Beëindiging door ontbindende voorwaarde
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege (automatisch) door
het intreden van een toekomstige, onzekere gebeurtenis (art. 3:38 lid 1 BW), anders dan
een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die van rechtswege eindigt op een
bepaalde zekere tijd of gebeurtenis. De werkgever of de werknemer die zich beroept op
de ontbindende voorwaarde mag geen invloed kunnen uitoefenen op de vervulling van
de voorwaarde voor het intreden van de ontbindende voorwaarde.
3) Beëindiging met wederzijdse goedvinden
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd eindigt in onderling overleg
door een schriftelijke beëindigingsovereenkomst/vaststellingsovereenkomst (vso) (art.
7:670b lid 1 BW). De vaststellingsovereenkomst is een overeenkomst, waarbij de partijen
zich verbinden ter beëindiging van hun rechtsrelatie (art. 7:900 BW). De werkgever en de
werknemer moeten hun wil die gericht is op het einde van de arbeidsovereenkomst
duidelijke en ondubbelzinnig verklaren (art. 3:33 BW). De werkgever moet onderzoeken
of de verklaring van de werknemer overeenkomt met zijn wil (onderzoeksplicht) en moet
de werknemer informeren over de nadelige gevolgen van zijn ontslagname
(informatieplicht) (Coolwijk/Kroes-arrest). De werknemer heeft het recht de
overeenkomst zonder opgave van redenen schriftelijk te ontbinden binnen twee weken
na de dag waarop de overeenkomst tot stand is gekomen (ontvangsttheorie) (art. 7:670b
lid 2 BW) of binnen drie weken als de werkgever het recht tot ontbinding niet in de
overeenkomst heeft opgenomen (art. 7:670b lid 3 BW), tenzij de werkgever en de
werknemer binnen zes maanden na de ontbinding opnieuw een
beëindigingovereenkomst zijn aangegaan (art. 7:670b lid 4 BW). Een beding in de
arbeidsovereenkomst die het recht tot ontbinding uitsluit of beperkt, is nietig (dwingend
recht) (art. 7:670b lid 6 BW). Als de arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd met
wederzijds goedvinden, dan kan de werkgever de arbeidsovereenkomst afhankelijk van
de ontslaggrond opzeggen met toestemming van het UWV (art. 7:671a lid 1 BW) of
ontbinden door de kantonrechter (art. 7:671b lid 1 BW). De opzegregels gelden niet voor
een beëindiging met wederzijdse goedvinden. De werkgever is geen transitievergoeding
verschuldigd (art. 7:673 lid 1 BW), maar de werkgever en de werknemer kunnen wel een
ontslagvergoeding overeenkomen die gelijk is aan de transitievergoeding.
4) Beëindiging tijdens proeftijd
, Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd met een proeftijdbeding
eindigt onverwijld (met onmiddellijke ingang) door opzegging van de werkgever of de
werknemer voordat de proeftijd is verstreken (voor en gedurende de proeftijd) (art.
7:676 lid 1 BW). De werkgever kan de arbeidsovereenkomst opzeggen zonder
instemming van de werknemer (art. 7:671 lid 1 sub b BW), toestemming van het UWV of
ontbinding van de kantonrechter (art. 7:669 lid 7 BW). De opzegregels van art. 7:670 lid 1
t/m lid 4 en lid 10 gelden niet voor een beëindiging tijdens de proeftijd (art. 7:670a lid 2
sub b BW). De werkgever is een transitievergoeding verschuldigd (art. 7:673 lid 1 sub a
onderdeel 1 jo. onderdeel 2 jo. sub b onderdeel 1 jo. onderdeel 2 BW).
5) Opzegging wegens dringende reden (ontslag op staande voet)
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd eindigt onverwijld (met
onmiddellijke ingang) door opzegging op grond van een dringende reden die onverwijld
moet worden medegedeeld aan de andere partij (art. 7:677 lid 1 BW). De voorwaarden
voor de opzegging wegens een dringende reden zijn: de opzegging dient een dringende
reden te hebben, waarbij het handelen of nalaten van de werknemer of de
arbeidsomstandigheden zo ernstig zijn dat redelijkerwijs niet van de werkgever of de
werknemer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren of op een
andere wijze te beëindigen (art. 7:678 lid 1 jo. 7:679 lid 1 BW); de werkgever of de
werknemer moet de dringende reden onverwijld (direct) mededelen aan de andere
partij, tenzij de reden voor de opzegging voor de werknemer duidelijk is, ook al gebruikt
de werkgever de verkeerde term; de opzegging moet onverwijld (direct) ingaan, maar de
werkgever mag enige tijd nemen om de feiten en de omstandigheden te onderzoeken.
De opzegregels van art. 7:670 lid 1 t/m lid 4 en lid 10 gelden niet voor een opzegging
wegens een dringende reden (art. 7:670a lid 2 sub c BW). De werkgever is in beginsel een
transitievergoeding verschuldigd (art. 7:673 lid 1 sub a onderdeel 1 jo. sub b onderdeel 1
BW), tenzij er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer
(art. 7:673 lid 7 sub c BW).
6) Opzegging
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (met tussentijdse opzegbeding) of
onbepaalde tijd eindigt door opzegging van de werkgever of de werknemer (art. 7:667 lid
2 jo. lid 3 jo. lid 6 BW). De werkgever kan de arbeidsovereenkomst opzeggen zonder
instemming van de werknemer, toestemming van het UWV of ontbinding door de
kantonrechter bij een beëindiging tijdens de proeftijd, een opzegging wegens een
dringende reden (ontslag op staande voet), een arbeidsovereenkomst met huishoudelijk
personeel, bestuurders van een rechtspersoon, werknemers die een geestelijk ambt
bekleden, de pensioengerechtigde werknemers die een arbeidsovereenkomst zijn
aangegaan voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd (art. 7:671 lid 1 sub b
t/m sub g BW), een opzegging wegens faillissement (art. 40 Fw), een beëindiging van
rechtswege (art. 7:667 lid 1 BW) en een beëindiging met wederzijdse goedvinden (art.
7:670b lid 1 BW). De werkgever is een transitievergoeding verschuldigd (art. 7:673 lid 1
sub a onderdeel 1 jo. onderdeel 2 jo. sub b onderdeel 1 jo. onderdeel 2 BW).
a) Opzegging met instemming werknemer
De werkgever kan de arbeidsovereenkomst opzeggen met schriftelijke instemming
van de werknemer (art. 7:671 lid 1 BW). De werknemer heeft het recht zijn
instemming zonder opgave van redenen schriftelijk te herroepen binnen twee weken
na de dag waarop de werknemer schriftelijk heeft ingestemd (ontvangsttheorie) (art.
7:671 lid 2 BW) of binnen drie weken als de werkgever de werknemer niet binnen
twee dagen na de instemming schriftelijk op dit recht wijst (art. 7:671 lid 3 BW),
tenzij de werknemer binnen zes maanden na de herroeping opnieuw instemt met de
opzegging (art. 7:671 lid 5 BW). Als de instemming van de werknemer wordt
herroepen, dan wordt de opzegging geacht niet te hebben plaatsgevonden en loopt
de arbeidsovereenkomst gewoon door (art. 7:671 lid 4 BW). De opzegregels van art.
Centrale vraag:
In hoeverre kan Het Bakkertje B.V. de arbeidsovereenkomsten met deze werknemers beëindigen?
Leerdoelen:
1. Hoe kan een arbeidsovereenkomst worden beëindigd?
De arbeidsovereenkomst kan op de volgende manieren worden beëindigd:
1) Beëindiging van rechtswege
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege (automatisch)
wanneer de tijdsduur van de arbeidsovereenkomst is verstreken (art. 7:667 lid 1 BW). De
opzegregels gelden niet voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, tenzij de
mogelijkheid tot tussentijdse opzegging in de arbeidsovereenkomst is afgesproken (art.
7:667 lid 3 BW). Als geen tussentijdse opzegging is afgesproken, dan kan de
kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussentijds ontbinden op verzoek van de
werkgever of de werknemer (art. 7:671b lid 1 sub c jo. lid 10 jo. 7:671c lid 3 BW). De
werkgever is in beginsel de transitievergoeding verschuldigd (art. 7:673 lid 1 sub a
onderdeel 3 jo. sub b onderdeel 3 BW).
2) Beëindiging door ontbindende voorwaarde
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege (automatisch) door
het intreden van een toekomstige, onzekere gebeurtenis (art. 3:38 lid 1 BW), anders dan
een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die van rechtswege eindigt op een
bepaalde zekere tijd of gebeurtenis. De werkgever of de werknemer die zich beroept op
de ontbindende voorwaarde mag geen invloed kunnen uitoefenen op de vervulling van
de voorwaarde voor het intreden van de ontbindende voorwaarde.
3) Beëindiging met wederzijdse goedvinden
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd eindigt in onderling overleg
door een schriftelijke beëindigingsovereenkomst/vaststellingsovereenkomst (vso) (art.
7:670b lid 1 BW). De vaststellingsovereenkomst is een overeenkomst, waarbij de partijen
zich verbinden ter beëindiging van hun rechtsrelatie (art. 7:900 BW). De werkgever en de
werknemer moeten hun wil die gericht is op het einde van de arbeidsovereenkomst
duidelijke en ondubbelzinnig verklaren (art. 3:33 BW). De werkgever moet onderzoeken
of de verklaring van de werknemer overeenkomt met zijn wil (onderzoeksplicht) en moet
de werknemer informeren over de nadelige gevolgen van zijn ontslagname
(informatieplicht) (Coolwijk/Kroes-arrest). De werknemer heeft het recht de
overeenkomst zonder opgave van redenen schriftelijk te ontbinden binnen twee weken
na de dag waarop de overeenkomst tot stand is gekomen (ontvangsttheorie) (art. 7:670b
lid 2 BW) of binnen drie weken als de werkgever het recht tot ontbinding niet in de
overeenkomst heeft opgenomen (art. 7:670b lid 3 BW), tenzij de werkgever en de
werknemer binnen zes maanden na de ontbinding opnieuw een
beëindigingovereenkomst zijn aangegaan (art. 7:670b lid 4 BW). Een beding in de
arbeidsovereenkomst die het recht tot ontbinding uitsluit of beperkt, is nietig (dwingend
recht) (art. 7:670b lid 6 BW). Als de arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd met
wederzijds goedvinden, dan kan de werkgever de arbeidsovereenkomst afhankelijk van
de ontslaggrond opzeggen met toestemming van het UWV (art. 7:671a lid 1 BW) of
ontbinden door de kantonrechter (art. 7:671b lid 1 BW). De opzegregels gelden niet voor
een beëindiging met wederzijdse goedvinden. De werkgever is geen transitievergoeding
verschuldigd (art. 7:673 lid 1 BW), maar de werkgever en de werknemer kunnen wel een
ontslagvergoeding overeenkomen die gelijk is aan de transitievergoeding.
4) Beëindiging tijdens proeftijd
, Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd met een proeftijdbeding
eindigt onverwijld (met onmiddellijke ingang) door opzegging van de werkgever of de
werknemer voordat de proeftijd is verstreken (voor en gedurende de proeftijd) (art.
7:676 lid 1 BW). De werkgever kan de arbeidsovereenkomst opzeggen zonder
instemming van de werknemer (art. 7:671 lid 1 sub b BW), toestemming van het UWV of
ontbinding van de kantonrechter (art. 7:669 lid 7 BW). De opzegregels van art. 7:670 lid 1
t/m lid 4 en lid 10 gelden niet voor een beëindiging tijdens de proeftijd (art. 7:670a lid 2
sub b BW). De werkgever is een transitievergoeding verschuldigd (art. 7:673 lid 1 sub a
onderdeel 1 jo. onderdeel 2 jo. sub b onderdeel 1 jo. onderdeel 2 BW).
5) Opzegging wegens dringende reden (ontslag op staande voet)
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd eindigt onverwijld (met
onmiddellijke ingang) door opzegging op grond van een dringende reden die onverwijld
moet worden medegedeeld aan de andere partij (art. 7:677 lid 1 BW). De voorwaarden
voor de opzegging wegens een dringende reden zijn: de opzegging dient een dringende
reden te hebben, waarbij het handelen of nalaten van de werknemer of de
arbeidsomstandigheden zo ernstig zijn dat redelijkerwijs niet van de werkgever of de
werknemer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren of op een
andere wijze te beëindigen (art. 7:678 lid 1 jo. 7:679 lid 1 BW); de werkgever of de
werknemer moet de dringende reden onverwijld (direct) mededelen aan de andere
partij, tenzij de reden voor de opzegging voor de werknemer duidelijk is, ook al gebruikt
de werkgever de verkeerde term; de opzegging moet onverwijld (direct) ingaan, maar de
werkgever mag enige tijd nemen om de feiten en de omstandigheden te onderzoeken.
De opzegregels van art. 7:670 lid 1 t/m lid 4 en lid 10 gelden niet voor een opzegging
wegens een dringende reden (art. 7:670a lid 2 sub c BW). De werkgever is in beginsel een
transitievergoeding verschuldigd (art. 7:673 lid 1 sub a onderdeel 1 jo. sub b onderdeel 1
BW), tenzij er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer
(art. 7:673 lid 7 sub c BW).
6) Opzegging
Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (met tussentijdse opzegbeding) of
onbepaalde tijd eindigt door opzegging van de werkgever of de werknemer (art. 7:667 lid
2 jo. lid 3 jo. lid 6 BW). De werkgever kan de arbeidsovereenkomst opzeggen zonder
instemming van de werknemer, toestemming van het UWV of ontbinding door de
kantonrechter bij een beëindiging tijdens de proeftijd, een opzegging wegens een
dringende reden (ontslag op staande voet), een arbeidsovereenkomst met huishoudelijk
personeel, bestuurders van een rechtspersoon, werknemers die een geestelijk ambt
bekleden, de pensioengerechtigde werknemers die een arbeidsovereenkomst zijn
aangegaan voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd (art. 7:671 lid 1 sub b
t/m sub g BW), een opzegging wegens faillissement (art. 40 Fw), een beëindiging van
rechtswege (art. 7:667 lid 1 BW) en een beëindiging met wederzijdse goedvinden (art.
7:670b lid 1 BW). De werkgever is een transitievergoeding verschuldigd (art. 7:673 lid 1
sub a onderdeel 1 jo. onderdeel 2 jo. sub b onderdeel 1 jo. onderdeel 2 BW).
a) Opzegging met instemming werknemer
De werkgever kan de arbeidsovereenkomst opzeggen met schriftelijke instemming
van de werknemer (art. 7:671 lid 1 BW). De werknemer heeft het recht zijn
instemming zonder opgave van redenen schriftelijk te herroepen binnen twee weken
na de dag waarop de werknemer schriftelijk heeft ingestemd (ontvangsttheorie) (art.
7:671 lid 2 BW) of binnen drie weken als de werkgever de werknemer niet binnen
twee dagen na de instemming schriftelijk op dit recht wijst (art. 7:671 lid 3 BW),
tenzij de werknemer binnen zes maanden na de herroeping opnieuw instemt met de
opzegging (art. 7:671 lid 5 BW). Als de instemming van de werknemer wordt
herroepen, dan wordt de opzegging geacht niet te hebben plaatsgevonden en loopt
de arbeidsovereenkomst gewoon door (art. 7:671 lid 4 BW). De opzegregels van art.