IOR – Economische Vorming AJ 2023-2024
ECONOMISCHE VORMING
H00 – INLEIDING
0.1 Doel van de economische wetenschap
Het menselijk handelen bestaat uit kiezen:
- Iedereen heeft uiteenlopende behoeften
- Maar: beperkte middelen
=> DUS: keuze maken
Keuzeprobleem = hoe je behoeften moet bevredigen met schaarse middelen
→ kern van het economisch principe
→ keuzeprobleem : individuele behoeften (voeding, onderwijs)
of collectieve behoeften (vluchtelingencrisis, bejaardenzorg)
Economie (definitie)
= Wetenschap die bestudeert hoe mens met schaarse middelen handelt om zijn behoeften
(goederen & diensten) te bevredigen
= studie van menselijk streven naar bevrediging van behoeften met behulp van schaarse
middelen
0.1.1 Behoefte (definitie)
= Het aanvoelen van een tekort en het streven dit tekort te bevredigen
- Subjectief karakter: Persoonlijk (niet iedereen heeft zelfde behoeften) & wijzigen in tijd
Soorten behoeften :
- Primaire/levensnoodzakelijke behoeften vs. Secundaire behoeften
- Materiële vs. Immateriële behoeften
- Individuele vs. Collectieve behoeften
Voorbeelden van soorten behoeften:
- Primair of levensnoodzakelijk: voeding, huisvesting, kleding, veiligheid …
- Secundair: telefoon, televisie, (dure) auto
- Materieel: schoon water …
- Immaterieel: ontspanning, onderwijs, medische hulp …
- Individueel: voeding, huisvestiging, kleding …
- Collectief: onderwijs, wegen, bejaardenzorg, recreatiezones …
,IOR – Economische Vorming AJ 2023-2024
0.1.2 Schaarse middelen
SCHAARSE of ECONOMISCHE goederen/diensten
- Schaars ≠ zeldzaam
= goederen waarvan de verlangde hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou
overtreffen indien het gratis ter beschikking stond
bv. als voedingsmiddelen gratis worden aangeboden, dan zal voorraad snel uitgeput
zijn
- Door schaarste ontstaat:
=> een markt
=> een prijs
Schaarsheid duidt:
- niet op de hoeveelheid goederen en diensten
- wel op beperktheid van ons inkomen waardoor we niet tegelijk aan al onze behoeften
kunnen voldoen
- We kunnen met ons beperkt inkomen niet aan al onze behoeften voldoen.
0.1.3 Nuttigheid en keuzeprobleem
Nut
= mate van behoeftebevrediging (voor iedereen verschillend)
- We kiezen die goederen en diensten die ons het hoogste nut opbrengen
Economisch principe
= mens tracht met zijn beschikbare middelen zo te kiezen, dat hij max. behoeftebevrediging
bereikt.
Voorkeurschema / waardeschema
= Een mens handelt rationeel en stelt een voorkeurschema (of waardeschema) op afhankelijk
van zijn subjectief nut
0.2 Welvaart en welzijn
Welvaart
= Mate waarin mensen met beschikbare schaarse middelen in hun behoeften kunnen
voorzien.
Welzijn
= Gevoel van welbevinden. Bevrediging van verlangens (bv. vriendschap) die geen beslag
leggen op schaarse middelen.
Externaliteiten
= Dingen die effect hebben die niet objectief en materieel waarneembaar zijn
= Er is iets dat extern beweegt waardoor sommige zaken meer waard zijn dan andere
,IOR – Economische Vorming AJ 2023-2024
0.3 Soorten goederen en diensten
- Niet-schaarse goederen (= vrije goederen)
= in de natuur zo overvloedig aanwezig dat de volledige behoefte aan dergelijke
goederen kan worden bevredigd (Bv. Zonlicht, lucht (~ relatief), zeewater …)
- Schaarse goederen (= economische goederen)
= goederen waarvan de verlangde hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou
overtreffen indien het gratis ter beschikking stond
- Onderverdeeld volgens diverse criteria : Zuiver individuele goederen, Quasi- (of
semi-) collectieve goederen, Zuiver collectieve goederen
- Individuele goederen
-> meeste goederen waarmee we in aanraking komen
-> sprake van rivaliteit onder consumenten (laptop kopen, kan iemand anders die niet
meer kopen)
-> producent kan consumenten uitsluiten van gebruik
-> wordt geproduceerd door bedrijven en verkocht via een “markt” (Bv. Iphone zowel
rivaliserend als uitsluitend (als ik die heb, heb jij die niet))
- Zuiver collectieve goederen
-> geen sprake van rivaliserende consumptie (bv. de politiebescherming van ene
persoon verhindert bescherming van andere persoon niet)
-> geen sprake van uitsluiting van consumptie (bv. politie zijn er voor ons allemaal,
wegen zijn er voor iedereen, straatverlichting)
-> wordt geproduceerd door overheid (of door bedrijven i.o.v. de overheid)
-> je hoeft er niet voor te betalen (let op: indirect wel via de belastingheffing)
- Quasi- (of semi-) collectieve goederen
-> De Liefkenshoektunnel of tolwegen in Frankrijk : quasi collectieve goederen
-> geen rivaliteit (iedereen kan er gebruik van maken), wel uitsluitbaarheid
-> Je moet tol betalen, anders mag je er niet in. De meeste andere wegen in België
zijn nog collectieve goederen.
-> Vb: De Vélokes in Antwerpen & openbaar vervoer (De Lijn): geen rivaliteit, wel
uitsluitbaarheid.
, IOR – Economische Vorming AJ 2023-2024
~ er is sprake van rivalisering
bv. het aantal leerlingen per klas is beperkt
~ er is sprake van uitsluiting
bv. in privéscholen krijgen enkel degenen onderwijs die er voor betalen (maar is
maatschappelijk
ongewenst, daarom biedt de overheid onderwijs aan tegen een lagere prijs dan waartegen
het
bedrijfsleven dit zou kunnen aanbieden)
~ aangeboden door de overheid
→ uit sociale (pos. effect op maatschappij), praktische overwegingen (te hoge/moeilijk
inningsysteem)
→ maar moeilijk individueel af te rekenen, daarom moet gebruiker toch een zekere
bijdrage betalen bv. onderwijs, sociale zekerheid
Economische goederen kunnen ook onverdeeld worden in:
- CONSUMPTIEGOEDEREN: bevredigen rechtstreeks de behoeften van de consument
→ verbruiksgoederen (niet-duurzame consumptiegoederen)
= sommige consumptiegoederen kan men slechts éénmaal verbruiken (bv. brood)
→ gebruiksgoederen (duurzame consumptiegoederen)
= andere consumptiegoederen kan men verschillende malen gebruiken voor de bevrediging
van dezelfde behoefte (bv. cd)
ECONOMISCHE VORMING
H00 – INLEIDING
0.1 Doel van de economische wetenschap
Het menselijk handelen bestaat uit kiezen:
- Iedereen heeft uiteenlopende behoeften
- Maar: beperkte middelen
=> DUS: keuze maken
Keuzeprobleem = hoe je behoeften moet bevredigen met schaarse middelen
→ kern van het economisch principe
→ keuzeprobleem : individuele behoeften (voeding, onderwijs)
of collectieve behoeften (vluchtelingencrisis, bejaardenzorg)
Economie (definitie)
= Wetenschap die bestudeert hoe mens met schaarse middelen handelt om zijn behoeften
(goederen & diensten) te bevredigen
= studie van menselijk streven naar bevrediging van behoeften met behulp van schaarse
middelen
0.1.1 Behoefte (definitie)
= Het aanvoelen van een tekort en het streven dit tekort te bevredigen
- Subjectief karakter: Persoonlijk (niet iedereen heeft zelfde behoeften) & wijzigen in tijd
Soorten behoeften :
- Primaire/levensnoodzakelijke behoeften vs. Secundaire behoeften
- Materiële vs. Immateriële behoeften
- Individuele vs. Collectieve behoeften
Voorbeelden van soorten behoeften:
- Primair of levensnoodzakelijk: voeding, huisvesting, kleding, veiligheid …
- Secundair: telefoon, televisie, (dure) auto
- Materieel: schoon water …
- Immaterieel: ontspanning, onderwijs, medische hulp …
- Individueel: voeding, huisvestiging, kleding …
- Collectief: onderwijs, wegen, bejaardenzorg, recreatiezones …
,IOR – Economische Vorming AJ 2023-2024
0.1.2 Schaarse middelen
SCHAARSE of ECONOMISCHE goederen/diensten
- Schaars ≠ zeldzaam
= goederen waarvan de verlangde hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou
overtreffen indien het gratis ter beschikking stond
bv. als voedingsmiddelen gratis worden aangeboden, dan zal voorraad snel uitgeput
zijn
- Door schaarste ontstaat:
=> een markt
=> een prijs
Schaarsheid duidt:
- niet op de hoeveelheid goederen en diensten
- wel op beperktheid van ons inkomen waardoor we niet tegelijk aan al onze behoeften
kunnen voldoen
- We kunnen met ons beperkt inkomen niet aan al onze behoeften voldoen.
0.1.3 Nuttigheid en keuzeprobleem
Nut
= mate van behoeftebevrediging (voor iedereen verschillend)
- We kiezen die goederen en diensten die ons het hoogste nut opbrengen
Economisch principe
= mens tracht met zijn beschikbare middelen zo te kiezen, dat hij max. behoeftebevrediging
bereikt.
Voorkeurschema / waardeschema
= Een mens handelt rationeel en stelt een voorkeurschema (of waardeschema) op afhankelijk
van zijn subjectief nut
0.2 Welvaart en welzijn
Welvaart
= Mate waarin mensen met beschikbare schaarse middelen in hun behoeften kunnen
voorzien.
Welzijn
= Gevoel van welbevinden. Bevrediging van verlangens (bv. vriendschap) die geen beslag
leggen op schaarse middelen.
Externaliteiten
= Dingen die effect hebben die niet objectief en materieel waarneembaar zijn
= Er is iets dat extern beweegt waardoor sommige zaken meer waard zijn dan andere
,IOR – Economische Vorming AJ 2023-2024
0.3 Soorten goederen en diensten
- Niet-schaarse goederen (= vrije goederen)
= in de natuur zo overvloedig aanwezig dat de volledige behoefte aan dergelijke
goederen kan worden bevredigd (Bv. Zonlicht, lucht (~ relatief), zeewater …)
- Schaarse goederen (= economische goederen)
= goederen waarvan de verlangde hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou
overtreffen indien het gratis ter beschikking stond
- Onderverdeeld volgens diverse criteria : Zuiver individuele goederen, Quasi- (of
semi-) collectieve goederen, Zuiver collectieve goederen
- Individuele goederen
-> meeste goederen waarmee we in aanraking komen
-> sprake van rivaliteit onder consumenten (laptop kopen, kan iemand anders die niet
meer kopen)
-> producent kan consumenten uitsluiten van gebruik
-> wordt geproduceerd door bedrijven en verkocht via een “markt” (Bv. Iphone zowel
rivaliserend als uitsluitend (als ik die heb, heb jij die niet))
- Zuiver collectieve goederen
-> geen sprake van rivaliserende consumptie (bv. de politiebescherming van ene
persoon verhindert bescherming van andere persoon niet)
-> geen sprake van uitsluiting van consumptie (bv. politie zijn er voor ons allemaal,
wegen zijn er voor iedereen, straatverlichting)
-> wordt geproduceerd door overheid (of door bedrijven i.o.v. de overheid)
-> je hoeft er niet voor te betalen (let op: indirect wel via de belastingheffing)
- Quasi- (of semi-) collectieve goederen
-> De Liefkenshoektunnel of tolwegen in Frankrijk : quasi collectieve goederen
-> geen rivaliteit (iedereen kan er gebruik van maken), wel uitsluitbaarheid
-> Je moet tol betalen, anders mag je er niet in. De meeste andere wegen in België
zijn nog collectieve goederen.
-> Vb: De Vélokes in Antwerpen & openbaar vervoer (De Lijn): geen rivaliteit, wel
uitsluitbaarheid.
, IOR – Economische Vorming AJ 2023-2024
~ er is sprake van rivalisering
bv. het aantal leerlingen per klas is beperkt
~ er is sprake van uitsluiting
bv. in privéscholen krijgen enkel degenen onderwijs die er voor betalen (maar is
maatschappelijk
ongewenst, daarom biedt de overheid onderwijs aan tegen een lagere prijs dan waartegen
het
bedrijfsleven dit zou kunnen aanbieden)
~ aangeboden door de overheid
→ uit sociale (pos. effect op maatschappij), praktische overwegingen (te hoge/moeilijk
inningsysteem)
→ maar moeilijk individueel af te rekenen, daarom moet gebruiker toch een zekere
bijdrage betalen bv. onderwijs, sociale zekerheid
Economische goederen kunnen ook onverdeeld worden in:
- CONSUMPTIEGOEDEREN: bevredigen rechtstreeks de behoeften van de consument
→ verbruiksgoederen (niet-duurzame consumptiegoederen)
= sommige consumptiegoederen kan men slechts éénmaal verbruiken (bv. brood)
→ gebruiksgoederen (duurzame consumptiegoederen)
= andere consumptiegoederen kan men verschillende malen gebruiken voor de bevrediging
van dezelfde behoefte (bv. cd)