Hoofdstuk 4: Meten en evalueren van de fysieke fitheid
1. Algemene fitheid
- Eurofit test batterij
Lichaamsmetingen: gewicht, lengte en vetpercentage.
Motorische testen:
o Flamingo test: evenwicht
o Plate tapping: snelheid en coördinatie
o Sit and reach: lenigheid
o Standing broad jump: kracht en snelheid
o Handgrip test: (algemene)kracht
o Curl ups: (romp)kracht
o Bent arm hang: kracht uihouding
o Shuttle run: snelheid coödrinatie
o Endurance shuttle run (bieptest): uithouding
- Er zijn percentielen voor verschillende leeftijdscategoriën.
Zo krijg je een profiel door je te vergelijken met het gemiddelde van elke eigenschap.
Zo weet je op welke eigenschap je bij die persoon aan moet werken.
2. Prestatiegerelateerde fitheid
Algemeen schema - Links: profiel sport – rechts: profiel sporter
doel: deze twee moeten gelijk zijn.
- Wat heeft de sporter nodig in de sport?
Biomechanisch/ time motion analysis
(kijken): hoelang duurt een actie,
weerstand …
Fysiologische metingen (literatuur): O2
verbruik, lactaat, anaeroob …
We testen de sporter op alles hierboven.
Trainen op het behouden en verbeteren
van alles hierboven.
, - 2 uitgewerkte voorbeelden:
VOETBAL
Profiel van Biomechanisch: Fysiologisch:
de sport
- Time motion: - De gemiddelde hartslag (uit een
Heat map (waar speler actief is). studie) is 170.
GPS (afstand die ze afleggen). Dit is belangrijk om rekening
te houden dat de sporter net
Hieruit halen we: op, onder of boven de aerobe
Speler loopt + 10 km dus goede drempel zit.
aerobe uithouding nodig.
De afstand wisselt naargelang - Lactaat is moeilijk te bepalen en
de positie. leert ons weinig.
Groot deel van de afstand is
normale snelheid.
De snelheid hangt ook af van de
positie (aanvaller/keeper).
Besluit:
- Voetbal is een intermittente sport:
Korte, intensieve inspanningen.
o Energievoorraad aangesproken tijdens sprinten is Creatine fosfaat:
= anaeroob alactisch systeem.
Dit heeft een hoog vermogen maar een beperkte capaciteit.
Dit moet snel aangevuld worden door oxidatieve capaciteit.
VO2 max bepaalt hoe snel dit gebeurt.
Langere periodes van matige intensiteit.
Positionele verschillen.
- Prestatiedeterminanten
Aerobe uithouding
Anaerobe uithouding
1. Algemene fitheid
- Eurofit test batterij
Lichaamsmetingen: gewicht, lengte en vetpercentage.
Motorische testen:
o Flamingo test: evenwicht
o Plate tapping: snelheid en coördinatie
o Sit and reach: lenigheid
o Standing broad jump: kracht en snelheid
o Handgrip test: (algemene)kracht
o Curl ups: (romp)kracht
o Bent arm hang: kracht uihouding
o Shuttle run: snelheid coödrinatie
o Endurance shuttle run (bieptest): uithouding
- Er zijn percentielen voor verschillende leeftijdscategoriën.
Zo krijg je een profiel door je te vergelijken met het gemiddelde van elke eigenschap.
Zo weet je op welke eigenschap je bij die persoon aan moet werken.
2. Prestatiegerelateerde fitheid
Algemeen schema - Links: profiel sport – rechts: profiel sporter
doel: deze twee moeten gelijk zijn.
- Wat heeft de sporter nodig in de sport?
Biomechanisch/ time motion analysis
(kijken): hoelang duurt een actie,
weerstand …
Fysiologische metingen (literatuur): O2
verbruik, lactaat, anaeroob …
We testen de sporter op alles hierboven.
Trainen op het behouden en verbeteren
van alles hierboven.
, - 2 uitgewerkte voorbeelden:
VOETBAL
Profiel van Biomechanisch: Fysiologisch:
de sport
- Time motion: - De gemiddelde hartslag (uit een
Heat map (waar speler actief is). studie) is 170.
GPS (afstand die ze afleggen). Dit is belangrijk om rekening
te houden dat de sporter net
Hieruit halen we: op, onder of boven de aerobe
Speler loopt + 10 km dus goede drempel zit.
aerobe uithouding nodig.
De afstand wisselt naargelang - Lactaat is moeilijk te bepalen en
de positie. leert ons weinig.
Groot deel van de afstand is
normale snelheid.
De snelheid hangt ook af van de
positie (aanvaller/keeper).
Besluit:
- Voetbal is een intermittente sport:
Korte, intensieve inspanningen.
o Energievoorraad aangesproken tijdens sprinten is Creatine fosfaat:
= anaeroob alactisch systeem.
Dit heeft een hoog vermogen maar een beperkte capaciteit.
Dit moet snel aangevuld worden door oxidatieve capaciteit.
VO2 max bepaalt hoe snel dit gebeurt.
Langere periodes van matige intensiteit.
Positionele verschillen.
- Prestatiedeterminanten
Aerobe uithouding
Anaerobe uithouding