Hoofdstuk 1. Meubelconstructie
A. Het meubel
1. Etymologie
Mobilis
Beweegbaar/ verplaatsbaar
Meubel = een verplaatsbaar gegeven
<> architectuur
<> vaste objecten en structuren in interieurarchitectuur
… uitzonderingen op elke regel
Vb. Stoel
o Vaste plaats aan eettafel, maar kan het hele huis doorreizen
Conceptus
Het samenvatten, een gedachte
Conceptie = bevruchting
Concept = denkbeeld, schets, begrip “begrepen zijn” → rijke gedachte, concept als uitgangspunt
Construeren
Samenstellen/ opstapelen
Het opstapelen van elementen
o De constructie betekent dus de geordende wijze waarop de delen tot een geheel
worden opgebouwd
Meubel = geconstrueerd > samengesteld, geordend
Opgebouwd uit (verschillende) materialen
> kennis van materialen en constructie zijn zeer belangrijk
Beperkingen maken het ontwerp,
“Design depends largely on constraints.” Charles Eames
Zekere nood/ behoefte aan het object dat we creëren
Ontworpen met een bepaalde functie of een interactie met de gebruiker in gedachte binnen
een gegeven context.
Houvast, zekerheid en inspiratie
Object en meubel
Verschil tussen een object en een meubel
o Het belang van de gebruiker en de functie
Vb. houten kubus in een ruimte → object
o Vanaf dat daar een functie bij komt kijken spreken we over een meubel
,Op maat van de mens → ergonomie
Vorm, afmetingen & constructie afhankelijk van gebruiker en functie
Grootte, reikwijdte, zitcomfort, …
“Form follow function”
‘hoe kan het meubel deze functie vervullen door de gebruiker?’
Het meubel volgt een functie → wordt ontworpen met de functie in gedachte
2. Drieluik: functie, vorm en constructie
→ meubel wordt gekenmerkt en beperkt door het mogelijk maken van functies voor de gebruiker.
Functie, vorm en constructie
Meubel gekenmerkt en beperkt door constructie (en functie)
Een of meerdere onderdelen & verschillende materialen
Vroeg in het ontwerpproces nadenken over materiaalkeuze en constructiewijze
Constructie: logisch, eenvoudig & economisch
Experimenteren houdt risico’s in: eindresultaat minder, tijd & werk
Professionele kijk op meubels/ samenvatting:
1. Beperkingen = houvast & inspiratie
2. Object wordt een meubel wanneer het zo gebruikt wordt door de mens
3. Ontwerpen naar de maat van de mens
4. Vertrekken vanuit een functie = vorm
5. Degelijke kennis van constructies & materialen
3. Constructieve voorwaarden om van meubel te spreken:
Samenhangend
Vast verbonden
Demonteerbaar met gereedschap
Demonteerbaar zonder gereedschap
Los verbonden
Stabiel en vormvast
Stabiel vormvast
Instabiel vormvast
Stabiel vervormbaar
Instabiel vervormbaar
Verplaatsbaar
Makkelijk verplaatsbaar
Verplaatsbaar
Moeilijk verplaatsbaar
Niet verplaatsbaar
4. Denkkader categorieën
, Verschillende categorieën
Hangen vast met basisfunctie
Eisen die gesteld worden (samenhangend, stabiel, vormvast of opbergen) hangen samen met
de categorie
Elke categorie kent een eigen arsenaal aan eigen materialen en constructietechnieken
Stoel, kast, tafel, bed en zetel
Varianten binnen categorie
Varianten tussen categorieën
EXAMEN: Alles is afgerond – er is niets wiskundig scherp
- Omdat scherpe kanten kunnen lijden tot wonden & beschadigingen
- Vandaar ronde boorden aan ontwerpen
B. Massief hout
1. Boom
Opbouw van de stam
Grote vaatbundel opgesplitst in 2 delen:
o Spinhout (opwaarts verkeer)
o Bast (neerwaarts verkeer)
Tussen deze ‘snelwegen’ zit het cambium, die instaat
voor de groei van een boom
o Binnenkant: spinhout
o Buitenkant: bast
Bast: levende bescherminglaag
Schors is het afgestorven deel van de bast
Kernhout: oud spinthout
Massief hout = kernhout
Het leven van de bouw
Groei- of jaarringen: gunstige leefomstandigheden met voldoende water, warmte en zonlicht
= cambium heel actief en groeit de boom
Opeenvolging van seizoenen geeft een duidelijke tekening in de jaarringen
Ups & downs
o Dicht tegen een grotere boom
o Volledig omringt door struiken
Concentrische cirkels: uniek
2. Hout
Hout als material – karaktereigenschappen
Natuurlijke composite
Anistrope samenstelling (de eigenschappen van het hout zijn niet in alle richtingen hetzelfde)
o Gevoelig voor splijten
o Stevig