Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Diversiteit van de gewervelde dieren - samenvatting gesloten boek examen

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
37
Subido en
02-06-2025
Escrito en
2024/2025

Hey, dit is een samenvatting gebaseerd op de ppt's, studieleidraad en handboek. Het omvat alleen hoofdstuk 1-3 uit de studieleidraad omdat dit gesloten boek is. De tekeningen die tijdens de les zijn gemaakt zitten hier niet in verworven. Het is heel gedetailleerd met veel lijstjes. Begrippen staan in deze samenvatting niet uitgelegd maar daar heb ik nog een ander document voor geupload samen met de doelstellingen. Groetjes x

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

Diversiteit van de gewervelde dieren – examen
Diversiteit, classificatie en evolutie van de gewervelden (H1)
 Fylogenie Vertebrata
 Vertebrata: onderscheiden zich door de aanwezigheid van wervelelementen
of wervels die opeenvolgend gerangschikte structuren vormen die een
wervelkolom vormen.
 Cyclostoma: slijmprikken en prikken hebben geen kaken. Leden van
beide groepen zijn langwerpig, hebben geen ledematen, geen schubben
en geen botten.
o Slijmprikken (Myxiniformes): gespecialiseerd in het leven als zee-
aaseters. Ze leven gegraven in diepe modderige zeebodems.
o Prikken (Petromyzoniformes): voeden zich volwassen parasitair met
bloed en weefselvloeistoffen. Ze komen uit eieren die in rivieren of kreken
zijn gelegd, brengen enkele jaren door als filterende larven, migreren naar
zee om volwassen te worden en keren terug naar zoet water om te paren.
 Gnathostomata: onderscheiden zich door de aanwezigheid van kaken.
 Chondrichthes: de naam verwijst naar het kraakbenige skelet van deze
vissen.
o Haaien: sommige zijn klein, terwijl de grootste soort, de walvishaai, 17
meter lang wordt en plankton filtert.
o Roggen: dorsoventraal afgeplatte bodemvoeders die zwemmen door
golvende bewegingen van hun brede borstvinnen.
o Ratvissen: kleine maar oude groep zeevissen die op de zeebodem
foerageert en zich voeden met prooien met harde schalen zoals schaal- en
weekdieren.
 Osteichthyes: onderscheiden zich door de aanwezigheid van botten die zich
uit kraakbeen verbenen (endochondraal bot).
 Actinopterygii: de meeste dieren die wij als vissen beschouwen, behoren
tot deze groep. De meeste zijn hogere beenvissen of teleosten. Het is
een groep die varieert van tarpons, haringen, karpers, meervallen en
forellen tot zwaardvissen, tonijnen, platvissen en oceaanzonnevissen.
 Sarcopterygii: onderscheiden zich door de aanwezigheid van de femur, het
enige skeletelement aan de basis van de vinnen of ledematen.
 Coelacanthiformes: de 2 nog bestaande soorten coelacanthen komen
voor in matig diepe wateren van de oostkust van Afrika en Indonesië. Het
zijn overblijfselen van een kleine groep die sinds het Devoon heeft
bestaan.
 Rhipidistia: onderscheiden zich door de aanwezigheid van een hart dat
deels gesplitst wordt door een ventrikel, wat helpt om zuurstofrijk- en
zuurstofarm bloed door het hart te pompen.
 Dipnoi: er leven 6 soorten longvissen in Zuid-Amerika, Afrika en
Australië. Ze kunnen zuurstof uit water halen met kieuwen en uit lucht met
longen. Goed vertegenwoordigd in het devoon zijn longvissen de naaste
levende verwanten van landgewervelde dieren.
 Tetrapoda: onderscheiden zich door de aanwezigheid van 4 ledematen met
vingers/ tenen.

,  Lissamphibia: de meeste soorten hebben een bifasische levenscyclus,
die meestal een aquatische larvevorm (larve voor ceacilians en
salamanders, kikkervisje voor kikkers) en een terrestrische volwassen
vorm omvat. Hoewel we bij Lissamphibia vaak denken aan water voor de
voortplanting, hebben veel soorten geen aquatische larven en brengen ze
hun hele leven op het land door. Lissamphibia worden gekenmerkt door
een gladde huid zonder schubben die belangrijk is voor de uitwisseling van
water, ionen en gassen met hun omgeving. Er is veel bewijs dat
salamanders en kikkers nauwer aan elkaar verwant zijn dan caecilia en ze
worden samen in Batrachia geplaatst.
o Caecilia (Gymnophiona): pootloze aquatische of gravende dieren.
o Salamanders (Urodela): langwerpig, meestal terrestrisch en hebben
meestal 4 poten.
o Kikkers (Anura): hebben een kort lichaam met een grote kop en grote
achterpoten waarmee ze lopen, springen en klimmen.
 Amniota: onderscheiden zich door de aanwezigheid van een amnion ei met
een amnion, corion en alantois. Deze 3 nieuwe vliezen ontwikkelen zich
vanuit het lichaam van het embryo en worden niet gemaakt door het
voortplantingskanaal van de moeder. Dit in tegenstelling tot eimembranen,
eieromhulsels of eierschalen die worden afgescheiden door het oviduct van
de moeder. Het binnenste extra-embryonale membraan, het amnion, omhult
het embryo in vloeistof. De andere 2 membranen spelen een rol bij de
gasuitwisseling en bescherming. De meeste Amniota zijn terrestrisch, maar er
zijn ook aquatische soorten zoals zeeschildpadden en walvissen. Amniota
heeft 2 nog bestaande clades: Reptilia en Mammalia. Reptilia omvat de
lepidosaurs, schildpadden, krokodillen en vogels.
 Lepidosauria: hebben een geschubde huid en delen veel
skeletkenmerken.
o Tuatara: een gedrongen hagedisachtig dier dat alleen voorkomt op
enkele eilanden voor de kust van Nieuw-Zeeland, is het enige levende
overblijfsel van een meer diverse mesozoïsche afstamming.
o Squamata (hagedissen/slangen): is nu op zijn hoogtepunt in
diversiteit.
 Archosauromorpha: gerepresenteerd door schilpadden, krokodillen en
vogels.
 Testudines (schildpadden): het schild dat het lichaam omhult, komt
niet voor bij andere gewervelde dieren en unieke morfologische
wijzigingen in verband met het schild maken schildpadden bijzondere
dieren. Ze zijn de enige gewervelde dieren waarbij de schouders en
heupen omsloten worden door de ribben.
 Archosauria: gerepresenteerd door krokodillen en vogels.
 Crocodylia (krokodillen/ alligators): het zijn semi aquatische
roofdieren met een lange snuit met grote puntige tanden. De huid bevat
veel botten (osteodermen) die zich in hun huid vormen en zorgen voor
een soort pantserbekleding. Ze bieden ouderlijke zorg voor eieren en
jongen.

,  Aves (vogels): de eerste veren werden gebruikt voor baltsgedrag en
isolatie en de modificatie ervan bij vogels (als vleugelprofiel en voor
stroomlijning) was secundair. De functie van een eigenschap bij een
bestaande soort is niet noodzakelijkerwijs dezelfde als de functie van die
eigenschap toen hij voor het eerst verscheen. Met andere woorden, huidig
nut is niet hetzelfde als evolutionaire oorsprong.
 Mammalia: onderscheiden zich doordat ze hun jongen voeden met melk
geproduceerd door de vrouwelijke borstklieren.
 Mammalia (zoogdieren): omvat ongeveer 5400 soorten en 3 groepen:
monotremen (Prototheria), buideldieren (Metatheria) en placentals
(Eutheria). Vanwege de gemeenschappelijke aanwezigheid van de
placenta hergroeperen we Metatheria en Eutheria als Theria.
o Monotremen (vogelbekdieren en mierenegels): komen voor in
Australië en 1 soort mierenegel bereikt Nieuw-Guinea. Jongen van
monotremen komen uit eieren.
o Buideldieren: domineren de zoogdierfauna alleen in Australië, hoewel
er meer dan 100 soorten voorkomen in Zuid- en Midden-Amerika.
o Placentals: de naam is misleidend omdat zowel buideldieren als
placentals placenta's hebben. Dit zijn structuren die voedingsstoffen
van de moeder naar het embryo overbrengen en afvalproducten van
de stofwisseling van het embryo verwijderen.
 Synapomorfieën
 Chordata

,  Notochord
 Dorsale, holle zenuwbuis
 Gesegmenteerde, gespierde post-anale staart
 Endostyl
 Vertebrata
 Neurale kam
 Caudale vin
 Endoskelet
 Circulair systeem met hart
 Rode bloedlichaampjes
 Differentiatie in spijsverteringsstelsel
 Pancreas en lever
 Nieren en nefronen
 Notochord niet in de kop
 Gespecialiseerde schedel
o Zintuigen
o Hersenen
o Pompmechanisme voor voedselverwerking
Anamnioten: gewervelde dieren zonder vruchtvliezen die voor hun
voortplanting afhankelijk zijn van water (bv: vissen en amfibieën).
Amnioten: leggen eieren met beschermende vliezen of ontwikkelen een embryo
in de baarmoeder, waardoor ze minder afhankelijk zijn van water (bv: reptielen,
vogels en zoogdieren).
Craniata: onderstam binnen de Chordata die alle dieren met een schedel
omvat, waaronder de Vertebrata en enkele primitieve vormen zoals slijmprikken
en prikken.
Embryologie (H2)
- Algemeen
De grote meerderheid van de Vertebrata hebben een teloleciet ei en
bijgevolg een discoïdale klieving waardoor een kiemschijf ontstaat aan de
animale pool van het ei. Ectoderm en endoderm omgroeien de dooier. Door
plooivorming rondom zal het embryo zich geleidelijk boven de dooiermassa
verheffen waardoor het embryo en het extra-embryonaal gebied duidelijker
van elkaar gescheiden worden. Ook het mesoderm groeit in het extra-
embryonaal gebied waarin de extra-embryonale coeloomholte ontstaat. Het
embryo heeft in dit stadium het aspect van een buis:
 Omgeven door ectoderm
 Medio-dorsaal de neurale buis
 Daaronder de chorda
 Medio-ventraal de oerdarm uit endoderm
 Links en rechts van de chorda en darm het mesoderm dat ingedeeld is
in de dorsale epimeren, de mesomeren en de hypomeren mt de
coeloomholte (die zich een eindje in de mesomeren voortzet enerzijds,
en links en rechts in de extra-embryonale coeloomholte overgaat).
- Ontwikkeling van het lichaam

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
Hoofdstuk 1
Subido en
2 de junio de 2025
Número de páginas
37
Escrito en
2024/2025
Tipo
RESUMEN

Temas

$18.85
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF


Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
tamarahoogendoorn Universiteit Hasselt
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
15
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
1
Documentos
12
Última venta
1 semana hace

4.7

3 reseñas

5
2
4
1
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes