PLICHTENLEER EN ETHISCH
HANDELEN
HOOFDSTUK 1: ETHIEK EN MORAAL
INLEIDING
“De belangrijkste verantwoordelijkheid die ieder van ons heeft, is zijn eigen gedrag” – Michel de
Montaigne
Een gebrek aan integriteit leidt tot graaicultuur of het aannemen van steekpenningen, fraude is niet
enkel illegaal, het toont minstens een afwijkende en onprofessionele moraal.
Menselijk gedrag = de verzameling van gemaakte keuzes en gestelde handelingen v/e persoon onder
impuls van zijn individuele natuurlijke en culturele gesteldheid en zijn samenleven met andere mensen
Ethisch handelen gaat over het (niet) maken van keuzes en het (niet) stellen van handelingen
BEGRIPPENKADER
FILOSOFIE
BETEKENIS EN ONSTAAN
Filosofie:
- Filo (Grieks: philos) = vriend
- Sofi (Grieks: sophìa) = wijsheid
‘houden van wijsheid’ of ‘wijs-begeerte’
Filosofie wordt beoefend om je eigen voorstelling v/d zaken te onderzoeken en je eigen oordelen van
naderbij te bekijken, zowel als individu als onderneming (bedrijfsfilosofie)
Bertrand Russell filosofie houdt het midden tussen de exacte wetenschappen en de theologie
- Wetenschap: ze beroept zich op de menselijke rede, veeleer dan op autoriteit
- Theologie: de neiging tot speculeren over dingen waarover tot dusver geen definitieve kennis is
verkregen
verschillende invullingen v/h domein filosofie
Dogma = officieel aanvaarde voorstellingen van zaken waaraan niet meer wordt getwijfeld behoren
tot de theologie
Filosofie
- oudste manier van denken zonder verwijzingen naar mythen & goden zoals in klassieke oudheid
of binnen religie
- begon pas in de 17e en 18e eeuw de studie v/d mens te bevatten. Na de renaissance kwam de
mens als individu steeds centraler te staan: menswetenschappen (bv sociologie)
1e natuurfilosofen stellen de vraag rondom de natuur, de wereld rondom en de kosmos
- De westerse filosofie heeft Griekse roots en is ontstaan in het Middellandse Zeegebied tussen
800 en 400 v.chr
- Er kwam een bepaald type samenleving tot ontwikkeling: polis
o Nood aan ontwikkeling v/d mens voor samen te leven en functioneren in groep
diversiteit aan levensvormen
- De burgers werden betrokken bij de politiek, rechtspraak en het zakenleven, dit zorgde voor een
vrije en democratische samenleving. Onder de leiding van Pericles ontstond deze eerste vorm
van democratie.
,Burgers gingen in die tijd filosofiecolleges zoals sportwedsrijd, eredienst of theatervoorstellingen
bijwonen ter lering en vermaak
Filosofie kan ingedeeld worden in 3 deeldomeinen:
1. Logica: kennis- en taaltheorie
2. Fysica: kennis v/d wereld en de natuur alles wat wetenschappelijk is
3. Ethica: kennis over het handelen, de moraal, zeden en gewoonten
RATIONALISME VS EMPIRISME
Bij het vergaren van kennis en het toetsen v/d betrouwbaarheid ervan, moeten we stilstaan bij het
rationalisme en het empirisme
Filosofen:
- Herakleitos: de wereld is zodanig veranderlijk dat we er geen vaste begrippen op kunnen
kleven
- Parmenides: we hebben vaste begrippen om de wereld mee te beschrijven en kunnen dat zo
perfect doen
haaks tov elkaar
- Aristoteles en Plato grondleggers van empirsme en rationalisme
Rationalisme vs empirisme
- Fundamenteel andere manier van benaderen v/d werkelijkheid
- Empirisme = nadruk op waarneming en ervaring als basis van betrouwbare kennis (inductief).
o Nadeel: als baseert op ervaringsgegevens kunnen algemene uitspraken en wetten
verkeerd zijn inductieprobleem
- Rationalisme = mogelijkheden van menselijke rede als basis (deductief).
o Nadeel: risico voor te abstracte visies die ver v/d werkelijkheid staan
ETHIEK
Ethos = gewoontes, gebruiken, zeden en houding
Ethiek: deel uit de filosofie & houdt zich bezig met welke menselijke handelingen toelaatbaar zijn en
welke niet
Het reflecter over + onderzoeken & rechtvaardigen van ethische waarden (waarom vind ik dit juist of
fout?)
Ethisch legitiem het is te rechtvaardigen
Socrates leermeester van Plato
- Grondlegger van ethiek
- Uitgangspunt: je wordt geboren met bepaalde capaciteiten en moet deze verder ontwikkelen
- “Je moet iets van je leven maken” wijsheid moet je ontwikkelen door je leven te onderzoeken
o Sprak mensen aan op straat om hun tot een inzicht te laten komen
o Socratische gespreksmethode zet mensen bij elkaar met een leider die neutrale
vragen stelt
- “Zelf leren nadenken” Erachter komen wat het juiste handelen voor jou betekent
Ethiek juiste keuzes maken en het juist handelen nastreven
MORAAL
≠ ethiek (“ethiek is systematische reflectie over moraal” ≈ Aristoteles)
- Moraal: De praktijk (hoe mensen zich daadwerkelijk gedragen en wat ze als goed/slecht
beschouwen)
- Ethiek: De reflectie (kritisch nadenken over wat goed en slecht is en waarom)
Moraal heeft evolutionair biologische wortels, is het geheel van waarden en normen v/e gemeenschap,
individu, bedrijf, organisatie, enz
- Bv ondernemer die geregeld fraudeert, volgt ook een zekere moraal, die ethisch laakbaar is
,Evolutionair biologisch = doorheen de eeuwen hebben we een moraal verworven
Laakbaar = controversieel, betwistbaar
Ethisch dilemma/waardenconflict = een tegenstelling tussen waarden
- Ethisch dilemma kan onderworpen worden aan een moreel oordeel
- Stelt een keuze tussen 2 of meerdere alternatieven
- Handeling is moreel juist als er voldoende rekening wordt gehouden met de rechten,
belangen en wensen van betrokkenen
MOREEL OORDEEL
Moreel oordeel = het in de praktijk brengen v/d ethiek op het moment dat er een waardenconflict of
ethisch dilemma ontstaat waarbij we een keuze moeten maken
“Een moreel oordeel is het antwoord op de vraag of een handeling of beslissing moreel juist is.”
Meestal volgens een bepaalde redenering opgebouwd uit argumenten
Een moreel oordeel is een perspectief dat evenwaardig naast een financieel-economische, praktische of
juridische benadering v/e situatie/beslissing kan staan.
ETHISCH HANDELEN
Jeurissen: “Ethisch handelen is dat handelen dat in overeenstemming is met de waarden en de normen
waaraan we onszelf en anderen in redelijkheid gehouden achten.”
Ethisch handelen is gebaseerd op zelfonderzoek
- Hoe sta ik hier als persoon tegenover?
- Hoe interageer ik professioneel met anderen?
- Hou ik rekening met de rechten & belangen v/d betrokkene(n)?
Wie behoren allemaal tot de ‘betrokkene’?
- “Iedere partij wiens gerechtvaardigde belangen kunnen worden beïnvloed door de activiteiten
v/d onderneming, of die zelf invloed op de gerechtvaardigde belangen v/d onderneming kan
uitoefenen.”
De relatie en handeling tov anderen is zeer belangrijk
- Je komt met veel anderen in contact
- Belanghebbenden, stakeholders of betrokkenen
Ethisch handelen op verschillende niveaus:
- Individueel niveau (micro)
- Organisatieniveau (meso)
- Economisch (macro)
INTEGRITEIT
Integriteit betekent dat je handelt vanuit de verantwoordelijkheden die bij je taak en positie horen,
met inachtname v/d regels, richtlijnen, normen & waarden die gelden, met oog op het welzijn, de
belangen en rechten van alle betrokken
komt in de buurt v/h begrip “vertrouwen” (geen synoniem)
Waardoor wordt integriteit bepaald?
- Regelgeving en ethische (beroeps)codes
- Beperken van verleidingen (risico’s)
- Vaardigheid van moreel oordelen
- Houding vanuit intentie en openstaan voor
- (moreel zelfrespect en morele eigenwaarde)
Verschillende soorten integriteit:
- Individuele integriteit doen wat je zegt, zeggen wat je doet, eerlijkheid en oprechtheid,
betrokkenheid, geen emotionele veinzerij of verborgen agenda
, - Sociale integriteit verleidingen weerstaan uit je omgeving, machtspositie niet misbruiken of
bederven
- Of je streeft naar een integere houding na, of je doet het niet. Een beetje integriteit werkt niet
- “Fatsoen moet je doen” – een morele houding dien je actief uit te dragen en niet enkele te
‘denken’
Integriteit = geheel van gedragsvormen, kennis en attitudes om vertrouwen te creëren en te
behouden
WAARDEN EN NORMEN
Iedereen is opgegroeid in een specifieke sociaal-culturele context met eigen waarden en normen die
bepalend zijn geweest voor de manier waarop we over thema’s en onderwerpen denken.
WAARDEN
Waarden: wat is nastrevenswaardig als beginsel?
- Eerlijkheid
- Rechtvaardigheid
- Vrijheid
- Schoonheid
- Solidariteit
- Gastvrijheid
- …
sterk sociaal-cultureel bepaald
Waardestelsels/systemen:
- Politiek
- Organisaties en bedrijven
- Kunst- en cultuur
- Subculturen
- Religie en levensbeschouwing.
Waarden = set van beginselen die richtinggevend zijn voor mensen die deze waarden onderschrijven
voor het oordeel dat ze hebben over zichzelf en de anderen.
NORMEN
Normen zijn uitdrukkingen van waarden, hoe we ze omzetten in de praktijk
Normen zijn:
- Concrete gedragsregels over wat verwacht wordt in een bepaalde situatie (en wat niet)
- Bepaald door en voor een bepaalde groep mensen (sportclub, natiestaat, school, …)
- Normen zijn tijdsgebonden
- Het rechtsysteem is normatief, sommige beroepen zijn via beroepscodes ook normatief
geregeld
o Wetgever bepaalt de manier waarop we als mensen met elkaar kunnen en mogen
samenleven
o Goede zaak: anders vervallen we in een instinctieve natuurstaat waar anarchie heerst
o Normen ordenen de contacten en het sociale gedrag tussen mensen en zijn
verantwoordelijk voor de gestructureerde manier waarop we samen leven
JURIDISCHE EN MORELE RECHTEN
Ethiek en ethisch handelen ≠ juridische aansprakelijkheid alleen
Legaliteit (= in overeenstemming met de wet handelen) is niet hetzelfde als ethische legitimiteit
(rechtvaarding v/e beslissing of handeling)
Iets kan in overeenstemming zijn met de wet, maar niet ethisch legitiem
- Bv: rassenwetten v/d nazi’s, apartheid in Zuid-Afrika, economische wetten die kinderarbeid niet
verbieden, quasi fiscale fraude, …
HANDELEN
HOOFDSTUK 1: ETHIEK EN MORAAL
INLEIDING
“De belangrijkste verantwoordelijkheid die ieder van ons heeft, is zijn eigen gedrag” – Michel de
Montaigne
Een gebrek aan integriteit leidt tot graaicultuur of het aannemen van steekpenningen, fraude is niet
enkel illegaal, het toont minstens een afwijkende en onprofessionele moraal.
Menselijk gedrag = de verzameling van gemaakte keuzes en gestelde handelingen v/e persoon onder
impuls van zijn individuele natuurlijke en culturele gesteldheid en zijn samenleven met andere mensen
Ethisch handelen gaat over het (niet) maken van keuzes en het (niet) stellen van handelingen
BEGRIPPENKADER
FILOSOFIE
BETEKENIS EN ONSTAAN
Filosofie:
- Filo (Grieks: philos) = vriend
- Sofi (Grieks: sophìa) = wijsheid
‘houden van wijsheid’ of ‘wijs-begeerte’
Filosofie wordt beoefend om je eigen voorstelling v/d zaken te onderzoeken en je eigen oordelen van
naderbij te bekijken, zowel als individu als onderneming (bedrijfsfilosofie)
Bertrand Russell filosofie houdt het midden tussen de exacte wetenschappen en de theologie
- Wetenschap: ze beroept zich op de menselijke rede, veeleer dan op autoriteit
- Theologie: de neiging tot speculeren over dingen waarover tot dusver geen definitieve kennis is
verkregen
verschillende invullingen v/h domein filosofie
Dogma = officieel aanvaarde voorstellingen van zaken waaraan niet meer wordt getwijfeld behoren
tot de theologie
Filosofie
- oudste manier van denken zonder verwijzingen naar mythen & goden zoals in klassieke oudheid
of binnen religie
- begon pas in de 17e en 18e eeuw de studie v/d mens te bevatten. Na de renaissance kwam de
mens als individu steeds centraler te staan: menswetenschappen (bv sociologie)
1e natuurfilosofen stellen de vraag rondom de natuur, de wereld rondom en de kosmos
- De westerse filosofie heeft Griekse roots en is ontstaan in het Middellandse Zeegebied tussen
800 en 400 v.chr
- Er kwam een bepaald type samenleving tot ontwikkeling: polis
o Nood aan ontwikkeling v/d mens voor samen te leven en functioneren in groep
diversiteit aan levensvormen
- De burgers werden betrokken bij de politiek, rechtspraak en het zakenleven, dit zorgde voor een
vrije en democratische samenleving. Onder de leiding van Pericles ontstond deze eerste vorm
van democratie.
,Burgers gingen in die tijd filosofiecolleges zoals sportwedsrijd, eredienst of theatervoorstellingen
bijwonen ter lering en vermaak
Filosofie kan ingedeeld worden in 3 deeldomeinen:
1. Logica: kennis- en taaltheorie
2. Fysica: kennis v/d wereld en de natuur alles wat wetenschappelijk is
3. Ethica: kennis over het handelen, de moraal, zeden en gewoonten
RATIONALISME VS EMPIRISME
Bij het vergaren van kennis en het toetsen v/d betrouwbaarheid ervan, moeten we stilstaan bij het
rationalisme en het empirisme
Filosofen:
- Herakleitos: de wereld is zodanig veranderlijk dat we er geen vaste begrippen op kunnen
kleven
- Parmenides: we hebben vaste begrippen om de wereld mee te beschrijven en kunnen dat zo
perfect doen
haaks tov elkaar
- Aristoteles en Plato grondleggers van empirsme en rationalisme
Rationalisme vs empirisme
- Fundamenteel andere manier van benaderen v/d werkelijkheid
- Empirisme = nadruk op waarneming en ervaring als basis van betrouwbare kennis (inductief).
o Nadeel: als baseert op ervaringsgegevens kunnen algemene uitspraken en wetten
verkeerd zijn inductieprobleem
- Rationalisme = mogelijkheden van menselijke rede als basis (deductief).
o Nadeel: risico voor te abstracte visies die ver v/d werkelijkheid staan
ETHIEK
Ethos = gewoontes, gebruiken, zeden en houding
Ethiek: deel uit de filosofie & houdt zich bezig met welke menselijke handelingen toelaatbaar zijn en
welke niet
Het reflecter over + onderzoeken & rechtvaardigen van ethische waarden (waarom vind ik dit juist of
fout?)
Ethisch legitiem het is te rechtvaardigen
Socrates leermeester van Plato
- Grondlegger van ethiek
- Uitgangspunt: je wordt geboren met bepaalde capaciteiten en moet deze verder ontwikkelen
- “Je moet iets van je leven maken” wijsheid moet je ontwikkelen door je leven te onderzoeken
o Sprak mensen aan op straat om hun tot een inzicht te laten komen
o Socratische gespreksmethode zet mensen bij elkaar met een leider die neutrale
vragen stelt
- “Zelf leren nadenken” Erachter komen wat het juiste handelen voor jou betekent
Ethiek juiste keuzes maken en het juist handelen nastreven
MORAAL
≠ ethiek (“ethiek is systematische reflectie over moraal” ≈ Aristoteles)
- Moraal: De praktijk (hoe mensen zich daadwerkelijk gedragen en wat ze als goed/slecht
beschouwen)
- Ethiek: De reflectie (kritisch nadenken over wat goed en slecht is en waarom)
Moraal heeft evolutionair biologische wortels, is het geheel van waarden en normen v/e gemeenschap,
individu, bedrijf, organisatie, enz
- Bv ondernemer die geregeld fraudeert, volgt ook een zekere moraal, die ethisch laakbaar is
,Evolutionair biologisch = doorheen de eeuwen hebben we een moraal verworven
Laakbaar = controversieel, betwistbaar
Ethisch dilemma/waardenconflict = een tegenstelling tussen waarden
- Ethisch dilemma kan onderworpen worden aan een moreel oordeel
- Stelt een keuze tussen 2 of meerdere alternatieven
- Handeling is moreel juist als er voldoende rekening wordt gehouden met de rechten,
belangen en wensen van betrokkenen
MOREEL OORDEEL
Moreel oordeel = het in de praktijk brengen v/d ethiek op het moment dat er een waardenconflict of
ethisch dilemma ontstaat waarbij we een keuze moeten maken
“Een moreel oordeel is het antwoord op de vraag of een handeling of beslissing moreel juist is.”
Meestal volgens een bepaalde redenering opgebouwd uit argumenten
Een moreel oordeel is een perspectief dat evenwaardig naast een financieel-economische, praktische of
juridische benadering v/e situatie/beslissing kan staan.
ETHISCH HANDELEN
Jeurissen: “Ethisch handelen is dat handelen dat in overeenstemming is met de waarden en de normen
waaraan we onszelf en anderen in redelijkheid gehouden achten.”
Ethisch handelen is gebaseerd op zelfonderzoek
- Hoe sta ik hier als persoon tegenover?
- Hoe interageer ik professioneel met anderen?
- Hou ik rekening met de rechten & belangen v/d betrokkene(n)?
Wie behoren allemaal tot de ‘betrokkene’?
- “Iedere partij wiens gerechtvaardigde belangen kunnen worden beïnvloed door de activiteiten
v/d onderneming, of die zelf invloed op de gerechtvaardigde belangen v/d onderneming kan
uitoefenen.”
De relatie en handeling tov anderen is zeer belangrijk
- Je komt met veel anderen in contact
- Belanghebbenden, stakeholders of betrokkenen
Ethisch handelen op verschillende niveaus:
- Individueel niveau (micro)
- Organisatieniveau (meso)
- Economisch (macro)
INTEGRITEIT
Integriteit betekent dat je handelt vanuit de verantwoordelijkheden die bij je taak en positie horen,
met inachtname v/d regels, richtlijnen, normen & waarden die gelden, met oog op het welzijn, de
belangen en rechten van alle betrokken
komt in de buurt v/h begrip “vertrouwen” (geen synoniem)
Waardoor wordt integriteit bepaald?
- Regelgeving en ethische (beroeps)codes
- Beperken van verleidingen (risico’s)
- Vaardigheid van moreel oordelen
- Houding vanuit intentie en openstaan voor
- (moreel zelfrespect en morele eigenwaarde)
Verschillende soorten integriteit:
- Individuele integriteit doen wat je zegt, zeggen wat je doet, eerlijkheid en oprechtheid,
betrokkenheid, geen emotionele veinzerij of verborgen agenda
, - Sociale integriteit verleidingen weerstaan uit je omgeving, machtspositie niet misbruiken of
bederven
- Of je streeft naar een integere houding na, of je doet het niet. Een beetje integriteit werkt niet
- “Fatsoen moet je doen” – een morele houding dien je actief uit te dragen en niet enkele te
‘denken’
Integriteit = geheel van gedragsvormen, kennis en attitudes om vertrouwen te creëren en te
behouden
WAARDEN EN NORMEN
Iedereen is opgegroeid in een specifieke sociaal-culturele context met eigen waarden en normen die
bepalend zijn geweest voor de manier waarop we over thema’s en onderwerpen denken.
WAARDEN
Waarden: wat is nastrevenswaardig als beginsel?
- Eerlijkheid
- Rechtvaardigheid
- Vrijheid
- Schoonheid
- Solidariteit
- Gastvrijheid
- …
sterk sociaal-cultureel bepaald
Waardestelsels/systemen:
- Politiek
- Organisaties en bedrijven
- Kunst- en cultuur
- Subculturen
- Religie en levensbeschouwing.
Waarden = set van beginselen die richtinggevend zijn voor mensen die deze waarden onderschrijven
voor het oordeel dat ze hebben over zichzelf en de anderen.
NORMEN
Normen zijn uitdrukkingen van waarden, hoe we ze omzetten in de praktijk
Normen zijn:
- Concrete gedragsregels over wat verwacht wordt in een bepaalde situatie (en wat niet)
- Bepaald door en voor een bepaalde groep mensen (sportclub, natiestaat, school, …)
- Normen zijn tijdsgebonden
- Het rechtsysteem is normatief, sommige beroepen zijn via beroepscodes ook normatief
geregeld
o Wetgever bepaalt de manier waarop we als mensen met elkaar kunnen en mogen
samenleven
o Goede zaak: anders vervallen we in een instinctieve natuurstaat waar anarchie heerst
o Normen ordenen de contacten en het sociale gedrag tussen mensen en zijn
verantwoordelijk voor de gestructureerde manier waarop we samen leven
JURIDISCHE EN MORELE RECHTEN
Ethiek en ethisch handelen ≠ juridische aansprakelijkheid alleen
Legaliteit (= in overeenstemming met de wet handelen) is niet hetzelfde als ethische legitimiteit
(rechtvaarding v/e beslissing of handeling)
Iets kan in overeenstemming zijn met de wet, maar niet ethisch legitiem
- Bv: rassenwetten v/d nazi’s, apartheid in Zuid-Afrika, economische wetten die kinderarbeid niet
verbieden, quasi fiscale fraude, …