Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 32 páginas
Resumen

theoretische en historische grondslagen van de psychologie samenvatting (17/20)

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 32 páginas

samenvatting van theoretische en historische grondslagen van de psychologie aan de VUB. info over alles wat er is de les gezegd is. Genoeg om voor het vak te slagen.

Vista previa del contenido

1 KENMERKEN VAN DE MODERNE WETENSCHAP
De meeste wetenschappen komen als een vertakking uit de filosofie.
Psychologie was de laatste wetenschap die hier uit vloeide in de 19de
eeuw.
 Psyche-logos = studie van de ziel
 We gaan de aard van de ziel bestuderen, de functies en de relatie
met het lichaam
 In het heden hebben we het meer over de mentale processen
 De grondleggers van de psychologie hoopten dat door het pad in te
slagen naar de fysiologie de status kon verwerven van een echte
natuurwetenschap. Een jongere tak van de biologie, de evolutieleer,
vormde ook mede de grondslag van de wetenschappelijke
psychologie.
Ook de vragen die we stellen bij de cognitieve psychologie komen voort
uit de filosofie. Ook de biologie was een inspiratiebron voor het ontstaan
van de psychologie. De geest gaan we dan vervangen met de hersenen.
Filosofen vroegen zich af hoe we de wereld kunnen kennen =
epistemologie (voorloper cognitieve psychologie)
Ethiek is een tak van de filosofie dat ook in de psychologie een rol speelt.
We hebben het categorisch imperatief van Kant zegt dat je alleen mag
handelen volgens principes waarvan je zou willen dat iedereen ze heeft.


1.1BEELD VAN DE MODERNE WETENSCHAP
Newtoniaanse stijl:
 Newton geloofde in het doen van observaties om dan deze samen te
vatten in natuurwetten
 Ze vinden geen verklaringen voor de mechanismes want dan blijf je
niet bij de feiten  niet vragen waarom en geen hypotheses
 Sluit aan bij het behaviorisme van Skinner
 Deze wetenschappelijke methode deed dienst als inspiratiebron
voor een filosofische stroming
Positivisme:
 Comte: zelfde gedachtegang als newton  gebeurtenissen objectief
beschrijven maar niet verklaren
 Wetten zijn samenvattingen van observaties
 Enkel dingen beschrijven en niks verklaren
 Je kan dit toepassen op de samenleving door en voor veranderingen
zorgen door in te grijpen op bepaalde mechanismes (Comte) 
social engineering

,  Predictie en controle (2 belangrijke begrippen in deze stroming die
hier samen vallen)
 Als je het kan voorspellen kan je het controleren
 Door de wetten te maken kunnen ze gebeurtenissen voorspellen


1.2SOORTEN VERKLARINGEN
We bespreken 4 manieren om gebeurtenissen te verklaren
Deductief-nomologische verklaring:
 Sluit zich aan bij de Newtoniaanse stijl  Newton is de grote
vertegenwoordiger
 Data dan binnen komt gebruik je om deductief dingen uit af te
leiden
 Nomos: wetmatigheid binnen de positivistische wetenschap
 We gaan dingen verklaren door een logische deductie van algemene
wetten
Hermeneutisch begrijpen:
 Verstehende benadering
 Je gaat je eigen gedrag en dat van andere verklaren door gebruik te
maken van alledaagse begrippen
 Voorwetenschappelijk  niet echt de intentie om wetenschappelijk
te zijn
 Het beeld dat we maken over onszelf gaat ons gedrag leiden
 Uit eigen culturele, sociale en morele achtergrond
 We gaan dus naar mensen kijken op een niet wetenschappelijke
manier
Functionele en teleologische verklaringen:
 In de biologie gaan we gebeurtenissen vaak verklaren door te kijken
naar de functie of het doel
 Context of justification: criteria word aangemaakt en als deze
gevolgd worden is het wetenschappelijk
 Context of discovery: ontdekken hoe wetenschappers te werk gaan,
alle stappen die leidden tot nieuwe ontwikkelingen
 De hele psychologie in functioneel geworden
 Doel wordt gezien als een verklaring van het fenomeen
Causale benadering: achterliggende mechanismen:
 Achterliggende mechanismen

1.2.1 Deductief-nomologische verklaringen
Begint als het logisch positivisme.
Wiener Kreis: Groep van Wetenschapsfilosofen die de basis leden voor het
logisch positivisme. Probeerde een demarcatie (scheidingslijn) aan te

,brengen tussen wetenschap en non-wetenschap. Ze wouden een
antwoord op de vraag “wat is een goede wetenschap en wat niet?” 
context of justification. Ze werden opgevolgd door het Hempel-
Oppenheim model. (deductief nomologisch model)


 Wetenschappelijke verklaringen zien als logische argumenten
 Verklaren = fenomeen onderbrengen ander een wetmatigheid
 Explanans: verklaringsgrond, wetmatigheid, heb je nodig om iets te
verklaren
 Explanandum: wat verklaard moet worden
 Syllogisme: redenering in stapjes (kan je gebruiken om de
wetmatigheid te noteren)
 S1: specifiek zinnetje 1 dat geen wetmatigheid is maar een conditie
 C: conclusie van het syllogisme
Voorbeeld van een wetmatigheid dat je kan formuleren:
explanans: Metaal zet uit bij warmte
Syllogisme: W1: metaal zet uit  W2: koper is metaal  S1: dit is koper 
S2: koper wordt verwarmd  C: dit stuk zet uit
Het explanandum mag niet Geïmpliceerd zijn in het explanans want dan
heb je circulariteit. Voorbeeld: jan leest slecht (explanandum) omdat hij
dyslectisch is (explanans). Je beslist dat hij dyslectisch omdat hij slecht
leest dus je hebt een cirkel. (examenvraag)
Hempel en Oppenheim Beweerden dat verklaringen deducties zijn van
wetenschappelijke wetten  deductief nomologisch model
 Verklaren en voorspellen is hetzelfde: als je een wetmatigheid hebt
kan je het ook voorspellen
 Beschrijving van de werkelijkheid
 Sluit aan bij instrumentalisme  elke theoretisch begrip moet
gemeten kunnen worden (geoperationaliseerd kunnen worden),
gaat heel ver in dit model maar er is wel een probleem want als je
meerdere testen hebt voor hetzelfde weet je niet welke
operationalisering juist is.  moet volledig vertaalbaar zijn
 Je moet alles empirisch moeten verifiëren  verificatieprincipe

1.2.1.1 Problemen met het deductief nomologisch model
1. Hoe vinden we algemene wetten?
- Inductie probleem: vb: alle kraaien zijn zwart omdat je door
inductie alle kraaien hebt gezien maar 1 witte kraai is dan
genoeg om de wet te laten vallen
- We kijken niet naar hoe de wetten er komen
- 1 fenomeen dat de wet niet volgt is genoeg om heel de wet
onderuit te halen

, 2. Geen onderscheid tussen wetten en accidentele veralgemening
- Ze blijven bij het gegeven maar we hebben meer nodig dan dat

3. Observaties zijn niet theorieneutraal
- Feiten bestaan niet op zichzelf, er is altijd een wisselwerking
tussen de feiten en de observaties
- Je ziet andere dingen niet om de theorie een bril is
- Vb: je ziet een zwarte stoel (neutrale observatie) maar er zitten
impliciete theoretische veronderstellingen achter  data is nooit
alleenstaand

4. Eis verifieerbaarheid (verificatieprincipe)
- Wiener Kreis eiste een volledige verifieerbaarheid maar hierdoor
kwamen er problemen met de dispositionele termen (bv
breekbaar of brandbaar)
- Iets kan bijvoorbeeld breekbaar zijn voor het getest is
- Werd vervangen door confirmatieprincipe (hebben het aangepast
in de stroming): uitspraken moeten empirische gevolgen hebben

5. Deductie is een puur formele relatie
- Niet elke deductie is een verklaring
- Bv: de stand van de zon en lengte van de stok verklaren de
schaduw maar niet omgekeerd. Je kan niet zeggen dat de stok de
stand van de zon verklaren maar je kan de stand van de zon wel
voorspellen
- Je hebt een symmetrie tussen voorspellen maar niet met
verklaren maar dit is wel een eigenschap van het model
In de verschillende wetenschappen werkt men met probabilistische
termen (kansuitspraken) omdat men fenomenen niet precies kan
berekenen. Dus de zekerheid van het DN-model is eerder een ideaal. De
moderne wetenschappen vereisen echter vooral causale of modale
termen. Zoals noodzakelijkheid, dingen die de empirie overstijgen.

1.2.1.2 Redenen vs verklaringen
Als het we hebben over menselijk gedrag gaan we vooral kijken naar de
redenen en motieven achter het gedrag, niet naar de processen van het
lichaam (common sense of folk psychology: mensen gaan eigen gedrag
en gedrag van anderen verklaren). Je kan gedrag moeilijk operationeel
definiëren en je kan het moeilijk scheiden van een context. Je kan hierin
verschillende posities aannemen:
1. Radicale materialisten: geen redenen nodig, het begrijpen van de
neurale processen is genoeg
- Waarom sloeg hij de deur dicht?  activatie in de hersenen
- Niet genoeg om gedrag te begrijpen

Índice general

  1. 01 1 Kenmerken van de moderne wetenschap 1
    1. 1.1 Beeld van de moderne wetenschap 1
    2. 1.2 Soorten verklaringen 2
    3. 1.3 Causale verklaring 7
    4. 1.4 Theorieën 8
    5. 1.5 Syntactische benadering van theorieën 9
    6. 1.6 Eenvoud als een kenmerk van de waarheid 10
    7. 1.7 Verandering in de wetenschap 12
    8. 1.8 Falsificationisme 13
    9. 1.9 Reductie en vervanging 13
    10. 1.10 Wetenschap als visie op de wereld 14
    11. 1.11 Wetenschap en realiteit 15
  2. 02 2 Het tragikomisch bestaan (mens en bewustzijn) 16
    1. 2.1 Bewustzijn: gave of vloek? 16
    2. 2.2 Wetenschappelijk denken (les raison de la raisons) 17
    3. 2.3 Lebenswelt (les raisons du coeur) 18
  3. 03 3 Hermeneutiek en Verstehen 20
    1. 3.1 Hermeneutiek 20
    2. 3.2 Zijn natuurwetenschappen verschillend van humane wetenschappen of sociale wetenschappen? 22
    3. 3.3 Sociaal constructionisme 23
    4. 3.4 Retoriek, discursieve en kritische psychologie 24
  4. 04 4 Hersenen en bewustzijn 25
    1. 4.1 De ware moraal 25
    2. 4.2 Organisme zonder bewustzijn 26
    3. 4.3 Het ontstaan van het bewustzijn bij de mens 28
  5. 05 5 Opvattingen over bewustzijn en AI 32

Información del documento

Estudio
Subido en
29 de mayo de 2025
Número de páginas
32
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen
$10.83
Comprado por 17 estudiantes

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
ambervanransbeek
4.1
(11)
Vendido
92
Seguidores
0
Artículos
20
Última venta
3 semanas hace

Reseñas de compradores verificados




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes