TOPIC 1: BESCHRIJVEN EN VOORSTELLLEN VAN GEGEVENS
- Populatie:
verzameling van subjecten die op zijn minst één karakteristiek
(eigenschap) gemeen hebben.
N = doorgaans onbeperkt groot
De populatie moet duidelijk gedefinieerd worden
- Steekproef:
doorverzameling van subjecten (toevallig) getrokken uit de studiepopulatie
n = steekproefgrootte (is steeds eindig)
o Belangrijk
steekproef moet representatief zijn voor de populatie
(vermijden van bias)
steekproef wordt gebruikt voor het schatten van de
populatieparameters en voor het testen van hypothesen
- Variabele:
karakteristiek van een populatie die verschillende waarden (attributen) kan
aannemen” Attribuut: “ een specifieke waarde die men aan een variabele
toekent”
o Onafhankelijke variabele:
“beïnvloedt of veroorzaakt de studievariabelen”
o Afhankelijke variabele:
“wordt beïnvloed door andere variabelen
- Meetniveau variabele:
Nominaal: uitgedrukt in categorieën (cat n)
Cat mutueel exclusief = (sluiten elkaar uit)
Cijfers hebben variabelen
GEEN betekenis geen rangorde
Ordinaal: wel rangorde 1:
2:
< 18
18 < LTC <
25
3: > 25
Interval: geen absoluut nulpunt (0°C)
Cijfers hebben Numerieke vb. 30° is NIET het dubbele van 15°
WEL
betekenis
Ratio: wel absoluut nulpunt (0° kelvin)
vb. 40° Kelvin is DUBBEL zo warm dan 20° kelvin
lichaamslengte, gewicht, temp, spierkracht, graden knie
flexie
, - Beschrijvende statistiek:
o Centrale maten: rekenkundig gemiddelde
mediaan
modus
o Spreidingsmaten: variantie – standdaarddeviatie – variatiecoëfficiënt
Interkwartielafstand (-interval), percentielen
Bereik
- Rekenkundig gemiddelde:
o Steekproef x: gericht
x 1=82
x 2=71
x 3=56
n
∑i=1 x i x + x +...+ x m
x= = 1 2
n n
n is de steekproefgrootte
x (steekproef) als schatting voor μ (“mu”) (populatie)
- Mediaan:
middelste waarde na rangschikken van klein naar groot
indien n even: twee middelste waarden gemiddelde nemen
- Modus:
De waarde die het meest frequent voorkomt in de steekproef
- Onderlinge ligging gemiddelde, mediaan en modus
- Populatie:
verzameling van subjecten die op zijn minst één karakteristiek
(eigenschap) gemeen hebben.
N = doorgaans onbeperkt groot
De populatie moet duidelijk gedefinieerd worden
- Steekproef:
doorverzameling van subjecten (toevallig) getrokken uit de studiepopulatie
n = steekproefgrootte (is steeds eindig)
o Belangrijk
steekproef moet representatief zijn voor de populatie
(vermijden van bias)
steekproef wordt gebruikt voor het schatten van de
populatieparameters en voor het testen van hypothesen
- Variabele:
karakteristiek van een populatie die verschillende waarden (attributen) kan
aannemen” Attribuut: “ een specifieke waarde die men aan een variabele
toekent”
o Onafhankelijke variabele:
“beïnvloedt of veroorzaakt de studievariabelen”
o Afhankelijke variabele:
“wordt beïnvloed door andere variabelen
- Meetniveau variabele:
Nominaal: uitgedrukt in categorieën (cat n)
Cat mutueel exclusief = (sluiten elkaar uit)
Cijfers hebben variabelen
GEEN betekenis geen rangorde
Ordinaal: wel rangorde 1:
2:
< 18
18 < LTC <
25
3: > 25
Interval: geen absoluut nulpunt (0°C)
Cijfers hebben Numerieke vb. 30° is NIET het dubbele van 15°
WEL
betekenis
Ratio: wel absoluut nulpunt (0° kelvin)
vb. 40° Kelvin is DUBBEL zo warm dan 20° kelvin
lichaamslengte, gewicht, temp, spierkracht, graden knie
flexie
, - Beschrijvende statistiek:
o Centrale maten: rekenkundig gemiddelde
mediaan
modus
o Spreidingsmaten: variantie – standdaarddeviatie – variatiecoëfficiënt
Interkwartielafstand (-interval), percentielen
Bereik
- Rekenkundig gemiddelde:
o Steekproef x: gericht
x 1=82
x 2=71
x 3=56
n
∑i=1 x i x + x +...+ x m
x= = 1 2
n n
n is de steekproefgrootte
x (steekproef) als schatting voor μ (“mu”) (populatie)
- Mediaan:
middelste waarde na rangschikken van klein naar groot
indien n even: twee middelste waarden gemiddelde nemen
- Modus:
De waarde die het meest frequent voorkomt in de steekproef
- Onderlinge ligging gemiddelde, mediaan en modus