Leerdoelen
In de eerste week maakt u kennis met de aard en omvang van het financieel recht. De organisatie en
structuur van het financiële recht, de verschillende toezichthouders en de rol van Europese
regelgeving staan centraal in deze week.
Het is de bedoeling dat u na deze week:
• kunt uitleggen wat de belangrijkste doelstellingen zijn van het financiële recht;
• kunt uitleggen wat de belangrijkste financiële toezichthouders zijn op het Nederlandse en
Europese niveau;
• kunt uitleggen hoe de verschillende Europese rechtsbronnen doorwerken in het Nederlandse
financiële recht, welke rol Europese instituties spelen in het maken van regels van financieel
recht en wat het Europees paspoortsysteem inhoudt;
• kunt uitleggen hoe de Wft is opgebouwd en welke vormen van toezicht er in de Wft staan;
• definities uit de Wft kunt toepassen op een casus; en
• verbodsbepalingen uit de Wft kunt toepassen op een casus en kunt uitleggen aan welke
vergunningseisen een activiteit moet voldoen.
Literatuur
• Leerboek Financieel Recht, Busch, Lieverse & van der Velden. Inleiding: hoofdstuk 1
• K.W.H. Broekhuizen, ‘Rechtsbeginselen van financieel toezicht’, RMThemis 2016/6
• B.J. Drijber en C. de Rond, ‘De Europeanisering van de Wft’, Ondernemingsrecht 2017/142
• V.P.G. de Serière, ‘Een wetgevingsexercitie van ongekende proporties: de herziening van de
Wft’, Ondernemingsrecht 2017/9
• C.M Grundmann-van de Krol, 'Een halve eeuw regulering van de financiële sector: observaties
en enkele conclusies', Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 9-10, 2021
De voorgeschreven literatuur is te vinden via Inview of LegalIntelligence.
, Opdrachten
1. Wat zijn de doelstellingen van het financieel toezichtrecht? Waarom is financieel toezicht nodig
om deze doelstellingen te bereiken? (Kijk naar o.a. Drijber & de Rond en Broekhuizen)
Broekhuizen benoemt de volgende doelstellingen:
a. het waarborgen van de stabiliteit van het financiële stelsel
b. het beschermen van klanten tegen faillissement van financiële instellingen
c. het beschermen van klanten tegen ontoelaatbaar gedrag van financiële instellingen
De redenen die schuilen achter de doelstellingen zien op het bestaan van externe effecten en
informatieasymmetrie, wat redenen zijn voor het falen van de markt, waardoor de markt niet
economisch efficiënt is. Regulering en toezicht corrigeert marktfalen zodat de perfecte markt kan
worden gerealiseerd, maar ook om onbillijke praktijken of uitkomsten het hoofd te bieden.
Doelstelling EU-regels:
a. Rechtszekerheid van de markt
b. Bescherming & harmonisatie: beleggers, spaarders verzekerden
c. Bescherming stabiliteit (zie Drijber & de Rond)
2. Er zijn verschillende toezichtmodellen. Benoem deze en leg uit:
a. welk toezichtmodel wordt in Nederland gehanteerd. Hoe herkent men dit model in de wft?
In Nederland wordt toezicht gehouden volgens het Twin Peaks-model. Dit houdt in dat twee
toezichthouders (DNB en AFM) die langs functionele lijnen (prudentiele toezicht en
gedragstoezicht) toezicht houden. Dit model herken je in de Wft doordat de taken zijn
ingedeeld o.b.v. van de twee toezichthouders. De DNB houdt prudentieel toezicht (bestaat uit
micro en macro) (art. 1:24 Wft) en de AFM houdt gedragstoezicht (art. 1:25 Wft).
ECB houdt zich ook bezig met prudentiele toezicht. De delen in het Wft zijn opgesplitst in de
verschillende manieren van toezicht. Daaruit blijkt het Twins Peaks-model.
Structuur van de Wft
Deel 1: Algemeen deel
Deel 2: Markttoegang financiële ondernemingen (AFM/DNB) = vergunningsplicht
- Bijv.: een bank zal zijn vergunning moeten aanvragen bij de DNB, terwijl een
belegger dit bij de AFM zou moeten doen.
Deel 3: Prudentieel Toezicht (DNB) (gaan we verder niet op in)
Deel 4: Gedragstoezicht financiële ondernemingen (AFM)
Deel 5: Gedragstoezicht financiële markten (AFM)
Deel 6: Bijzondere maatregelen stabiliteit financiële stelsel (gaan we verder niet op in)
Deel 7: Slotbepalingen
b. welk toezichtmodel wordt in EU regelgeving gehanteerd. Hoe herkent men dit model in EU
regelgeving?