HS2: mycologie
Algemene kenmerken
200000 soorten
Eukaryoot, geen chlorofyl
Waarvan leven ze?
o Heterotroof:
▪ Geen synthese mogelijk van koolhydraten uitgaande van
anorganische bronnen
▪ Vereisen organische componenten: afkomstig van andere
organismen (autotroof)
Heterotroof
o Extracellulaire absorptieve voedingsopname
▪ Afscheiding van enzymes buiten hun lichaam ➔
▪ Digestie van voeding (vb koolhydraten) buiten de cellen: worden
buiten cel gesplits/verteerd door enzymes ➔
▪ Absorptie van eenvoudige moleculen
• Opslag: glycogeen
• Opbouw celmateriaal
• Verbranding (E: ATP)
Saprofytisch
o Breken dood (rottend) plantaardig (en dierlijk) materiaal af ➔ ecologische
rol
o Afbraak lignine (celwand plantcel), cellulose, keratine
Parasitair
o Dringen organisme binnen (mycose: bij plant en dier)
Waarvan leven fungi
Afbraak van complexe moleculen
Opname van eenvoudige suikers
Verbranding van suikers met ATP-productie en vorming van CO2 en H2O
Vb:
o Broodschimmel verbruikt koolhydraten uit brood
o Witte champignon leeft van cellulose
o Symbiotische schimmel haalt koolhydraten van een plant
Heterotroof door absorptie
Fungi halen koolstof uit organische bronnen
Uiteinde van hyfen stellen enzymes vrij
Enzymatische afbraak van substraat
Product diffundeert terug in de hyfe
, 1 (gisten) of meer (schimmels) cellig
Celwand bevat chitine
o Polysacharide: ook terug te vinden in exoskelet van insecten
o Mannoproteïnen: uitsteeksels: als Ag dienen: door gastheer AL
aangemaakt
Reproductie door sporevorming
Schimmels:
Zijn alomtegenwoordig (sporen)
Groeien traag
Aëroob
Vereisen minder streng mileu dan bacteriën (zoet, zuur, droogte)
o Brood, confituur, oude schoen, boeken, muur,…
Reproductie
Ongeslachtelijk
Geslachtelijk
Identificatie:
Macroscopisch uitzicht
Microscopische identificatie: rechtstreeks of via preparaat
o Morfologie
o Ongeslachtelijke kenmerken
o ➔ Vruchtlichamen, sporen, hyfen, macroconidia (microscopie al dan niet
na kweek)
Gisten
Biochemische identificatie mogelijk: nagaan over welke enzymes geïsoleerde gist
beschikt
Substraten: suikers: gist aan toegevoegd
Is gist in staat suiker om te zetten
Omzetting: ontstaat zuur: pH wijzigt: pH indicator slaat om (kleur
wijzigt)
Combo al deze resultaten: zien om welke gist het gaat
Uitzicht
Schimmels
Draadvormig
Wollig, harig, poederachtig uiterlijk
Gisten
Eencellig
, Gladde kolonies
4 klassen
Zygomyceten: wierzwammen
Ascomyceten: zakjeszwammen
Basidiomyceten: steeltjeszwammen
Deuteromyceten of fungi imperfecti
Zygomyceten
Wierzwammen
Geslachtelijk: zygosporevorming
o Rhizopus spp.
o Mucor spp.
Ongeslachtelijk: sporangiosporevorming
Hyfen: coënocytisch: je ziet geen celtussenschotten
Phytophora infestans
o Parasiteert de aardappelplant: solanum tuberosum’
Ascomyceten
Zakjeszwammen
Geslachtelijk ascosporenvorming
o Verschillende Aspergillus spp. (oa Aspergillus flavus, …)
o Verschillende Penicillium spp.
o Saccharomyces uvarum/cerevisiae
o Schizosaccharomyces octosporus
Ongeslachtelijk: conidiosporen
Hyfen: apocytisch
Claviceps purpurea/moederkorenschimmel
o Rogge, tarwe, granen infecteren
o Sclerosium gevormd: moleculen die toxisch zijn in aanwezig
o Voedingswaren consumeren: ergotisme ➔ vernauwing bloedvaten,
afsterven vingers of tenen, braken na consumeren, soms hallucinaties
Truffels
o Tuber melanosproum (zwarte truffel)
o Tuber magnatum (witte truffel)
Basidiomyceten
Steeltjeszwammen
Geslachtelijk: basidiosporevorming
Ongeslachtelijk: splijting
Paddenstoelen
Hyfen: apocytisch (celtussenschotten zichtbaar)
Algemene kenmerken
200000 soorten
Eukaryoot, geen chlorofyl
Waarvan leven ze?
o Heterotroof:
▪ Geen synthese mogelijk van koolhydraten uitgaande van
anorganische bronnen
▪ Vereisen organische componenten: afkomstig van andere
organismen (autotroof)
Heterotroof
o Extracellulaire absorptieve voedingsopname
▪ Afscheiding van enzymes buiten hun lichaam ➔
▪ Digestie van voeding (vb koolhydraten) buiten de cellen: worden
buiten cel gesplits/verteerd door enzymes ➔
▪ Absorptie van eenvoudige moleculen
• Opslag: glycogeen
• Opbouw celmateriaal
• Verbranding (E: ATP)
Saprofytisch
o Breken dood (rottend) plantaardig (en dierlijk) materiaal af ➔ ecologische
rol
o Afbraak lignine (celwand plantcel), cellulose, keratine
Parasitair
o Dringen organisme binnen (mycose: bij plant en dier)
Waarvan leven fungi
Afbraak van complexe moleculen
Opname van eenvoudige suikers
Verbranding van suikers met ATP-productie en vorming van CO2 en H2O
Vb:
o Broodschimmel verbruikt koolhydraten uit brood
o Witte champignon leeft van cellulose
o Symbiotische schimmel haalt koolhydraten van een plant
Heterotroof door absorptie
Fungi halen koolstof uit organische bronnen
Uiteinde van hyfen stellen enzymes vrij
Enzymatische afbraak van substraat
Product diffundeert terug in de hyfe
, 1 (gisten) of meer (schimmels) cellig
Celwand bevat chitine
o Polysacharide: ook terug te vinden in exoskelet van insecten
o Mannoproteïnen: uitsteeksels: als Ag dienen: door gastheer AL
aangemaakt
Reproductie door sporevorming
Schimmels:
Zijn alomtegenwoordig (sporen)
Groeien traag
Aëroob
Vereisen minder streng mileu dan bacteriën (zoet, zuur, droogte)
o Brood, confituur, oude schoen, boeken, muur,…
Reproductie
Ongeslachtelijk
Geslachtelijk
Identificatie:
Macroscopisch uitzicht
Microscopische identificatie: rechtstreeks of via preparaat
o Morfologie
o Ongeslachtelijke kenmerken
o ➔ Vruchtlichamen, sporen, hyfen, macroconidia (microscopie al dan niet
na kweek)
Gisten
Biochemische identificatie mogelijk: nagaan over welke enzymes geïsoleerde gist
beschikt
Substraten: suikers: gist aan toegevoegd
Is gist in staat suiker om te zetten
Omzetting: ontstaat zuur: pH wijzigt: pH indicator slaat om (kleur
wijzigt)
Combo al deze resultaten: zien om welke gist het gaat
Uitzicht
Schimmels
Draadvormig
Wollig, harig, poederachtig uiterlijk
Gisten
Eencellig
, Gladde kolonies
4 klassen
Zygomyceten: wierzwammen
Ascomyceten: zakjeszwammen
Basidiomyceten: steeltjeszwammen
Deuteromyceten of fungi imperfecti
Zygomyceten
Wierzwammen
Geslachtelijk: zygosporevorming
o Rhizopus spp.
o Mucor spp.
Ongeslachtelijk: sporangiosporevorming
Hyfen: coënocytisch: je ziet geen celtussenschotten
Phytophora infestans
o Parasiteert de aardappelplant: solanum tuberosum’
Ascomyceten
Zakjeszwammen
Geslachtelijk ascosporenvorming
o Verschillende Aspergillus spp. (oa Aspergillus flavus, …)
o Verschillende Penicillium spp.
o Saccharomyces uvarum/cerevisiae
o Schizosaccharomyces octosporus
Ongeslachtelijk: conidiosporen
Hyfen: apocytisch
Claviceps purpurea/moederkorenschimmel
o Rogge, tarwe, granen infecteren
o Sclerosium gevormd: moleculen die toxisch zijn in aanwezig
o Voedingswaren consumeren: ergotisme ➔ vernauwing bloedvaten,
afsterven vingers of tenen, braken na consumeren, soms hallucinaties
Truffels
o Tuber melanosproum (zwarte truffel)
o Tuber magnatum (witte truffel)
Basidiomyceten
Steeltjeszwammen
Geslachtelijk: basidiosporevorming
Ongeslachtelijk: splijting
Paddenstoelen
Hyfen: apocytisch (celtussenschotten zichtbaar)