PEDAGOGIEK EN GEZINSONDERSTEUNING
INLEIDING GEZINSONDERSTEUNING
1. WAT IS EEN GEZIN?
Definiëring op basis van:
- Gezinssamenstelling of organisatievorm?
- Het engagement dat mensen voor elkaar opnemen? (materieel, financieel,
emotioneel, affectief,…)
- Wat mensen zelf als gezin beschouwen?
“Een gezin is elke leefgemeenschap die als dusdanig wordt erkend en/of als
dusdanig wordt ervaren.” (Vandenbroeck, 2014)
2. WAT IS GEZINSONDERSTEUNING?
2.1. OPVOEDING IN HET VIZIER
Jaren ’90-’00 -> ‘parenting turn’: opvallende aandacht voor ouderschap en
opvoeding(sondersteuning)
Redenen:
- Teloorgang van het traditionele gezin
o ‘Heilige Drievuldigheid’ van biologisch, juridisch en pedagogisch
ouderschap is minder vanzelfsprekend
o ‘Het gezin’ verdwijnt > individuele ouder verschijnt
- Crisis van de welvaartstaat
o Focus op activering en risicobeheersing
o ‘Geen rechten zonder plichten’
o Klemtoon op individuele (ook ouderlijke) verantwoordelijkheid
- Sociaal investeringsdenken
o Kinderen als sociaal en economisch kapitaal
o (Economisch) terugverdieneffect van preventieve investeringen in
jonge kinderen
o Dubbele verantwoordelijkheid van ouders: kind en samenleving
Bijkomende tendensen:
- Veranderende sociale netwerken
- Meer keuzevrijheid, minder houvast
- Opvoedingsvragen en -onzekerheid: minder taboe (≠ opvoedingsspanning
of -stress)
, 2.2. OPVOEDING IN DE REGELGEVING
2007 -> Eerste decreet opvoedingsondersteuning
- Ouders én opvoedingsverantwoordelijken
- Vooral focus op de organisatie van opvoedingsondersteuning
- Creatie van nieuwe overlegstructuren
- Opvoedingsondersteuning voorgesteld als aparte sector
Kritiek:
- Te veel overlegwerk, te complexe overlegstructuren
- Ondersteuningsfunctie inbedden in diverse sectoren (eerder dan er een
aparte sector van te maken)
2013 -> Decreet Preventieve Gezinsondersteuning
- Bredere focus: zowel opvoedingsondersteuning als preventieve
gezondheidszorg
- Centraal: Huizen van het Kind
o (Inter)gemeentelijk
o Netwerk/partnerschap tussen verschillende lokale organisaties (o.a.
preventieve gezondheidszorg)
o Laagdrempelig aanbod met breed (universeel) bereik
o Aandacht voor informele sociale steun en sociale cohesie
o Overkoepelt verschillende vormen van ondersteuning volgens het
principe van ‘proportioneel universalisme’
2.3. OPVOEDINGSONDERSTEUNING VS GEZINSONDERSTEUNING
Decreet (2007, 2013) definitie Opvoedingsondersteuning:
“de laagdrempelige, gelaagde ondersteuning van opvoedingsverantwoordelijken
bij de opvoeding van kinderen en jongeren”
Decreet (2013) definitie Preventieve gezinsondersteuning:
“Het geheel van maatregelen en aanbod dat gericht is op het bevorderen van het
welbevinden van alle kinderen en jongeren en aanstaande ouders, met inbegrip
van de ondersteuning op het vlak van opvoeding en preventieve
gezondheidszorg”
Kritiek:
- Indeling van organisatievormen (en subsidiebronnen) van het aanbod is
aanbodsgericht
- Voorstructurering rijmt niet altijd met de beleving van ouders
, - Opvoeding hangt onlosmakelijk samen met de context waarbinnen die
plaatsvindt
2.4. GEDEELDE VS VERDEELDE VERANTWOORDELIJKHEID
Kijk op opvoeding -> Visie op en focus van ondersteuning
Verdeelde opvoedingsverantwoordelijkheid:
- Ouders worden individueel verantwoordelijk gesteld
- Opvoedingsondersteuning als manier om ouders (bij) te sturen
VS
Gedeelde opvoedingsverantwoordelijkheid:
- Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding
- Ook de samenleving heeft hier een verantwoordelijkheid in (o.a. realiseren
van kansrijke opvoedingscondities)
- Wederkerig partnerschap wordt vooropgesteld, met aandacht voor de
betekenisverlening van ouders
, HF 1: INLEIDING, EEN BEELD VAN EEN KIND
1. PEDAGOGIEK ALS MAATSCHAPPELIJKE KWESTIE
Maatschappelijk en politiek debat staat vol van pedagogische vragen, echter
weinig eensgezindheid over wat het probleem is/ mogelijke oplossingen/ hoe men
onderzoek moet uitvoeren
Pedagogiek is nauw verbonden met ideeën/ opvattingen over bv.
Burgerschap, ouderschap, verantwoordelijkheid en democratie
2. DE ONVOORSPELBARE AARD VAN DE PEDAGOGIEK
veel vraagtekens bij “de pedagoog” en “pedagogische kennis” -> discussie over
de aard van pedagogisch onderzoek:
- Pedagogische vraagstukken vinden hun weg naar beleid, praktijk en
onderzoek
- Pedagogische kennis moet tegemoet komen aan de begrijpbare/ legitieme
vraag “hoe” we moeten handelen en “wat” we moeten doen
Grote druk om antwoorden te formuleren op “wat werkt?” en weinig ruimte
om na te denken over wat we met “werken” bedoelen
Onderwijsinstellingen worden meer en meer gevat in cijfers -> de quantocratie
Opgesteld door internationale onderzoeken zoals PISA/ Programme for
International Student Assessment en TALIS/ Teaching and Learning
International Survey
Meest recente tak van testenboom -> IELS/ International Early Learning Study:
wil alle 5 jarigen testen om zo te bepalen welke voorschoolse voorzieningen het
best voorbereiden op de lagere school
Ideologische discussie hierover wordt uitgesloten omdat het beleid steunt
op evidentie (evidence based onderzoek)
3. DE PEDAGOGIEK ONDER DRUK?
Sinds ontstaan van pedagogiek veel discussie over wat nu het vakgebied van de
pedagogiek is/ zou moeten zijn?
Resultaat -> allerlei pedagogische stromingen en onderzoeksmethoden
Spreken van “pedagogische wetenschappen” ipv. Pedagogiek -> wijst op een
pedagogische reflectie die niet vanuit eenzelfde theoretisch kader en
onderzoeksmethode hoeft te gebeuren
INLEIDING GEZINSONDERSTEUNING
1. WAT IS EEN GEZIN?
Definiëring op basis van:
- Gezinssamenstelling of organisatievorm?
- Het engagement dat mensen voor elkaar opnemen? (materieel, financieel,
emotioneel, affectief,…)
- Wat mensen zelf als gezin beschouwen?
“Een gezin is elke leefgemeenschap die als dusdanig wordt erkend en/of als
dusdanig wordt ervaren.” (Vandenbroeck, 2014)
2. WAT IS GEZINSONDERSTEUNING?
2.1. OPVOEDING IN HET VIZIER
Jaren ’90-’00 -> ‘parenting turn’: opvallende aandacht voor ouderschap en
opvoeding(sondersteuning)
Redenen:
- Teloorgang van het traditionele gezin
o ‘Heilige Drievuldigheid’ van biologisch, juridisch en pedagogisch
ouderschap is minder vanzelfsprekend
o ‘Het gezin’ verdwijnt > individuele ouder verschijnt
- Crisis van de welvaartstaat
o Focus op activering en risicobeheersing
o ‘Geen rechten zonder plichten’
o Klemtoon op individuele (ook ouderlijke) verantwoordelijkheid
- Sociaal investeringsdenken
o Kinderen als sociaal en economisch kapitaal
o (Economisch) terugverdieneffect van preventieve investeringen in
jonge kinderen
o Dubbele verantwoordelijkheid van ouders: kind en samenleving
Bijkomende tendensen:
- Veranderende sociale netwerken
- Meer keuzevrijheid, minder houvast
- Opvoedingsvragen en -onzekerheid: minder taboe (≠ opvoedingsspanning
of -stress)
, 2.2. OPVOEDING IN DE REGELGEVING
2007 -> Eerste decreet opvoedingsondersteuning
- Ouders én opvoedingsverantwoordelijken
- Vooral focus op de organisatie van opvoedingsondersteuning
- Creatie van nieuwe overlegstructuren
- Opvoedingsondersteuning voorgesteld als aparte sector
Kritiek:
- Te veel overlegwerk, te complexe overlegstructuren
- Ondersteuningsfunctie inbedden in diverse sectoren (eerder dan er een
aparte sector van te maken)
2013 -> Decreet Preventieve Gezinsondersteuning
- Bredere focus: zowel opvoedingsondersteuning als preventieve
gezondheidszorg
- Centraal: Huizen van het Kind
o (Inter)gemeentelijk
o Netwerk/partnerschap tussen verschillende lokale organisaties (o.a.
preventieve gezondheidszorg)
o Laagdrempelig aanbod met breed (universeel) bereik
o Aandacht voor informele sociale steun en sociale cohesie
o Overkoepelt verschillende vormen van ondersteuning volgens het
principe van ‘proportioneel universalisme’
2.3. OPVOEDINGSONDERSTEUNING VS GEZINSONDERSTEUNING
Decreet (2007, 2013) definitie Opvoedingsondersteuning:
“de laagdrempelige, gelaagde ondersteuning van opvoedingsverantwoordelijken
bij de opvoeding van kinderen en jongeren”
Decreet (2013) definitie Preventieve gezinsondersteuning:
“Het geheel van maatregelen en aanbod dat gericht is op het bevorderen van het
welbevinden van alle kinderen en jongeren en aanstaande ouders, met inbegrip
van de ondersteuning op het vlak van opvoeding en preventieve
gezondheidszorg”
Kritiek:
- Indeling van organisatievormen (en subsidiebronnen) van het aanbod is
aanbodsgericht
- Voorstructurering rijmt niet altijd met de beleving van ouders
, - Opvoeding hangt onlosmakelijk samen met de context waarbinnen die
plaatsvindt
2.4. GEDEELDE VS VERDEELDE VERANTWOORDELIJKHEID
Kijk op opvoeding -> Visie op en focus van ondersteuning
Verdeelde opvoedingsverantwoordelijkheid:
- Ouders worden individueel verantwoordelijk gesteld
- Opvoedingsondersteuning als manier om ouders (bij) te sturen
VS
Gedeelde opvoedingsverantwoordelijkheid:
- Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding
- Ook de samenleving heeft hier een verantwoordelijkheid in (o.a. realiseren
van kansrijke opvoedingscondities)
- Wederkerig partnerschap wordt vooropgesteld, met aandacht voor de
betekenisverlening van ouders
, HF 1: INLEIDING, EEN BEELD VAN EEN KIND
1. PEDAGOGIEK ALS MAATSCHAPPELIJKE KWESTIE
Maatschappelijk en politiek debat staat vol van pedagogische vragen, echter
weinig eensgezindheid over wat het probleem is/ mogelijke oplossingen/ hoe men
onderzoek moet uitvoeren
Pedagogiek is nauw verbonden met ideeën/ opvattingen over bv.
Burgerschap, ouderschap, verantwoordelijkheid en democratie
2. DE ONVOORSPELBARE AARD VAN DE PEDAGOGIEK
veel vraagtekens bij “de pedagoog” en “pedagogische kennis” -> discussie over
de aard van pedagogisch onderzoek:
- Pedagogische vraagstukken vinden hun weg naar beleid, praktijk en
onderzoek
- Pedagogische kennis moet tegemoet komen aan de begrijpbare/ legitieme
vraag “hoe” we moeten handelen en “wat” we moeten doen
Grote druk om antwoorden te formuleren op “wat werkt?” en weinig ruimte
om na te denken over wat we met “werken” bedoelen
Onderwijsinstellingen worden meer en meer gevat in cijfers -> de quantocratie
Opgesteld door internationale onderzoeken zoals PISA/ Programme for
International Student Assessment en TALIS/ Teaching and Learning
International Survey
Meest recente tak van testenboom -> IELS/ International Early Learning Study:
wil alle 5 jarigen testen om zo te bepalen welke voorschoolse voorzieningen het
best voorbereiden op de lagere school
Ideologische discussie hierover wordt uitgesloten omdat het beleid steunt
op evidentie (evidence based onderzoek)
3. DE PEDAGOGIEK ONDER DRUK?
Sinds ontstaan van pedagogiek veel discussie over wat nu het vakgebied van de
pedagogiek is/ zou moeten zijn?
Resultaat -> allerlei pedagogische stromingen en onderzoeksmethoden
Spreken van “pedagogische wetenschappen” ipv. Pedagogiek -> wijst op een
pedagogische reflectie die niet vanuit eenzelfde theoretisch kader en
onderzoeksmethode hoeft te gebeuren