100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting cross-culturele psychologie

Puntuación
-
Vendido
2
Páginas
85
Subido en
15-05-2025
Escrito en
2024/2025

Samenvatting van alle hoofdstukken uit het handboek, aangevuld met slides en lesnotities. (Gastcolleges mbt psychologische aspecten van multiculturele samenleving zijn niet inbegrepen!): je mag me ook altijd persoonlijk een berichtje sturen en zo de samenvatting kopen :))

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado













Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
15 de mayo de 2025
Número de páginas
85
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Cross-culturele psychologie
2024-2025




Frauke Vanderkrieken

P0M36a

Docenten: Meeussen en Phalet



1

,DEEL 1 - GEBIEDSOMSCHRIJVING EN METHODOLOGIE
WAT IS CULTUUR?

Welke cultuur is voor jou belangrijk?  we zitten met heel homogene groep in college, maar wel bijna alle culturen van de
wereld zijn er (oppervlakkiger door vb. vakantie en diepgaander door vb. afkomst) vertegenwoordigd.

 Verschillende thema’s verbinden ons met een bepaalde cultuur
 Vb. familie, wens om er te wonen, nationaliteit, herinneringen, affectieve band

Cultuuroverdracht even oud als de mens  wereldwijde migratiestromen

 Cultuur uniek voor de mens
 Reeds veel ervaringen met cultuurcontact
 Sinds het begin van de mensheid zijn er reeds migratiestromen vb. nomaden die rondtrekken

De mens als culturele soort; culturele diversiteit is eigen aan de mens

 De mens als een cultural species: het is eigen aan de mens om verbonden te zijn aan een cultuur
 Observatie: mensen hebben een uitzonderlijk aanpassingsvermogen aan zeer heterogene omstandigheden  ze passen
zich aan aan …
o Natuurlijke en mensgemaakte omgeving (Noordpool, regenwouden vs steden)
o Sociale organisatie en levensonderhoud (kleine gemeenschappen vs steden, economie- en staatsvormen,
fulltime werkweek, …)
o Menselijke kennis en kunde (kennis over sneeuw en andere levensomstandigheden; vaak omgevingsspecifiek –
kennis over computers, …)
o Maw grote diversiteit aan menselijke levenswijzen
 Verklaringen hiervoor
o Hardware: neuroplasticiteit van menselijke brein
o Software: cultuuroverdracht als uniek evolutionair voordeel

Ontdek cultuur, begin bij jezelf

 Typisch: vaak zijn we niet bewust van onze eigen cultuur, het voelt heel vanzelfsprekend
o Pas van zodra meer contact met andere culturen, vallen de verschillen op ➔ meer bewust van wat eigen
cultuur nu eigenlijk inhoudt
 Cultuur is als water rond een vis: vis vraagt zich niet af en is zich wellicht niet eens bewust van water rond zich, omdat
die nooit iets anders gekend heeft
o ‘it would hardly be fish who discovered the existence of water’
o Cultuur voelt aan als heel vanzelfsprekend

DEFINITIE(S) VAN CULTUUR

 Cultuur is een door een gemeenschap gedeeld systeem van waarden, normen, ideeën, attitudes, gedragingen,
communicatiemiddelen en de producten ervan die van generatie op generatie worden overgeleverd
 Weergaven van cultuur: onion model vs piramide van cultuur
 Belangrijke kenmerken cultuur
1. Gedeeld
2. Overgeleverd
3. Dynamisch

1. Cultuur is gedeeld
 Voor cultuur is een groep(je) nodig; van heel klein tot heel groot (cultuurtje binnen
gezin vs “westerse cultuur”)
 Onmogelijk cultuur hebben op je eentje
 Mensen zijn lid van enorm veel verschillende culturen; elke cultuur met eigen gebruiken en manieren van omgaan
 Cultuur betrekking op zaken die in meer of mindere mate worden gedeeld door een groep  niet alles bepalend
 De mate waarin het gedeeld is varieert
o Individuele verschillen binnen eenzelfde cultuur; niet iedereen beschikt over exact dezelfde eigenschappen
o Persoonlijkheid, levenservaringen en vele andere cultuurtjes waar je deel van bent
o Combinatie maakt elke mens uniek
 Verschillen tussen culturen: tight vs loose cultures

2

,  Vb. je Belgische nationaliteit/herkomst zegt niet alles over u als persoon

2. Cultuur is overgeleverd
 Wordt aangeleerd door socialisatie: het is aangeleerd, niet iets dat je via genen verkrijgt
 Over zaken die we doorheen ons leven leren
 Cultuur is alles wat gemaakt en verworven is door de mens bovenop de natuur
 Kennis over hoe mensen zich moeten gedragen en waarom
 Vb. neus snuiten/iemand begroeten cultureel bepaald: hand geven, kus, buigen, …
 Cultureel voorgeschreven gedrag dwingend: verwachtingen binnen bepaalde context lokt reactie uit als je dat niet volgt
 Cultuur van een samenleving wordt via een levenslang leerproces van generatie op generatie overgedragen =
socialisatieproces
 Overlevering gebeurt (on)bewust


Primaire socialisatie Secundaire socialisatie Tertiaire socialisatie
 Socialisatie door  Door school, werk, vrienden, …  Via sociale media, samenleving, reclame, …
directe familie  Bourdieu : school grootste bron  Vooral onbewuste beïnvloeding
 Ouders/centrale 2e socialisatie  Cultuurpatroon internaliseren vb.
zorgfiguren influencers

Cultuur wordt overgeleverd door socialisatie
1. Enculturatie
 Cultuuroverdracht in tijd (doorheen de levensloop)
 Onbewust normen, waarden en gebruiken van je eigen cultuur aanleert
 Vanaf jonge leeftijd door opvoeding, school, vrienden en sociale media
2. Acculturatie
 Cultuuroverdracht in geografische en sociale ruimte
 (on)bewust elementen van een andere cultuur overnemen
 Bij migratie/langdurig contact tussen culturen
 Gebeurt door contact tussen culturen
 Bewust: taalcursus vs onbewust: nieuwe eetgewoonten
 Leidt tot culturele vermenging of conflicten
 Nuance overlevering
o Cultuuroverdracht door sociaal leren laat ruimte voor verandering/vernieuwing als aanpassing op
veranderende omgeving
o Cultuur beïnvloedt leden maar ook omgekeerd!!!

3. Cultuur is dynamisch
 Cultuur wordt doorgegeven van generatie op generatie maar betekent niet dat cultuur hetzelfde blijft
 Veranderingen zijn adaptief
 Cultuur is de aanpassing van de menselijke soort op ecologische, socio-politieke en biologische factoren
 Cultuur verandert doorheen de tijd door zich aan te passen aan maatschappelijke problemen
 Vb. communicatiemiddelen nu vs vroeger: gsm altijd en overal in contact vs lange brieven waar tijd over gaat
 Constante wederkerigheid
o Cultuur heeft invloed op ons via socialisatie
o Wij hebben invloed op onze cultuur
o Cultuurveranderingen binnen samenleving meestal gestaag
o Uitzondering: covid-19, snelle verandering normen begroeting en gevoel van comfortabele afstand

WAT IS CROSS-CULTURELE PSYCHOLOGIE

 Cross-culturele psychologie is de wetenschappelijke studie van gelijkenissen en verschillen in het menselijk
psychologisch functioneren in verschillende culturele groepen, daarbij onderzoekend hoe ons denken, voelen en doen
beïnvloed wordt door een culturele context
 Wisselwerking tussen een individu en de culturele omgeving
 Nagaan hoe onze psychologie verschillend/gelijkaardig is over culturen heen
 In hoeverre beïnvloedt cultuur ons denken, voelen en handelen
 Twee benaderingen: absolutisme vs relativisme




3

,Absolutisme/universalisme Relativisme
 Mainstream psychology: menselijke psychologie universeel  Er bestaat geen contextvrije psychologie
hetzelfde over culturen heen  geen beïnvloeding cultuur  Cultuur enorme invloed op onze psychologie
 Culturele verschillen gezien als ruis: moeten we doorheen  Menselijke denken, voelen, gedrag kan slechts
kijken om de universele psychologie te vinden begrepen worden binnen de context van de
 Machinekamer, hardware van de menselijke psychologie cultuur waarin het verschijnt
 Vb. sensorische en motorische functies (Ishihara test voor  Vb. weigeren hand te schudden: zonder context
kleurenblindheid) onduidelijk of onvriendelijk of niet volgens zijn
 Vb. functies vanaf jonge leeftijd (objectpermanentie) cultuur, religieuze redenen, …
 Vb. abstracte functies oa. Taalontwikkeling  Vb. numerisch redeneren door te tellen op je
 Vb. gelijkaardige lichamelijke gewaarwordingen bij ervaren vingers
emoties EU vs Oost-Azië  Kritiek: over culturen heen ook enorm veel
o Kwaad: activatie bovenlichaam gemeen + wat met morele standaarden en
o Depressie: deactivatie ledematen wetgevingen
 Kritiek: wat met vele betekenisvolle culturele variatie

 Empirsiche vraag : hoe veralgemeenbaar of cultuurspecifiek is menselijk gedrag?
o Mensen over de hele wereld zijn op veel vlakken gelijkaardig
o Maar beïnvloeding cultuur waarin opgroeien op hun psychologie
o Hoeveel gelijkenis/culturele verschillen afhankelijk van welk aspect psychologie bestudeerd
o Bewijs absolutisme: zaken die we op jonge leeftijd ontwikkelen, meer biologisch van aard
o Bewijs relativisme: veel aspecten emoties

GESCHIEDENIS VAN CROSS-CULTURELE PSYCHOLOGIE

 Een lang verleden maar een korte geschiedenis
 Pas jaren 1960-1970 eerste cultuur vergelijkende studies
 Einde 20e eeuw bloei cross-culturele psychologie als aparte discipline
o Völkerpsychologie aan Duitse universiteiten (rond 1850): mens bestuderen in relatie tot gewoonten en
gebruiken van de samenleving
o Wundt grondlegger modern psychologie (1916): zoals je in een experiment variabelen kunt manipuleren om
hun effect na te gaan, zo kun je de rol van cultuur bestuderen door samenlevingen met elkaar te vergelijken 
enorme bijdragen met 10 leerboeken
o Rivers (1898): onderzoek naar waarnemingen bij bewoners van Papua Nieuw-Guinea  zijn minder gevoelig
voor visuele illusies en mindere differentiatie kleur blauw in hun taal
o Mead: pubertijd op eiland Samoa veel minder emotioneel beleefd
o Kardiner (1940): basispersoonlijkheid : kleine kinderen hebben dezelfde ervaringen waardoor ze op dezelfde
manier leren reageren en daarom dezelfde persoonlijkheidskenmerken ontwikkelen  persoonlijkheid werd
verondersteld kenmerkend te zijn voor elk individu van die samenleving
o Du Bois (1944): nationale karakters (vb. Oost-Indische mensen argwanend en agressief)  ondergang
stroming door enorme generalisatie en stereotypering van nationale PHbeschrijvingen
 Vanaf 1960-1970 bloeide cross-cultureel psychologisch onderzoek met specifiek wetenschappelijke tijdschrijften
o Antropologen én psychologen hielden zich bezig met gedragsverschillen tussen mensen uit verschillende
culturen

WAAROM IS CULTURELE PSYCHOLOGIE BELANGRIJK?

 Claims over psychologie gebaseerd op steekproeven gebaseerd op WEIRD populatie
o Western, Educated, Industtrialized, Rich, Democratic societies
 WEIRD populatie minst representatieve populatie mogelijk om te generaliseren over mensen
o In hoever zijn bevindingen dan veralgemeenbaar naar andere culturele groepen of contexten?
o Hoe wijkt de doorsnee participant in psychologisch onderzoek af van meeste mensen in de wereld?
o Psychologie WEIRD deelnemers vaker uitzondering dan de norm
 Participanten studies aan KUL: westers, wit, vrouw, studenten, voornamelijk psychologie studenten
 Wetenschappelijke artikels zeggen weinig over veralgemeenbaarheid van hun resultaten
o Suggereren dat resultaten inzicht geven in psychologie van alle mensen
 Kritische blik op onze kennis van ‘de’ menselijke psychologie




4

,Hoe afwijkend zijn deze participanten

1. Geïndustrialiseerde vs niet-geïndustrialiseerde landen
o Opzichten waarin mensen in geïndustrialiseerde landen psychologisch afwijkend zijn
o Visuele illusie (onderzoek Rivers)
2. Westerse vs niet-westerse landen
o Opzichten waarin westerse landen psychologisch afwijken tov andere landen
o Analytisch denken lang als normaal opgevat maar blijkt minder voor te komen in Oost
Azië + rest niet-westerse wereld
o L: hollistsich, als bloem (gestalt) vs R: analytisch, 1 noodzakelijk kenmerk gelijk
o Westerse wereld: analytisch <-> rest wereld: holistisch
o Vrouwen: holistisch <-> mannen: analytisch
3. Amerikanen vs andere westerse mensen
o Opzichten waarin Amerikanen psychologisch afwijken van de rest van de wereld
o Amerikanen aan eigen dood herinnerd worden vertonen ze defensieve reacties
o Verklaring: meer geloof in bovennatuurlijke krachten, patriottische gevoelens, gekant tegen verandering,
vijandig tegenover out-groups
4. Hoogopgeleide Amerikanen vs andere Amerikanen
o Opzichten waarin hoger opgeleiden
psychologisch afwijkend zijn van lager
opgeleiden
o Vb. erfelijkheid intelligentie
o Erfelijkheidscoëfficiënt IQ meer dan 50
procent van totale variantie
o Gedeelde en niet-gedeelde
omgevingsfactoren verklaren klein
percentage variantie
o Invloed van omgeving bestudeerd dmv
(geadopteerde) tweelingstudies; maar enkel beperkt tot hoogopgeleide ouders  geen data van
laagopgeleide ouders
o Probleem: mogelijks overschatting erfelijkheidscoëfficiënt
 Cultuurpsychologie om problemen afwijkende WEIRD participanten in onderzoeken tegen te gaan, verbreden smalle
databasis van psychologische kennis

Culturele psychologie voor identificatie en meer leren over de eigen cultuur

 Cultuur beïnvloedt anderen
 Makkelijker andere cultuur beschrijven
 Als je opgroeit in één cultuur zijn de dingen die je ervaart en leert zo vanzelfsprekend dat je niet beseft dat dat maar één
manier van leven is
 Leren over andere culturen, meer te weten komen over je eigen cultuur
 Meer stilstaan en nadenken over eigen gebruiken en gewoontes
 Leren over culturen om etnocentrisme tegen te gaan
o Etnocentrisme: de houding waarbij de eigen omgeving, het eigen volk of de eigen cultuur bewust of
onbewust als maatstaf gebruikt wordt om de rest van de wereld te beoordelen.
o ‘wij’ zijn normaal en ‘zij’ zijn afwijkend
o Je eigen referentiekader als het juiste zien en dat van een ander abnormaal  gevaar: veroordelen

Opletten: veel studies die grote groepen mensen vergelijken

 Onthoud dat dit gemiddeldes en veralgemeningen zijn
 Veel individuele variatie binnen culturen
 Veel subgroepen en subculturen die ook belangrijk zijn (SES, gender)
 Studies met specifieke steekproeven
 Opletten voor generalisatie en essentialisme!!




5

, DEEL 2 – THEORETISCH KADER EN KWALITATIEVE
ONDERZOEKSMETHODEN
SAMENSTELLING VAN DE STEEKPROEF

1. Random sampling
 Op willekeurige, toevallige wijze
 Onderzoek naar kenmerken over groepen zonder duidelijk verwachtingspatroon
2. Systematische sampling
 Met vooraf bedachte systematiek
 Groepen selecteren obv theoretische veronderstelling
3. Convenience sampling
 Deelnemers die gemakkelijk te bereiken zijn/zelf interesse in thema (vrijwilligers)
 Selectieproces kan verschillend zijn voor selectie culturen vs selectie deelnemers
 Bewust zijn van keuzes en welke invloed die kunnen hebben op resultaten en conclusies
 Generaliseerbaarheid (niet enkel WEIRD)
 Vergelijkbaarheid: deelnemersgroep moet gelijkaardig zijn in de verschillende culturen
o Een ander cultuurskenmerk dat niet in rekening geacht wordt vertekend mogelijks de resultaten
o Vb. studentengroepen (wit, jong, democratisch, …)

ONDERSCHEID KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE METHODEN VAN ONDERZOEK

Kwalitatieve methoden Kwantitatieve methoden
 Kijk van de onderzochte zelf in kaart brengen  Waarnemingen vatten in cijfers
 Rijke data verzamelen  Waarnemingen binnen gespecifieerd kader waarbij
 Geen vaste structuur/ vooraf bepaalde selectie vaste antwoordmogelijkheden die kwantificeerbaar
 Data verzameling in natuurlijke setting om context zijn
mee in rekening te brengen  Dataverzameling in gecontroleerde settings
 Open, kleine steekproef, analytische interpretatie  Gesloten, grote steekproef, statistische test
 Belichten inductieve kant onderzoekscyclus  Belichten deductieve kans onderzoekscyclus
 Complementair
 Mixed methods design: beide methoden worden gebruikt in één onderzoek

METHODEN EN HUN ACHTERLIGGENDE FILOSOFIE

 WEIRD-onderzoek gaat uit van universalisme
 Universalisme samenhang met realisme
o Er is maar één objectieve waarheid
o Die werkelijkheid leren we door wetenschap alsmaar nauwkeuriger kennen
o Wetenschapper moet neutraal zijn om werkelijkheid zo min mogelijk te beïnvloeden
o Het is verantwoord om bevindingen uit één cultuur voor te stellen alsof ze voor alle mensen van toepassing zijn
en te verwachten dat meetprocedures voor iedereen relevant zijn en hetzelfde begrepen worden = etic
benadering
o Leidt tot negatieve bejegening van niet WEIRD (methoden worden anders begrepen dus verkrijgen mindere
resultaten)
 Relativisme samenhang met sociaal constructivisme / postmodernisme
o Er is geen objectieve werkelijkheid
o Wetenschap laat maar bepaald perspectief van de realiteit zien
o Onderzoekers kunnen nooit neutraal zijn want denken vanuit bepaald perspectief
o Niet vanuit gegaan dat procedures, vragen etc hetzelfde zijn in verschillende contexten
o Emic benadering = meetprocedure ontwikkeld obv betekenissen in een bepaalde context
 Niet realisme=kwantitatief en constructivisme=kwalitatief
o Kwantitatief onderzoek vertrekkend uit constructivisme: emotionele acculturatie
 WEIRD psychologie een ‘inheemse’ psychologie die gebruikmaakt van een emic benadering met zowel kwantitatieve als
kwalitatieve methoden




6
$7.21
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
vanderkriekenfrauke

Conoce al vendedor

Seller avatar
vanderkriekenfrauke Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
2
Miembro desde
1 año
Número de seguidores
0
Documentos
2
Última venta
6 meses hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes