De belangrijkste!!
FIGUREN.
Figuur 5: de relatie tussen oudergedrag en sociale competentie van het
kind ( pg 25)
figuur 6: de relatie tussen ouder- en kind gedrag en latere cognitieve
ontwikkeling (pg 27)
figuur 7: basisstructuren in de menselijke hersenen (pg 32)
figuur 8: biofeedback en brain – computer interface (pg 49)
figuur 9: multitasking tijdens het rijden (pg 60)
figuur 10: slaapniveaus in een nacht en slaap tijdens de levensloop (pg
65)
figuur 11: illusie door context (pg 71)
figuur 12: de vaas van Rubin en de dubbelzinnige dame (pg 71)
figuur 13: visuele dominantie bij virtual reality (pg 73)
figuur 14: visueel gestuurde proprioceptie ( pg 73)
figuur 15: de rubber hand illusion (pg 79)
figuur 16: interactie tussen personen via waarneembaar gedrag (pg 82)
figuur 17: het slimme – hans effect (pg 83)
figuur 18: de selffulfilling prophecy ( pg 86)
figuur 19: het Johari-venster (pg 87)
figuur 20: attributie van locus of control (pg 88)
figuur 21: effectiviteitsgevoel, zelfwaardegevoel en zelfvertrouwen (pg 89)
figuur 22: het Dunning – Kruger effect (pg 91)
figuur 23: topologie van persoonlijkheid en interpersoonlijk gedrag (pg 96)
figuur 24: projectieve testen ( pg 99)
figuur 30: invloedfactoren van emoties (pg 111)
figuur 34: de non – verbale intelligentietest (pg 119)
figuur 35: het flynn-effect en het omgekeerde flynn-effect (120)
figuur 36: het verbeeldingsnetwerk in de hersenen (pg 124)
figuur 37: stadium 6 van het objectpermanentiebesef ( pg 124)
figuur 38: een test voor het allocentrisch voorstellingsvermogen bij
peuter (pg 126)
figuur 39 : de driebergentest voor het allocentrische
voorstellingsvermogen ( pg 126)
figuur 41: prenatale perioden van snelle rijping (pg 135)
figuur 43: baby-face kenmerken in gezichten (pg 141)
figuur 45: de kangoeroemethode bij premature pasgeborenen (pg 146)
figuur 46: communiceren met een jonge baby (pg 148)
figuur 47: stressvolle scheiding in de vreemdesituatieprocedure (pg 150)
figuur 48: flooding als vorm van desensitisatietherapie (pg 156)
figuur 49: respondent en operant leren in combinatie (pg 161)
figuur 50: beïnvloeden via bekrachtigen of straffen (pg 163)
figuur 51: imitatiegedrag bij jongeren (pg 166)
FIGUREN.
Figuur 5: de relatie tussen oudergedrag en sociale competentie van het
kind ( pg 25)
figuur 6: de relatie tussen ouder- en kind gedrag en latere cognitieve
ontwikkeling (pg 27)
figuur 7: basisstructuren in de menselijke hersenen (pg 32)
figuur 8: biofeedback en brain – computer interface (pg 49)
figuur 9: multitasking tijdens het rijden (pg 60)
figuur 10: slaapniveaus in een nacht en slaap tijdens de levensloop (pg
65)
figuur 11: illusie door context (pg 71)
figuur 12: de vaas van Rubin en de dubbelzinnige dame (pg 71)
figuur 13: visuele dominantie bij virtual reality (pg 73)
figuur 14: visueel gestuurde proprioceptie ( pg 73)
figuur 15: de rubber hand illusion (pg 79)
figuur 16: interactie tussen personen via waarneembaar gedrag (pg 82)
figuur 17: het slimme – hans effect (pg 83)
figuur 18: de selffulfilling prophecy ( pg 86)
figuur 19: het Johari-venster (pg 87)
figuur 20: attributie van locus of control (pg 88)
figuur 21: effectiviteitsgevoel, zelfwaardegevoel en zelfvertrouwen (pg 89)
figuur 22: het Dunning – Kruger effect (pg 91)
figuur 23: topologie van persoonlijkheid en interpersoonlijk gedrag (pg 96)
figuur 24: projectieve testen ( pg 99)
figuur 30: invloedfactoren van emoties (pg 111)
figuur 34: de non – verbale intelligentietest (pg 119)
figuur 35: het flynn-effect en het omgekeerde flynn-effect (120)
figuur 36: het verbeeldingsnetwerk in de hersenen (pg 124)
figuur 37: stadium 6 van het objectpermanentiebesef ( pg 124)
figuur 38: een test voor het allocentrisch voorstellingsvermogen bij
peuter (pg 126)
figuur 39 : de driebergentest voor het allocentrische
voorstellingsvermogen ( pg 126)
figuur 41: prenatale perioden van snelle rijping (pg 135)
figuur 43: baby-face kenmerken in gezichten (pg 141)
figuur 45: de kangoeroemethode bij premature pasgeborenen (pg 146)
figuur 46: communiceren met een jonge baby (pg 148)
figuur 47: stressvolle scheiding in de vreemdesituatieprocedure (pg 150)
figuur 48: flooding als vorm van desensitisatietherapie (pg 156)
figuur 49: respondent en operant leren in combinatie (pg 161)
figuur 50: beïnvloeden via bekrachtigen of straffen (pg 163)
figuur 51: imitatiegedrag bij jongeren (pg 166)