P. Schöffski
Term kanker = afgeleid van Griekse carcinos of latijnse cancer betekend krab/kreeft
- Term al gebruikt door Galenus owv rode gezwollen bloedvaten rond sommige gezwellen
deed denken aan rode poten en scharen van krab
Kanker = toenemend belangrijke ziekte in moderne tijd, maar zeker geen nieuwe aandoening
- Beschrijving borstkanker op papyrus, mummies met botmetastasen, beschrijving huidkanker door
Hippocrates, bottumor bij 240 milj oude schildpad
a) Belangrijke termen
• Incidentie (eigenlijk incidence rate): aantal nieuwe diagnoses/100.000/jaar
• Prevalentie: aantal patiënten met een bepaalde aandoening op gegeven moment
• Mortaliteit (eigenlijk mortality rate): aantal overlijdens/100.000/jaar
b) Incidentie
Incidentie >14 miljoen nieuwe kankergevallen internationaal (2012)
- opm: zowel in ontwikkelingslanden als westerse landen
- opm: maar soort kanker varieert wel per land (levensverwachting en lifestyle)
- opm: ook verschillen binnen omliggende landen EU
o BE hoogste incidentie borstkanker (zeker door Belgische lifestyle maar ook soms door
verschil in rapportering), ook hoog long- en darmkanker
o BE: incidentie invasieve tumoren neemt toe
incidentie in BE:
- >1/3 mannen (35%) en >1/4 vrouwen (26%) krijgen kanker in BE
o Prostaat-, long- en darmkanker = 60% van alle tumoren bij de man
o Borst-, darm- en longkanker = 60% van alle tumoren bij de vrouw
- Risico op kanker ongeveer 37% groter bij mannen dan bij vrouwen
- België heeft in Europa één van de hoogste incidenties voor
prostaatkanker, borst- en hoofd- en halskanker bij vrouwen
c) Mortaliteit trends kennen, niet exacte cijfers
in 2012: 4,6 milj. mannen, 3,5 milj. vrouwen gestorven aan kanker
verschil tussen ontwikkelings en ontwikkelde landen
BE: 26 000 in BE per jaar
- gecorrigeerd voor leeftijd: licht dalend
- gecorrigeerd per regio: geen grote verschillen (BE te klein)
- majorkillers:
o bij mannen: long > colon > prostaat
leukemie, pancreaskanker zz maar significante bijdrage aan mortaliteit
opm: niet elke kanker met hoge incidentie heeft hoge mortaliteit en vice versa
o bij vrouwen: borst > colon > long
maar hier ook weer spelen zeldzamere kankers bel rol bij mortaliteit
1
,d) Relatie incidentie en mortaliteit
Nieuwe gevallen / doden = 8 milj / 14 milj => groot deel kan geholpen worden
opm: hoge incidentie =/= hoge mortaliteit en vice versa
- prostaatcarcinomen hoge incidentie 33% maar slechts 10% mortaliteit
- pancreascarcinomen maar 2% van nieuwe gevallen maar 5% van de mortaliteit
bij vrouw wel:
- wel borst, long en colon/rectum meest % voorkomend en meest % dodelijk
- maar BK 32% van nieuwe gevallen maar maar 16% mortaliteit = goed behandelbaar
e) Trends in kankerepidemiologie
· In ’80 piek incidentie prostaatkanker (door zeer sensitieve PSA screening) = pseudo-toename
o slechte screening door veel vals pos. (maar ook vals neg.)
· Toename incidentie borstCA (door mammografie screening) = pseudo-toename
· Bij mannen long en bronchusCA continue stijging tot ‘90 en sindsdien terug daling van mortaliteit
VS vrouwen: nogsteeds stijging mortaliteit, wel later begonnen
o Rede: meer mannen rookten
o opm: bij vrouwen ook, maar later gebeurd (later begonnen en gestopt met roken) dus
curve loopt niet parallel met mannen
· Maagcarcinoom: incidentie duidelijke daling
o Mogelijke verklaring: koelkasthypothese: verandering van bewaar- en voedingsgewoonten
Minder conservering door roken of pekelen
Verminderde opname van carcinogenen (nitraat, nitriet)
Verminderde opname van bacteriën en schimmels (aflatoxine)
f) Kanker en leeftijd
Kankerincidentie neemt exponentieel toe met de leeftijd:
• Kanker treft voornamelijk oudere personen:
- 2/3 van alle vrouwen en 3/4 van alle mannen met kanker zijn >60 jaar bij diagnose
- piek start vanaf 55j <> vanaf 75j neemt kankerincidentie ook af (weten niet waarom)
- tumoren met hoogste incidentie komen vnl. voor in oudere leeftijdscategorie
… maar kanker zeker niet alleen een probleem van oude mensen!
• Kanker bij kinderen tot de leeftijd van 14 jaar zeer zeldzaam
- maar 0,6% van alle tumoren (in BE maar 325 kinderen met nieuwe diagnose in 2006)
paradoxaal: “leken”-perceptie is dat kanker bij kinderen en ook leukemien in alle
leeftijdsgroepen een prominente epidemiologische rol spelen
- bij kinderen <14 jaar: leukemie, hersen- en niertumoren meest frequent
- bij jonge pt (adolescenten/young adults = AYA): hematologische (Hodgkin),
hersentumoren, melanomen, testis- en BMHK
• Sommige kankers onfah. van leeftijd: bijv. sarcomen
• Sommige bifasisch (puberteit + meno/andropauze): vnl. tumoren a.h.v. hormonale stimuli
Mortaliteit & leeftijd in BE:
– Kinderen en AYA (0-29 jaar): leukemie, hersen- en botkanker
– 30 jaar of ouder: borst (vrouwen) en long (mannen)
– 45 jaar of ouder: 1/3 overlijden door kanker bij mannen door longkanker, 1/5 overlijden door
kanker bij vrouwen door borstkanker
Kankermortaliteit correleert met leeftijd
2
, e) Kans op genezing van kanker
Ratio mortaliteit/incidentie in BE: (survival bij de meeste kankers = na 5jaar niet meer hervallen)
- Mannen: 15095/32508 (“survival rate” 54%)
- Vrouwen: 11552/27488 (“survival rate” 58%)
5-jaarsoverleving: prostaat: 98% = beste pancreas: 4% = slechtse
• 70% van 70j patienten hebben prostaatkanker
2. ETHIOLOGIE
a) Algemene oorzaken van kankerontwikkeling
GENETICA
• Meeste tumoren (>90%): ontstaan spontaan zonder specifieke uitlokkende factoren (sporadische
gevallen) = niet-erfelijk*
• Zeer klein aantal: gevolg van erfelijke afwijkingen (hereditaire kankersyndromen): deze
hebben wel hoog risico
* maar kanker is wel een genetische aandoening = kankercellen bevatten mutaties die de
+ driver van de ziekte zijn en de aggressiviteit bepalen
OMGEVING: lifestyle + omgevingsfactoren (carcinogene/mutagene factoren) spelen bijzonder grote rol
Multi-step carcinogenese:
• Typische tumoren ontstaan door meerdere stappen en de accumulatie van verschillende RF
• Initiatie, promotie en progressie van kanker zijn afhankelijk van diverse genetische events
(multiple hits)
b) (Co-) carcinogene factoren = oorzakelijke factoren van kanker
• Chemische carcinogenen: chemische industrie, landbouw, verkeer, lucht/ bodem/ water/ voeding
• Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
• Aromatische aminen
• Nitroso-aminen/nitrosamiden
• Carcinogene metalen (beryllium, cadmium, cobalt, nikkel, lood)
• Alkylerende carcinogenen (paradoxaal ook gebruikt als chemotherapeutica)
• …
• Fysische carcinogenen
• Biologische factoren
• Virussen
• HPV => cervixcarcinoom, P16-positieve hoofd- en hals tumor
• HBV, HCV => leverceltumoren
• EBV => nasofarynxcarcinoom, lymfomen
• HIV => Kaposi sarcoom, lymfomen
• Bacteriën: H. Pylori => maagcarcinoom
• Parasieten
• Schistosoma => blaascarcinoom
• Clonorchis sinensis => cholangiocellulair carcinoom, blaascarcinoom
• Milieufactoren
• Persoonlijke factoren
• Beroepsfactoren
opm:
- relatieve bijdrage van individuele RF moeilijk te beoordelen (multi-causaliteit kanker)
⇒ redenen waarom weinig kankergevallen als beroepsziekte aanvaard worden
- kunnen ook natuurlijke carcinogenen zijn
• Carcinogenen in de voeding (bv. nitroso-aminen)
3
Term kanker = afgeleid van Griekse carcinos of latijnse cancer betekend krab/kreeft
- Term al gebruikt door Galenus owv rode gezwollen bloedvaten rond sommige gezwellen
deed denken aan rode poten en scharen van krab
Kanker = toenemend belangrijke ziekte in moderne tijd, maar zeker geen nieuwe aandoening
- Beschrijving borstkanker op papyrus, mummies met botmetastasen, beschrijving huidkanker door
Hippocrates, bottumor bij 240 milj oude schildpad
a) Belangrijke termen
• Incidentie (eigenlijk incidence rate): aantal nieuwe diagnoses/100.000/jaar
• Prevalentie: aantal patiënten met een bepaalde aandoening op gegeven moment
• Mortaliteit (eigenlijk mortality rate): aantal overlijdens/100.000/jaar
b) Incidentie
Incidentie >14 miljoen nieuwe kankergevallen internationaal (2012)
- opm: zowel in ontwikkelingslanden als westerse landen
- opm: maar soort kanker varieert wel per land (levensverwachting en lifestyle)
- opm: ook verschillen binnen omliggende landen EU
o BE hoogste incidentie borstkanker (zeker door Belgische lifestyle maar ook soms door
verschil in rapportering), ook hoog long- en darmkanker
o BE: incidentie invasieve tumoren neemt toe
incidentie in BE:
- >1/3 mannen (35%) en >1/4 vrouwen (26%) krijgen kanker in BE
o Prostaat-, long- en darmkanker = 60% van alle tumoren bij de man
o Borst-, darm- en longkanker = 60% van alle tumoren bij de vrouw
- Risico op kanker ongeveer 37% groter bij mannen dan bij vrouwen
- België heeft in Europa één van de hoogste incidenties voor
prostaatkanker, borst- en hoofd- en halskanker bij vrouwen
c) Mortaliteit trends kennen, niet exacte cijfers
in 2012: 4,6 milj. mannen, 3,5 milj. vrouwen gestorven aan kanker
verschil tussen ontwikkelings en ontwikkelde landen
BE: 26 000 in BE per jaar
- gecorrigeerd voor leeftijd: licht dalend
- gecorrigeerd per regio: geen grote verschillen (BE te klein)
- majorkillers:
o bij mannen: long > colon > prostaat
leukemie, pancreaskanker zz maar significante bijdrage aan mortaliteit
opm: niet elke kanker met hoge incidentie heeft hoge mortaliteit en vice versa
o bij vrouwen: borst > colon > long
maar hier ook weer spelen zeldzamere kankers bel rol bij mortaliteit
1
,d) Relatie incidentie en mortaliteit
Nieuwe gevallen / doden = 8 milj / 14 milj => groot deel kan geholpen worden
opm: hoge incidentie =/= hoge mortaliteit en vice versa
- prostaatcarcinomen hoge incidentie 33% maar slechts 10% mortaliteit
- pancreascarcinomen maar 2% van nieuwe gevallen maar 5% van de mortaliteit
bij vrouw wel:
- wel borst, long en colon/rectum meest % voorkomend en meest % dodelijk
- maar BK 32% van nieuwe gevallen maar maar 16% mortaliteit = goed behandelbaar
e) Trends in kankerepidemiologie
· In ’80 piek incidentie prostaatkanker (door zeer sensitieve PSA screening) = pseudo-toename
o slechte screening door veel vals pos. (maar ook vals neg.)
· Toename incidentie borstCA (door mammografie screening) = pseudo-toename
· Bij mannen long en bronchusCA continue stijging tot ‘90 en sindsdien terug daling van mortaliteit
VS vrouwen: nogsteeds stijging mortaliteit, wel later begonnen
o Rede: meer mannen rookten
o opm: bij vrouwen ook, maar later gebeurd (later begonnen en gestopt met roken) dus
curve loopt niet parallel met mannen
· Maagcarcinoom: incidentie duidelijke daling
o Mogelijke verklaring: koelkasthypothese: verandering van bewaar- en voedingsgewoonten
Minder conservering door roken of pekelen
Verminderde opname van carcinogenen (nitraat, nitriet)
Verminderde opname van bacteriën en schimmels (aflatoxine)
f) Kanker en leeftijd
Kankerincidentie neemt exponentieel toe met de leeftijd:
• Kanker treft voornamelijk oudere personen:
- 2/3 van alle vrouwen en 3/4 van alle mannen met kanker zijn >60 jaar bij diagnose
- piek start vanaf 55j <> vanaf 75j neemt kankerincidentie ook af (weten niet waarom)
- tumoren met hoogste incidentie komen vnl. voor in oudere leeftijdscategorie
… maar kanker zeker niet alleen een probleem van oude mensen!
• Kanker bij kinderen tot de leeftijd van 14 jaar zeer zeldzaam
- maar 0,6% van alle tumoren (in BE maar 325 kinderen met nieuwe diagnose in 2006)
paradoxaal: “leken”-perceptie is dat kanker bij kinderen en ook leukemien in alle
leeftijdsgroepen een prominente epidemiologische rol spelen
- bij kinderen <14 jaar: leukemie, hersen- en niertumoren meest frequent
- bij jonge pt (adolescenten/young adults = AYA): hematologische (Hodgkin),
hersentumoren, melanomen, testis- en BMHK
• Sommige kankers onfah. van leeftijd: bijv. sarcomen
• Sommige bifasisch (puberteit + meno/andropauze): vnl. tumoren a.h.v. hormonale stimuli
Mortaliteit & leeftijd in BE:
– Kinderen en AYA (0-29 jaar): leukemie, hersen- en botkanker
– 30 jaar of ouder: borst (vrouwen) en long (mannen)
– 45 jaar of ouder: 1/3 overlijden door kanker bij mannen door longkanker, 1/5 overlijden door
kanker bij vrouwen door borstkanker
Kankermortaliteit correleert met leeftijd
2
, e) Kans op genezing van kanker
Ratio mortaliteit/incidentie in BE: (survival bij de meeste kankers = na 5jaar niet meer hervallen)
- Mannen: 15095/32508 (“survival rate” 54%)
- Vrouwen: 11552/27488 (“survival rate” 58%)
5-jaarsoverleving: prostaat: 98% = beste pancreas: 4% = slechtse
• 70% van 70j patienten hebben prostaatkanker
2. ETHIOLOGIE
a) Algemene oorzaken van kankerontwikkeling
GENETICA
• Meeste tumoren (>90%): ontstaan spontaan zonder specifieke uitlokkende factoren (sporadische
gevallen) = niet-erfelijk*
• Zeer klein aantal: gevolg van erfelijke afwijkingen (hereditaire kankersyndromen): deze
hebben wel hoog risico
* maar kanker is wel een genetische aandoening = kankercellen bevatten mutaties die de
+ driver van de ziekte zijn en de aggressiviteit bepalen
OMGEVING: lifestyle + omgevingsfactoren (carcinogene/mutagene factoren) spelen bijzonder grote rol
Multi-step carcinogenese:
• Typische tumoren ontstaan door meerdere stappen en de accumulatie van verschillende RF
• Initiatie, promotie en progressie van kanker zijn afhankelijk van diverse genetische events
(multiple hits)
b) (Co-) carcinogene factoren = oorzakelijke factoren van kanker
• Chemische carcinogenen: chemische industrie, landbouw, verkeer, lucht/ bodem/ water/ voeding
• Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
• Aromatische aminen
• Nitroso-aminen/nitrosamiden
• Carcinogene metalen (beryllium, cadmium, cobalt, nikkel, lood)
• Alkylerende carcinogenen (paradoxaal ook gebruikt als chemotherapeutica)
• …
• Fysische carcinogenen
• Biologische factoren
• Virussen
• HPV => cervixcarcinoom, P16-positieve hoofd- en hals tumor
• HBV, HCV => leverceltumoren
• EBV => nasofarynxcarcinoom, lymfomen
• HIV => Kaposi sarcoom, lymfomen
• Bacteriën: H. Pylori => maagcarcinoom
• Parasieten
• Schistosoma => blaascarcinoom
• Clonorchis sinensis => cholangiocellulair carcinoom, blaascarcinoom
• Milieufactoren
• Persoonlijke factoren
• Beroepsfactoren
opm:
- relatieve bijdrage van individuele RF moeilijk te beoordelen (multi-causaliteit kanker)
⇒ redenen waarom weinig kankergevallen als beroepsziekte aanvaard worden
- kunnen ook natuurlijke carcinogenen zijn
• Carcinogenen in de voeding (bv. nitroso-aminen)
3