DEEL 1 - DANSGESCHIEDENIS (WESTERSE THEATERDANS)
Definitie Dans:
Dans is een in tijd en ruimte geordende beweging, die als doel op
zichzelf staat.
Het is de realisering van een dansimpuls, waarvoor lichamelijke
energie wordt ingezet.
Het berust op maat, ritme en tempo.
Dans komt voort uit een emotionele of psychische impuls (Luuk
Utrecht).
Soorten Dans:
1. Dansante expressie: Zelfexpressie of symbolische expressie.
2. Drie vormen van dansante expressie (afhankelijk van de
gelegenheid):
o Gemeenschapsdans: Voor de gemeenschap, bijvoorbeeld
volksdans, etnische dans, hofdans.
o Theaterdans: Artistieke doelen, zoals ballet (academisch) en
moderne dans (niet-academisch).
o Educatieve dans: Bijvoorbeeld dansexpressie, danstherapie,
aerobe dans.
o Tussenvormen: Combinaties van de bovengenoemde
vormen.
Dans in de Oudheid:
Rituele oorsprong: Dans begon vaak als ritueel, vaak ter verering
van goden.
Spiegel van de maatschappij: Dans weerspiegelde de sociale
structuren en waarden van de tijd.
Griekenland: Theaterdans voor godenverering en Spartaanse
wapendans.
Rome: Aanvankelijk hoog gewaardeerd, maar vanaf ca. 400 n.Chr.
verval en burleske shows.
Dans in de Middeleeuwen:
, Afwijzing door de Kerk: Dans werd vaak door de Kerk afgewezen,
behalve in rituelen.
Volksdansen: Ondanks de kerkelijke afwijzing ontstonden
volksdansen.
Speelman/jongleur optredens: Dans in de vorm van
straatoptredens door jongleurs.
Renaissance:
Toernooien, wagenoptochten, banketten: Dans werd prominent
in sociale evenementen.
Commedia dell’arte: Een komisch theatergenre waarin dans ook
een rol speelde.
Basse dansen & figuurdansen: Van Italië naar Frankrijk, met
invloed op hofdans.
Hofballet:
Italiaans-Franse wortels: Het hofballet ontstond in Frankrijk en
Italië, met invloed van de Italiaanse danscultuur.
Catharina de Medici: Beschouwd als de moeder van de Westerse
danskunst.
Verhalend ballet: Het hofballet was vaak verhalend met lange
voorstellingen en enorme decors.
Lodewijk XIV: Hij herstelde het hofballet in de 17e eeuw, met een
focus op muziek, dans en mime.
Ballet van de hofcultuur: De aristocraten dansten, met acrobatie
en karakterdansen uitgevoerd door beroepsdansers.
Lully en Molière: Belangrijke componisten en toneelschrijvers van
het hofballet.
Theaters en academieën: De bouw van theaters en de oprichting
van de Koninklijke Academie voor Dans, later de Opera van Parijs.
17e Eeuw: Hofballet en de Basis van Academisch Ballet:
Beroepsdansers: In 1681 werden de eerste vrouwelijke dansers
toegelaten aan het hof.
Ballettechnieken: Basisposities en de beweging "en dehors"
werden gevormd, maar grote sprongen waren nog niet ontwikkeld.
Handelingsballet in de 18e Eeuw: