Samenvatting hoofdstuk 3 Nederland en Indonesië
Deze samenvatting gaat over de verhouding tussen Nederland en Indonesië over
400 jaar
Dit hoofdstuk omvat 4 tijdvakken
Elk tijdvak heeft zijn eigen omschrijving
We beginnen met tijdvak1: dit tijdvak gaat over de tijg van regenten en
vorsten (1600-1700)
3.0 nederland en indonesie:
Tijd van regenten en vorsten 1600-1700
Tijd van pruiken en revoluties 1700-1800
Tijd van burgers en 1800-1900
stoommachines
Tijd van de wereldoorlogen 1900-1950
VOC 1602-1799
cultuurstelsel 1830-1870
Nederland verovert geheel indie 1870-1914
Japanse bezetting 1942-1945
Politionele acties 1947-1948
soevereiniteitsoverdracht 1949
3.1 handel en kolonialisme:
In 1596 kwamen voor het eerst schepen van de republiek der zeven verenigde
Nederlanden. Ze waren geïnteresseerd in specerijen (waaronder peper) de
Houtman keerde in 1597 terug in Amsterdam. Het is belangrijk omdat vanaf toen
de handel met Indonesië op gang kwam, na de ontdekking van de rijs van de
Houtman volgde snel andere Nederlanders. Er werden compagnieën opgericht
om kostbare specerijen te halen zoals peper, kruidnagel en nootmuskaat te
halen.
In 1602 gingen alle Nederlandse compagnieën voor de handel met Azië in 1
bedrijf: de VOC dit bedrijf had het monopolie (alleenrecht) op de handel in Azië.
Ook mocht de VOC in Azië forten bouwen, oorlog voeren en gebieden veroveren
en besturen. Alle VOC schepen kregen kanonnen en soldaten mee met als doel
winst maken
Onder leiding van de gouverneur generaal jan pieterzoon Coen veroverde de VOC
in 1819 de Javaanse stad Jakarta (deze stad werd voortaan Batavia genoemd)
, Coen dwong de Molukkers om hun specerijen aan de VOC te verkopen. Toen de
Molukkers in opstand kwamen liet Coen ze vermoorden of als slaven weg laten
voeren. De VOC stichtte hier later grote landbouwbedrijven die alleen
nootmuskaat verbouwen. Op deze plantages liet de VOC slaven werken.
De VOC stichtte ook andere handelsposten op andere eilanden aan de Aziatische
kusten. vorsten werden met geweld gedwongen om zoon handelspost af te staan.
Specerijen bleven belangrijk, de VOC haalde steeds meer handelswaar uit Azië
bv. Suiker, koffie en katoen. De VOC was in de 17 e en 18e eeuw het grootste
bedrijf ter wereld. Eind 18e eeuw heerste de VOC over de Molukken en een deel
van Java, toch ging het niet goed met de voc. Na jaren van verliezen werd het in
1799 opgeheven.
In 1816 nam het koninkrijk der Nederlandste vroegere VOC kolonies over, deze
werden 1 kolonie genaamd Nederlands-Indië. Nederland vormde een koloniaal
leger, het koninklijk Nederlands-Indisch leger (KNIL) dat in 1825-1830 tijdens een
oorlog heel Java veroverde. In 1830 voerde Nederland op Java het cultuurstelsel
in (boeren werden gedwongen om voor nl producten te verbouwen. De
Nederlandse handel maatschappij kreeg het monopolie om de producten naar
Europa te vervoeren en daar te verkopen. Het cultuurstelsel bracht Nederland
rijkdom en Java juist honger en armoede. Het cultuurstelsel werd in 1870
afgeschaft.
In die tijd begon het modern imperialisme. Europese landen bouwden grote
koloniale rijken op in Afrika en Azië, Nederland deed hier niet aan mee in Afrika,
in Azië juist wel. Inheemse vorsten en edelen mochten blijven als ze met
Nederland meewerkten. Op het eiland lombok veroverde het KNIL in 1894 de
hoofdplaats Tjakra Negara, Nederlanders kende er geen genade. In het noorden
van Sumatra werd ook veel geweld gebruikt
Nederland probeerde de Indonesische bevolking welvaart en ontwikkeling te
brengen. Dit werd ethische politiek genoemd. De inheemse bevolking kreeg
onderwijs en er werd geholpen om meer rijst te verbouwen. Er werden ook
wegen, vliegvelden, spoorwegen en havens geschikt voor moderne schepen
aangelegd. Hieraan profiteerde vooral de Nederlandse ondernemers die sinds
1870 hun gang konden gaan. Hiervan is een voorbeeld de royal Dutch shell. Op
Sumatra en Borneo werd olie gevonden. Om dit uit de grond te halen werd
oliemaatschappij koninklijke olie opgericht. In 1907 vormde dit bedrijf samen met
het Britse shell een van de grootste oliebedrijven: de koninklijke shell/groep.
Indonesië werd een grote bron voor rubber, palmolie en tabak. Met de verkoop
van deze producten werd een ander bedrijf groot: Unilever
3.2 nationalisme en dekolonisatie
Deze samenvatting gaat over de verhouding tussen Nederland en Indonesië over
400 jaar
Dit hoofdstuk omvat 4 tijdvakken
Elk tijdvak heeft zijn eigen omschrijving
We beginnen met tijdvak1: dit tijdvak gaat over de tijg van regenten en
vorsten (1600-1700)
3.0 nederland en indonesie:
Tijd van regenten en vorsten 1600-1700
Tijd van pruiken en revoluties 1700-1800
Tijd van burgers en 1800-1900
stoommachines
Tijd van de wereldoorlogen 1900-1950
VOC 1602-1799
cultuurstelsel 1830-1870
Nederland verovert geheel indie 1870-1914
Japanse bezetting 1942-1945
Politionele acties 1947-1948
soevereiniteitsoverdracht 1949
3.1 handel en kolonialisme:
In 1596 kwamen voor het eerst schepen van de republiek der zeven verenigde
Nederlanden. Ze waren geïnteresseerd in specerijen (waaronder peper) de
Houtman keerde in 1597 terug in Amsterdam. Het is belangrijk omdat vanaf toen
de handel met Indonesië op gang kwam, na de ontdekking van de rijs van de
Houtman volgde snel andere Nederlanders. Er werden compagnieën opgericht
om kostbare specerijen te halen zoals peper, kruidnagel en nootmuskaat te
halen.
In 1602 gingen alle Nederlandse compagnieën voor de handel met Azië in 1
bedrijf: de VOC dit bedrijf had het monopolie (alleenrecht) op de handel in Azië.
Ook mocht de VOC in Azië forten bouwen, oorlog voeren en gebieden veroveren
en besturen. Alle VOC schepen kregen kanonnen en soldaten mee met als doel
winst maken
Onder leiding van de gouverneur generaal jan pieterzoon Coen veroverde de VOC
in 1819 de Javaanse stad Jakarta (deze stad werd voortaan Batavia genoemd)
, Coen dwong de Molukkers om hun specerijen aan de VOC te verkopen. Toen de
Molukkers in opstand kwamen liet Coen ze vermoorden of als slaven weg laten
voeren. De VOC stichtte hier later grote landbouwbedrijven die alleen
nootmuskaat verbouwen. Op deze plantages liet de VOC slaven werken.
De VOC stichtte ook andere handelsposten op andere eilanden aan de Aziatische
kusten. vorsten werden met geweld gedwongen om zoon handelspost af te staan.
Specerijen bleven belangrijk, de VOC haalde steeds meer handelswaar uit Azië
bv. Suiker, koffie en katoen. De VOC was in de 17 e en 18e eeuw het grootste
bedrijf ter wereld. Eind 18e eeuw heerste de VOC over de Molukken en een deel
van Java, toch ging het niet goed met de voc. Na jaren van verliezen werd het in
1799 opgeheven.
In 1816 nam het koninkrijk der Nederlandste vroegere VOC kolonies over, deze
werden 1 kolonie genaamd Nederlands-Indië. Nederland vormde een koloniaal
leger, het koninklijk Nederlands-Indisch leger (KNIL) dat in 1825-1830 tijdens een
oorlog heel Java veroverde. In 1830 voerde Nederland op Java het cultuurstelsel
in (boeren werden gedwongen om voor nl producten te verbouwen. De
Nederlandse handel maatschappij kreeg het monopolie om de producten naar
Europa te vervoeren en daar te verkopen. Het cultuurstelsel bracht Nederland
rijkdom en Java juist honger en armoede. Het cultuurstelsel werd in 1870
afgeschaft.
In die tijd begon het modern imperialisme. Europese landen bouwden grote
koloniale rijken op in Afrika en Azië, Nederland deed hier niet aan mee in Afrika,
in Azië juist wel. Inheemse vorsten en edelen mochten blijven als ze met
Nederland meewerkten. Op het eiland lombok veroverde het KNIL in 1894 de
hoofdplaats Tjakra Negara, Nederlanders kende er geen genade. In het noorden
van Sumatra werd ook veel geweld gebruikt
Nederland probeerde de Indonesische bevolking welvaart en ontwikkeling te
brengen. Dit werd ethische politiek genoemd. De inheemse bevolking kreeg
onderwijs en er werd geholpen om meer rijst te verbouwen. Er werden ook
wegen, vliegvelden, spoorwegen en havens geschikt voor moderne schepen
aangelegd. Hieraan profiteerde vooral de Nederlandse ondernemers die sinds
1870 hun gang konden gaan. Hiervan is een voorbeeld de royal Dutch shell. Op
Sumatra en Borneo werd olie gevonden. Om dit uit de grond te halen werd
oliemaatschappij koninklijke olie opgericht. In 1907 vormde dit bedrijf samen met
het Britse shell een van de grootste oliebedrijven: de koninklijke shell/groep.
Indonesië werd een grote bron voor rubber, palmolie en tabak. Met de verkoop
van deze producten werd een ander bedrijf groot: Unilever
3.2 nationalisme en dekolonisatie