Het jongere & oudere
schoolkind
Deel 1: Het jongere schoolkind
1. Werking van de kleuterklas met het oog op de overstap naar het eerste leerjaar
1.1. Visie
1.1.1. Ontwikkelingspsychologie; Wie is dat, die kleuter?
Binnen de ontwikkelingspsychologie kunnen we op verschillende vlakken
kijken:
- Motorisch (Grote beweeglijkheid, vlotte bewegingen, spelvormen)
- Cognitief (Veel fantasie, egocentrisch en gecentreerd denken,
irreversibel, uitbreiding van de woordenschat)
- Sociaal (Identificatie met leeftijdsgenoten, identificatie met ouders,
samenspel)
- Emotioneel (Zelfconcept en emotionele onrust)
- Moreel (Kent goed en kwaad, eigen geweten vormen, absolute normen)
1.1.2. Ontwikkelingsdoelen
We kunnen eindtermen en ontwikkelingsdoelen omschrijven als
minimumdoelen op het gebied van kennis, inzicht, attitudes en vaardigheden.
We spreken over eindtermen als het gaat over lager onderwijs,
ontwikkelingsdoelen voor kleuteronderwijs.
!! Eindtermen horen behaald te worden door de leerlingen om een
getuigschrift te halen, ontwikkelingsdoelen zijn doelen waarnaar gestreefd
moet worden in de kleuterklas maar moeten niet allemaal behaald worden
om te overstap naar lager onderwijs te maken.
(Duiden op de maximale ontwikkeling om klaar te zijn voor de overstap)
Ontwikkelingsdoelen en eindtermen zijn ingedeeld in leergebieden waaronder
specifieke doelen beschreven staan. Ook worden deze vertaald in
leerplandoelen van de verschillende onderwijsnetten. Leergebieden van
ontwikkelingsdoelen:
- Lichamelijke opvoeding
- Mens en maatschappij
- Wetenschap en techniek
- Nederlands
- Muzische vorming
- Wiskundige initiatie
1.1.3. Rijke ervaringskansen
Iedereen leert op een andere manier en heeft nood aan herhaling van
opgedane ervaringen. Daarom spreekt ZILL van rijke (verschillende en
gevarieerde manieren ervaringen worden aangeboden en herhaald)
ervaringskansen bieden bij kinderen.
,Er zijn 4 types van ervaringskansen die elkaar horen af te wisselen om zo
een krachtige en effectieve leeromgeving te creëren. Ieder van de kansen
legt een andere klemtoon in de rol die de leerkracht heeft.
Ontmoeten
Samen zijn staat centraal, in dialoog gaan, verbonden met elkaar
Kleuters leren ontwikkelen in het denken vanuit ik-niveau naar jij- en wij-
niveau
Onderwerpen voor de gesprekken komen uit de leef- en belevingswereld
Bijvoorbeeld: kringmomenten, bewegingsmomenten, fruit- en
koekmoment, bewonderen van ieders werk, …
Ontmoeten is niet vrijblijvend, ontmoetingsmomenten moeten voldoen aan
criteria:
- Je hebt een ontmoetende leerkrachtstijl
- Je focust op het socio-emotionele, kleuter moet zich goed voelen
- Je creëert een sfeer van samenhorigheid
- Je blikt terug en vooruit op wat komen gaat en prikkelt de
nieuwsgierigheid
Geleid spelen en leren
Leerkracht neemt het voortouw, wordt gestuurd waar de kleuters al
spelend leren
Leerkracht biedt nieuwe leerinhouden aan, gericht gewerkt aan
ontwikkelingsdoel
Leerkracht heeft verloop uitgedacht waardoor we spreken van geleide
activiteit
Kan zowel in kleine groepen als klassikaal
Bijvoorbeeld: waarnemingsactiviteit, hoeveelheden vergelijken, verhaal
schrijven, rijm- en ritmespelletjes, bewegingsactiviteit rond evenwicht, …
Voorwaarden om geleid spelen en leren zinvol aan te bieden zijn:
- Specifieke voortzetting van de spelactiviteiten
- Er wordt gericht gewerkt aan één of meerdere doelen
- Activiteit sluit aan bij de interesse, mogelijkheden en leefwereld van de
kleuters
- De focus ligt op het handelen, al spelenderwijs leren
Begeleid exploreren en beleven
Omgeving creëren waarin de kleuters actief kunnen exploreren en
beleven
In vertrouwde leefwereld of net buiten de comfortzone
Een samenspel van input van kleuters én leerkracht
Leerkracht begeleidt de kleuters in hun ontwikkeling, maar zal niet het
spel sturen
Bijvoorbeeld: het exploreren met materialen in de water- en zandtafel,
boodschappen doen in de winkelhoek a.d.h.v. boodschappenlijstje,
rijmdomino, …
Begeleid exploreren en beleven moet worden voldaan aan voorwaarden:
- Echte werkelijkheid komt aan bod, sluit aan bij leefwereld
, - Mogelijkheid tot speels, gevarieerd en actief ontdekken
- Kansen tot uitdrukken van gevoelens bij de beleving
- Reflecteren over de waarden die de beleving oproept
- Activiteit nodigt uit tot verdere exploratie
Zelfstandig spelen en leren
Kleuters kiezen volledig zelf het spelverloop
Leerkracht bepaalt vaak met welk materiaal of in welke hoek, kan ook
anders zijn
Creëren van een krachtige speel- en leeromgeving
Aanmoedigen van de kleuters om hun eigen keuzes en plannen voorop
te stellen
Leerkracht speelt mee en gaat mee in de fantasie van de kleuters
Stimulerende tussenkomsten zonder het spel te leiden of sturen
Bijvoorbeeld: poppenhoek, verkleedkoffer, boekenhoek, knutselhoek, …
Zelfstandig spelen en leren moet aan volgende voorwaarden voldoen:
- Voldoende aanbod van uitdagend en veilig materiaal
- Spelmateriaal biedt rijke ontwikkelingskansen
- Nieuwe spelkansen worden gecreëerd door regelmatig nieuw materiaal
Begeleid exploreren en beleven Geleid spelen en leren
Kern: veelzijdig en actief ontdekken Kern: gestuurd spelen
van de werkelijkheid Verloop: door leerkracht bepaald
Verloop: inbreng kleuters en
leerkracht
Ontmoeten Zelfstandig spelen en leren
Kern: actief beleven en samenzijn Kern: vrij spelen en leren
Verloop: inbreng kleuters en Verloop: door kleuters bepaald
leerkracht
1.1.4. Ervaringsgericht onderwijs
Eén van de belangrijkste fundamenten van het kleuteronderwijs is
ervaringsgerichtheid. De grondlegger is Ferre Laevers, hij stelt dat
onderwijs zich moet focussen op het proces dat zich in de kinderen en in de
groep afspeelt en niet op het product.
Ervaringsonderwijs wordt daarom ook procesgericht onderwijs genoemd.
, Nood aan een ontmoetende leerkrachtstijl:
- Onvoorwaardelijke acceptatie van het kind, niet van het gedrag
- Authentiek gedrag van de leerkracht, geen rolletjes spelen
- Sensitief en responsief handelen = gevoelig voor signalen die
leerlingen aan mij geven, empathisch zijn (sensitief), gepast reageren
op de situatie (responsief)
Het fundament
= ervaringsgerichtheid als houding van de leerkracht
Die ervaringsgerichte instelling is een wijze van kijken naar zichzelf en
naar kinderen. Men tracht zo een levendig mogelijke voorstelling te maken
van wat zich bij het kind innerlijk afspeelt, wat hij/zij innerlijk meemaakt, …
Zo kan de leerkracht een ervaringsconstructie maken van wat een kind
ervaart doormaakt. Dit alles vraagt van de leerkracht een gave van
sensitiviteit, empathie en actief luisteren.
Ervaring? Ervaring is iets concreets, dat men via introspectie tastbaar kan
maken. Men kan bewust de aandacht richten op de eigen ervaringsstroom en
hem op de voorgrond halen. De ervaringsstroom bevat positieve en
negatieve gevoelens en alles wat tot kennen behoort.
Ervaring is een gegevenheid: wat bepaalde woorden of gebeurtenissen in je
oproepen, heb je niet volledig in de hand, het gebeurt aan je.
3 praktijkprincipes
Het ervaringsgericht onderwijs heeft 3 praktijkprincipes:
1. Ervaringsgerichte dialogen: het ervaringsgericht onderwijs wil het
verlies van contact met zichzelf, vervreemding van zichzelf voorkomen.
Het streeft naar volfunctioneren als voorwaarde voor positieve sociale
relaties.
2. Vrij initiatief: Kinderen bezitten een exploratiedrang en zin voor
initiatief. Vanuit een geloof in de mogelijkheden van het kind laat het
ervaringsgericht onderwijs hen tot actie overgaan. Vrij kleuterinitiatief
als werkvorm komt tegemoet aan de exploratiedrang van kinderen en
stimuleert hun zelfsturing.
schoolkind
Deel 1: Het jongere schoolkind
1. Werking van de kleuterklas met het oog op de overstap naar het eerste leerjaar
1.1. Visie
1.1.1. Ontwikkelingspsychologie; Wie is dat, die kleuter?
Binnen de ontwikkelingspsychologie kunnen we op verschillende vlakken
kijken:
- Motorisch (Grote beweeglijkheid, vlotte bewegingen, spelvormen)
- Cognitief (Veel fantasie, egocentrisch en gecentreerd denken,
irreversibel, uitbreiding van de woordenschat)
- Sociaal (Identificatie met leeftijdsgenoten, identificatie met ouders,
samenspel)
- Emotioneel (Zelfconcept en emotionele onrust)
- Moreel (Kent goed en kwaad, eigen geweten vormen, absolute normen)
1.1.2. Ontwikkelingsdoelen
We kunnen eindtermen en ontwikkelingsdoelen omschrijven als
minimumdoelen op het gebied van kennis, inzicht, attitudes en vaardigheden.
We spreken over eindtermen als het gaat over lager onderwijs,
ontwikkelingsdoelen voor kleuteronderwijs.
!! Eindtermen horen behaald te worden door de leerlingen om een
getuigschrift te halen, ontwikkelingsdoelen zijn doelen waarnaar gestreefd
moet worden in de kleuterklas maar moeten niet allemaal behaald worden
om te overstap naar lager onderwijs te maken.
(Duiden op de maximale ontwikkeling om klaar te zijn voor de overstap)
Ontwikkelingsdoelen en eindtermen zijn ingedeeld in leergebieden waaronder
specifieke doelen beschreven staan. Ook worden deze vertaald in
leerplandoelen van de verschillende onderwijsnetten. Leergebieden van
ontwikkelingsdoelen:
- Lichamelijke opvoeding
- Mens en maatschappij
- Wetenschap en techniek
- Nederlands
- Muzische vorming
- Wiskundige initiatie
1.1.3. Rijke ervaringskansen
Iedereen leert op een andere manier en heeft nood aan herhaling van
opgedane ervaringen. Daarom spreekt ZILL van rijke (verschillende en
gevarieerde manieren ervaringen worden aangeboden en herhaald)
ervaringskansen bieden bij kinderen.
,Er zijn 4 types van ervaringskansen die elkaar horen af te wisselen om zo
een krachtige en effectieve leeromgeving te creëren. Ieder van de kansen
legt een andere klemtoon in de rol die de leerkracht heeft.
Ontmoeten
Samen zijn staat centraal, in dialoog gaan, verbonden met elkaar
Kleuters leren ontwikkelen in het denken vanuit ik-niveau naar jij- en wij-
niveau
Onderwerpen voor de gesprekken komen uit de leef- en belevingswereld
Bijvoorbeeld: kringmomenten, bewegingsmomenten, fruit- en
koekmoment, bewonderen van ieders werk, …
Ontmoeten is niet vrijblijvend, ontmoetingsmomenten moeten voldoen aan
criteria:
- Je hebt een ontmoetende leerkrachtstijl
- Je focust op het socio-emotionele, kleuter moet zich goed voelen
- Je creëert een sfeer van samenhorigheid
- Je blikt terug en vooruit op wat komen gaat en prikkelt de
nieuwsgierigheid
Geleid spelen en leren
Leerkracht neemt het voortouw, wordt gestuurd waar de kleuters al
spelend leren
Leerkracht biedt nieuwe leerinhouden aan, gericht gewerkt aan
ontwikkelingsdoel
Leerkracht heeft verloop uitgedacht waardoor we spreken van geleide
activiteit
Kan zowel in kleine groepen als klassikaal
Bijvoorbeeld: waarnemingsactiviteit, hoeveelheden vergelijken, verhaal
schrijven, rijm- en ritmespelletjes, bewegingsactiviteit rond evenwicht, …
Voorwaarden om geleid spelen en leren zinvol aan te bieden zijn:
- Specifieke voortzetting van de spelactiviteiten
- Er wordt gericht gewerkt aan één of meerdere doelen
- Activiteit sluit aan bij de interesse, mogelijkheden en leefwereld van de
kleuters
- De focus ligt op het handelen, al spelenderwijs leren
Begeleid exploreren en beleven
Omgeving creëren waarin de kleuters actief kunnen exploreren en
beleven
In vertrouwde leefwereld of net buiten de comfortzone
Een samenspel van input van kleuters én leerkracht
Leerkracht begeleidt de kleuters in hun ontwikkeling, maar zal niet het
spel sturen
Bijvoorbeeld: het exploreren met materialen in de water- en zandtafel,
boodschappen doen in de winkelhoek a.d.h.v. boodschappenlijstje,
rijmdomino, …
Begeleid exploreren en beleven moet worden voldaan aan voorwaarden:
- Echte werkelijkheid komt aan bod, sluit aan bij leefwereld
, - Mogelijkheid tot speels, gevarieerd en actief ontdekken
- Kansen tot uitdrukken van gevoelens bij de beleving
- Reflecteren over de waarden die de beleving oproept
- Activiteit nodigt uit tot verdere exploratie
Zelfstandig spelen en leren
Kleuters kiezen volledig zelf het spelverloop
Leerkracht bepaalt vaak met welk materiaal of in welke hoek, kan ook
anders zijn
Creëren van een krachtige speel- en leeromgeving
Aanmoedigen van de kleuters om hun eigen keuzes en plannen voorop
te stellen
Leerkracht speelt mee en gaat mee in de fantasie van de kleuters
Stimulerende tussenkomsten zonder het spel te leiden of sturen
Bijvoorbeeld: poppenhoek, verkleedkoffer, boekenhoek, knutselhoek, …
Zelfstandig spelen en leren moet aan volgende voorwaarden voldoen:
- Voldoende aanbod van uitdagend en veilig materiaal
- Spelmateriaal biedt rijke ontwikkelingskansen
- Nieuwe spelkansen worden gecreëerd door regelmatig nieuw materiaal
Begeleid exploreren en beleven Geleid spelen en leren
Kern: veelzijdig en actief ontdekken Kern: gestuurd spelen
van de werkelijkheid Verloop: door leerkracht bepaald
Verloop: inbreng kleuters en
leerkracht
Ontmoeten Zelfstandig spelen en leren
Kern: actief beleven en samenzijn Kern: vrij spelen en leren
Verloop: inbreng kleuters en Verloop: door kleuters bepaald
leerkracht
1.1.4. Ervaringsgericht onderwijs
Eén van de belangrijkste fundamenten van het kleuteronderwijs is
ervaringsgerichtheid. De grondlegger is Ferre Laevers, hij stelt dat
onderwijs zich moet focussen op het proces dat zich in de kinderen en in de
groep afspeelt en niet op het product.
Ervaringsonderwijs wordt daarom ook procesgericht onderwijs genoemd.
, Nood aan een ontmoetende leerkrachtstijl:
- Onvoorwaardelijke acceptatie van het kind, niet van het gedrag
- Authentiek gedrag van de leerkracht, geen rolletjes spelen
- Sensitief en responsief handelen = gevoelig voor signalen die
leerlingen aan mij geven, empathisch zijn (sensitief), gepast reageren
op de situatie (responsief)
Het fundament
= ervaringsgerichtheid als houding van de leerkracht
Die ervaringsgerichte instelling is een wijze van kijken naar zichzelf en
naar kinderen. Men tracht zo een levendig mogelijke voorstelling te maken
van wat zich bij het kind innerlijk afspeelt, wat hij/zij innerlijk meemaakt, …
Zo kan de leerkracht een ervaringsconstructie maken van wat een kind
ervaart doormaakt. Dit alles vraagt van de leerkracht een gave van
sensitiviteit, empathie en actief luisteren.
Ervaring? Ervaring is iets concreets, dat men via introspectie tastbaar kan
maken. Men kan bewust de aandacht richten op de eigen ervaringsstroom en
hem op de voorgrond halen. De ervaringsstroom bevat positieve en
negatieve gevoelens en alles wat tot kennen behoort.
Ervaring is een gegevenheid: wat bepaalde woorden of gebeurtenissen in je
oproepen, heb je niet volledig in de hand, het gebeurt aan je.
3 praktijkprincipes
Het ervaringsgericht onderwijs heeft 3 praktijkprincipes:
1. Ervaringsgerichte dialogen: het ervaringsgericht onderwijs wil het
verlies van contact met zichzelf, vervreemding van zichzelf voorkomen.
Het streeft naar volfunctioneren als voorwaarde voor positieve sociale
relaties.
2. Vrij initiatief: Kinderen bezitten een exploratiedrang en zin voor
initiatief. Vanuit een geloof in de mogelijkheden van het kind laat het
ervaringsgericht onderwijs hen tot actie overgaan. Vrij kleuterinitiatief
als werkvorm komt tegemoet aan de exploratiedrang van kinderen en
stimuleert hun zelfsturing.