Hoofdstuk 3:
De Middellandse zee ligt op een convergerende plaatgrens. De Afrikaanse plaat beweegt
naar de Euraziatische plaat toe. De Afrikaanse plaat schuift niet perfect in de Euraziatische
plaat. Hierdoor schuift deze weg en ontstaat er rekkracht. Door deze rek is de Middenlandse
zee, en voornamelijk de Tyrrheense zee (links Italië) ontstaan. Ook is zo de microplaat
Apulische plaats ontstaan vanuit de Afrikaanse plaats. Door afwisseling van convergentie en
divergentie zijn er nog meer mini oceanen ontstaan zoals de Tyrrheense zee. Als deze weer
worden dichtgedrukt, ontstaan jonge Alpiene gebergte. De egeïsche zee is ook een door rek
verzakt gebied. De bergtoppen steken hier nog boven de zee uit (Griekse eilanden). De
Egeïsche plaat (Griekenland) en Anatolische plaat (Turkije) zijn twee microplaten die beide
bewegen langs de Noord-Anatolische breuk (langste transforme breuk).
Bij Spanje en Portugal ligt de Iberische plaat, het scharnierpunt van Afrika en Europa.
Hierdoor gaat het gebergte in Spanje alle kanten op. De Alpenijen bestaan voornamelijk uit
sedimentgesteente. De Santorini is de beroemdste vulkaan van de subductie tussen Europa
en Afrika. De Etna is een bijzondere vulkaan, het is een zeer actieve maar effusieve vulkaan
op een convergerende plaatgrens. Door de rekspanning kan magma omhoog komen.
Doordat Afrika tegen de klok in een draaiende beweging maakt, is de kans op aardbevingen
in het oostelijke deel (Italië, Griekenland, Turkije) het grootst. In Italië ontstaan aardbevingen
door subductie, hierbij ligt het hypocentrum vaak ondiep (gevaarlijk). In Turkije ontstaan
aardbevingen door transforme bewegingen. Ook naschokken (door nieuwe scheuren / niet in
een keer alle spanning weg) kan zorgen voor veel schade doordat gebouwen al zwak zijn.
De vulkanen in de Middellandse Zee worden veroorzaakt door subductie. Hierdoor ontstaan
er explosieve stratovulkanen. Oceanische korst en sediment smelt en hoopt zich op in de
magmakamer. Hier ontstaat een stroperig mengsel dat pas uitbarst onder hoge druk. Er
worden caldera’s gevormd zodra een vulkaanuitbarsting, na een eruptie, instort.
De gevolgen van natuurrampen kunnen worden verkleind door goed hazard management.
Vaak bestaat dit uit bouwvoorschriften (schokbestendig bouwen) en het verstevigen van
gebouwen. Ook een goed evacuatieplan is belangrijk, veel mensen wonen namelijk in de
buurt van een vulkaan vanwege de vruchtbare grond die ontstaat door lava.
Rond de Middellandse zee heerst een Cs klimaat. Met warme mediterrane zomers en
vochtige winters met een hoge intensiteit (stortbuien) en variabiliteit (stortbuien) en
variabiliteit (per jaar maar ook over de jaren heen). Ook de verschillen tussen de landen zijn
groot, dit komt door de loef en lijzijde.
In het Middellandse Zeegebied is een subtropische landschapszone met een mediterrane
vegetatie. Veel plantensoorten zijn het hele jaar groen door de vorstvrije winters. Door de
warme droge zomers zijn veel bladeren klein, naaldvormig en leerachtig en hebben planten
langere wortels. Veel planten hebben stekels tegen schapen en zijn brandbestendig. Men
gaat ervan uit dat er vroeger wel bossen zijn, maar zich niet goed meer kunnen herstellen.
Niet alleen de neerslag bepaalt de woestijnachtige situatie, maar ook de ondergrond. Op
veel plaatsen liggen sediment pakketten die bestaan uit niet-versteende klei of zandlagen.
Op steile hellingen ligt dit materiaal soms los. Hierdoor ontstaan badlands, sterk
De Middellandse zee ligt op een convergerende plaatgrens. De Afrikaanse plaat beweegt
naar de Euraziatische plaat toe. De Afrikaanse plaat schuift niet perfect in de Euraziatische
plaat. Hierdoor schuift deze weg en ontstaat er rekkracht. Door deze rek is de Middenlandse
zee, en voornamelijk de Tyrrheense zee (links Italië) ontstaan. Ook is zo de microplaat
Apulische plaats ontstaan vanuit de Afrikaanse plaats. Door afwisseling van convergentie en
divergentie zijn er nog meer mini oceanen ontstaan zoals de Tyrrheense zee. Als deze weer
worden dichtgedrukt, ontstaan jonge Alpiene gebergte. De egeïsche zee is ook een door rek
verzakt gebied. De bergtoppen steken hier nog boven de zee uit (Griekse eilanden). De
Egeïsche plaat (Griekenland) en Anatolische plaat (Turkije) zijn twee microplaten die beide
bewegen langs de Noord-Anatolische breuk (langste transforme breuk).
Bij Spanje en Portugal ligt de Iberische plaat, het scharnierpunt van Afrika en Europa.
Hierdoor gaat het gebergte in Spanje alle kanten op. De Alpenijen bestaan voornamelijk uit
sedimentgesteente. De Santorini is de beroemdste vulkaan van de subductie tussen Europa
en Afrika. De Etna is een bijzondere vulkaan, het is een zeer actieve maar effusieve vulkaan
op een convergerende plaatgrens. Door de rekspanning kan magma omhoog komen.
Doordat Afrika tegen de klok in een draaiende beweging maakt, is de kans op aardbevingen
in het oostelijke deel (Italië, Griekenland, Turkije) het grootst. In Italië ontstaan aardbevingen
door subductie, hierbij ligt het hypocentrum vaak ondiep (gevaarlijk). In Turkije ontstaan
aardbevingen door transforme bewegingen. Ook naschokken (door nieuwe scheuren / niet in
een keer alle spanning weg) kan zorgen voor veel schade doordat gebouwen al zwak zijn.
De vulkanen in de Middellandse Zee worden veroorzaakt door subductie. Hierdoor ontstaan
er explosieve stratovulkanen. Oceanische korst en sediment smelt en hoopt zich op in de
magmakamer. Hier ontstaat een stroperig mengsel dat pas uitbarst onder hoge druk. Er
worden caldera’s gevormd zodra een vulkaanuitbarsting, na een eruptie, instort.
De gevolgen van natuurrampen kunnen worden verkleind door goed hazard management.
Vaak bestaat dit uit bouwvoorschriften (schokbestendig bouwen) en het verstevigen van
gebouwen. Ook een goed evacuatieplan is belangrijk, veel mensen wonen namelijk in de
buurt van een vulkaan vanwege de vruchtbare grond die ontstaat door lava.
Rond de Middellandse zee heerst een Cs klimaat. Met warme mediterrane zomers en
vochtige winters met een hoge intensiteit (stortbuien) en variabiliteit (stortbuien) en
variabiliteit (per jaar maar ook over de jaren heen). Ook de verschillen tussen de landen zijn
groot, dit komt door de loef en lijzijde.
In het Middellandse Zeegebied is een subtropische landschapszone met een mediterrane
vegetatie. Veel plantensoorten zijn het hele jaar groen door de vorstvrije winters. Door de
warme droge zomers zijn veel bladeren klein, naaldvormig en leerachtig en hebben planten
langere wortels. Veel planten hebben stekels tegen schapen en zijn brandbestendig. Men
gaat ervan uit dat er vroeger wel bossen zijn, maar zich niet goed meer kunnen herstellen.
Niet alleen de neerslag bepaalt de woestijnachtige situatie, maar ook de ondergrond. Op
veel plaatsen liggen sediment pakketten die bestaan uit niet-versteende klei of zandlagen.
Op steile hellingen ligt dit materiaal soms los. Hierdoor ontstaan badlands, sterk