Psychopathologie
Week 1: stromingen en classificatie
Humanistische psychologie
Psychische problematiek = blokkade zelfactualisatie
- leven van een persoon is niet ingericht zodat unieke talenten en behoeften
toegepast worden. De persoon is de vaas en de maatschappij is de mal. Past de
vaas niet in de mal, moet de vaas opzoek naar een mal die beter past.
Doel humanistische therapie:
- Wat geeft je energie, talenten, wensen, behoeften
- Komt huidige invulling leven overeen met je energie, talenten, wensen,
behoeften?
- Pas het aan door je hart te volgen, innerlijk kompas
Als therapeut ga je de client ondersteunen in de zoektocht naar wie de
client is.
Experientele vermijding = contact met eigen gevoelens/gedachten/gedrag
verbreken omdat deze te pijnlijk of storend zijn
alternatief is acceptatie = bereidheid om dingen te doen waarbij nare
gevoelens/gedachten je metgezel kunnen zijn. Dingen doen waar je gelukkig van
wordt, met de acceptatie dat er nare gevoelens/gedachten kunnen zijn.
Cognitieve psychologie
Kern cognitieve psychologie
- psychische stoornissen worden gevormd door de opvattingen over
gebeurtenissen die plaats vinden in je dagelijks leven
de spin is niet eng. De spin is voor iedereen hetzelfde. De gedachten die je
hebt bij de spin is voor iedereen anders.
ABC-benadering
a. Actieve gebeurtenis. Wat is de gebeurtenis? Dit is altijd neutraal
b. Beliefs. Opvattingen over gebeurtenis. Hoe denk je over A?
c. Consequenties. Wat is je gedrag na de gedachten? Hoe uiten de
opvattingen zich.
Denkfouten = onjuiste opvattingen over gebeurtenissen die leiden tot psychische
problematiek.
- absoluut denken (zwart/wit denken)
- overgeneralisatie
- uitvergroten/doemdenken
vormen van catastroferen denkfouten.
Internaliserende problematiek = stress slaat naar binnen. Ervaring angst,
neerslachtigheid, onrust.
, Externaliserende problematiek = stress slaat naar buiten. Afreageren naar
buiten. Bv drugs gebruiken, sneller kwaad/woedend. Omgeving heeft meer last
van de stress dan de persoon zelf.
Inhoudelijke denkstoornissen = zowel de manier van denken als de inhoud van
denken is gestoord. (periode 4). Contact met de realiteit is verstoord.
Diathese – stress model
Biologische kwetsbaarheid + stressor = psychische stoornis
1. Genen (DNA) bepalen ‘risico’ op een stoornis
2. Stress ontketend de stoornis
Hoe groter de kwetsbaarheid (1) hoe minder stress (2) nodig is om de
stoornis te ontketenen (3)
Classificatie van psychische stoornissen
1. Groeperen van de psychische klachten
2. Belemmering in het dagelijks leven
3. Tijdsduur
Deze 3 punten worden vastgesteld en bijgesteld per stoornis door
wetenschappers.
Het gaat niet alleen om een lijstje met klachten, maar ook hoe erg het
functioneren in het dagelijkse leven belemmerd wordt, en hoe lang deze
aanhouden.
Classificatie volgens de DSM
DSM = diagnostic statistical manual of mental disorders
Doelstellingen DSM:
- Eenduidigheid over psychische stoornissen
- Betrouwbaar kunnen classificeren
- Hulpverleners een taal laten spreken
- Verschil tussen normaal en abnormaal gedrag
DSM 5 vergeleken met DSM IV:
- Meer beschrijvend
- Client specifiek
- Beschrijft beter de zorgbehoefte van de client
Niet meer zwart/wit (je hebt wel/geen stoornis)
Beperkingen van classificatie
Classificatie blijft een lijst met klachten
Onduidelijk blijft:
- Ernst van de klachten
- Situaties
- Omgang met klachten
- Aangrijpingspunten voor behandeling/begeleiding
Individuele verhaal wordt niet duidelijk a.d.h.v. classificatie
Week 1: stromingen en classificatie
Humanistische psychologie
Psychische problematiek = blokkade zelfactualisatie
- leven van een persoon is niet ingericht zodat unieke talenten en behoeften
toegepast worden. De persoon is de vaas en de maatschappij is de mal. Past de
vaas niet in de mal, moet de vaas opzoek naar een mal die beter past.
Doel humanistische therapie:
- Wat geeft je energie, talenten, wensen, behoeften
- Komt huidige invulling leven overeen met je energie, talenten, wensen,
behoeften?
- Pas het aan door je hart te volgen, innerlijk kompas
Als therapeut ga je de client ondersteunen in de zoektocht naar wie de
client is.
Experientele vermijding = contact met eigen gevoelens/gedachten/gedrag
verbreken omdat deze te pijnlijk of storend zijn
alternatief is acceptatie = bereidheid om dingen te doen waarbij nare
gevoelens/gedachten je metgezel kunnen zijn. Dingen doen waar je gelukkig van
wordt, met de acceptatie dat er nare gevoelens/gedachten kunnen zijn.
Cognitieve psychologie
Kern cognitieve psychologie
- psychische stoornissen worden gevormd door de opvattingen over
gebeurtenissen die plaats vinden in je dagelijks leven
de spin is niet eng. De spin is voor iedereen hetzelfde. De gedachten die je
hebt bij de spin is voor iedereen anders.
ABC-benadering
a. Actieve gebeurtenis. Wat is de gebeurtenis? Dit is altijd neutraal
b. Beliefs. Opvattingen over gebeurtenis. Hoe denk je over A?
c. Consequenties. Wat is je gedrag na de gedachten? Hoe uiten de
opvattingen zich.
Denkfouten = onjuiste opvattingen over gebeurtenissen die leiden tot psychische
problematiek.
- absoluut denken (zwart/wit denken)
- overgeneralisatie
- uitvergroten/doemdenken
vormen van catastroferen denkfouten.
Internaliserende problematiek = stress slaat naar binnen. Ervaring angst,
neerslachtigheid, onrust.
, Externaliserende problematiek = stress slaat naar buiten. Afreageren naar
buiten. Bv drugs gebruiken, sneller kwaad/woedend. Omgeving heeft meer last
van de stress dan de persoon zelf.
Inhoudelijke denkstoornissen = zowel de manier van denken als de inhoud van
denken is gestoord. (periode 4). Contact met de realiteit is verstoord.
Diathese – stress model
Biologische kwetsbaarheid + stressor = psychische stoornis
1. Genen (DNA) bepalen ‘risico’ op een stoornis
2. Stress ontketend de stoornis
Hoe groter de kwetsbaarheid (1) hoe minder stress (2) nodig is om de
stoornis te ontketenen (3)
Classificatie van psychische stoornissen
1. Groeperen van de psychische klachten
2. Belemmering in het dagelijks leven
3. Tijdsduur
Deze 3 punten worden vastgesteld en bijgesteld per stoornis door
wetenschappers.
Het gaat niet alleen om een lijstje met klachten, maar ook hoe erg het
functioneren in het dagelijkse leven belemmerd wordt, en hoe lang deze
aanhouden.
Classificatie volgens de DSM
DSM = diagnostic statistical manual of mental disorders
Doelstellingen DSM:
- Eenduidigheid over psychische stoornissen
- Betrouwbaar kunnen classificeren
- Hulpverleners een taal laten spreken
- Verschil tussen normaal en abnormaal gedrag
DSM 5 vergeleken met DSM IV:
- Meer beschrijvend
- Client specifiek
- Beschrijft beter de zorgbehoefte van de client
Niet meer zwart/wit (je hebt wel/geen stoornis)
Beperkingen van classificatie
Classificatie blijft een lijst met klachten
Onduidelijk blijft:
- Ernst van de klachten
- Situaties
- Omgang met klachten
- Aangrijpingspunten voor behandeling/begeleiding
Individuele verhaal wordt niet duidelijk a.d.h.v. classificatie