1.1 De kandidaat stelt in een situatie vast of het strafrecht van toepassing is.
Begrip:
Strafrecht
Rechtsgebied waarin verboden gedragingen worden omschreven die door politie
en justitie kunnen worden opgespoord, zodat de rechter zich kan uitspreken over
de schuld van de verdachten en hun zo nodig een straf kan opleggen.
Les notities:
Strafecht !1.9!
= overtreding van de verboden kan leiden tot een straf.
*Als je iets overtreed dat met bestuursrecht te maken heeft dan is het geen
strafrecht.
Doel: veiligheid bieden aan burgers (handhaven van de rechtsorde)
Art. 1 SR Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan
voorafgegane strafbepaling.
*Dus alleen als het in de wet staat
Boek notities:
Het strafrecht omvat verboden gedragingen zoals diefstal, moord, verkrachting,
etc. De politie onderzoekt vermoedelijke strafbare feiten en brengt de zaak voor
de rechter, die de schuld van de verdachte bepaalt en een straf oplegt.
Het strafrecht omschrijft:
de verboden gedragingen
de bevoegdheden van politie en justitie
de gang van zaken tijdens de rechtszaak
de straffen en maatregelen die kunnen worden opgelegd
Het bijzondere aan het strafrecht
Het strafrecht bevat verboden en geboden waarop straf staat bij niet-
naleving, in tegenstelling tot andere wetgevingen zoals het Burgerlijk
Wetboek.
Deze strafbepalingen zijn specifieke regels met een straf voor overtreders.
Het strafrecht omvat een opsporingsapparaat, zoals de politie, die handelt
bij vermoedens van strafbare feiten.
De rechter beslist over de schuld van de verdachte en legt indien nodig
een straf op.
In tegenstelling tot bepalingen in het Burgerlijk Wetboek, waarbij
overtredingen niet automatisch tot straf leiden, kunnen overtredingen van
het strafrecht resulteren in gevangenisstraffen, zoals bij diefstal volgens
artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Wanneer een strafbepaling
Het strafrecht bevat verboden die gedragingen omvatten die een
bedreiging vormen voor de rechtsorde en de samenleving.
Gedragingen zoals diefstal, vernieling, doodslag en mishandeling worden
beschouwd als bedreigingen voor de rechtsorde en zijn daarom
opgenomen als strafbepalingen in het strafrecht.
Deze strafbepalingen zijn algemeen bekend, en het publiek is zich ervan
bewust dat er straffen op staan en dat politie en justitie kunnen optreden.
Aan de andere kant worden niet alle gedragingen die verplichtingen
betreffen, zoals de betaling van de koopsom of het zorgen voor goede
1
, woonruimte, opgenomen als strafbepalingen in het strafrecht. Dit komt
omdat het niet naleven van deze verplichtingen niet direct als een
bedreiging voor de rechtsorde wordt beschouwd.
Het doel van het strafrecht is om de rechtsorde te beschermen, wat
verwijst naar de veiligheid en rust in de samenleving.
1.2 De kandidaat beschrijft de reikwijdte van het strafrecht (strafrechtelijk legaliteitsbeginsel,
territorialiteitsbeginsel en personaliteitsbeginsel).
Begrip:
Legaliteitsbeginsel
De bepaling van art. 1 Sr en van art. 16 Gw dat geen feit strafbaar is dan uit
kracht van een daaraan voorafgegane strafbepaling.
Personaliteitsbeginsel
Het personaliteitsbeginsel, ook wel het nationaliteitsbeginsel genoemd, houdt in
dat een staat zijn strafwetgeving kan toepassen op zijn eigen onderdanen,
ongeacht waar de strafbare feiten zijn gepleegd.
Territorialiteitsbeginsel
Het uitgangspunt dat de Nederlandse strafwet van toepassing is op iedereen die
op Nederlands grondgebied een strafbaar feit pleegt.
Les notities:
Voor wie geldt het strafrecht? !1.9!
Territorialiteitsbeginsel + aan boord van Nederlandse schepen en
vliegtuigen.
Nederlanderschap (het nationaliteitsbeginsel) in de rest van de wereld
geldt voor jou ook het Nederlandse strafrecht.
Universaliteitsbeginsel bijv. een niet Nederlander met een strafbaar feit
kan ook hier daarvoor opgepakt worden.
Boek notities:
Strafbaarstelling alleen bij wet
Gedragingen kunnen niet op grond van gewoonte of op grond van ongeschreven
recht strafbaar zijn. Dit betekent dat de rechter iemand alleen kan veroordelen
als hij in een wetboek kan aanwijzen waar het gedrag van de verdachte strafbaar
is gesteld. De rechter heeft niet de vrijheid om de strafbepaling een beetje op te
rekken of uit te breiden.
Het legaliteitsbeginsel bepaalt onder andere dat strafbaarstelling alleen
mogelijk is bij wet. Met het begrip wet bedoelt art. 1 Sr alle regelingen die
we hiervoor hebben genoemd, dus niet alleen het Wetboek van Strafrecht
en het Wetboek van Strafvordering, maar ook bijzondere wetten, algemene
maatregelen van bestuur en verordeningen van ‘lagere’ overheden.
2
,1.3 De kandidaat beschrijft de doelen van het strafrecht (vergelding, preventie, resocialisatie,
voorkomen van eigenrichting).
Begrip:
Preventie
Het voorkomen dat opnieuw strafbare feiten worden gepleegd.
Les notities:
Doel van straffen:
1. Voorkomen van eigenrichting (dat mensen hun eigen recht gaan halen)
2. Preventie (voorkomen)
Speciale preventie (als je een boete krijgt bij te hard rijden of als je in de
gevangenis komt dan blijf je daarna even braaf)
Generale preventie (omdat er straf is, ga je het niet doen)
3. Resocialisatie (iemand opnieuw opvoeden, wat kan wel/wat kan niet
(normen en waarden))
4. Vergelding (je bent een gevaar in de maatschappij dus je moet in de
gevangenis)
Boek notities:
Er zijn 4 strafdoelen:
Vergelding
Om te beginnen kan een straf het doel hebben ‘kwaad met kwaad te
vergelden’. Met andere woorden: de dader heeft kwaad aangericht en
daarom moet hij worden gestraft. Dit strafdoel heet vergelding.
Voorkomen van eigenrichting
Een tweede doel van het straffen door de rechter is het voorkomen dat
slachtoffers van misdrijven het recht in eigen hand nemen door wraak te
nemen op het slachtoffer. Dat wordt eigenrichting genoemd. In een
rechtsstaat worden straffen opgelegd door een onafhankelijke rechter, die
daarbij gebonden is aan de wet. Dit biedt veel meer garantie op een
eerlijke berechting van daders dan de eigenrichting door slachtoffers.
3
, Preventie
Een derde strafdoel is preventie, het voorkomen dat er opnieuw een
strafbaar feit wordt gepleegd. Door de straf wordt duidelijk dat misdaad
niet loont. De dader, maar ook anderen in de samenleving, weten nu dat
ze de kans lopen gestraft te worden als ze een strafbaar feit plegen. Ze
worden afgeschrikt door de opgelegde straf.
Generale preventie
We spreken van generale (algemene) preventie als het strafdoel er vooral
op is gericht om de samenleving in het algemeen ervan te weerhouden
strafbare feiten te plegen. Mensen die over de straf van de dader horen,
schrikken daar zo van dat ze wel drie keer nadenken voordat ze ook een
dergelijk strafbaar feit plegen.
Speciale preventie
We spreken van speciale preventie als het strafdoel erop is gericht om te
voorkomen dat deze dader opnieuw een strafbaar feit pleegt. Zo voorkomt
een gevangenisstraf van acht jaar dat de dader de komende acht jaar
opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Resocialisatie
Een vierde doel van het straffen is de resocialisatie van de dader.
Resocialisatie wil zeggen dat de straf de terugkeer van de dader in de
samenleving mogelijk maakt. Bovendien zijn sommige straffen ook
specifiek bedoeld om de dader voor te bereiden op zijn terugkeer. Denk
bijvoorbeeld aan een straf die bestaat uit het volgen van een training
sociale vaardigheden of omgaan met agressie.
4
Begrip:
Strafrecht
Rechtsgebied waarin verboden gedragingen worden omschreven die door politie
en justitie kunnen worden opgespoord, zodat de rechter zich kan uitspreken over
de schuld van de verdachten en hun zo nodig een straf kan opleggen.
Les notities:
Strafecht !1.9!
= overtreding van de verboden kan leiden tot een straf.
*Als je iets overtreed dat met bestuursrecht te maken heeft dan is het geen
strafrecht.
Doel: veiligheid bieden aan burgers (handhaven van de rechtsorde)
Art. 1 SR Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan
voorafgegane strafbepaling.
*Dus alleen als het in de wet staat
Boek notities:
Het strafrecht omvat verboden gedragingen zoals diefstal, moord, verkrachting,
etc. De politie onderzoekt vermoedelijke strafbare feiten en brengt de zaak voor
de rechter, die de schuld van de verdachte bepaalt en een straf oplegt.
Het strafrecht omschrijft:
de verboden gedragingen
de bevoegdheden van politie en justitie
de gang van zaken tijdens de rechtszaak
de straffen en maatregelen die kunnen worden opgelegd
Het bijzondere aan het strafrecht
Het strafrecht bevat verboden en geboden waarop straf staat bij niet-
naleving, in tegenstelling tot andere wetgevingen zoals het Burgerlijk
Wetboek.
Deze strafbepalingen zijn specifieke regels met een straf voor overtreders.
Het strafrecht omvat een opsporingsapparaat, zoals de politie, die handelt
bij vermoedens van strafbare feiten.
De rechter beslist over de schuld van de verdachte en legt indien nodig
een straf op.
In tegenstelling tot bepalingen in het Burgerlijk Wetboek, waarbij
overtredingen niet automatisch tot straf leiden, kunnen overtredingen van
het strafrecht resulteren in gevangenisstraffen, zoals bij diefstal volgens
artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Wanneer een strafbepaling
Het strafrecht bevat verboden die gedragingen omvatten die een
bedreiging vormen voor de rechtsorde en de samenleving.
Gedragingen zoals diefstal, vernieling, doodslag en mishandeling worden
beschouwd als bedreigingen voor de rechtsorde en zijn daarom
opgenomen als strafbepalingen in het strafrecht.
Deze strafbepalingen zijn algemeen bekend, en het publiek is zich ervan
bewust dat er straffen op staan en dat politie en justitie kunnen optreden.
Aan de andere kant worden niet alle gedragingen die verplichtingen
betreffen, zoals de betaling van de koopsom of het zorgen voor goede
1
, woonruimte, opgenomen als strafbepalingen in het strafrecht. Dit komt
omdat het niet naleven van deze verplichtingen niet direct als een
bedreiging voor de rechtsorde wordt beschouwd.
Het doel van het strafrecht is om de rechtsorde te beschermen, wat
verwijst naar de veiligheid en rust in de samenleving.
1.2 De kandidaat beschrijft de reikwijdte van het strafrecht (strafrechtelijk legaliteitsbeginsel,
territorialiteitsbeginsel en personaliteitsbeginsel).
Begrip:
Legaliteitsbeginsel
De bepaling van art. 1 Sr en van art. 16 Gw dat geen feit strafbaar is dan uit
kracht van een daaraan voorafgegane strafbepaling.
Personaliteitsbeginsel
Het personaliteitsbeginsel, ook wel het nationaliteitsbeginsel genoemd, houdt in
dat een staat zijn strafwetgeving kan toepassen op zijn eigen onderdanen,
ongeacht waar de strafbare feiten zijn gepleegd.
Territorialiteitsbeginsel
Het uitgangspunt dat de Nederlandse strafwet van toepassing is op iedereen die
op Nederlands grondgebied een strafbaar feit pleegt.
Les notities:
Voor wie geldt het strafrecht? !1.9!
Territorialiteitsbeginsel + aan boord van Nederlandse schepen en
vliegtuigen.
Nederlanderschap (het nationaliteitsbeginsel) in de rest van de wereld
geldt voor jou ook het Nederlandse strafrecht.
Universaliteitsbeginsel bijv. een niet Nederlander met een strafbaar feit
kan ook hier daarvoor opgepakt worden.
Boek notities:
Strafbaarstelling alleen bij wet
Gedragingen kunnen niet op grond van gewoonte of op grond van ongeschreven
recht strafbaar zijn. Dit betekent dat de rechter iemand alleen kan veroordelen
als hij in een wetboek kan aanwijzen waar het gedrag van de verdachte strafbaar
is gesteld. De rechter heeft niet de vrijheid om de strafbepaling een beetje op te
rekken of uit te breiden.
Het legaliteitsbeginsel bepaalt onder andere dat strafbaarstelling alleen
mogelijk is bij wet. Met het begrip wet bedoelt art. 1 Sr alle regelingen die
we hiervoor hebben genoemd, dus niet alleen het Wetboek van Strafrecht
en het Wetboek van Strafvordering, maar ook bijzondere wetten, algemene
maatregelen van bestuur en verordeningen van ‘lagere’ overheden.
2
,1.3 De kandidaat beschrijft de doelen van het strafrecht (vergelding, preventie, resocialisatie,
voorkomen van eigenrichting).
Begrip:
Preventie
Het voorkomen dat opnieuw strafbare feiten worden gepleegd.
Les notities:
Doel van straffen:
1. Voorkomen van eigenrichting (dat mensen hun eigen recht gaan halen)
2. Preventie (voorkomen)
Speciale preventie (als je een boete krijgt bij te hard rijden of als je in de
gevangenis komt dan blijf je daarna even braaf)
Generale preventie (omdat er straf is, ga je het niet doen)
3. Resocialisatie (iemand opnieuw opvoeden, wat kan wel/wat kan niet
(normen en waarden))
4. Vergelding (je bent een gevaar in de maatschappij dus je moet in de
gevangenis)
Boek notities:
Er zijn 4 strafdoelen:
Vergelding
Om te beginnen kan een straf het doel hebben ‘kwaad met kwaad te
vergelden’. Met andere woorden: de dader heeft kwaad aangericht en
daarom moet hij worden gestraft. Dit strafdoel heet vergelding.
Voorkomen van eigenrichting
Een tweede doel van het straffen door de rechter is het voorkomen dat
slachtoffers van misdrijven het recht in eigen hand nemen door wraak te
nemen op het slachtoffer. Dat wordt eigenrichting genoemd. In een
rechtsstaat worden straffen opgelegd door een onafhankelijke rechter, die
daarbij gebonden is aan de wet. Dit biedt veel meer garantie op een
eerlijke berechting van daders dan de eigenrichting door slachtoffers.
3
, Preventie
Een derde strafdoel is preventie, het voorkomen dat er opnieuw een
strafbaar feit wordt gepleegd. Door de straf wordt duidelijk dat misdaad
niet loont. De dader, maar ook anderen in de samenleving, weten nu dat
ze de kans lopen gestraft te worden als ze een strafbaar feit plegen. Ze
worden afgeschrikt door de opgelegde straf.
Generale preventie
We spreken van generale (algemene) preventie als het strafdoel er vooral
op is gericht om de samenleving in het algemeen ervan te weerhouden
strafbare feiten te plegen. Mensen die over de straf van de dader horen,
schrikken daar zo van dat ze wel drie keer nadenken voordat ze ook een
dergelijk strafbaar feit plegen.
Speciale preventie
We spreken van speciale preventie als het strafdoel erop is gericht om te
voorkomen dat deze dader opnieuw een strafbaar feit pleegt. Zo voorkomt
een gevangenisstraf van acht jaar dat de dader de komende acht jaar
opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Resocialisatie
Een vierde doel van het straffen is de resocialisatie van de dader.
Resocialisatie wil zeggen dat de straf de terugkeer van de dader in de
samenleving mogelijk maakt. Bovendien zijn sommige straffen ook
specifiek bedoeld om de dader voor te bereiden op zijn terugkeer. Denk
bijvoorbeeld aan een straf die bestaat uit het volgen van een training
sociale vaardigheden of omgaan met agressie.
4